Naar de inhoud

sprokkelhout

akke.beakke.be

Platonov: Een meester in wording

Andrej Platonov: Een meester in wording

 

Ik heb de laatste tijd al veel over deze auteur geschreven, daarom maak ik het me nu eens gemakkelijk en laat alleen wat citaten volgen. Ze zullen een veel beter beeld geven van deze schrijver dan al wat ik er nog zou aan toevoegen.

 

Aan de rand van oude provinciesteden heb je van die vervallen stroken. Mensen komen er dikwijls rechtstreeks vanuit de natuur wonen.

 

Zachar Pavlowitsj zweeg. Menselijke taal was voor hem hetzelfde als het geruis van bomen voor een bosbewoner - je hoort het niet meer.

 

Er was een oude vrouw, Ignatjeva, die voor kleine kinderen een middeltje tegen de honger wist. Ze gaf hun paddestoelen op brandewijn, vermengd met zoete kruiden en de peuters sliepen vredig in, met droog schuim op de lippen. De moeder kuste haar kind op het ouwelijke, rimpelige voorhoofdje en fluisterde: ‘Mijn schatje is uit zijn lijden verlost. De Here zij geprezen!’

 

De opzichter werd het kantoor in gedragen en vandaar begon men met het station te telefoneren. Sasja was verbaasd dat het bloed zo rood en jong was en de opzichter zo grijs en oud, net of hij van binnen nog een klein kind was.

 

…zit je niet af te pijnigen met dat boek – als er iets belangrijks in stond, hadden de mensen elkaar al lang omhelsd.

 

Nog een ding. Waardoor ik ook voor deze schrijver ingenomen ben. Hij heeft zijn oeuvre moeten schrijven in heel moeilijke omstandigheden. Onder de dreiging van de Stalinterreur, in armoede, zijn zoon die werd opgepakt en later overleed. Als je die omstandigheden vergelijkt met de luxe waarin hedendaagse Vlaamse en Nederlandse auteurs kunnen schrijven …

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door john om 00:00 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

Wij, zij en Somers

Wij, zij en Somers

 

Onlangs hoorde ik deze politicus verkondigen dat we af moeten van het wij- en zijgevoel. Eerst dacht ik nog dat hij het had over het vijandige gevoel tussen wij (de autochtonen) en zij (de allochtonen). Daar kan natuurlijk iedereen mee instemmen. Maar Somers gaat veel verder. Volgens hem moeten wij en zij verdwijnen. Want wat stelt  hij in de plaats: het individu. We zijn allemaal individuen. We moeten elkaar tegemoet treden als individuen. Op die manier verdwijnen alle verschillen van ras, geaardheid, leeftijd enz. Eerst en vooral is dat onzin, want wij zijn niet enkel individuen. We zijn opgegroeid in een groep, een samenleving met een bepaalde geschiedenis, bepaalde gewoonten, overtuigingen enz. Elkaar als groep, met al die verschillen, tegemoet treden, mag dus niet enkel gezien worden in een perspectief van vijandigheid. Het kan ook verrijkend zijn. En bovendien bestaat dat abstracte individu niet: ieder van ons is blank, zwart, oud, jong, hetero, homo enz.


 


Verder is dat groepsgevoel normaal. Turken zullen zich meer thuis voelen onder elkaar dan in het gezelschap van Vlamingen. Als ik soms in een Kosovaars gezin kom, staat daar de televisie steevast afgestemd op een zender uit Kosovo. We kunnen dat betreuren, maar dat is de realiteit. Wij zouden in het buitenland juist hetzelfde doen. Voor allochtonen is hun cultuur een manier om zich thuis te voelen in onze samenleving. Zonder die band met hun thuisland zouden ze hier niet kunnen aarden.


Waarom gebruikt Somers in zijn betoog de term individu ? Omdat dit een leeg en abstract begrip is dat hem goed uitkomt. Had hij bijvoorbeeld de term 'mens' gebruikt, dan had zijn redenering niet geklopt. Waarom niet ? Omdat het woord 'mens' veel geladener is. Wie 'mens' zegt denkt automatisch aan een wezen dat kan liefhebben, lijden, behoeftig zijn. Je denkt aan je medemensen. In het woord 'individu' is die inhoud afwezig is. Het is onpersoonlijk en dus heel dienstig om maar de helft van het verhaal te vertellen. Een allochtoon een individu noemen of een allochtoon een mens noemen, maakt een wereld van verschil uit.  


Maar Somers en consorten zijn natuurlijk gediend met die individualisering, met de reductie, met de atomisering van de maatschappij tot een geheel van individuen. Dit past in het liberale discours: ieder voor zich, ieder op eigen kracht. Dat leidt tot een samenleving waarin de sterkste, de rijkste, de machtigste het voor het zeggen heeft. Want er wordt geen weerwerk meer geleverd door georganiseerde mensen. Niet door vakbonden (en ik ontken niet dat daar veel kritiek op geuit kan worden), niet door organisaties van allochtonen die opkomen voor hun belangen enz.

 

Somers stelling was onder andere gericht tegen het VB. Maar met zijn redenering komt hij heel dicht in de buurt van de politiek die door deze partij wordt gevoerd. Alleen zijn zij al een stap verder. Die partij wordt geleid door een kleine groep mensen, een elite, waarvan de voorzitter zelfs niet is verkozen. Zij ziet de samenleving als een organisch geheel, waarin ieder individu zijn plaats heeft. De mensen zijn herleid tot radertjes die moeten draaien zoals de partijtop decreteert.

 

Als we Somers volgen, komen we ook ooit in een dergelijke elitaire maatschappij terecht.

 

 

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door john om 00:00 Reageer op dit bericht

Albert Sánchez Piñol: Nachtlicht

Albert Sánchez Piñol: Nachtlicht

 

Op de flap staat dat de roman al in eenendertig talen vertaald is. Als dat geen aanbeveling is ! Het is dan ook echt een goede roman.

 

Een man wordt voor een jaar afgezet op een eilandje in de zuidelijke Atlantische oceaan. Hij zal er de winden bestuderen. Hij is een Ierse vrijheidsstrijder die voor die vlucht heeft gekozen om uit de handen van de Engelsen te blijven. Het verhaal speelt in het begin van de twintigste eeuw. Hij vindt de hut waar hij moet verblijven in een erbarmelijke toestand. Verder op het eiland is er nog een vuurtoren die bewoond wordt door een half verwilderde man, Batís Caffó. De vuurtoren is een versterkte burcht en het zal duidelijk worden waarom. Tijdens de eerste nacht wordt de hoofdpersoon in zijn hut aangevallen door vreemde wezens.Hij kan de aanval afslaan en zal later zijn intrek nemen in de vuurtoren. Die wezens komen uit de zee. Het zijn een soort reuzenkikkers, met erg menselijke trekken. Een vrouwelijk wezen (Aneris) van de stam (de citauca) is door Batís tot vrouw, of beter, lustobject genomen. Wie de namen van achteren naar voren leest, zal al een en ander duidelijk worden. De beide mannen houden zich vooral bezig met zich te verdedigen tegen en met het verdelgen van die zeeschepsels die hen voortdurend aanvallen.

Ik zal nog niet verklappen hoe alles evolueert en afloopt. Je kunt het boek lezen als een avonturenroman, halve science fiction. Maar het gaat ook over de condition humaine. De eerste zinnen van het boek luiden: We staan nooit zover af van degenen die we haten. Alleen al daarom komen we nooit echt nader tot degenen die we liefhebben. Dat thema wordt in de roman uitgewerkt. De haat geldt de vijandigheid van de twee mannen tegenover die vreemde wezens. De liefde heeft betrekking op de verhouding van de twee mannen met Aneris. Bij de hoofdpersoon evolueert het misprijzen tot echte liefde, als hij merkt dat dit wezen bepaalde menselijke eigenschappen lijkt te bezitten.

Het boek schetst een beeld van onze harde samenleving, van het onbegrip voor het andere, voor die mensen die niet zijn zoals wij. Al die aspecten worden niet expliciet of belerend aangebracht. Ze vormen de ondergrond van het werk.

Ondanks de aanwezigheid van deze reuzenkikkers of monsters is het boek toch heel geloofwaardig en overtuigend.  

Zeker en vast een aanrader.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door john om 18:03 Reageer op dit bericht

Marie Gevers: De Dijkgravin

Marie Gevers: De Dijkgravin

 

Eerst iets over de schrijfster. Ze is geboren (1883) en gestorven (1975) in Edegem, bij Antwerpen, op het familiedomein Missenburg, dat nu Muizenburg heet. Als kind uit de burgerij werd ze in het Frans, thuis, opgevoed en in die taal heeft ze haar werken geschreven.

 

De Dijkgravin (La comtesse des digues) was haar eerste roman. Ze schreef hem in 1931 toen ze al 48 jaar was. Een dijkgraaf is een voorzitter va     n een dijk- of polderbestuur. Zijn taak bestaat erin de kwaliteit van de dijken te controleren.

Suzanna, de hoofdpersoon uit de roman, is de dochter van een dijkgraaf, die zopas overleden is. Ze treedt in zijn voetsporen en wordt door het bestuur op haar beurt verkozen tot dijkgravin. Als jonge vrouw was dat niet vanzelfsprekend, maar haar capaciteiten geven de doorslag. Zo had ze kort geleden bij een springtij nog een dijkbreuk voorkomen. Het verhaal is gesitueerd in Weert, in de Scheldepolders, tussen Temse en Sint-Amands. In het verhaal is ook een liefdesgeschiedenis verweven. Suzanna twijfelt of ze zal trouwen met een mooie jonge knecht, Trifon, die bij haar in dienst is. De hinderpaal is echter het standverschil. Maar de jongeman emigreert naar Schotland en trouwt daar. Op die manier komt de weg vrij voor een buitenstaander, een man die in de polder een stuk grond had gekocht.

Het centrale thema in de roman is echter de Schelde en het polderlandschap. En ook de nauwe, lichamelijke band van de vrouwelijke hoofdpersoon met dat landschap. Het is voor een stuk een bildungsroman (een roman waarin de geestelijke of innerlijke vorming en ontwikkeling van de hoofdpersoon wordt uitgebeeld) en een streekroman (roman die in een bepaalde streek speelt en daarvan de sfeer weergeeft). Dat laatste komt bijvoorbeeld tot uiting in de typische beschrijving van het landschap, met zijn grienden (waard, strook grond aan het water, waar rijshout geteeld wordt), schorren (buitendijks stuk grond dat alleen bij zeer hoog water onder water loopt), tenen (twijgen van wilgenhout voor het mandenvlechten) enz.

De roman deed me denken aan Filip De Pillecijn, van wie het knappe werk Mensen achter de Dijk, zich iets verderop langs de Schelde, in Hamme, afspeelt.

 

Het boek is me toevallig in handen gevallen, een cadeau van een vriend. Maar tegelijk is het een vergiftigd geschenk, want nu ben ik in de verleiding gebracht om ook het andere werk van Marie Gevers te lezen. Haar beste werken zouden zijn Madame Orpha ou la sérénade de mai en Vie et mort d’un étang (over haar jeugd en latere leven op Muizenburg. Over de bombardementen van 1944 waarbij haar zoon in Mechelen om het leven kwam en haar man in 1945 in de schuilkelder op het domein in zijn slaap overleed).

Het boek is in 1996 in het Nederlands uitgegeven bij Meulenhoff/Manteau en het is vertaald door Stefaan van den Bremt.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door john om 11:15 Reageer op dit bericht

Frank Westerman: Ingenieurs van de ziel

Frank Westerman: Ingenieurs van de ziel

 

Dit keer geen roman, maar wel een heel leerrijk boek voor wie zich interesseert voor het Rusland onder Stalin. De titel is afkomstig van deze despoot. De Sovjet-Unie werd onder deze despoot op grote schaal geïndustrialiseerd en met de ingenieurs van de ziel bedoelde hij de schrijvers, die romans moesten schrijven waarin deze industrialisatie en meer in het algemeen het communisme werd bewierookt en verheerlijkt.

Het boek behandelt twee thema’s: schrijvers die onder het bewind van Stalin actief waren en de grote waterbouwkundige werken die door de Sovjets werden uitgevoerd.

De auteur beschrijft telkens de voorvallen in het verleden en hij gaat die plekken ook opnieuw opzoeken. Om met dat laatste te beginnen, de auteur besteedt veel aandacht aan de baai van Kara Bogaz, en wat daar allemaal mee gebeurd is. Die baai ligt ongeveer in het midden op de oostkust van de Kaspische zee. Ze is 13.000 km2 groot en de toegang ertoe is heel smal. Er werd natriumsulfaat gewonnen. Op een bepaald moment werd ze afgesloten, daarna werd ze weer opengemaakt en in de periode dat de schrijver het boek schreef en er op bezoek was, was er een Vlaming actief die een fabriek voor pekelkreeftjes had opgericht.

De centrale auteur in het boek is Paustovski. Hij schreef onder andere een verheerlijkende roman over de baai, in de toen opgelegde sociaal-realistische stijl. Zijn serieuzere werk, de herinneringen aan zijn leven, zijn in het Nederlands gepubliceerd in de reeks Privé domein. Een andere figuur waarmee we kennismaken is Gorki. Hij stond heel lang in de gratie bij Stalin, maar op het eind van zijn carrière viel hij ook min of meer in ongenade. Verder schrijft de auteur over Platonov, een schrijver die ik pas kort geleden heb ontdekt en die fantastische werken heeft geschreven. Een pijnlijke anekdote in verband met deze schrijver. Hoewel de auteur door de geheime dienst op de voet werd gevolgd, werd niet hij maar zijn vijftienjarige zoon opgepakt. Deze werd veroordeeld tot tien jaar dwangarbeid in een goelag boven de poolcirkel. Door tussenkomst van Sjocholov (De Stille Don) kon Platonov zijn zoon terughalen naar Moskou. Na twee jaar kwam hij vrij, maar hij had in de goelag tbc opgelopen waaraan hij drie jaar later zou bezwijken. Platonov was toen oorlogscorrespondent. Door zijn zoon te verplegen had hij ook tbc opgelopen. Na de publicatie van zijn novelle De familie Ivanov ( De Thuiskomst) werd hij veroordeeld en viel hij in ongenade. Ik citeer nu een passage uit het boek van Westerman die daarover gaat en die direct een goed beeld geeft van het boek.

Na deze veroordeling lag Andrej Platonov er definitief uit. De laatste jaren van zijn leven bewoonde hij kamer 27 in een zijvleugel van het Gorki Literatuur Instituut. Hij greep naar de wodka, verwaarloosde zichzelf en werd door leerling-schrijvers aangezien voor de conciërge.

Als docent aan deze schrijversvakschool zag Konstantin Paustovski hem op de binnenplaats wegkwijnen. ‘Die man die daar de stoep veegt,’ zo had hij eens in de beslotenheid van het klaslokaal opgemerkt. ‘Dat is een genie.’

Toch durfde geen van de literatuurdocenten, ook Paustovski niet, zich over hem te ontfermen. Wie zich associeerde met een uitgestotene liep het gevaar zelf uitgestoten te worden, en de vrees daarvoor was zo groot dat niemand zich na Platonovs dood (hij stierf op 9 januari 1951) aan een lovende necrologie of een andere geste van waardering had gewaagd.

 

Het boek staat vol wetenswaardigheden en het is in een heel mooie taal geschreven. Wie belangstelling heeft voor de voormalige Sovjet-Unie of voor de Russische literatuur moet het zeker lezen. Wie er zijn tijd niet wil aan besteden, moet het in de bibliotheek toch maar even uit het rek nemen en vlug de proloog lezen. Ik vrees dat men dan alsnog in de verleiding zal komen om het hele boek te lezen.

 

Om het boek nog wat meer aan te bevelen, kan ik zeggen dat het enkele prijzen heeft gewonnen en al in negen talen is vertaald.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door john om 00:00 Reageer op dit bericht

Anthony Trollope: The small house at Allington

Anthony Trollope: The small house at Allington

 

Trollope was een tijdgenoot van Dickens, dus ook een Victoriaan, maar hij schreef heel andere romans dan Dickens. Beschrijft Dickens voornamelijk de onderkant van de samenleving, Trollope houdt zich op in de wat betere kringen. Deze roman is het voorlaatste deel (deel 5) van de Barsetshire cyclus. De delen kunnen los van elkaar worden gelezen, het enige verband zijn enkele personages die in een volgende roman een bijrol krijgen en verder de plaatsen waar de romans zich afspelen. Ik heb nu al vijf delen gelezen en ben de schrijver nog steeds niet beu. Vooral de milde ironie, de geestige dialogen, de humor en de stijl trekken me aan. De verhalen doen misschien denken aan een hedendaagse soap, want veel inhoud hebben ze niet. In deze roman gaat het om een weduwe en haar twee dochters die in het kleine huis wonen en die afhankelijk zijn van een oom. Het verhaal draait om het huwelijk van de twee dochters. De eerste zou met een neef-erfgenaam moeten trouwen, maar dat huwelijk gaat niet door omdat de dochter niet verliefd is op die neef. Met de tweede dochter loopt het ook niet goed af. Zij is dolverliefd op een jongeman die haar echter na twee weken laat vallen voor een andere, rijkere vrouw. Hij huwt met die dame maar na een maand is het huwelijk al om zeep.

Het verhaal kabbelt rustig voort, de auteur richt geregeld het woord tot de lezer die blijft doorlezen. Veel valt er niet te beleven. Niet voor niets is het een Victoriaanse roman. Als er tussen de verliefde personen al een zoen wordt gewisseld, dan is het zeker geen vurige kus. De enige gewelddadige actie in de roman is een vuistslag tussen twee heren met een blauw oog tot gevolg.

Het is een lichte roman, maar hij wordt nooit saai.

De bespreking nodigt niet direct uit tot lezen, maar liefhebbers van negentiende eeuwse Engelse literatuur moeten toch eens iets van deze auteur lezen. Recent is er geen werk van hem vertaald. In de bibliotheken zijn wel enkele Engelstalige romans beschikbaar. Wie in Gent woont, vindt wel wat werk van Trollope in de Engelse boekhandel op de Ajuinlei. Daar zit nog veel interessant werk.

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door john om 20:28 Reageer op dit bericht

Henryk Sienkiewicz: Quo Vadis

Henryk Sienkiewicz: Quo Vadis

 

Poolse schrijver, geboren in 1846 en gestorven in 1916. In 1905 ontving hij de Nobelprijs voor letterkunde.

 

De woorden Quo vadis, Domine, (waar gaat gij heen Heer) stammen uit een legende. Petrus vroeg dit aan Jezus, toen hij uit Rome vluchtte (64 nC om aan de christenvervolgingen van Nero te ontsnappen. Jezus zou geantwoord hebben: “Daar gij Mijn kudde verlaat, ga Ik naar Rome om Mij ten tweede male te laten kruisigen”.

 

De ondertitel van de roman luidt: Een verhaal uit de tijd van Nero. Centraal staat de liefdesaffaire tussen Marcus Vinicius, een Romeinse legeraanvoerder die verliefd wordt op Lygia, een koningsdochter die destijds van een krijgstocht was meegevoerd en die zich intussen tot het christendom heeft bekeerd. Marcus pakt het nogal onhandig aan om Lygia te veroveren (door zijn superioriteitsgevoel als Romein, zijn misprijzen voor de vrouw, enz.), maar uiteindelijk zullen ze elkaar vinden. Een andere hoofdpersoon is Petronius (de schrijver van de Satyricon). Hij is een raadsman (de arbiter elegantiae) van Nero. Zijn taak bestaat erin Nero te vleien met zijn dichtkunst en zang. Hij zal op het eind echter in ongenade vallen en samen met zijn geliefde slavin zelfmoord plegen. Andere ingrediënten van het boek zijn de bekende wrede feesten van Nero, met wilde dieren, gladiatoren, enz. Verder is er de brand van Rome, de kuiperijen en intriges aan het hof, het leven van de eerste christenen, het optreden van Petrus en Paulus enz.  

 

 

 

 

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door john om 13:40 Reageer op dit bericht

Sterren (2)

Sterren (2)
Cervantes : Don Quijote (hoofdstuk 43)
 
Marinero soy de amor,
y en su piélago profundo
navego sin esperanza
de llegar a puerto alguno.
 
Siguiendo voy a una estrella
que desde lejos descubro,
más bella y resplandeciente
que cuantas vio Palinuro.
 
Yo no sé adónde me guía,
y así, navego confuso,
el alma a mirarla atenta,
cuidadosa y con descuido.
 
Recatos impertinentes,
honestidad contra el uso,
son nubes que me la encubren
cuando más verla procuro.
 
¡Oh clara y luciente estrella,
en cuya lumbre me apuro!;
al punto que te me encubras,
será de mi muerte el punto.
 

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door john om 00:00 Reageer op dit bericht

Stereen (1)

Sterren (1)

 

 

Natura Mystica

 

            Edward B. Koster

 

Als de Arische Nomade, onvergezeld,

Bij ’t rusten zijner kudden, blank-gevacht,

Bewond’rend de oogen opsloeg naar de pracht

Des hemels met zijn sterren ongeteld,

En zwijgend staarde naar de lichte helt’

Dier stille dwalers door den staat’gen nacht,

En aan zijn eigen rustloos dolen dacht

Door ’t onafzienbaar Aziatisch veld; -

 

Dan zocht zijn vorschend oog met vromen moed

Langs al die metelooze, lichte paân

Den grooten herder van den sterrenstoet.

 

Doch zwijgend nijgt de raadselvolle schaar

Met rustig schrijden langs de hemelbaan,

En onbevredigd staat en staart hij daar.

 

 

Een vergeten auteur die leefde van 1861 tot 1937.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door john om 00:00 Reageer op dit bericht

Zola: Le ventre de Paris

Zola: Le ventre de Paris

 

Het derde deel uit de twintigdelige reeks van de Rougon-Macquart. Centraal in deze roman staan Les Halles in Parijs. De overdekte markt waar destijds de handelaars hun waren kwamen aanbieden. We krijgen dan ook ellenlange beschrijvingen van alle soorten vis, vlees, groenten, kaas enz. Het verhaal komt eigenlijk pas op gang in de laatste honderd bladzijden van de vijfhonderd. Maar het was Zola dan ook te doen om een natuurgetrouwe beschrijving van die markt en de buurt er omheen.

 

Het verhaal zelf draait rond Florent. Een jongeman die wetens zijn politieke activiteiten verbannen was en nu terugkeert naar Parijs. Hij wordt er opgenomen in het gezin van zijn broer. Hij krijgt een baan als inspecteur van de ‘marée’, de aangevoerde vis. Er ontstaat onder de dames verkoopsters jaloezie en afgunst. Het leven wordt hem zuur gemaakt en de dames zullen hem uiteindelijk aangeven bij de politie. Hij was namelijk  nog altijd revolutionair en bereidde op amateuristische wijze een opstand voor. In zijn groep zaten echter ook een aantal verraders en profiteurs waardoor het hele opzet op een fiasco uitdraait.

 

Florent is het enige personage in de roman met goede eigenschappen. Maar hij is geweldig naïef, op het onnozele af. De andere figuren worden negatief getekend. Tot de kinderen toe. Achterklap, afgunst, nijd zijn de kernwoorden van dit werk.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door john om 20:54 Reageer op dit bericht

Lara Cardella: Ik wilde een broek

Lara Cardella: Ik wilde een broek

 

Een novelle uit 1989, geschreven door een meisje dat toen negentien jaar was. Het boekje was destijds een succes en het verwekte heel wat schandaal. Het is het verhaal van een meisje dat in een achterlijk dorpje op Sicilië probeert volwassen te worden. Haar ouders houden er echter erg verstarde opvattingen op na en bovendien wordt ze geregeld afgetuigd door haar ouders. Verder wordt ze ook nog eens misbruikt door een oom. Kortom, een boekje vol ellende. Hopelijk is heet werk niet gebaseerd op werkelijke feiten.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door john om 20:53 Reageer op dit bericht

Clément Janequin

Clément Janequin (1485 – 1558)

 

Op een oude plaat met liederen van deze Franse componist vond ik dit mooie kwatrijn:

 

Quand contremont verras retourner Loyre,

Et ses poyssons en l’air prendre pasture,

Les corbeaux blancz laissantz noyre vesture,

Alors de toy n’auray plus de mémoire.

 

Als je de Loire bergop ziet stromen en de vissen in de lucht ziet weiden en als de kraaien hun zwarte tooi voor een witte hebben geruild, dan pas zul je uit mijn herinnering zijn verdwenen.

 

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door john om 00:00 Reageer op dit bericht

Nathaniel Hawthorne

Nathaniel Hawthorne

 

1804 - 1864

 

The Birthmark

 

Dit verhaal cirkelt onder andere rond de vraag of volmaaktheid in de natuur en de mens wel kan en hoeft: Aylmer (Ailment betekent ziekte) is een geleerde, een soort alchemist die leeft voor de wetenschap. Maar op een dag “he made an experience of a spiritual affinity more attractive than any chemical one”. Hij wordt namelijk verliefd en huwt de heel mooie Georgiana. Maar kort na het huwelijk vraagt hij zijn vrouw: “Georgiana, has it never occurred to you that the mark upon your cheek might be removed ?”

Als lezer besef je dan dat dit verkeerd zal aflopen. De vlek, twee vingertoppen dik, heeft de vorm van een handje dat vooral zichtbaar wordt als Georgiana een bleke gelaatskleur krijgt. Maar bij een “triumphant rush of blood” verdwijnt de vlek volledig.

Voor Aylmer is die geboortevlek een smet. Ze symboliseert voor hem zonde, smart, aftakeling en dood. Daarom wil hij haar verwijderen. Hij slaagt er ook in, maar Georgiana sterft bij het experiment.

 

Hawthorne stelt in dit verhaal de overmoed van de mens en de wetenschap in vraag. “nature permits us, indeed, to mar (bederven), but seldom to mend (verbeteren), and on no account to make”

Volmaaktheid is niet des mensen.

 

Rappaccini’s daughter

 

Giovanni Guasconti komt uit het zuiden van Italië om aan de universiteit van Padua te studeren.   Hij huurt een kamer met uitzicht op een prachtige tuin met vreemde bloemen en planten. De tuin wordt onderhouden door Rappaccini en zijn dochter.  Eerstgenoemde raakt de planten echter niet aan en draagt zelfs een masker om de geur van de bloemen niet te moeten opsnuiven. Zijn dochter, Beatrice, doet dat wel. Giovanni wordt verliefd op de dochter en ze ontmoeten elkaar geregeld in de tuin. Op een bepaald moment gooit Giovanni een ruiker bloemen in de tuin voor Beatrice. Maar nog voordat zij de tuin met de bloemen heeft verlaten, beginnen deze al te verwelken. Na een tijdje merkt Giovanni dat hij met zijn adem ook bloemen kan laten verwelken en dat hij zelfs een spin kan doden. De tuin staat namelijk vol giftige planten. Dat is het werk van Rappaccini, de incarnatie van het kwaad. Hij wil van zijn dochter een wezen maken dat anderen kan doden, maar dat zelf immuun blijft voor het gif. Hij begrijpt dan ook niet waarom zijn dochter een antidotum heeft ingenomen waaraan ze zal sterven. “Why dost thou deem it misery to be as terrible as you are beautiful ? Wouldst thou, then, have preferred the condition of a weak woman, exposed to all evil and capable of none?”

 

Ook in dit verhaal treffen we een man aan die meester over de natuur en de mensen wil worden. “He would sacrifice human life, his own among the rest, or whatever else was dearet to him, for the sake of adding so much as a grain of mustard seed to the greet heap of his accumulated knowledge.”

 

 

 

 

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door john om 21:21 Reageer op dit bericht

Call me Ishmael

Call me Ishmael

 

Dit is de openingszin van Moby-Dick, het meesterwerk van Herman Melville. Ismael betekent: God hoort. De naam komt uit de bijbel, meer bepaald uit Genesis 16:

 

1 Abrams vrouw Sarai baarde hem geen kinderen. Nu had zij een Egyptische slavin, Hagar. 2 ‘Luister,’ zei Sarai tegen Abram, ‘de HEER houdt mijn moederschoot gesloten. Je moest maar met mijn slavin slapen, misschien kan ik door haar nakomelingen krijgen.’ Abram stemde met haar voorstel in 3 en Sarai gaf hem haar Egyptische slavin Hagar tot vrouw; Abram woonde toen tien jaar in Kanaän. 4 Hij sliep met Hagar en zij werd zwanger. Toen Hagar merkte dat ze zwanger was, verloor ze elk respect voor haar meesteres. 5 Sarai zei tegen Abram: ‘Voor het onrecht dat mij wordt aangedaan ben jij verantwoordelijk! Ik heb je mijn slavin ter beschikking gesteld, en nu ze weet dat ze zwanger is toont ze geen enkel respect meer voor mij. Laat de HEER maar beoordelen wie er in zijn recht staat: ik of jij.’ 6 Abram antwoordde: ‘Het is jouw slavin, doe met haar wat je goeddunkt.’ Toen maakte Sarai haar het leven zo zwaar dat ze vluchtte.

7 Een engel van de HEER trof haar in de woestijn aan bij een waterbron, de bron die aan de weg naar Sur ligt. 8 ‘Hagar, slavin van Sarai, waar kom je vandaan en waar ga je heen?’ vroeg hij. ‘Ik ben gevlucht voor Sarai, mijn meesteres,’ antwoordde ze. 9 ‘Ga naar je meesteres terug,’ zei de engel van de HEER, ‘en wees haar weer gehoorzaam.’ 10 En hij vervolgde: ‘Ik zal je heel veel nakomelingen geven, zo veel dat ze niet te tellen zullen zijn. 11 Je bent nu zwanger en je zult een zoon ter wereld brengen. Die moet je Ismaël noemen, want de HEER heeft gehoord hoe zwaar je het te verduren had. 12 Een wilde ezel van een mens zal hij zijn: hij schopt iedereen, iedereen schopt hem. Met al zijn verwanten zal hij in onmin leven.’ 13 Toen riep zij de HEER, die tot haar had gesproken, zo aan: ‘U bent een God van het zien. Want,’ zei ze, ‘heb ik hier niet hem gezien die naar mij heeft omgezien?’ 14 Daaraan dankt de bron die daar is zijn naam, Lachai-Roï;

15 Hagar bracht een zoon ter wereld, en Abram noemde de zoon die zij hem gebaard had Ismaël. 16 Abram was zesentachtig jaar toen Hagar hem Ismaël baarde.

 

 

Het kan dus zijn dat Melville de naam daar heeft gekozen, maar in een recente biografie van hem door Andrew Delbanco wordt nog een andere uitleg gegeven. In de New York Times van 3 februari 2001 schreef ene Clyde Haberman het volgende:

 

Herman Melville die geboren was in Pearl Street in Lower Manhattan had als jongeman een belangrijke ervaring. Een winkelier uit de buurt had hem bij vergissing te veel aangerekend. Toen deze Joodse winkelier zijn vergissing ontdekte, verontschuldigde hij zich en zei “Call me a schlemiel”.

Melville vond het een leuke zin. Maar hij kende geen Jiddisch en gebruikte de zin dus eigenlijk verkeerd toen hij hem jaren later gebruikte als de openingszin van Moby-Dick.

 

Ik weet niet of het correct is, maar het is in ieder geval een leuke anekdote. Een schlemiel is een pechvogel.

 

 

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door john om 22:41 Reageer op dit bericht

Herbert Marcuse

Herbert Marcuse (1898 – 1979)

 

Deze in Berlijn geboren filosoof is in bredere kring vooral bekend geworden tijdens de studentenopstanden in Amerika en Frankrijk. In de jaren dertig is hij geëmigreerd naar Amerika waar hij steeds is blijven wonen. Hij is zijn hele leven marxist gebleven.

Op 5 januari 1971 had de Beierse Omroep een televisiedocumentaire uitgezonden die ging over Revolutie of Hervorming en waarin naast Marcuse ook Popper werd geïnterviewd. Marcuse als de revolutionair, Popper als de reformist. De interviews werden ook in een boekje uitgegeven, in het Nederlands bij het Wereldvenster in Baarn. Uit dat boekje wil ik nu enkele fragmenten uit het interview met Marcuse citeren.

 

Vooraf misschien dit. Waarom wil iemand zich vandaag nog marxist noemen of het marxisme nog een kans geven ? Omdat het marxisme op zich rechtvaardiger is dan het kapitalisme. Centraal in het marxisme staat de arbeid, of beter de werkende mens. Die zorgt voor de rijkdom van de maatschappij en eigenlijk zou bij hem de macht moeten berusten en vanuit die basis de maatschappij moeten worden bestuurd. In het kapitalisme staat de winst centraal. Dit is misschien een efficiënt middel, maar het is onethisch. In een kapitalistisch systeem zijn er kapitalisten die (de arbeid van anderen) uitbuiten en werkmensen die worden uitgebuit.

 

Maar nu naar Marcuse. Hij ziet in het kapitalisme nog altijd (1970) grote interne tegenspraken. Aan de ene kant is er een enorme maatschappelijke rijkdom, die een leven zonder armoede en vervreemde arbeid mogelijk zou maken, maar aan de andere kant wordt deze enorme rijkdom op een repressieve en destructieve manier gebruikt en verdeeld (bijvoorbeeld voor oorlogen, de productie van nutteloze zaken, enz.). Toch is het kapitalisme erin geslaagd de arbeidersklassen grotendeels te integreren in het systeem. Het levenspeil van de bevolking is aanzienlijk verhoogd en nog weinig mensen zullen die verworvenheden willen opgeven voor een ‘utopisch’ socialisme. Maar waarvoor werken we zo hard ? Om welke zaken te kunnen kopen ? Het systeem heeft ons zo ver gekregen dat we al die nepbehoeften als echte behoeften zijn gaan beschouwen. Er is een enorme verspilling van rijkdom aan nutteloze dingen.

Ter verdediging van het kapitalisme wordt ook aangevoerd dat het de democratie in stand houdt en pluralisme waarborgt. Dit is in vergelijking met andere regimes wel zo, maar ook onze democratie is gemanipuleerd. De democratie wordt verdeeld tussen heersende partijen die in hun doelstellingen en politiek eigenlijk allemaal eensgezind zijn (in de zin dat ze het kapitalistische systeem als iets vanzelfsprekends aanvaarden).

Op de vraag van de interviewer hoe het alternatieve model van de maatschappij eruit moet zien, antwoordt Marcuse: Wat de jongeren tegenwoordig willen is een maatschappij zonder oorlog, zonder uitbuiting, zonder onderdrukking, zonder armoede en zonder verspilling. De ontwikkelde maatschappij heeft tegenwoordig de beschikking over alle technische, wetenschappelijke en natuurlijke middelen die nodig zijn om zo’n maatschappij te construeren. Maar wat die bevrijding tegenhoudt zijn het bestaande systeem en zijn belangen.

 

Vraag: waaruit kan de revolutie tegenwoordig nog ontstaan ? Vermoedelijk niet meer uit de verpaupering.

Antwoord: In landen waar nog armoede heerst, zal die een beslissende rol spelen. In de hoogontwikkelde maatschappijen eerder uit de heersende ontmenselijking, de afkeer van de verkwisting en de overvloed van de consumptiemaatschappij. De mensen zullen een werkelijk menswaardig bestaan ontdekken en willen opbouwen.

Interviewer: Revolutie uit afkeer, is dat niet onmarxistisch ?

Marcuse: Neen. De afkeer is immers slechts de uitdrukking van de tegenspraak tussen de ontzaglijke maatschappelijke rijkdom en het destructieve gebruik dat ervan wordt gemaakt.

 

Interviewer: gaat u met uw geëmancipeerde maatschappij niet uit van een mens die altijd goed en solidair handelt ?

Marcuse: neen, ik ga uit van een mens die voor het eerst in de geschiedenis goed kan handelen. (ik veronderstel dat hij hier bedoelt dat alleen in een socialistische maatschappij de voorwaarden (geen uitbuiting) vervuld zijn om goed en vrij te kunnen handelen.  

Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Geschreven door john om 22:00 Reageer op dit bericht

De krant van vandaag

De krant van vandaag

 

Op geregelde tijdstippen horen we ‘moedige’ bekende Vlamingen, meestal uit artistieke of zakenkringen, verkondigen dat ze niet langer in Vlaanderen willen publiceren, respectievelijk investeren, of dat ze zelfs het land zullen verlaten, mocht het Vlaams Belang ooit aan de macht deelnemen. Alleszins nobele intenties, maar de heren en dames moeten hun voornemen niet langer uitstellen. Niet dat het Vlaams Belang al aan de macht is, maar ook zonder dat is het erg gesteld met Vlaanderen. Neem nu de Vraag van de Dag in de Standaard van 6 april. De vraag luidt: De socialistische vakbond wil illegale werknemers gratis laten aansluiten. Vindt u het goed dat illegale werknemers gratis hulpverlening kunnen krijgen ? Welnu, bijna 75 % van de respondenten antwoordt op die vraag neen. Het is niet alleen ongelooflijk dat men bepaalde medemensen in de kou wil laten staan, erger nog is het dat de geesten hier al zo bewerkt, ja zo geïndoctrineerd zijn, dat alleen al het woord illegaal een afweerreactie oproept. Een mens is in veler ogen niet meer in de eerste plaats een mens, maar een vijand die een bedreiging vormt voor onze welvaart.

 

Op pagina 4 in dezelfde krant staat dat een ex-werknemer van BASF naar de correctionele rechtbank is doorverwezen wegens het uitdelen van pamfletten aan de fabriekspoort. Hij wordt beticht van belaging, laster en eerroof. Op de website van de partij PVDA (ik ben zelf geen lid of sympathisant) kunt u een artikel van de man in kwestie over de toestand bij BASF lezen. Dit is nog maar eens een bewijs hoe de werknemers in het defensief zijn gedrongen, hoe de werkgevers (de kapitalisten, laten we ze maar bij hun naam noemen) en het hele systeem (politiek en gerecht) alle middelen aanwenden om elke vorm van kritiek op het kapitalistische systeem in de kiem te smoren.

 

Nog in de krant, op pagina twee van het cultuurkatern, een stukje over de spelling. Vanaf 1 september wordt het nieuwe Groene Boekje van kracht, maar een groot aantal Nederlandse kranten en tijdschriften zullen de zogenaamde witte spelling toepassen. Een inspecteur van het secundair onderwijs in Vlaanderen vindt het jammer, maar zegt dat die dubbele spelling niet tot problemen zal leiden. Verderop zegt hij dat het niet zo belangrijk is welke spelling je toepast, zolang ze in één boek maar consequent wordt gebruikt. Die man vertelt onzin! Hij kiest waarschijnlijk eieren voor zijn geld. In Vlaanderen wordt het nieuwe Groene Boekje de norm, dus kan hij als ambtenaar maar beter gehoorzamen.

Wat er moet gebeuren is dat de bevoegde ministers die nieuwe spelling bij hoogdringendheid tegenhouden. De Taalunie moet haar werk overdoen en dit keer met meer overleg en door haar oor te luister te leggen bij de gebruikers.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door john om 20:54 Reageer op dit bericht

Edgar Allan Poe: Hop-Frog

Edgar Allan Poe: Hop-Frog

 

De Poe-mania van de laatste dagen heb ik te danken aan een vriend die me opmerkzaam maakte op de laatste cd van Lou Reed, The Raven, die geïnspireerd is op het werk van Poe en waar prachtige nummers op staan. Voor mij was het in ieder geval een revelatie.

 

Hop-Frog komt er ook in voor, maar ik heb die vertelling vooral herlezen wegens de ets die Ensor ervan maakte. Het is niet een echt griezelverhaal en hoewel het verhaal nogal wreed eindigt, is het in de eerste plaats toch humoristisch. Bij het lezen van de eerste zinnen dacht ik direct aan een mij welbekend land en zijn koning: I never knew any one so keenly alive to a joke as the king was. He seemed to live only for joking.    

Niet alleen de koning was een grappenmaker, ook zijn zeven ministers waren dat, ze moesten het wel zijn. En zoals het elke koning betaamt, had hij ook zijn nar. Hop-Frog had zijn naam gekregen van de ministers wegens zijn intersectional gait – something between a leap and a wriggle- a movement that afforded illimitable amusement. Hop-Frog had een vriendinnetje aan het hof, een dwerg zoals hij. Destijds waren ze sent as presents to the king by one of his ever-victorious generals. Op een dag wil de koning een leuk feest geven en hij vraagt ook aan Hop-Frog of hij een idee heeft. Hop-Frog wordt bij die gelegenheid getergd. Hij lust geen wijn, maar moet er toch drinken van de koning. Als zijn vriendinnetje voor hem tussenbeide komt, gooit de koning de wijn in haar gezicht. Hop-Frog zal hiervoor wraak nemen. Zijn idee voor het feest is dat de koning en zijn zeven ministers zich verkleden in orang-oetangs en zich aan elkaar ketenen. Ze worden ingesmeerd met pek waarop vlas wordt aangebracht. Op de feestavond laat Hop-Frog de apen de kamer binnenstormen tot grote angst van de gasten. Hij leidt hen naar het midden van de zaal, waar hij ze in een cirkel opstelt en de ketting in een kruis legt in de cirkel. Daarna laat hij de haak naar beneden komen waar de luchter aan hing. De haak wordt in het midden van de ketting vastgehaakt en het gezelschap wordt omhoog getakeld. Hop-Frog springt met een toorts op het hoofd van de koning en klimt een eindje op de ketting. Hij zegt de gasten dat hij wel eens wil zien wie de orang-oetangs zijn. Hij brengt zijn toorts tot tegen hun apenpakken en die schieten in brand. Hop-Frog ontsnapt via het dak en samen met zijn vriendinnetje verdwijnt hij.

 

Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Geschreven door john om 21:55 Reageer op dit bericht

Annabel Lee

Ik heb geen mooie Nederlandse vertaling van het gedicht gevonden, maar wel een van de Portugese dichter Pessoa. Voor de liefhebbers laat ik ze hier volgen.

ANNABEL LEE *
(de Edgar Allan Poe)

Foi há muitos e muitos anos já,
Num reino de ao pé do mar.
Como sabeis todos, vivia lá
Aquela que eu soube amar;
E vivia sem outro pensamento
Que amar-me e eu a adorar.

Eu era criança e ela era criança,
Neste reino ao pé do mar;
Mas o nosso amor era mais que amor --
O meu e o dela a amar;
Um amor que os anjos do céu vieram
a ambos nós invejar.

E foi esta a razão por que, há muitos anos,
Neste reino ao pé do mar,
Um vento saiu duma nuvem, gelando
A linda que eu soube amar;
E o seu parente fidalgo veio
De longe a me a tirar,
Para a fechar num sepulcro
Neste reino ao pé do mar.

E os anjos, menos felizes no céu,
Ainda a nos invejar...
Sim, foi essa a razão (como sabem todos,
Neste reino ao pé do mar)
Que o vento saiu da nuvem de noite
Gelando e matando a que eu soube amar.

Mas o nosso amor era mais que o amor
De muitos mais velhos a amar,
De muitos de mais meditar,
E nem os anjos do céu lá em cima,
Nem demônios debaixo do mar
Poderão separar a minha alma da alma
Da linda que eu soube amar.

Porque os luares tristonhos só me trazem sonhos
Da linda que eu soube amar;
E as estrelas nos ares só me lembram olhares
Da linda que eu soube amar;
E assim 'stou deitado toda a noite ao lado
Do meu anjo, meu anjo, meu sonho e meu fado,
No sepulcro ao pé do mar,
Ao pé do murmúrio do mar.

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door john om 21:21 Reageer op dit bericht

Poe: Annabel Lee

Edgar Allan Poe: Annabel Lee

 

 

 

 

Poe schreef dit gedicht in 1849, het jaar van zijn dood. Men gaat ervan uit dat de Annabel Lee uit het gedicht zijn echtgenote was die twee jaar tevoren aan tbc was gestorven. Hij had haar gehuwd in 1836, toen ze dertien jaar was.

 

Onderwerp van het gedicht is de onsterfelijke liefde tussen de spreker en het meisje (the maiden, de maagd, op haar onschuld en zuiverheid te benadrukken). Hun liefde was zo sterk dat ze de afgunst opwekte van de engelen, die een koude wind naar de aarde zonden die Annabel Lee het leven zou benemen. Maar ook na haar dood blijft de liefde tussen beiden voortbestaan. In de laatste strofe ligt de dichter ’s nachts bij het graf van zijn geliefde.

 

Het gedicht ontleent zijn charme vooral aan het ritme en de vele herhalingen, de binnenrijmen (chilling and killing, ever dissever), enz.

Bij het herhalen van de naam van Annabel Lee valt het volgende op. In de eerste strofe wordt haar naam vermeld zonder lidwoord of bezittelijk voornaamwoord. Het is ook de lezer die wordt aangesporken en die wel al eens zal gehoord hebben van iemand met de naam Annabel Lee. Pas in het laatste woordje van die eerst strofe me doet de dichter zijn intrede. In de strofen 2 tot 5 spreekt hij dan van my Annabel Lee, en in de laatste strofen, als ze dood is, wordt het the beautiful Annabel Lee.

 

De openingszin begint als een sprookje met daarbovenop een koninkrijk en de liefde tussen de twee personen (Romeo and Juliet). Een idyllische setting.

In de tweede strofe wordt de idylle voortgezet. Het gaat om twee kinderen. En de serafijnen, de hoofdengelen, zijn jaloers op de liefde tussen die twee. Het moet dus wel een erg grote liefde zijn, als zelfs de engelen naar een dergelijke liefde hunkeren. Het optreden van de engelen is nog niet echt bedreigend.

In de derde en de vierde strofe heeft het drama zich voltrokken, en de engelen krijgen de schuld van haar dood. In de volgende twee strofen is het de liefde die over de dood heen overwint. Op het eind ligt hij naast zijn geliefde bij het graf. Maar het einde is dubbelzinnig. De laatste twee regels kan men ook lezen als de dichter die bij haar in het graf ligt, dat hij ook verkiest om dood te zijn.

 

De afbeelding is een portret van Poe’s echtgenote.

 

Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Geschreven door john om 00:00 Reageer op dit bericht

Les soirées de Médan

Les soirées de Médan

 

In 1878 koopt Zola in Médan, in de omgeving van Parijs, een huis om rustig te kunnen schrijven. Het wordt een trefpunt van een aantal jonge schrijvers die de romantiek, de fantasie en de sentimentaliteit afzweren en de naturalistische werken van Zola als voorbeeld nemen. Ze komen overeen om gezamenlijk een bundel verhalen te publiceren met als onderwerp de Frans-Duitse oorlog van 1870. In alle verhalen worden het burgerlijke fatsoen, het conformisme, de valse heroïek, enz. op de korrel genomen. De auteurs die eraan meewerken zijn Zola, de Maupassant, Huysmans, Céard, Hennique en Alexis. Ik ga me hier beperken tot het verhaal van Guy de Maupassant (1850 – 1893), het enige dat speciaal voor deze bundel werd geschreven en het enige ook dat het lezen waard is. De titel is Boule de suif of  Vetbolletje.

Rouen is door de Pruisen bezet en een aantal mensen willen om verschillende redenen weg uit de stad. Het gezelschap bestaat uit drie burgerlijke koppels, twee kloosterzusters, een democraat en een lichtekooi, namelijk Vetbolletje. De rit per diligence verloopt niet voorspoedig en duurt veel langer dan verwacht. Vetbolletje is de enige die zich van eten had voorzien en ze deelt dat gul met haar medereizigers. De groep moet overnachten in een dorpje, maar de volgende dag mag hij van de Duitse officier niet vertrekken, tenzij Vetbolletje met hem het bed wil delen. Zij is echter een echte patriot en weigert. Toch zullen de anderen haar na verloop van tijd kunnen overhalen.

De Maupassant gebruikt dit verhaal vooral om de hypocrisie, het egoïsme en de ondankbaarheid van de burgerij te ontmaskeren. Hij doet dat op een meesterlijke manier. Vetbolletje is de enige persoon die menselijk overkomt.

 

Ik las dit boek in een Nederlandse vertaling, uitgegeven door Het Spectrum in 1982. Het is niet nodig om op zoek te gaan naar dat boek, want alleen het werk van Guy de Maupassant is geslaagd. Het is dus interessanter om een bundel verhalen van deze auteur te lezen. Al zijn verhalen zijn niet zo lang geleden in het Nederlands vertaald.

 

De uitvergrote afbeelding kunt u bekijken op het volgende adres: http://membres.lycos.fr/jccau/ressourc/romnatu/medan/medan.htm

 

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door john om 08:25 Reageer op dit bericht

Meer van sprokkelhout

↑ Terug naar de berichten