Schopenhauer over de dood (1)
Schopenhauer over de dood (1)
Schopenhauer citeert bij het begin van zijn betoog Socrates: filosofie is voorbereiding op de dood.
Tegelijk met de rede kreeg de mens noodzakelijkerwijs ook de verschrikkelijke zekerheid van de dood. Schopenhauer stelt vast dat de dood datgene is wat de mens het meest vreest. Dat mag ook blijken uit het feit dat we in onze hevigste vorm van wraakzucht, de dood van onze vijand wensen.
Maar de rede bezorgt de mens ook metafysische denkbeelden die hem daarover troosten. Alle religies en filosofische systemen zijn hoofdzakelijk op dit ene doel gericht; ze zijn in de eerste plaats een tegengif tegen de zekerheid van de dood. De ene religie slaagt daar beter in dan de andere. In het brahmanisme en het boeddhisme beschouwt de mens zichzelf als het oerwezen waaraan elk ontstaan en vergaan in wezen vreemd is. De westerse religies stellen dat de mens geschapen is uit het niets en zij laten het leven beginnen met de geboorte. Schopenhauer stipt daarbij aan hoe absurd die laatste overtuiging is. Men leert de mens dat hij uit het niet is ontstaan, dus een eeuwigheid lang niets is geweest, maar dat hij desondanks in de toekomst onvergankelijk zal zijn.
De angst voor de dood is aangeboren. Alles, was geboren wird, bringt sie schon mit auf die Welt. Dat geldt voor mens zowel als voor dier. Waarom vlucht het dier voor gevaar ? Het weet toch niet wat de dood is ? Het mijdt de dood, omdat het louter wil tot leven is. Zijn enige doel is in leven blijven. Voor de mens is dat net zo, aldus Schopenhauer. Want mocht de mens kiezen dan zou hij de voorkeur geven aan het niet-zijn. Die bewering van Schopenhauer is nogal willekeurig. Hij gaat ervan uit dat het leven in de eerste plaats lijden is. In zijn mooie Duits zegt hij: Klopfte man an die Gräber und fragte die Todten, ob sie wieder aufstehen wollten; sie würden mit den Köpfen schütteln. Hij citeert ook nog Voltaire: On aime la vie; mais le néant ne laisse pas d’avoir du bon. En : Je ne sais pas ce que c’est la vie éternelle, mais celle-ci est une mauvaise plaisanterie.










