Gezelle
Gezelle
Johan van Iseghem : Guido Gezelle 1899-1999 : tien reken en een toovertik.
Dit boek werd uitgegeven ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van het overlijden van Guido Gezelle. Er werd toen een tentoonstelling georganiseerd in Brugge.
Het boek is erg mooi uitgegeven en geïllustreerd. De bijdragen zijn van Gezelle-specialisten, die elk een facet van deze dichter belichten. Enkele onderwerpen: de afkomst van de dichter, Gezelle en de neogotiek, Gezelle en Longfellow, enz. Een zeer mooi en interessant boek.
Johan van Iseghem: Guido Gezelles Vlaemsche Dichtoefeningen
Dit is een werk van een ander kaliber. Het is een doctoraatsthesis, die bovendien bekroond werd door de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Een wetenschappelijk werk, dat ik niet grondig heb gelezen.
In dit boek gaat de auteur onder andere na hoe deze bundel van Gezelle is ontstaan en waar hij de mosterd haalde. Het zijn letterlijk dichtoefeningen, want ze bouwden voort op de toen geldende poëtica. Het belangrijkste werk in dat opzicht was J.J. Nyssen, Essai de poétique uit 1845. Het geeft aanwijzingen hoe een gedicht moet worden geschreven. Van Iseghem toont nu in zijn scriptie aan dat Gezelle die poëtica heel nauwgezet heeft gevolgd.
Ik geef ter illustratie enkele voorbeelden uit het werk van Van Iseghem. Volgens Nyssen ziet het oog liever opgaande bewegingen dan neerwaartse. In de Dichtoefeningen van Gezelle vinden we die bijvoorbeeld terug in de klimmende leeuwerik. Kronkelende bewegingen zijn mooier dan rechtlijnige. Bij Gezelle het krinkelen van het schrijverke. Het is onvoorstelbaar hoeveel voorbeelden de auteur kan aantonen. Maar wat is nu het wonderbaarlijke: hoewel Gezelle die voorschriften nauwgezet toepast, doet zijn poëzie helemaal niet kunstmatig aan. In het hiervoor besproken werk, Tien reken en een Tovertik, noemt Van Iseghem in dat verband het gedicht O ’t ruischen van het ranke riet, waarin veel van die regels zijn verwerkt, maar dat toch van een ongewone oorspronkelijkheid getuigt. Jammer dat ik het boek niet meer bij me hebt, want de beoordeling die hij over dit gedicht geeft, verdient het volledig te worden geciteerd.














