Bilderdijk


Bilderdijk
Voor 20 cent kocht ik onderstaand boek. Het bestaat uit twee delen, samen ongeveer 1500 bladzijden.
De Dichtwerken
van
Mr. Willem Bilderdijk,
met uitzondering van eenige stichtelijke dichtstukken,
naar tijdsorde gerangschikt en met vele ophelderende aanteekeningen uitgegeven
door
Dr. J. Van Vloten
Benevens als inleiding “De Voorlezing” over Bilderdijk
door
Dr. Nicolaas Beets
Ik neem aan dat weinig mensen hierin geïnteresseerd zullen zijn, maar toch wil ik hier geregeld een vers van die dichter overtypen. Voor de aardigheid, niet omdat het hoogstaande poëzie is. Trouwens, ik houd ervan om wat in het verleden te graven, om in deze computertijden wat ouderwets te zijn.
Aan den Heer P. J. Uylenbroek,
In antwoord op zijn brief van 19 mei 1778.
Een samenloop van bezigheden,
Verdrietlijk uit den aard voor ’t oefengraag verstand,
Of liever (waarom toch de waarheid niet beleden:
Wie hoort altoos de stem der reden,
En houdt het rustloos hart geduurzaam in den band?)
Een kwade luim had me overrompeld
En in mistroostigheid gedompeld;
Een kwaal, waartoe ’t gestel mijns lichaams overhelt,
Wanneer ik, juist van pas om deze harsenbeelden,
Die door mijn doffe zinnen speelden,
Te teugelen in hun geweld,
Uw vriendelijken brief mij zag ter hand gesteld.
De brief gaat nog verder, maar ik vrees dat ik Bilderdijk in kleine dosissen zal moeten opvoeren. Let toch eens op het volgende: in regel zes een kwade luim die hij in regel acht samenvoegt in het woordje kwaal.




