Naar de inhoud

sprokkelhout

akke.beakke.be

Berichten van 25 februari 2008 tot 2 maart 2008

Joden in Engeland

Joden in Engeland

In 1190 werden joden voor het eerst uit een Engelse stad verbannen. In de dertiende eeuw zouden nog veel steden dat voorbeeld volgen.

In 1274 veroordeelde paus Gregorius X woeker als een zonde. De toenmalige koning van Engeland, Edward I, trad onmiddellijk in actie. Hij startte een onderzoek bij de Florentijnse bankiers en vervolgens bij de joden. 200 jaar lang hadden de joodse bankiers in de gunst bij de Kroon gestaan, omdat ze de koninklijke koffers vulden. Maar door het verbod op het maken van winst en het betalen van hoge belastingen waren veel joden verarmd. Ze werden dus minder interessant. Er werd nog een poging ondernomen om van de joden in plaats van bankiers en koopmannen gewone arbeiders te maken. Dat plan mislukte echter. De volgende stap bestond erin de joden een kenteken te laten dragen:

 

And that each Jew after he shall be seven years old, shall wear a badge on his outer garment that is to say in the form of two tables joined of yellow fait of the length of six inches and of the breadth of three inches.

 

Ten slotte vaardigde Edward I op 18 juli 1290 een decreet uit  dat alle joden verplichtte om tegen 1 november het land te verlaten. Wie dat niet deed kon terechtgesteld worden. De joden vertrokken vooral naar Frankrijk, maar ook naar Spanje en de Nederlanden. Engeland had de spits afgebeten. Zestien jaar later zouden de joden uit Frankrijk verbannen worden en 200 jaar later uit Spanje door Ferdinand en Isabella.

 

Het zou 350 jaar duren voordat de joden mochten terugkeren, dus nadat Shakespeare en Marlowe hun toneelstukken schreven. Hun werken spelen dan ook niet in Engeland, maar in Venetië en Malta. Joden werden in hun tijd nog altijd aangezien als slecht.  Waarschijnlijk zullen beide schrijvers nooit een jood ontmoet hebben.

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door john om 20:26 Reageer op dit bericht

Christopher Marlowe: The Jew of Malta

Christopher Marlowe: The Jew of Malta

 

Marlowe werd geboren in hetzelfde jaar als Shakespeare, in 1564. Hij schreef dit werk vroeger dan Shakespeare zijn Koopman van Venetië. De taal van Marlowe is veel eenvoudiger. In zijn stuk zit ook meer vaart en het is levendig geschreven. Er treden ook meer onderwereldfiguren in op en het lijkt volkser dan wat Shakespeare schrijft.

 

Het verhaal speelt op Malta dat wordt geregeerd door de gouverneur Ferneze. Er komt een delegatie Turken op bezoek die de betaling eisen van een tien jaar oude schatting. Ferneze beslist om de joden van het eiland daarvoor te laten opdraaien. Onder hen ook Barabas, de rijkste jood. De joden moeten de helft van hun bezit afstaan. Als Barabas tegenpruttelt, wordt zijn hele bezit aangeslagen. Ook zijn huis, waar men een nonnenklooster zal van maken. In dat huis heeft hij nog geld en juwelen verborgen. Daarom wil hij dat zijn dochter zich zogezegd bekeert en intreedt bij de nonnen. Op die manier hoopt hij dat deel van zijn bezit te recupereren.

 

In een monoloog verdedigt Barabas het vergaren van rijkdom door de joden en spot hij met de christenen die geen winst mogen maken.

 

Thus trowls (binnenstromen) our fortune in by land and sea,

And thus are we on every side enrich’d.

These are the blessings promis’d to the Jews,

And herein was old Abram’s happiness:

What more may heaven do for earthly man

Than thus to pour out plenty in their laps,

Ripping the bowels of the earth for them,

Making the sea their servant, and the winds

To drive their substance with successful blasts ?

Who hateth me but for my happiness ?

Or who is honour’d now but for his wealth ?

Rather had I, a Jew, be hated thus,

Than pitied in a Christian poverty;

For I can see no fruits in all their faith,

But malice, falsehood, and excessive pride,

Which methinks fits not their profession.

 

Als Ferneze de joden bijeenroept om hun geld te vragen, houdt de sluwe Barabas zich van de domme. Hij begrijpt zogezegd dat ze oorlog gaan voeren tegen de Turken.

 

Ferneze: And therefore are we to request your aid.

Barabas: Alas, my Lord, we are no soldiers !

               Ans waht’s our aid against so great a prince ?

First knight: Tut, Jew, we know thou art no soldier:

                     Thou art a merchant and a money’d man,

                     And ‘tis they money, Barabas, we seek.

 

Als Barabas vaststelt dat er geen weg terug is, en hij alles kwijt raakt, zegt hij:

 

 Will you, then steal my goods ?

 Is theft the ground of your religion ?

Hij mag op Malta blijven wonen:

 

Ferneze: But here in Malta, where thou gott’st they wealth,

              Live still, and, if thou, canst, get more.

Barabas: Christians, what or how can I multiply ?

               Of naught is nothing made

 

Barabas vervloekt de christenen die hem bestolen hebben

 

Ay, policy! That’s their profession,

And not simplicity, as they suggest.

The plagues of Egypt, and the curse of heaven,

Earth’s barrenness, and all men’s hatred,

Inflict upon them, thou great Primus Motor!

And here upon my knees, striking the earth,

I ban their souls to everlasting pains,

And extreme tortures of the fiery deep,

That thus have dealt with me in my distress.

 

Een staaltje van zijn hoogmoed:

 

See the simplicity of these base slaves,

Who, for the villains have no wit themselves,

Think me to be a senseless lump of clay,

That will with every water wash to dirt!

No, barabas is born to better chance,

And fram’d of finer mould than common men,

That measure naught but by the present time.

A reaching thought will search his deepest wits,

And cast with cunning for the time to come;

For evils are apt to happen every day.

 

Een nevenfiguur, Mathias, a gentleman, ziet met spijt in het hart hoe Abigail, Barabas’ dochter in het klooster gaat:

 

Who’s this ? Fair Abigail, the rich Jew’s daughter,

Become a nun! Her father’s sudden fall

Has humbled her, and brought her down to this.

Tut, she were fitter for a tale of love,

Than to be tired out with orisons;

And better would she far become a bed,

Embraced in a friendly lover’s arms,

Than rise at midnight to a solemn mass.

 

In het tweede bedrijf heeft Barabas via Abigail zijn verborgen schat in handen gekregen. Intussen is op Malta de vice-admiraal van Spanje aangekomen. Hij had een zeegevecht tegen de Turken gewonnen en wil nu op Malta de gevangen zeelieden als slaven verkopen. 

 

Go, officers, and set them straight in show.

 

Hij is bereid de hulp van Spanje in te roepen om de Turken te verslaan. Ferneze benoemt hem tot generaal van Malta en in plaats van de Turken te betalen:

 

We’ll send thee bullets wrapt in smoke and fire.

Honour is bought with blood, and not with gold.

 

Barabas is opnieuw rijk:

 

In spite of these swine-eating Christians,

(Unchosen nation, never circumcis’d,

such as, poor villains, were ne’er thought upon

till Titus and Vespasian conquer’d us)

am I become as wealthy as I was.

They hop’d my daughter would ha’ been a nun;

But she ‘s at home, and I have bought a house

As great and fair as is the governor’s

 

Lodowick, de zoon van de gouverneur, wil zijn kans wagen bij Abigail, maar Barabas beraamt een plannetje:

 

Now will I show myself to have more of the serpent than the dove, that is, more knave than fool.

 

Barabas koopt op de markt de slaaf Ithamore en geeft hem direct goede raad.

 

And I will teach thee that shall stick by thee.

First, be thou void of these affections:

Compassion, love, vain hope, and heartless fear;

Be mov’d at nothing, see thou pity none,

But to thyself smile when the Christians moan.

 

Barabas vraagt de Turkse slaaf hoe hij zoal zijn tijd heeft doorgebracht en die lijkt ook geen doetje te zijn geweest:

 

Faith, master.

In setting Christian villages on fire,

Chaining of eunuchs, binding galley slaves.

One time I was an hostler in an inn,

And in the night time secretly would I steal

To traveller’s chambers, and there cut their throats.

Once at Jerusalem, where the pilgrims kneel’d,

I strewed powder on the marble stones,

And therewithal their knees would rankle so,

That I have laugh’d a-good to see the cripples

Go limping home to Christendom on stilts.

 

In het verdere verloop van het stuk gebeurt nog heel wat. Barabas zal verschillende tegenstanders vermoorden, onder wie zijn dochter. Door verraad schopt hij het zelfs tot gouverneur van Malta. Maar ten slotte komt hij om het leven in een valstrik die hij voor iemand anders had gespannen.

 

 

 

 

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door john om 19:36 Reageer op dit bericht

Franz Kafka: Brief an den Vater

Franz Kafka: Brief an den Vater

 

Kafka schreef zijn Brief an den Vater in november 1919, toen hij 36 jaar was, of vijf jaar voor zijn dood. In de zomer van 1919 had hij zich verloofd met Julie Wohryzek. Het onbeschofte en beledigende antwoord van zijn vader op dat nieuws vormde waarschijnlijk de aanleiding voor het schrijven van die (lange) brief. Kafka haalt het incident aan in zijn brief.

 

Du sagtest zu mir etwa: “Sie hat wahrscheinlich irgendeine ausgesuchte Bluse angezogen, wie das die Prager Jüdinnen verstehn, und daraufhin hast Du Dich natürlich entschlossen, sie zu heiraten. Und zwar möglichst rasch, in einer Woche, morgen, heute. Ich begreife Dich nicht, Du bist doch ein erwachsener Mensch, bist in der Stadt, und weißt Dir keinen anderen Rat, als gleich eine Beliebige zu heiraten. Gibt es da keine anderen Möglichkeiten ? Wenn Du Dich davor fürchtest, werde ich selbst mit Dir hingehn.

 

Wat zijn vader hier zegt, is dus niet minder dan dat hij zijn zoon wel naar een bordeel wil begeleiden als hij dat alleen niet durft.

 

De brief is 70 bladzijden lang. Van begin tot eind maakt Kafka erin het proces van zijn vader. Van in zijn jonge jaren tot op het moment van zijn huwelijksaanzoek. Met dat huwelijk zou het niets worden. Kafka leerde in die tijd ook Milena kennen met wie hij een verhouding begon. Zijn relatie met Julie liep langzaam af. In zijn correspondentie met Milena heeft hij het enkele keren over deze brief. Zo op 21.6.1920:

 

Wenn Du einmal wissen wilst wie es früher mit mir war, schicke ich Dir von Prag den Riesenbrief, den ich vor etwa ½ Jahr meinem Vater geschrieben aber noch nicht gegeben habe.

 

Zijn vader zal de brief nooit te lezen krijgen, want hij werd achtergehouden door Kafka’s moeder. In juli schreef hij weer aan Milena:

 

Morgen schicke ich Dir den Vater-Brief in die Wohnung, heb ihn bitte gut auf, ich könnte ihn vielleicht doch einmal dem Vater geben wollen. Laß ihn womöglich niemand lesen. Und verstehe beim Lesen alle advokatischen Kniffe, es ist ein Advokatenbrief.

 

In augustus heeft hij het een laatste maal over de brief:

 

Eine gute Voraussetzung wäre es auch wenn Du meinen (im übrigen schlechten, unnötigen) Vaterbrief kennen würdest.

 

Hierin neemt hij al een beetje afstand van zijn brief. Hij vindt hem niet goed (geschreven) en overbodig. Misschien heeft het schrijven van de brief louterend gewerkt, heeft hij zijn frustraties van zich kunnen afschrijven. Misschien ook werd hij overbodig door zijn jonge relatie met Milena. Wat hij zijn vader vooral verwijt is zijn onbegrip. Hij bestierde het huishouden en het leven van zijn kinderen als een tiran. In Deinem Lehnstuhl regiertest Du die Welt.

 

Aan de andere kant maakt Kafka ook zijn eigen proces, in de zin dat hij zich nooit heeft kunnen ontworstelen aan de invloed van zijn vader.

In de brief komen hier en daar ook positieve punten naar voren, maar die worden dan dadelijk weer tenietgedaan. De kracht van zijn vader bijvoorbeeld was al voldoende dat het kind zich minderwaardig voelde.

 

Ich war ja schon niedergedrückt durch Deine bloße Körperlichkeit. Ich erinnere mich zum Beispiel daran, wie wir uns öfters zusammen in einer Kabine auszogen. Ich mager, schwach, schmal, Du stark, groß, breit. Schon in der Kabine kam ich mir jämmerlich vor, und zwar nicht nur vor Dir, sondern vor der ganzen Welt, denn Du warst für mich das Maß aller Dinge. Traten wir dann aber aus der Kabine vor die Leute hinaus, ich an Deiner Hand, ein kleines Gerippe, unsicher, bloßfüßig auf den Planken, in Angst vor dem Wasser, unfähig Deine Schwimmbewegungen nachzumachen, die Du mir in guter Absicht, aber tatsächlich zu meiner tiefen Beschämung immerfort vormachtest, dann war ich sehr verzweifelt, und alle meine schlimmen Erfahrungen auf allen Gebieten stimmten in solchen Augenblicken großartig zusammen.

 

Als de kinderen dan al iets positiefs hadden te vertellen thuis, was de reactie van de vader meestal als volgt:

 

Man mußte nur über irgendeine Sache glücklich sein, von ihr erfüllt sein, nach Hause kommen und es aussprechen, und die Antwort war ein ironisches Seufzen, ein Kopfschütteln, ein Fingerklopfen auf den Tisch: „Hab auch schon etwas Schöneres gesehn“ oder „Mir gesagt Deine Sorgen“ oder „Ich hab keinen so geruhten Kopf“ oder „Kauf Dir was dafür“ oder „Auch ein Ereignis!“.

 

Ook voor het schrijven van zijn zoon had hij geen interesse.

 

Richtiger trafst Du mit Deiner Abneigung gegen mein Schreiben und was, Dir unbekannt, damit zusammenhing. Hier war ich tätsachlich ein Stück selbständig von Dir weggekommen, wenn es auch ein weinig an den Wurm erinnerte, der, hinten von einem Fuß niedergetreten, sich mit dem Vorderteil losreißt und zur Seite schleppt. ... Meine Eitelkeit, mein Ehrgeiz litten zwar unter Deiner für uns berühmt gewordenen Begrüßung meiner Bücher: „Legs auf den Nachttisch !“...

 

Kafka had oorspronkelijk de bedoeling met deze brief een poging tot verzoening met zijn vader te ondernemen. Maar al schrijvend is er waarschijnlijk zoveel naar boven gekomen en is hij ook in de ban van het schrijven geraakt, dat de brief zijn doel voorbijgeschoten is. De brief eindigt dan ook als volgt:

 

… meiner Meinung nach (ist) doch etwas der Wahrheit so sehr Angenähertes erreicht, daß es uns beide ein weinig beruhigen und Leben und Sterben leichter machen kann.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door john om 17:09 Reageer op dit bericht

Willem de Mérode: De witte kater

Willem de Mérode: De witte kater

 

Hij ligt graag op de leuning van mijn stoel,

Een warme sneeuwbal, die zich kan ontwinden

En naar het lege tasten als een blinde,

En golven met zijn rug of een gevoel

Zich uit wil leven tot een melodie,

Achteloos in de stille lucht geschreven.

Dan zit hij star, uit wit metaal gedreven,

En schuift voorzichtig over op mijn knie.

 

Hij schikt heel streng mijn leven naar zijn lot,

En glimlacht met zijn grote grijze ogen

En krult, vraagteken van een wijze spot,

Zijn schone staart en geeuwt (maar ingetogen)

En geeft een kopje en slaat zijn scherpe tanden

En klauwen spelend in mijn drieste handen.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door john om 08:22 Reageer op dit bericht

Meer van sprokkelhout

↑ Terug naar de berichten