Jacob Winkler Prins: Uit mistig grijze morgenstrepen


Jacob Winkler Prins: Uit mistig grijze morgenstrepen
Jacob Winkler Prins (1849-1904) is de zoon van de Winkler Prins die hoofdredacteur van de encyclopedie was. Hij was tevens schilder, wat uit onderstaand gedicht mag blijken.. Ik weet zelf niet veel over hem, maar trof enkele gedichtjes aan die me wel bevielen. Komrij heeft van hem 5 gedichten opgenomen in zijn bundel van 19e en 20e eeuw. Het onderstaande komt uit een andere verzamelbundel, samengesteld door Van Hall, namelijk de zesde druk van zijn Dichters van dezen Tijd.
Uit mistig grijze morgenstrepen,
Een onbewogen meer gelijk,
Verschijnen vormelooze repen: -
’t Zijn boomen op een hoogen dijk.
Nu ’t lichter wordt zie ik iets blinken
Als sikkels, opgaande uit den mist
En klokjes hoor ik droomrig klinken; -
De herder met zijn koeien is ‘t.
En meer en meer komt ’t groen der weiden
Te voorschijn uit den morgendamp;
’t Zijn bloemen, die mijn oog verblijden,
Geel als een stralend helle lamp.
Reeds flonk’ren hoog de popeltoppen
En lager ’t groen der beukenheg;
De dauwdrop vonkt aan windeknoppen
De morgenwind waait nevels weg.
Gezegend, licht uit nacht gestegen,
Zoo vriendlijk lacht uw oog mij aan; -
Ik sta op ’t kruispunt van veel wegen –
o, Zeg mij welken kant te gaan !

