Naar de inhoud

sprokkelhout

akke.beakke.be

Archief

Charles Ducal: In inkt gewassen

Charles Ducal: In inkt gewassen

 

Dit is een prachtige en heel toegankelijke dichtbundel. Hij bestaat uit acht afdelingen die niet direct met elkaar in verband staan. Een thema dat wel in de meeste afdelingen en in veel gedichten terugkeert, is dat van het dichterschap.

 

In het gedicht ‘Terreur’ bijvoorbeeld schept het schrijfproces afstand tussen de dichter en zijn huisgenoot, vervreemdt het hem van zijn partner (of van hemzelf). Om het schuldgevoel dat daarmee gepaard gaat, van zich af te schudden, om tóch te kunnen dichten, verplaatst de dichter zich in zijn partner. Hij voelt de angst, de terreur die zijn schrijven bij zijn partner teweegbrengt. Tegelijk plaatst hij de dichter buiten zichzelf, beschrijft hij hem als een vreemde in huis. Als het gedicht dan geschreven is, keert de harmonie terug.

 

Terreur

 

Vannacht hoorde ik met jouw oren.

Er klonk gehamer. Ergens in huis
werden woorden geslagen.

Ik proefde de angst in je mond.

 

Iemand die buiten ons stond
telde op ijzeren vingers syllaben.

Het huis dat jij had leren praten
zweeg. Een ijzeren stem dwong

je lichaam niet in te slapen,
beschikbaar te blijven als een instrument
dat wacht tot het lied is geschapen,
en dan gaat zingen, gelijkgestemd.

 

 

Voor bepaalde gedichten heeft een dichter soms weinig nodig. In het gedicht ‘Bij het lezen van Lucas’ gebruikt Ducal enkele wonderen van Jezus, de opwekking uit de dood van het dochtertje van Jaïrus, het stillen van de storm op het meer enz. Hij zegt dat Jezus die wonderen beter niet had verricht. Dan waren wij nu niet zo berustend geweest (zuchtend in de kerk en voor de tv), maar zouden we zelf moed aan de dag hebben gelegd en in opstand gekomen zijn om onrecht en leed te bestrijden.

Elk idee in het gedicht is vervat in een groep van twee kwatrijnen die telkens met het woord ‘Misschien’ begint. Hierdoor krijgt het gedicht een bezwerend karakter en doet het aan een psalm denken. Dit gedicht komt voor in de laatste afdeling ‘Anderzijds’, waarin het Christendom en maatschappijkritiek min of meer samenvallen. Een minieme bevrijdingstheologie voor de hedendaagse westerling.

 

Bij het lezen van Lucas

 

Misschien had u het dochtertje
beter dood kunnen laten
en de storm op het meer
zijn gang laten gaan

en de maanzieke knaap
aan de duivel gelaten
en de vijfduizend hongerig
naar huis laten gaan.

 

Misschien waren wij dan
niet zo lang binnen gebleven,
zuchtend in onze kerken
en voor de tv,

terwijl de storm groter werd
en de dochtertjes stierven
als vliegen en de broden
en vissen niet konden verdeeld.

 

Misschien hadden wij dan
genoeg moed en mankracht
verzameld om zelf uit te werpen
de onreine geest

die deze wereld verscheurt
en verplettert, schuimend
van onze onmacht,
opgezweept door onze vrees.

 

De bundel eindigt met het gedicht ‘Revolutie’ dat op zijn beurt eindigt met het woord ‘begin’, een teken van hoop.

 

Revolutie

is iets anders dan opstand maken
met barricaden, dronken massa’s
en opgezweept bloed.

 

De stad ligt kalm, weldoorvoed,
een beetje lam van de zon,
in haar stralen te blinken.

Mensen lopen te winkelen,
in vrede met uur en dag,
doof en blind.

 

Een knaap roept daar iets tegenin
en steekt een krant in de hoogte.

Het heeft iets wanhopigs, maar toch,

het is een begin.

 

 

De bundel is in 2006 uitgegeven bij Uitgeverij Atlas, Amsterdam/Antwerpen.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door john om 17:29 Reageer op dit bericht

Amoz Oz: Verzen van het leven en de dood

Amoz Oz: Verzen van het leven en de dood

 

De schrijver is op weg naar een literaire avond waar uit zijn werk zal voorgelezen worden en een interview worden afgenomen. Hij gaat eerst nog iets eten en zo ontwikkelt zich een lange fantasie die begint met de serveerster in de eetgelegenheid en waarin verder alle personen voorkomen die hij die avond nog zal ontmoeten. Ook het meisje dat uit zijn werk zal voordragen. Hij fantaseert een hele verleidingsscène. Die passage zou eigenlijk kunnen dienen als voorlichting om jongens te leren hoe ze op seksueel vlak met een meisje moeten omgaan.

 

Verzen van het leven en de dood is de titel van een dichtbundel waarin gedichten staan van het genre:

Er is geen bruidegom zonder bruid
en geen theepot zonder tuit
.

 

Achteraan in het boek staan de meeste personages opgesomd in de volgorde waarin ze in het verhaal verschijnen. Voor de zondagsdichter is dat bijvoorbeeld:

 

Tsefanja Beet Halachmi, dichter. Zijn werkelijke naam is, voor zover mij bekend, Avraham (Boemek) Schuldenfrei. Auteur van Verzen van het leven en de dood. Had het in één geval mis.

 

Dat geval slaat op het voornoemde vers. Want de bruidegom is de schrijver, die de hele avond en nacht ronddoolt, van zijn fantasie leeft, maar ten slotte alleen blijft.

 

Het is een roman waarin de verbeelding de hoofdrol krijgt toebedeeld, verbeelding die het leven van de schrijver inhoud moet geven.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door john om 18:23 Reageer op dit bericht

Goldsmith (1728-1774)

Ill fares the land, to hastening ills a prey
Where wealth accumulates, and men decay.
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door john om 16:05 Reageer op dit bericht

Shakespeare: The Tempest

Shakespeare: The Tempest

 

Prospero, de hertog van Milaan, hield zich meer bezig met zijn boeken dan met het besturen van zijn stad. Dat liet hij liever over aan zijn broer Antonio. Die kreeg de smaak echter te pakken, sloot een verbond met de koning van Napels, nam de macht over en deponeerde  Prospero en zijn dochter Miranda op een niet zeewaardig schip, in de hoop dat ze zouden omkomen. Prospero doet het verhaal:

 

They hurried us aboard a bark,

Bore us some leagues to sea; where they prepared

A rotten carcass of a butt, not rigg’d,

Nor tackle, sail, nor mast; the very rats

Instinctively have quit it: there they hoist us,

To cry to th’ sea that roar’d us; to sigh

To th’winds, whose pity, sighing back again,

Did us but loving wrong.

 

Dankzij de voorzienigheid spoelen ze behouden aan op een eiland. Er leven maar twee personen, Caliban en Ariel. Caliban is een wilde, misvormd, bij zijn moeder, een heks, verwekt door de duivel.

 

Thou poisonous slave, got by the devil himself

Upon thy wicked dam.

 

Ooit probeerde Prospero deze Caliban op te voeden, maar de man bleef onbetrouwbaar. Toen hij probeerde Prospero’s dochter Miranda aan te randen, maakte Prospero hem tot zijn slaaf. Hij laat hem door Ariel en zijn geesten plagen en pesten. Ariel was ooit de slaaf van de heks Sycorax, de moeder van Caliban. Omdat hij weigerde haar bevelen uit te voeren, sloot ze hem op in een gekloofde pijnboom. Daaruit werd hij later door Prospero bevrijd. Nu voert hij een legertje geesten aan en is de onvoorwaardelijke dienaar van Prospero die hem later zijn vrijheid zal terugschenken.

 

Het toneelstuk begint echter met een storm. Voor de kust van het eiland vergaat een schip met aan boord de corrupte broer van Prospero, de koning van Napels en zijn zoon Ferdinand enz. Door de toverij van Prospero en met behulp van Ariel blijft het hele gezelschap in leven en komt het op het eiland terecht. Er worden enkele intriges op touw gezet, maar uiteindelijk komt alles goed. Prospero wordt in zijn rechten hersteld en zijn dochter huwt met Ferdinand.

 

Tijdens die storm zijn de passagiers in paniek. De enige die zijn hoofd koel houdt is de bootsman die het schip probeert te redden. Als hij de bemoeials naar hun kajuit stuurt, wijst Gonzales, de enige goede edelman, de bootsman terecht met de woorden:

 

Good, yet remember whom thou hast aboard.

 

Waarop de bootsman antwoordt:

 

None that I more love than myself.

 

Gonzales put hoop uit de zeemanskunst van deze bootsman en laat dat blijken in de volgende sarcastische woorden:

I have great comfort from this fellow: methinks he hath no drowning mark upon him; his complexion is perfect gallows (d.i. geschikt voor de galg).

 

Een van de mooiste stukjes uit dit werk is het lied dat Ariel zingt voor Ferdinand, waarin hij hem in de waan laat dat zijn vader verdronken is.

 

Full fadom five thy father lies;

Of his bones are coral made;

Those are pearls that were his eyes:

Nothing of him that doth fade,

But doth suffer a sea-change

Into something rich and strange.

 

Een ander lied, een zeemanslied, wordt gezongen door de dronken Stephano:

 

The master, the swabber, the boatswain, and I,

The gunner, and his mate,

Lov’d Mall, Meg, and Marian, and Margery,

But none of us car’d for Kate:

For she had a tongue with a tang,

Would cry to a sailor, Go hang!

She lov’d not the savour of tar nor of pitch;

Yet a tailor might scratch her where’er she did itch.

Then to sea, boys,and let her go hang!

 

Shakespeare heeft zich voor dit toneelstuk onder meer laten inspireren door het essay ‘Des Cannibales’ van Montaigne. Daarin beschrijft deze een natuurlijke samenleving waarin de natuur voor alles zorgt, waar de menselijke tussenkomst alleen maar onheil aanricht.

 

C’est une nation en laquelle il n’y a aucune espèce de trafic; nulle connaissance de lettres; nulle science de nombres; nul nom de magistrat, ni de supériorité politique; nuls usages de service, de richesse ou de pauvreté; nul contrats; nulles successions; nuls partages; nulles occupations qu’oisives; nul respect de parenté que commun; nuls vêtements ; nulle agriculture ; nul métal ; nul usage de vin ou de blé.

 

Shakespeare neemt deze passage bijna letterlijk over in de mond van Gonzales die fantaseert over wat hij als koning op dat eiland zou doen:

 

And were the King on ‘t, what would I do ?

 

I’ th’ commonwealth I would by contraries (tegen de gewoonte in)

Execute all things; for no kind of traffic

Would I admit; no name of magistrate;

Letters should not be known; riches, poverty

And use of service, none; contract, succession,

Bourn, bound of land, tilth, vineyard, none;

No use of metal, corn, or wine, or oil;

No occupation; all men idle, all;

And women too, but innocent and pure:

No sovereignity; -

 

All things in common Nature should produce

Without sweat or endeavour: treason, felony,

Sword, pike, knife, gun, or need of any engine,

Would I not have; but Nature should bring forth,

Of it own kind, all foison, all abundance,

To feed my innocent people.

 

In het werk heeft Shakespeare ook een masque of maskerspel opgenomen. Een spel met muziek en dans, hier opgevoerd door de elfen en geesten. Na afloop daarvan zegt Prospero een beroemde dialoog:

 

Our revels now are ended. These our actors,

As I foretold you, were all spirits, and

Are melted into air, into thin air:

And, like the baseless fabric of this vision,

The cloud’capp’d towers, the gorgeous palaces,

The solemn temples, the great globe itself,

Yea, all which it inherit, shall dissolve,

And, like this unsubstantial pageant faded,

Leave not a rack behind. We are such stuff

As dreams are made on; and our little life

Is rounded with a sleep.

 

Tot slot nog een korte tekst uitgesproken door Miranda, die verbaasd is over de schoonheid van de wereld en de mensen. Hier heeft A. Huxley de titel gevonden voor zijn bekende boek:

 

O, wonder!

How many goodly creatures are there here!

How beauteous mankind is! O brave new world,

That has such people in ‘t!

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door john om 17:40 1 reactie Reageer op dit bericht

David van Reybrouck: Slagschaduw

David van Reybrouck: Slagschaduw

 

De hoofdpersoon staat ietwat ontredderd in zijn tijd. Hij schrijft als freelancer reportages voor een zaterdagkrant. Het valt hem echter moeilijk om zich aan te passen aan de trendy eisen van de nieuwe hoofdredactrice. Bovendien heeft hij korte tijd geleden zijn collega, fotograaf en goede vriend verloren, toen ze samen op reportage waren. Een verlies waar hij zich niet overheen kan zetten. Ten slotte is het ook tot een breuk gekomen met zijn vriendin. De aanleiding daarvoor is voor een stuk gelegen aan de angst van de hoofdpersoon om een gewoon leven te gaan leiden, om de verantwoordelijkheid van een gezin op zich te nemen.

 

De hoofdpersoon reageert hierop door in het verleden te duiken. Hij wil een artikel schrijven over een vrouw die model heeft gestaan voor de beeldhouwer Rombaux. Die had in 1923 een standbeeld gemaakt van de jonge verzetsheldin Gabrielle Petit die in 1916 door de Duitsers werd gefusilleerd. Zijn opzoekwerk brengt hem in contact met verschillende mensen en ten slotte ook met een bejaarde kunstenares die zijn leven opnieuw wat richting lijkt te geven.

 

De roman is tegelijk een ode aan Brussel, hoewel die lofzang nogal oppervlakkig blijft. Aan de problemen van de stad wordt nauwelijks aandacht besteed. De auteur bekijkt alles vanuit de egocentrische blik van de hoofdpersoon.

 

Het boek leest heel vlot en is mooi geschreven. Het is bovendien interessant omdat het ons bijvoorbeeld laat kennismaken met het technische aspect van het kunstambacht.

 

 

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door john om 14:23 Reageer op dit bericht

Norbert De Beule: EBdiep

Norbert De Beule: EBdiep

 

Toen ik de titel van deze dichtbundel zag, las ik hem met de letters E en B afzonderlijk en vervolgens het woord diep. Er staat echter gewoon ebdiep, met eb in de betekenis van laagtij.

 

De bundel bavat drie afdelingen: ZWAARveld, RUUSbroek en STEENdorp. Ik zal me bezighouden met de eerste en meest toegankelijke afdeling en daarin vooral met het eerste gedicht.

 

ZWAARveld bestaat uit 15 teksten in versvorm. Het eerste gedicht telt 14 regels. De volgende telkens één regel minder tot de laatste tekst die uit een regel van één woord bestaat. Verder bevatten de gedichten 1 tot 11 tekst in een groot lettertype en tekst in een klein lettertype. Het eigenaardige is dat men het gedicht op twee manieren kan lezen. In het eerste gedicht bijvoorbeeld sluit de vierde strofe in groot letterschrift aan op de eerste in die schriftsoort. Maar tegelijk kan men het gedicht ook doorlopend lezen.

Inhoudelijk is er tussen de teksten met groot en klein lettertype ook een verschil. Bij de eerste soort bevindt de dichter zich in het heden en beschrijft hij heel concreet wat hij om zich heen waarneemt. Bij de kleine schriftsoort keert hij zich naar binnen.

 

Mist trekt mij de koude
kleren aan. Ik sta ongeschoren
tussen twee stoppelvelden
kleumvast in ’t broek

 

de dingen die ik draag
zijn niet te dragen
ik worstel en ontwortel
aan het vertakte vaderdier

dat opnieuw een lichaam krijgt
in de blinde meersen
doet alsof het mijn ogen heeft

de hele kluit bedondert
mijn beslijkte schoenen zijn de aarde
doorwerkte aarde, klomp

 

 

 

Het gedicht begint met het woord mist. Die vervult de dichter met kilte. Mist heeft ook tot gevolg dat iemand in een landschap wordt afgezonderd. De dichter zal in de volgende twee strofen zijn blik van de omgeving verleggen naar zijn innerlijk. Mist maakt die overgang gemakkelijker. Hij staat ongeschoren tussen twee stoppelvelden. Een troosteloos landschap. Stoppelvelden wijzen erop dat er een oogst was en dat die is binnengehaald. De stoppelbaard van de dichter verwijst echter naar verdriet. De dichter staat ook niet klemvast, maar kleumvast. Hij staat te verkleumen, lijkt vastgevroren, zit ergens mee.

 

Er is iets aan de hand met de vader, die landbouwer was.  De dichter draagt een last. Hij voert een strijd die hem moet losmaken van de vader. Deze is vertakt, d.w.z. hij werpt zijn schaduw heel ver en dringt diep door, misschien als een dier dat zijn weg graaft in de aarde.

 

In de volgende strofe heeft er een metamorfose plaats. De dichter, de zoon, voelt hoe hij zijn vader wordt, hij herkent in zichzelf trekken die hij met zijn vader gemeenschappelijk heeft. Maar dat is een illusie. De vader is ten dode opgeschreven.

 

De dichter kan niet opnieuw op vaste grond staan. Neen, zijn beslijkte schoenen zijn de aarde. Daartegenover staat de aarde die door zijn vader bewerkt werd, en tegenover zijn schoen staat de klomp van de landbouwer.

 

Ik weet niet in hoever ik dit gedicht juist heb geïnterpreteerd.

 

Op de flap van de bundel staat dat Norbert De Beule een voordrachtskunstenaar is. Dat valt aan deze gedichten af te lezen. Niet alleen aan de vele alliteraties, maar ook aan de ingebouwde verrassingseffecten, bijv. woorden als kleumvast en doorwerkt (waar we doorweekt zouden verwachten.

 

Ook de andere gedichten uit die afdeling zijn het lezen en overdenken waard. Men treft telkens woorden aan die naar vroegere gedichten verwijzen, vader, aarde, handpalm enz. die de cyclus duidelijkheid verschaffen.

 

Wie tijd heeft en zich moeite wil getroosten zal aan deze bundel veel genoegen beleven.

 

De bundel is in 2006 uitgegeven bij uitgeverij Contact.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door john om 16:13 Reageer op dit bericht

Een naam

Een naam

 

Ik vraag zijn naam. Een mooie naam: Renato.

En waar hij woont. Hij lacht en zegt: Sorrento.

Wij scheiden. Mijn stomer ligt op de ree.

Niets dan wat klank van namen neem ik mee.

 

 

 

Een van de vele kwatrijnen die De Haan schreef. Vooral de eerste twee regels zijn prachtig van muzikaliteit. Wie ze luidop of zelfs stil leest, zal ze bijna beginnen te zingen.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door john om 09:27 Reageer op dit bericht

Ira Levin: Een kus voor je sterft

Ira Levin: Een kus voor je sterft

 

Ik ben geen thrillerlezer, maar omdat deze titel werd aangeraden door de Standaard journalist Bart Brinckman in zijn jaareindelijstje, heb ik me er toch maar aan gewaagd. De openingszin is: Het was allemaal zo mooi volgens plan verlopen, zo verdomd mooi, en nu zou zij het nog kapotmaken.

Aan het woord is de toekomstige moordenaar die van zijn verliefde verneemt dat ze zwanger is. Zij is de dochter van een rijke kopermagnaat en de moordenaar had zijn zinnen op een rijke buit gezet. Hij tracht het meisje te overtuigen om een abortus te laten uitvoeren. Als dat niet lukt, beslist hij om ze te vermoorden. Hij ensceneert een zelfmoord en slaagt in zijn opzet.

Dat hoofdstuk, Dorothy, naar de naam van het meisje, is heel knap en spannend geschreven. Het tweede hoofdstuk heet Ellen. Zij is de zus van Dorothy die twijfelt aan de versie van de zelfmoord. Ze gaat op onderzoek uit en na eliminatie blijven er twee verdachten over met wie ze op avontuurlijke wijze in contact komt. Ook dat hoofdstuk is boeiend. Ik wil verder niets verklappen, alleen dat er ook nog een derde zus in het stuk zal voorkomen.

De verdere ontwikkeling van de plot heeft me wat ontgoocheld. Ik had liever gezien dat de twijfel van Ellen tussen de twee kandidaat-moordenaars verder was uitgewerkt. Maar nu duikt er onverwachts nog iemand op. Zodra we de moordenaar bij naam kennen, is het enkel nog afwachten hoe hij zal worden ontmaskerd en welk lot hem te wachten staat.

Dat vind ik nu net het zwakke punt van thrillers. Het einde is altijd voorspelbaar: de schuldige wordt ontmaskerd. Daarom zal ik een thriller nooit gauw herlezen. Het genre is beter geschikt voor de film, waarbij het verhaal extra spanning kan winnen door visuele effecten, muziek enz.

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door john om 09:17 Reageer op dit bericht

José Eduardo Agualusa: De handelaar in verledens

José Eduardo Agualusa: De handelaar in verledens

 

Een korte roman die ik twee keer heb moeten lezen om mee te zijn. Het verhaal wordt verteld door een gekko. Die hagedis is een incarnatie van een man en leeft in dezelfde woning als Félix Venturo, de vendedor de passados, die mensen die erom vragen een nieuw verleden bezorgt. Tot zijn klanten behoren generaals, ministers enz. Mensen die na de onafhankelijkheid van Angola, waar het verhaal zich afspeelt, aan de macht deelnemen en met een mooi verleden willen pronken.

Op een dag krijgt Félix Ventura een man over de vloer die een bom duiten neertelt voor nieuwe papieren en een verleden, maar die weinig over zijn echte verleden loslaat. De man zal voortaan als José Buchmann door het leven gaan. Als moeder krijgt hij een Amerikaanse kunstenares, Eva Miller, van wie ooit een aquarel in Vogue was verschenen. José Buchmann zal zelfs naar zijn onechte moeder op zoek gaan. Alsof het verhaal op zich nog niet fantastisch genoeg is, komen er ook nog een aantal dromen van de gekko in voor. Op het einde van de roman lijken verschillende personages een gemeenschappelijk verleden te hebben en wordt het verhaal zelfs dramatisch.

Tijd voor enkele citaten.

‘Aan de muur slapen vleermuizen met hun kop omlaag in hun zwarte mantels gewikkeld.’

De roman bestaat uit een groot aantal korte hoofdstukken. Een van de kortste en mooiste is dat over de confrontatie van de gekko met een schorpioen.

‘Op het moment dat ik mijn ogen opendeed, zag ik de schorpioen. Hij zat een paar centimeter van me vandaan. Roerloos. Opgesloten in een pantser van haat als een middeleeuwse ridder in zijn harnas. Toen stortte hij zich op mij. Ik sprong achteruit en gleed bliksemsnel langs de muur omhoog tot ik bij het plafond kwam. Ik hoorde heel duidelijk, en ik hoor nog steeds, de droge tik waarmee de gifstekel op de grond sloeg.

Ik herinner mij een zin die mijn vader ooit zei op een avond dat hij – met ongemeende vreugde, hoop ik – de dood van een tegenstander vierde.: “Hij was slecht en hij wist het niet. Hij wist niet eens wat slechtheid was. Dat wil zeggen: hij was volkomen slecht.” Dat was wat ik voelde op het moment dat ik mijn ogen opende en de schorpioen zag’.

 

Twee van de hoofdpersonages zijn fotografen, een vrouw die vooral wolken en licht fotografeert en een man die oorlogsfotograaf was. ‘Wat dunkt u, waarde vriend, is het belangrijker getuigenis af te leggen van schoonheid of kond te doen van verschrikkingen ?’

 

Agualusa is een Portugese auteur, geboren in 1960. Hij won met dit boek de Independent Foreign Fiction prize. U kunt een zeer interessant interview met de auteur lezen op het volgende adres:

http://www.wordswithoutborders.org/?lab=PolzonoffInterviewsAgualusa

Daarin breekt hij onder andere een lans voor de Zuid-Amerikaanse en niet-Engelstalige Afrikaanse schrijvers. Over dit boek, dat in het Engels is vertaald als The Book of  Chameleons, zegt hij dat het een eerbetoon is aan Borges, die hem sterk beïnvloed heeft. Vooraan in het boek staat trouwens een motto van Borges. De gekko uit de roman is een reïncarnatie van Borges en al de herinneringen van de gekko verwijzen naar gebeurtenissen uit het leven van Borges.

Agualusa is geboren in Angola en ziet zich voor een stuk als een Afrikaans auteur. Probleem is dat hij schrijft voor een Westers publiek, want de Angolezen zijn te arm om boeken te kopen en zouden zijn boeken ook niet kunnen lezen. Wat hij dus eigenlijk doet is de Angolese werkelijkheid vertalen voor vreemdelingen.

 

Het boek is uit het Portugees vertaald door Harrie Lemmens en in 2007 uitgegeven bij Meulenhoff.

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door john om 11:20 Reageer op dit bericht

Kathleen Raine: The World

Kathleen Raine: The World

 

It burns in the void.

Nothing upholds it.

Still it travels.

 

Travelling the void

Upheld by burning

Nothing is still.

 

Burning it travels.

The void upholds it.

Still it is nothing.

 

Nothing it travels

A burning void

Upheld by stillness.

 

Dit eigenaardige gedicht is een poëtische kosmologie. Een beperkt aantal woorden worden zo gecombineerd en gevarieerd dat we een wisselend perspectief krijgen van de aarde die door het heelal beweegt. Geen wiskundige formules, wel algemene woorden en verspringende betekenissen die aan onze verbeelding als het ware een voorwetenschappelijke verklaring bieden.

We kunnen ons afvragen of dit gedicht de kracht, dan wel de zwakte van taal aantoont. Kracht omdat ze ons verschillende invalshoeken toont en onze fantasie laat werken. Zwak omdat ze blijkbaar een weinig solide basis vormt en vol dubbelzinnigheden zit.

Zoals in dit gedicht met woorden wordt gespeeld, is men geneigd taal niet meer serieus te nemen, zeker niet voor het opbouwen van exacte kennis.

 

Let in het gedicht ook op de leestekens, ze zijn belangrijk om de zinnen te begrijpen.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door john om 08:49 1 reactie Reageer op dit bericht

Meer van sprokkelhout

↑ Terug naar de berichten