Naar de inhoud

sprokkelhout

akke.beakke.be

Archief

Sandro Veronesi: Waar gaat die vrolijke trein naartoe

Sandro Veronesi: Waar gaat die vrolijke trein naartoe

 

Een in een twee drie uitgelezen roman uit 1988 van een in 1959 geboren Italiaanse schrijver.

Centraal staat de relatie tussen vader en zoon, twee mensen die niet veel van hun leven hebben gemaakt. In het begin van zijn huwelijk werd de vader verlaten door zijn lichtzinnige vrouw. Zijn zaken liepen ook verkeerd af en nu zit hij aan de grond. Hij zoekt zijn dertigjarige zoon op van wie zes jaar geleden ook een relatie op de klippen liep en die momenteel van geen hout pijlen weet te maken.

 

De twee maken een reis die in het teken staat van hun verleden. Ze bezoeken eerst de curator die de vader had geruïneerd en daarna is de ex van de zoon aan de beurt Het is allemaal doelloos en levert niets op.

 

Achteraf blijkt dat de vader een enorme som geld achter had gehouden en op een bankrekening in Lugano had geplaatst. De zoon zal dat geld afhalen. Wat ze er verder mee aanvangen blijft open.

 

De bedoeling van deze roman is onduidelijk voor mij.

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door john om 18:25 1 reactie Reageer op dit bericht

Frederik van Eeden: Pauls ontwaken

Frederik van Eeden: Pauls ontwaken

 

Bij het lezen van de titel dacht ik dat het om een sensitivistische beschrijving zou gaan van de ervaringen van een jongen die ontwaakt. Met dat ontwaken bedoelde de schrijver echter iets helemaal anders. Hij beschrijft de dood van zijn 24-jarige zoon Paul op 21 februari 1913. Hij noemt het een ontwaken omdat die dood zo mooi en waardig was en geen einde betekende. Het was een zich opnieuw concentreren en reorganiseren van die zielevermogens, die niet geheel afhankelijk zijn van het lichaam.

 

Op de eerste bladzijde schrijft hij:

Zijn ziekte, zijn lijden was de donkerste schaduw op mijn leven, en zijn heengaan zag ik tegemoet als de zwaarste slag die mij treffen kon. Maar door de wijze waarop hij stierf, is deze slag een zegen voor mij geworden.

 

Dit is het thema dat de schrijver in dit gedenkschrift uitwerkt.

 

De dood van zijn zoon stelde hem o.a. in staat zijn twijfel omtrent zijn geloof in God weg te nemen. Ben ik niet de dupe van een autosuggestie, van een zelf-geschapen illusie. Hij vraagt om een teken bevattelijk voor mijn beperkt verstand, waardoor mijn behoefte aan oprecht en eerlijk denken en redelijk handelen zou worden gestild.

 

Toen gaf het verscheiden van mijn lieve zoon dat teken.

 

Kan men het met die visie eens of oneens zijn ? Kunnen we zeggen dat Van Eeden zich vergist ? Dat zijn vragen die eigenlijk niet terzake doen.  Laten we gewoon kennis nemen van wat de auteur schrijft en proberen aan te voelen wat hij heeft ervaren. Het is geen kwestie van waar of onwaar. In het beste geval lezen we in het verhaal iets dat we zelf ook al ervaren hebben. Of wat nog beter is, verrijkt het verhaal ons leven. In het slechtste geval voelen we ons niet aangesproken.

Zijn geloof in een leven na de dood blijkt uit de volgende zin:

Ik zou voortaan wel de woorden dood en sterven willen vermijden en alleen spreken van verscheiden of overgaan – zo goed voel ik nu hoe onjuist, bedrieglijk die eerste woorden zijn.

 

Van Eeden was psychiater en was ook op de hoogte van spiritisme. In de volgende passage komt tot uiting dat hij toch meer mysticus dan spiritist was. Voor sommige lezers zal het nonsens zijn, voor andere mystiek.

 

Het komt voor dat afgestorvenen ons levenden niet met rust laten, dat ze zich willen openbaren. Maar dat schijnt dan ook meestal het gevolg van een ongelukkig, onrustig, onvredig voortbestaan. De gelukkig gestorvene, de zalige, is te zeer ‘anders’ geworden om zich te willen manifesteren.

Dit heb ik, beter dan ooit tevoren, begrepen door Pauls verscheiden. En hij heeft zich niet aan mij vertoond, al wist hij wel hoezeer ik dat verlangde, en ik heb hem ook niet willen roepen. Maar de troost behoeft ons daarom niet onthouden te worden. Want er is een gewaarwording, een sensatie van aanwezigheid die geen enkele zinnelijke indruk behoeft, en die toch volkomen overtuigend is. Men voelt, men weet dat de geliefde persoon aanwezig is, ons kent, ons waarneemt, ons liefheeft, troost of waarschuwt, maar men kan volstrekt niet uitdrukken: hoe. Alleen wie het ondervonden heeft, zal mij terstond begrijpen. En zo heeft Paul mij wel degelijk gesterkt en getroost.

 

De enkele bladzijden over het sterven zelf zijn zeer mooi. Zo zei Paul in zijn laatste uren tot zijn moeder:

 

‘Denk om het Doodshemdje van Grimm’ en later nog eens: ‘Denk om het doodshemdje, moesje’

 

Bij de sprookjes van Grimm, door Pauls moeder vertaald, is er één van een mooi, lief kindje dat stierf en niet rusten kon in ’t graf, doordat zijn doodshemdje nat werd door overgrote tranenvloed der radeloze moeder. Is er fijner, tederder, liefderijker maning denkbaar ?

 

Over de overgang:

 

Wij hadden gezien hoe hij uit het lichaam was verlost, intact en gaaf van ziel, als de tere vlinder uit de dorre cocon. Hij was niet bewusteloos geweest, hij was in vol besef overgegleden uit deze ruimtelijke zinnewereld in een nieuw en heerlijk bestaan, waarin hij ook hoorde en zag, schoonheden voor ons verborgen. Wij hadden gezien dat hij niet insliep, maar ontwaakte.

 

Een van de mooiste passages uit het boek vond ik de volgende.

 

Een van de tuinlieden op Walden, een gevoelig man, had blijkbaar lange tijd er tegenop gezien mij over het gebeurde te spreken. Ik merkte wel hoe hij met ’t voornemen rondliep, maar niet wist wat hij mij zeggen moest.

Eindelijk vatte hij moed en ging naar mij toe met uitgestoken hand, zeggend:

‘Ik fielsiteer u wel !- met uw zoon’

‘Ik dank je’ zei ik, en er was volkomen ernst tussen ons, en geen misverstand.

 

De twee laatste zinnen zijn voor mij wereldliteratuur. Waarom ?  Omdat de man de verkeerde woorden uitspreekt en dat aanvoelt en daarom er aan toevoegt met uw zoon .

En hoewel hij zich vergist, heeft hij onbewust toch de juiste woorden gezegd. Hij was misschien getuige van de gelukkige sfeer waarin de jongen gestorven is. In ieder geval sluiten zijn woorden aan bij hoe de vader het overlijden zag.

 

Het boekje wordt afgesloten met een aantal meestal vierregelige gedichtjes, waarvan ik er een laat volgen:

 

Nu gij hier niet meer zijt, maar leeft in ander Licht,

zo zend mij dan somwijlen nog een licht bericht.

Ontstijg mij niet te ras in àl te lichte sferen,
de Vader kan de hand des Zoons nog niet ontberen.

 

Interessante informatie over Van Eeden met ook dagboekfragmenten over het overlijden van zijn zoon staan op het volgende adres:

 

 

http://fran.sneeknet.nl/homepage/show/pagina.php?paginaid=184155

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door john om 20:58 Reageer op dit bericht

Sàndor Màrai: Gloed

Sàndor Màrai: Gloed

 

Twee bejaarde mannen ontmoeten elkaar na 41 jaar omdat ze een voorval uit het verleden willen uitklaren. De generaal leeft teruggetrokken op zijn kasteel in het gezelschap van zijn 91 jarige min. Met deze vrouw, van wie hij de eerste slok melk dronk, heeft hij het verleden en de ouderdom gemeen. De eerste hoofdstukken zitten vol raadsels, bijvoorbeeld de vete tussen de generaal en zijn oude vriend Konràd.

 

De naam van de generaal, Henrik, valt pas nadat de vriend Konràd is voorgesteld. Ze hebben elkaar leren kennen als tienjarige kadetten in het opleidingsinstituut bij Wenen. Aanvankelijk is die vriendschap zonder enige smet: Ze waren op een leeftijd dat jongens nog geen duidelijke sekse hebben: alsof ze nog geen besluit hebben genomen. Maar de moeder en de min zien dan al in dat het tussen de twee jongens ooit tot een breuk zal komen. Net als in De opstandigen zal ook hier o.a. het klassenverschil tussen beiden nefast blijken te zijn. De ouders van Konràd hebben zich moeten verarmen om de opleiding van hun zoon te bekostigen en deze kan zich in tegenstelling met zijn vriend Henrik maar weinig permitteren. Als ik nieuw paardentuig moet hebben, eten zij drie maanden lang geen vlees. Als ik een fooi geef op een soiree, rookt mijn vader een week lang geen sigaren. En dat gaat al tweeëntwintig jaar zo.

 

Een ander punt dat beiden scheidt en op een verschillend innerlijk leven wijst, is de muziek.  Voor de generaal is muziek die uit restaurants en balzalen: Er werd muziek gemaakt opdat het leven aangenamer en feestelijker zou zijn, opdat de ogen van de vrouwen zouden schitteren en de ijdelheid van de mannen zou vonken.

De muziek van Konràd daarentegen  beroerde de passie in de mensen en het schuldbesef, opdat het leven in het hart en het bewustzijn van de mensen echter zou zijn.

 

Na 50 bladzijden komt Konràd dan op bezoek bij de generaal. Van nu af zal laatstgenoemde in lange monologen ontrafelen wat er destijds tussen de twee mannen is voorgevallen. Een incident tijdens de jacht heeft de ogen van de generaal geopend. Er treedt een nieuw personage in het verhaal op, Krisztina, de echtgenote van de generaal die de spilfiguur zal blijken te zijn.

 

Het is een roman over ontgoochelde mensen. Een gebeurtenis heeft enkele levens waardeloos gemaakt. Het leven wordt niet geregeerd door de rede, wel door afgunst, passie en verraad.  

 

Net als in de roman De opstandigen speelt vriendschap een belangrijke rol, maar zal ze ten slotte teniet worden gedaan, niet zozeer door toedoen van de vrienden zelf, wel door de maatschappelijke situatie en later door de karakterverschillen en de passionele liefde.

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door john om 20:17 Reageer op dit bericht

Anthony Powell: What's become of Waring

Anthony Powell: What’s become of Waring

 

Anthony Powell (1905-2000) is in de eerste plaats bekend voor zijn 12-delige romancyclus    A dance to the music of the time.Voornoemde roman uit 1939 maakt daar geen deel van uit. Het is een typische Engelse roman met veel humor en onwaarschijnlijke toestanden.

Waring is een raadselachtige, onzichtbaar blijvende reisverhalenschrijver die geregeld een nieuw boek instuurt bij zijn uitgeverij Judkins & Judkins. Twee broers met een tegengestelde smaak die het over zowat alles oneens zijn. De verteller van het verhaal werkt bij hen als redacteur. Hij is een neutrale figuur die er getuige van is hoe de andere personages zich in de nesten werken, o.a. door toedoen van een lichtzinnige jongedame. Eerst helpt ze een verloving om zeep (die later toch nog goed komt) en vervolgens versiert ze een cruisereis met de naïefste van de broers Judkins. De plot draait echter rond de schrijver T.T. Waring over wie de uitgever een biografie wil laten schrijven. Na wat opzoekwerk blijkt dat deze schrijver echter een eersteklas plagiaris is.

 

Voor mij is de roman een veredelde Woodhouse. Misschien niet altijd even grappig, maar minder stereotiep en losser van structuur. Daarnaast heeft Powell een duidelijke culturele belangstelling. In deze roman uit 1939 wordt ook geregeld verwezen naar de Engelse koloniën, iets wat in die jaren nog vanzelfsprekend en normaal gevonden werd.  

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door john om 19:52 Reageer op dit bericht

Ian McEwan: De troost van vreemden

Ian McEwan: De troost van vreemden

 

Deze roman is al van 1981. McEwan was 32 toen hij hem schreef.

 

Colin en Mary zijn met vakantie in Venetië. Ze hebben een losse relatie waar ze wat op uitgekeken zijn en hun verblijfd verloopt nogal lusteloos. Daar komt verandering in als ze toevallig in contact komen met Robert en zijn vrouw Caroline. Die twee voeren iets in het schild, mar wat is voor het koppel niet duidelijk. Er wordt een sfeer van angst, dreiging en onderhuids geweld gecreëerd. Die leidt ertoe dat Colin en Mary zich opnieuw hartstochtelijk gaan beminnen. Ze zijn een tijdje los van het duivelse koppel, maar ondanks het gevaar worden ze er opnieuw naartoe gedreven, met een drama als gevolg.

 

 

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door john om 20:45 Reageer op dit bericht

Stendhal: Lamiel

Stendhal: Lamiel

 

Lamiel werd op vierjarige leeftijd geadopteerd door de koster Hautemare en zijn echtgenote.

 

Le bon Hautemare, accompagné de sa femme, se présenta à l’hospice des enfants trouvés de Rouen, où ils choisissent une petite fille de quatre ans, dûment vaccinéé et déjà toute gentilette, c’ était Lamiel.

 

 Ze wonen in het Normandische dorpje Carville. De hele roman door zal Stendhal met de bekrompenheid van dat Normandië spotten.

 

Lamiel is een leergierig kind dat boeken verslindt. Als ze 15 is, wordt ze ‘lectrice’ bij de duchesse de Miossens, die wegens een zogezegde oogkwaal niet meer zo goed kan lezen.

 

La prétendue faiblesse des yeux de la duchesse servait de prétexte à cette femme aimable pour ne jamais se séparer de Lamiel, qui avait pleinement succédé au crédit du chien Dash, mort peu auparavant.

 

De duchesse houdt een saaie salon waar de gasten enkel naartoe komen in het seizoen van de primeurs, want

 

La duchesse avait conservé des habitudes d’une grande fortune l’habitude d’envoyer des couriers à Paris pour avoir les premiers petits pois, les premières asperges, etc.

 

Die primeurs komen later nog eens ter sprake, maar dan door een verarmde edelman zonder scrupules die Lamiel tot zijn maîtresse heeft gemaakt.

 

Si je la désire, c’est pour montrer mon luxe; c’est pour la montrer à l’Opéra et au Bois de Boulogne, c’est parce qu’il s’agit d’une primeur, c’est parce que j’aurai à conter son histoire où je metrrai du piquant.

 

Lamiel doet haar levenswijsheid op van de gebochelde dokter Sansfin, een cynicus die o.a. réussit à détruire toute l’affection que le bon cœur de Lamiel avait pour sa tante et son oncle Hautemare.

Ook op het gebied van de liefde geeft hij haar raad :

 

Il y a donc doublement à gagner à écouter la voix de la nature et à suivre tous ses caprices: d’abord l’on se donne du plaisir, ce qui est le seul objet pour lequel la race humaine est placée ici-bas… Il faut toujours mettre en désespoir l’homme qui a servi à vos plaisirs.

 

Lamiel wil ontdekken wat de liefde, waarover ze zoveel heeft gelezen, eigenlijk inhoudt. Ze kiest de eerste de beste boerenkinkel uit en betaalt hem dix francs om zich te laten ontmaagden.

 

-       Sans doute, je veux être ta maîtresse.

-       Ah ! c’est différent, dit Jean d’un air affairé ; et alors sans transport, sans amour, le jeune Normand fit de Lamiel sa maîtresse.

-       Il n’y a rien autre ? dit Lamiel

 

… Lamiel s’assit et le regarda s’en aller (elle essuya le sang et songea à peine à la douleur).

 

Ze zal daarna nog verschillende minnaars hebben en ze stuk voor stuk de bons geven, want de liefde laat haar koud. Ze gebruikt haar schoonheid en de zwakheden van het mannelijk geslacht om een comfortabel leven te lijden en de mannen als haar slaven te behandelen. Is zij een feministe avant la lettre ? Niet echt, want haar ontvoogding is enkel op haarzelf gericht.

 

De roman speelt zich af in 1830. Zoals in de andere werken van Stendhal is de politiek altijd op de achtergrond aanwezig. Hier gaat het om de trois glorieuses. De drie dagen van de julirevolutie waarbij Karel X van de troon werd gestoten en opgevolgd door Lodelijk Filips van Orléans.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door john om 20:37 Reageer op dit bericht

Sándor Márai: De opstandigen

Sándor Márai: De opstandigen

 

Deze Hongaarse schrijver (1900 – 1989) genoot enkele jaren geleden veel succes met zijn roman Gloed. Toen ik die roman de eerste keer las, kon hij me niet erg boeien. Ik heb het boek nu opnieuw meegebracht uit de bibliotheek nadat ik De opstandigen heb gelezen. Dit is een vroege roman uit 1930. Ik ben namelijk benieuwd of de thema’s die hij in De Opstandigen aansnijdt, ook in zijn volgende werken zullen voorkomen. Op de achterflap staat dat de schrijver deze roman zelf zijn beste boek vond.

 

De hoofdpersonen zijn enkele achttienjarigen die zopas hun eindexamen hebben afgelegd. Over enige tijd zullen ze naar het front worden gestuurd, want hun land is in oorlog. In afwachting daarvan richten ze een rebelse bende op. Ze willen kind blijven en op die manier aan de volwassenheid en de oorlog ontsnappen. Ze doen allerlei gekke dingen en stelen voor de lol de meest absurde dingen.

Hij voelde dat achter de spelletjes van de bende een wereld schuilging die hij zich ook kon herinneren; een wereld fris en rechtvaardig en onbeschrijflijk opwindend. De bende wilde met de splinters van die wereld iets bouwen, wilde daarmee een glazen stolp onder de hemel construeren, waarbinnen ze zich beschermd wist en met een bittere grijns naar de ‘nieuwe wereld’ kon staren.

Maar die onbekommerde wereld is een illusie. In het eerste hoofdstuk al vernemen we dat er onder de jongemannen een valsspeler is. Hij wordt pas later ontmaskerd. De jongeren maken kennis met een wat verlopen acteur. Die man vormt een brug tussen de jongens en de volwassenenwereld. Aan de ene kant speelt hij met hen mee. Maar daarvoor moet hij zich ‘jong maken’, zich verkleden, een pruik opzetten enz. Aan de andere kant is hij ook thuis bij de meest perverse persoon uit de roman. Die dubbele rol komt bijvoorbeeld tot uiting in de volgen woorden: Zolang je iets doet, ben je onschuldig. Je zondigt pas als je uit de kring stapt om toe te kijken.

 

De vaders van twee jongens zijn aan het front. De een is arts, de ander kolonel.  Over die laatste gaat de volgende passage:

Kolonel Prockauer verlangde elke dag een schoon paar witte handschoenen en ‘s zomers wisselde hij om de andere dag van overhemd. Als hij de lente in zijn hoofd had, goot hij eau de cologne daar het water waarmee hij zich waste, terwijl zij, de moeder van zijn kinderen, met goedkope huishoudzeep genoegen moest nemen.

 

Ik vond het een prachtige roman.

 

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door john om 10:29 Reageer op dit bericht

Friedrich Dürrenmatt: De rechter en zijn beul

Friedrich Dürrenmatt: De rechter en zijn beul

 

Een krimi uit 1950 van deze Zwitserese schrijver (1921 – 1990), die in de eerste plaats een toneelauteur was. Ondanks de duizenden misdaadromans die sindsdien zijn verschenen, blijft dit boekje toch het lezen waard. De plot is eenvoudig maar weet toch te verrassen.

 

De hoofdpersoon is commissaris Bärlach die aan maagkanker lijdt en niet meer zo lang te leven heeft. Hij onderzoekt de moord op een ondergeschikte rechercheur. Tijdens dat onderzoek ontmoet hij een oude bekende, een misdadiger, die hij al zijn hele loopbaan lang probeert te klissen. Ooit had hij met die man een meningsverschil over misdadigheid.

 

Jouw thesis luidde, dat bijna alle misdaden noodzakelijkerwijze aan het licht moeten komen, omwille van de menselijke onvolkomenheid en door het feit dat men de handelswijze van de andere nooit met zekerheid vooraf kan bepalen. En verder ook, doordat men het toeval, dat overal doorheen speelt, niet in zijn redeneringen kan inschakelen. … Daartegen bouwde ik de stelling op, meer om je tegen te spreken dan uit overtuiging, dat precies het verwarde van de menselijke verhoudingen het mogelijk maakt misdrijven te begaan, die niet aan het licht kunnen komen en dat precies daardoor verweg het grootste aantal misdrijven niet alleen onverwacht gebeurt, maar zelfs niet wordt vermoed en in het volkomen verborgene geschiedt.  

 

De twee mannen gingen een weddenschap aan. De misdadiger zou onder Bärlachs ogen een moord begaan, zonder dat deze laatste het zou kunnen bewijzen.

 

Zoals gewoonlijk het geval is, zal de commissaris aan het laatste eind trekken, maar hij doet dat op een heel sluwe manier. Bärlach is een onconventionele rechercheur, die niet volgens de regeltjes werkt.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door john om 10:06 Reageer op dit bericht

Thomas Bernhard: Der Stimmenimitator

Thomas Bernhard: Der Stimmenimitator

 

Een verzameling van iets meer dan honderd korte prozastukken. Ze gaan over filosofen, schrijvers, dierentemmers, waarzeggers enz. We reizen ook de wereld rond en komen zelfs in Brugge. De afloop van de verhaaltjes is meestal fataal, een moord, zelfmoord … Soms zijn  het (fictieve) krantenberichtjes, anekdoten, absurditeiten enz. Wat ze allemaal gemeen hebben is de eigen stijl van de schrijver en zijn pessimistische kijk op de dingen. Ik laat twee voorbeeldjes volgen.

 

Erfolgreichstes Konzert

 

Eine sogenannte Kammermusikvereinigung, die dafür berühmt ist, daß sie nur auf alten Originalinstrumenten alte Musik spielt und  nur Rossini, Frescobaldi, Vivaldi und Pergolesi auf ihrem Programm hat, spielte in einem alten Schloß am Attersee und hatte den größten Erfolg seit ihres Bestehens. Der Beifall hatte erst ein Ende genommen, wie die Kammermusikvereinigung keine einzige Zugabe mehr auf dem Programm gehabt hatte. Erst den nächsten Tag war den Musikern eröffnet worden, daß sie in einer Taubstummenanstalt gespielt hatten.

 

Falsch gesungen

 

In der belgische Stadt Brügge soll vor zweihundert Jahren ein neunjähriger Chorknabe enthauptet worden sein, der in einer vor dem ganzen königlichen Hofe in der Kathedrale von Brügge aufgeführten Messe einen Ton falsch gesungen hat. Durch den von dem Chorknaben falsch gesungenen Ton war nämlich die Königin in Ohnmacht gefallen und bis zu ihrem Tode nicht mehr aus dieser Ohnmacht aufgewacht. Der König soll ein Gelübde abgegeben haben, daß er, wenn die Königin nicht mehr zu sich kommen, nicht nur diesen einen unschuldigen Brügger Chorknaben, sondern auch alle übrigen Brügger Chorknaben und den Organisten der Kathedrale enthaupten lassen wird, was er auch getan hat, nachdem die Königin aus ihrer Ohnmacht nicht mehr aufgewacht und gestorben ist. Jahrhundertelang waren in Brügge keine musikalische Messen mehr zu hören gewesen.

 

Ten slotte nog één zinnetje uit een ander stukje:

Gleich welchem Herren des Staates einer dient, er dient dem falschen.

 

Bernhard is een auteur voor wie men het heeft of niet, een eeuwige zeurkous en kankeraar die ontzettend hard is voor zijn vaderland Oostenrijk. Hij houdt van overdrijving en zijn teksten zijn voor studenten Duits ideaal om hun zinsontleding te oefenen.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door john om 20:31 Reageer op dit bericht

B. Traven: Een generaal komt uit de wildernis

B. Traven: Een generaal komt uit de wildernis

 

Nog een boek over Indianen, maar nu uit Mexico. Een politieke avonturenroman.

 

“Tierra y libertad” Met deze strijdkreet kwam een leger Indianen opmarcheren uit de jungle in het zuiden van de republiek om de dictatuur omver te werpen en te strijden voor grond en vrijheid.

 

We volgen dit groepje rebellen, onder leiding van de ‘generaal’, op hun tocht door het land. Eerst ‘bevrijden ze herenboerderijen, vervolgens kleine en grote dorpen.  De generaal is een sluwe strateeg die met weinig manschappen en wapens veel overwinningen boekt. Beide partijen begaan in het boek veel wreedheden.

Ten slotte sticht de groep een voorlopige nederzetting, in afwachting van een aanval op een stad. Op een dag passeert daar een rondreizende leraar die hen vertelt dat de dictator al maanden verjaagd is en dat het land in chaos verkeert. Blijkbaar zwerven er honderden bandietenlegertjes rond, zoals dat van onze generaal. De hele strijd en de vele slachtoffers hebben eigenlijk tot niets gediend.

 

De roman is een beetje passé. Ik heb met meer plezier de verhalen van Traven gelezen. Om daarmee te eindigen, laat ik het begin volgen van het verhaal De derde gast dat ooit in een verhalenbundel in de Prismareeks is verschenen.

 

Macario, de houthakker van het dorp, had één alles overheersend verlangen dat hij al vijftien jaar lang koesterde.

Het was niet rijkdom wat hij verlangde, noch een goed gebouwd huis in plaats van de gammele oude hut waarin hij woonde met zijn vrouw en elf kinderen, die in lompen gekleed gingen en altijd honger hadden. Wat hij meer dan wat ook ter wereld begeerde – waar hij wellicht zelfs zijn ziel voor zou hebben geruild – dat was een gebraden kalkoen helemaal voor hem alleen, mét de mogelijkheid om die in vrede op te eten, ergens diep in de bossen, ongezien door zijn altijd hongerige kinderen en helemaal alleen.

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door john om 14:59 1 reactie Reageer op dit bericht

Meer van sprokkelhout

↑ Terug naar de berichten