Naar de inhoud

sprokkelhout

akke.beakke.be

Archief

Jack London: De droom van Martin Eden

Jack London: De droom van Martin Eden

 

Martin Eden is een twintigjarige zeeman met al heel wat avonturen en avontuurtjes achter de rug. Tijdens een van zijn verblijven aan de wal komt hij een zekere Arthur Morse ter hulp bij een gevecht. Hij wordt bij de familie Morse thuis uitgenodigd en maakt er kennis met Ruth, de dochter. Martin voelt zich niet op zijn gemak in dat beschaafde milieu. Hij wordt verliefd op Ruth en zij op hem. Martin wil evenveel kennis verwerven als die mensen. Ruth zal hem daarbij helpen. Op een bepaald moment begint Martin te schrijven. Zijn verhalen hebben echter geen succes. Hij lijdt honger en armoede en wordt bovendien valselijk beschuldigd. Voldoende redenen voor Ruth om de relatie af te breken. Zij had altijd gehoopt Martin te smeden naar haar eigen verwachtingspatroon, maar Martin kan zijn aard niet verloochenen.

Plots heeft zijn werk toch succes. Hij wordt een gevierd auteur en Ruth probeert de verhouding te herstellen. Martin is intussen echter compleet ontgoocheld in die bourgeois wereld. De roem zegt hem ook niets meer.  Hij vertrekt naar de Zuidzee-eilanden waar hij zelfmoord pleegt.

 

Dat is het verhaal in een notendop, maar het is veel rijker dan wat ik er hier over schrijf. Het hoogtepunt voor mij in deze roman is het slot, namelijk de beschrijving van de zelfmoord van de hoofdpersoon. Hij laat zich van het schip in het water glijden en moet dan vechten om te kunnen verdrinken. Prachtige bladzijden, ondanks het lugubere karakter ervan.

De eerste helft van het boek is nogal eentonig, maar in het tweede deel zit er meer actie in het verhaal. Het lezen waard.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door john om 20:18 Reageer op dit bericht

Hugo von Hofmannsthal: Das Erlebnis des Marschalls von Bassompierre

Hugo von Hofmannsthal: Das Erlebnis des Marschalls von Bassompierre

 

Uit diezelfde verzamelbundel een verhaal uit 1900.

Bij zijn dagelijkse rit over een brugje over de Seine in Parijs, wordt de maarschalk steeds begroet door een jonge winkelierster. Hij laat zijn Diener Wilhelm aus Courtrai een ontmoeting regelen. Na die succesvolle ontmoeting spreekt het koppel de volgende keer af bij een tante van het meisje. Als de maarschalk op het vastgestelde tijdstip aankomt, hoort hij echter stemmen in de kamer. Hij stoot de deur open en ziet enkele mannen bezig met het verbranden van stro. Op een tafel liggen twee naakte lichamen, het ene groot, het andere klein, waarvan de hoofden bedekt zijn. Was het meisje van de afspraak erbij ? Waarschijnlijk wel, want ze is uit haar winkeltje verdwenen. Ze is het slachtoffer geworden van de pestepidemie die in die tijd in Parijs woedde.

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door john om 19:59 Reageer op dit bericht

Eduard von Kaiserling: Schwüle Tage

Eduard von Kaiserling: Schwüle Tage

 

‘Branding’ van deze auteur (zie 11.08.2005) vond ik een prachtige novelle. Het heeft meer dan een jaar geduurd voordat ik een ander werk van hem aantrof in een verzamelbundel Deutsche Erzähler des 20. Jahrhunderts. Het verhaal Schwüle Tage is niet zo overtuigend. Het gaat over de verhouding tussen vader en zoon. De 18-jarige zoon is niet geslaagd voor zijn eindexamen en als straf moet hij zijn vader vergezellen naar een buiten, terwijl zijn moeders en zusters met vakantie naar zee gaan.

Bill, de zoon, draait er wat rond meisjes maar hij ontdekt dat zijn vader een liefdesaffaire had met een veel jongere vrouw die op het punt staat om te trouwen. Hij is getuige van enkele van hun ontmoetingen . Nadat het meisje en haar bruidegom zijn vertrokken, pleegt de vader zelfmoord.

 

Kaiserling leefde van 1855 tot 1918. Dit verhaal verscheen in 1906.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door john om 19:51 Reageer op dit bericht

Flaubert: Saint Julien l'hospitalier

Flaubert: Saint Julien l’hospitalier

 

Behalve het werk van Voragine, liet Flaubert zich voor zijn vertelling inspireren door het glasraam in de kathedraal van Rouen, waarop het leven van de heilige is afgebeeld. De bijgevoegde afbeelding toont hoe Sint Juliaan zijn ouders doodsteekt. Deze heilige is de patroon van de veermannen,  de herbergiers, het circusvolk enz.

 

Flaubert besluit zijn vertelling met de volgende zin:

 

Et voilà l’histoire de saint Julien l’Hospitalier, telle à peu près qu’on la trouve, sur un vitrail d’église, dans mon pays.

 

In een vroegere versie:

 

Et voilà la Légende de saint Julien L’Hospitalier telle qu’elle est racontée sur les vitraux de la cathédrale de ma ville natale.

 

De vertelling maakt deel uit van Trois contes, die Flaubert (1821-1880) in 1875 schreef. Het is zijn laatste voltooide werk. Zoals voor zijn grote romans ging aan de redactie van de Trois contes veel voorbereiding vooraf. Voor de 150 bladzijden van de definitieve tekst had hij een dossier samengesteld van meer dan 1200 bladzijden.

De stijl van Flaubert is heel helder, zijn verhalen zijn sterk gestructureerd en hij probeert zo zuinig mogelijk te schrijven. Ter illustratie de eerste zin uit het verhaal.  Le père et la mère de Julien habitaient un châtau, au milieu des bois, sur la pente d’une colline.

In een vroegere versie begon zijn verhaal enigszins anders : Jamais il n’y eut de meilleurs parents ni d’enfant mieux élevé que le petit Julien. Ils habitaient un château…

Flaubert vond de eerst versie dus al te expliciet. Het moest soberder, objectiever, zonder moralistische beschouwingen.

Het verhaal speelt in de middeleeuwen en Flaubert heeft zich grondig gedocumenteerd. Hij verdiepte zich in de jacht uit die tijd, en zocht typische voorwerpen en woorden uit die tijd op. Ik heb het werk dan ook moeten lezen met een woordenboek bij de hand. Een voorbeeldje.

Over de moeder van Julien schrijft hij: les cornets de son hennin frôlaient le linteau des portes.

Die hennin is een hoge puntige muts, soms met horentjes op, die we kennen van afbeeldingen uit de Bourgondische tijd.

In de Petit Robert staat bij hennin: 1428, néerlandais henninck ‘coq’ en de verklaring.

In mijn (oude)Van Dale staat bij hennin: Frans en dan de verklaring.

 

Na een uitgebreide beschrijving van het kasteel en van de bezigheden van de kasteelheer en zijn vrouw, volgt plots deze zin: A force de prier Dieu, il lui vint un fils. En bij de feestelijkheden naar aanleiding van de geboorte o.a. dit: par divertissement, un nain sortit d’un pâté.

Terwijl het feest aan de gang is, rust de moeder uit in haar kamer en heeft ze een verschijning. Een soort kluizenaar zegt haar: Réjouis-toi, ô mère ! ton fils sera un Saint!

De volgende dag verschijnt aan de vader een bedelaar met de volgende voorspelling: Ah ! Ah ! ton fils !... beaucoup de sang ! …beaucoup de gloire !... toujours heureux ! la famille d’un empereur.

 

Vaak bespeurt men in de zinnen de eenvoudige taal van de middeleeuwen. Over de kleine Julien: Les dents lui poussèrent sans qu’il pleurât une seule fois.

 

Na die vredevolle inleiding (afgezien van de twee verschijningen), doet zich de eerste onrustwekkende gebeurtenis voor. Elke zondag in de kapel ziet Julien een muisje uit zijn holletje kruipen. Op den duur hindert het diertje hem zo erg dat hij het doodt. Daarmee begint het verhaal van zijn bloeddorst. Hij doodt jonge vogeltjes met een blaaspijp en brengt eigenhandig een duif om het leven.

La persistance de sa vie irrita l’enfant. Il se mit à l’étrangler, et les convulsions de l’oiseau faisaient battre son cœur, l’emplissait d’une volupté sauvage et tumultueuse. Au dernier raidissement, il se sentit défaillir.

 

Julien wordt opgeleid in de jacht. Al gauw trekt hij er alleen op uit: et il rentrait au milieu de la nuit, couvert de sang et de boue, avec des épines dans les cheveux et sentant l’odeur des bêtes farouches. Il devint comme elles.

 

Tijdens zijn laatste jachtpartij richt hij een echhte slachting aan. Zijn laatste slachtoffer is een mannetjeshert. Hij had eerst het jong en het wijfje gedood en daarna een pijl in het voorhoofd van het mannetje geschoten (Sint Hubertus). Maar het hert komt op hem af en voordat het sterft vervloekt het de jager.

 

Maudit ! maudit ! maudit ! Un jour, coeur féroce, tu assassineras ton père et ta mère !

Julienhis er ziek van geworden. Nadat hij bijna onopzettelijk zijn vader en zijn moeder heeft gedood, ontvlucht hij voorgoed het kasteel.

 

Hiermee eindigt het eerste deel en de jeugd van de toekomstige heilige Sint-Julien.

 

Deze passage heeft Fromm in zijn boek Het hart van de mens aangehaald ter illustratie van wat hij de archaïsche bloeddorst noemt.  De mens die naar bloed dorst en met al zijn vezels verbonden is met de wrede natuur. Doden is voor die persoon een middel om terug te keren naar het pre-individuele. Het betreft mensen die niet vooruit willen gaan in het leven. Bloedvergieten betekent voor hen: je levend voelen, sterk en uniek zijn. Andere voorbeelden van die bloeddorst zijn de mensenoffers bij de Azteken, de bloedwraak op Corsica en het bloed als offer aan God zoals beschreven in het OT.

 

In het tweede deel sluit Julien zich aan bij een roversbende, bouwt een leger uit en wordt een geducht krijgsheer. Hij redt de keizer van Occitanië (les pays d’Oc, in het zuiden van Frankrijk) uit de handen van de muzelmannen en mag als beloning diens dochter huwen. Hij leidt een kalm leventje, maar de drang om te jagen wordt hem opnieuw te machtig. Op een avond gaat hij opnieuw op jacht. Intussen arriveren op het kasteel twee oude mensen. Het blijken de ouders van Julien te zijn. Zijn vrouw legt ze te slapen in haar bed. De jacht van Julien is een mislukking. Hij kan geen enkel dier doden, integendeel de dieren spotten met hem, volgen en begeleiden hem.  Hij keert terug naar het kasteel, gaat de kamer van zijn vrouw binnen en ziet in haar bed twee figuren liggen.  Hij meent dat het zijn vrouw en een minnaar zijn, en steekt ze dood. Zo is de voorspelling uitgekomen. Nadat hij zijn ouders begraven heeft, verlaat hij het kasteel.

 

In het derde deel wordt hij bedelaar: et son visage était si triste que jamais on ne lui refusait l’aumône. Hij zwerft rond en vestigt zich ten slotte als veerman aan een gevaarlijke rivier. Op een nacht moet hij een melaatse man overzetten. Hij logeert hem in zijn hut en geeft hem te eten en te drinken. Om de melaatse te verwarmen gaat hij naakt op herm liggen. De man grijpt hem vast en plots gaan zijn ogen als sterren schitteren, verspreidt hij een zalige geur en samen met Julien stijgt hij ten hemel.

 

Et Julien monta vers les espaces bleus, face à face avec Notre-Seigneur Jésus, qui l’emportait dans le ciel.

 

 

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door john om 09:23 Reageer op dit bericht

Saint Julien l'hospitalier

Saint Julien l’hospitalier

 

We kennen deze heilige, die mogelijk nooit bestaan heeft, uit de Legenda aurea of De Gulden Legende, La légende dorée. Dat Latijnse werk is van de hand van Jacobus de Voragine (1230 – 1298), die aartsbisschop van Genua was. Hij beschrijft in dat werk het leven en de wonderen van de heiligen. Het werd voor het eerst in het Nederlands vertaald in 1358.

 

Ik laat een Franse vertaling van de legende volgen.

 

SAINT-JULIEN

D'après la légende Dorée de jacques de Voragine

On trouve encore un autre Julien qui tua son père et sa mère sans le savoir. Un jour, ce jeune noble prenait le plaisir de la chasse et poursuivait un cerf qu'il avait fait lever, quand tout à coup le cerf se tourna vers lui miraculeusement et lui dit : " Tu me poursuis, toi qui tueras ton père et ta mère ? " Quand Julien eut entendu cela, il fut étrangement saisi, et dans la crainte que tel malheur prédit par le cerf lui arrivât, il s'en alla sans prévenir personne, et se retira dans un pays fort éloigné, où il se mit au service d'un prince; il se comporta si honorablement partout, à la guerre, comme à la cour, que le prince le fit son lieutenant et le maria à une châtelaine veuve, en lui donnant un château pour dot. Cependant, les parents de Julien, tourmentés de la perte de leur fils, se mirent à sa recherche en parcourant avec soin les lieux où ils avaient l'espoir de le trouver. Enfin ils arrivèrent au château dont Julien, était le seigneur : Pour lors saint Julien se trouvait absent. Quand sa femme les vit et leur eut demandé qui ils étaient, et qu'ils eurent raconté tout ce qui était arrivé à leur fils, elle reconnut que c'était le père et la mère de son époux, parce qu'elle l'avait entendu souvent lui raconter son histoire. Elle les reçut donc avec bonté, et pour l'amour de son mari, elle leur donne son lit et prend pour elle une autre chambre. Le matin arrivé, la châtelaine alla à l'église; pendant ce temps, arriva Julien qui entra dans sa chambre à coucher comme pour éveiller sa femme; mais trouvant deux personnes endormies, il suppose que c'est sa femme avec un adultère, tire son épée sans faire de bruit et les tue l'un et l'autre ensemble. En sortant de chez soi, il voit son épouse revenir de l'église; plein de surprise, il lui demande qui sont ceux qui étaient couchés dans son lit : " Ce sont, répond-elle, votre père et votre mère qui vous ont cherché bien longtemps et que j'ai fait mettre en votre chambre. " En entendant cela, il resta à demi mort, se mit à verser des larmes très amères et à dire : " Ah! malheureux! Que ferais-je ? J'ai tué mes bien-aimés parents. La voici accomplie, cette parole du cerf; en voulant éviter le plus affreux des malheurs, je l'ai accompli. Adieu donc, ma chère sueur, je ne me reposerai désormais que je n'aie su que Dieu a accepté ma pénitence. " Elle répondit : " Il ne sera pas dit, très cher frère, que je te quitterai; mais si j'ai partagé tes plaisirs, je partagerai aussi ta douleur. " Alors, ils se retirèrent tous les deux sur les bords d'un grand fleuve, où plusieurs perdaient la vie, ils y établirent un grand hôpital où ils pourraient faire pénitence; sans cesse occupés à faire passer la rivière à ceux qui se présentaient, et à recevoir tous les pauvres. Longtemps après, vers minuit, pendant que julien se reposait de ses fatigues et qu'il y avait grande gelée, il entendit une voix qui se lamentait pitoyablement et priait julien d'une façon lugubre, de le vouloir passer. A peine l'eut-il entendu qu'il se leva de suite, et il ramena dans sa maison un homme qu'il avait trouvé mourant de froid; il alluma le feu et s'efforça de le réchauffer, comme il ne pouvait réussir, dans la crainte qu'il ne vînt à mourir, il le porta dans son petit lit et le couvrit soigneusement. Quelques instants après, celui qui paraissait si malade et comme couvert de lèpre se lève blanc comme neige vers le ciel, et dit à son hôte : " Julien, le Seigneur m'a envoyé pour vous avertir qu'il a accepté votre pénitence et que dans peu de temps tous deux vous reposerez dans le Seigneur. " Alors il disparut, et peu de temps après Julien mourut dans le Seigneur avec sa femme, plein de bonnes oeuvres et d'aumônes.

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door john om 09:22 Reageer op dit bericht

Emile Zola: Thérèse Raquin

Emile Zola: Thérèse Raquin

 

Deze roman van Zola (1840 – 1902) verscheen eerst als feuilleton in 1867. Hij verwekte schandaal wat Zola ertoe noopte bij de tweede druk een voorwoord te schrijven. Daarin beschrijft hij op ironische en amusante wijze de ontvangst van zijn boek:

 

La critique a accueilli ce livre d’une voix brutale et indignée. Certaines gens vertueux, dans des journaux non moins vertueux, ont fait une grimace de dégoût, en le prenant avec des pincettes pour le jeter au feu. Les petites feuilles littéraires elles-mêmes, ces petites feuilles qui donnent chaque soir la gazette des alcôves et des cabinets particuliers, se sont bouché le nez en parlant d’ordure et de puanteur. Je ne me plains nullement de cet accueil, au contraire, je suis charmé de constater que mes confrères ont des nerfs sensibles de jeune fille.

 

Wat verder verdedigt en verduidelijkt hij de bedoeling van zijn roman.

 

Dans Thérèse Raquin, j’ ai voulu étudier des tempéraments et non des caractères. Là est le livre entier. J’ai choisi des personnages souverainement dominés par leurs nerfs et leur sang, dépourvus de libre arbitre, entraînés à chaque acte de leur vie par les fatalités de leur chair. Thérèse et Laurent sont des brutes humaines, rien de plus.

…

Qu’on lise le roman avec soin, on verra que chaque chapitre est l’étude d’un cas curieux de physiologie. En un mot, je n’ai eu qu’un désir : étant donné un homme puissant et une femme inassouvie, chercher en eux la bête, les jeter dans un drame violent, et noter scrupuleusement les sensations et les actes de ces êtres. J’ai simplement fait sur deux corps vivants le travail analytique que les chirurgiens font des cadavres.

 

Daarmee is alles gezegd. Thérèse werd als kind opgenomen door haar tante bij wie ze samen opgroeit met Camille, de zoon van de tante. Ze houden een band-en garenwinkel (een soort Veritas) in een achterbuurt. Camille is altijd een ziekelijk kind geweest. Thérèse stemt erin toe om met hem te trouwen, maar het huwelijk stelt niets voor. Als Camille op een dag zijn collega Laurent naar huis brengt, begint na een tijdje een passionele verhouding tussen Thérèse en Laurent. Ze besluiten Camille om het leven te brengen. Maar na die moord krijgen ze gewetensbezwaren en blijft er van hun passie niets meer over. Ze huwen maar beginnen elkaar te haten en ze worden achtervolgd door hun misdrijf. Om ten slotte aan hun kwelduivel te ontsnappen zullen ze dubbelzelfmoord plegen.

 

We krijgen soms een idee van de toestanden in de 19e eeuw in Parijs. Zo blijkt dat het lijkenhuis voor ieder toegankelijk was.

 

La Morgue est un spectacle à la portée de toutes les bourses, que se paient gratuitement les passants pauvres ou riches. La porte est ouverte, entre qui veut. Il y a des amateurs qui font un détour pour ne pas manquer une de ces représentations de la mort. Lorsque les dalles sont nues, les gens sortent désappointés, volés, murmurant entre leurs dents. Lorsque les dalles sont bien garnies, lorsqu’il y a un bel étalage de chair humaine, les visiteurs se pressent, se donnent des émotions à bon marché, s’épouvantent, plaisantent, applaudissent ou sifflent, comme au théâtre, et se retirent satisfaits, en déclarant que la Morgue est réussie, ce jour-là.

 

Ook kinderen hadden toegang :

 

Par moments, arrivaient des bandes de gamins, des enfants de douze à quinze ans, qui couraient le long du vitrage, ne s’arrêtant que devant les cadavres de femmes. Ils appuyaient leurs mains aux vitres et promenaient des regards effrontés  sur les potrines nues. Ils se poussaient du coude, ils faisaient des remarques brutales, ils apprenaient le vice à l’ école de la mort. C’est à la Morgue que les jeunes voyous ont leur prmière maîtresse.

 

Obscene passages komen in het boek niet voor, hoewel ze dat misschien wel waren voor die tijd. Het choquerende zal vooral het amorele aspect van het boek geweest zijn. Als Camille in de weg staat, dan ligt het voor de hand dat ze hem vermoorden. Als ze elkaar niet meer kunnen beminnen, gaan ze elkaar haten en proberen ze elkaar te vernietigen. De hele tijd blijven ze bij de oude tante wonen. Die was aanvankelijk niet op de hoogte van de verhouding tussen het koppel en evenmin van de moord op haar zoon. Ze is de hele tijd misleid en zal pas achteraf vernemen hoe de vork aan de steel zit. Ze is dan echter zo ziek dat ze de waarheid niet meer aan het licht kan brengen. Toch zal ze haar gram nog halen, wanneer ze er bij is hoe het misdadig koppel elkaar om het leven brengt.

 

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door john om 16:56 1 reactie Reageer op dit bericht

Zondeval

Zondeval

 

Ik las wat in Het hart van de mens, van de psychoanalyticus Erich Fromm. Het boek gaat onder andere over de geneigdheid van de mens tot goed en kwaad.

 

Ik vond interessant wat hij schrijft over het Oude en het Nieuwe Testament.

 

In het OT wordt de ongehoorzaamheid van Adam en Eva tegenover God geen zonde genoemd. Nergens is er een aanwijzing te vinden dat die ongehoorzaamheid de mens verdorven zou hebben. Integendeel: die ongehoorzaamheid is de voorwaarde voor zelfbewustwording van de mens, voor zijn mogelijkheid tot kiezen, het is de eerste stap op weg naar vrijheid. Juist omdat de mens uit het paradijs verdreven werd, is hij volgens de profeten in staat om zijn eigen geschiedenis te maken, zijn menselijke vermogens te ontwikkelen en als volledig individu een nieuwe harmonie te bereiken met de natuur, in plaats van de vroegere harmonie waarin hij nog geen individu was.

 

In het christendom van het NT werd Adams ongehoorzaamheid wel gezien als een zonde, waardoor de menselijke natuur verdorven werd.  Die verdorvenheid kon alleen weggenomen worden door de genade van God, die Christus liet sterven voor de mens. Alleen het geloof in Christus kan redding brengen.

 

Met de Verlichting won de overtuiging veld dat alle kwaad in de mens het gevolg was van omstandigheden. Als men de omstandigheden verandert zal de natuurlijke goedheid van de mens wel aan de dag treden.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door john om 20:30 Reageer op dit bericht

Witold Gombrovicz: De beheksten

Witold Gombrovicz: De beheksten

 

Pools auteur (1904 – 1969) die zijn land verliet onder de Duitse dreiging. Hij verbleef lang in Argentinië en ging ten slotte in Frankrijk wonen. Deze roman is lang onbekend gebleven. Pas kort voor zijn dood deelde Gombrovicz mee dat hij het werk in 1939 onder pseudoniem als feuilleton in een krant had gepubliceerd. Het feuilletonkarakter  is duidelijk merkbaar. De episodes volgen elkaar op en wijken soms nogal af van de verhaalkern. Met 150 in plaats van 300 bladzijden was de roman krachtiger geweest.

Het gaat om een kasteel- en spookverhaal. Een jongeman die van geen hout pijlen weet te maken, neemt een betrekking aan als tennisleraar van een achttienjarig meisje. De verloofde van het meisje is secretaris van een halfwaanzinnige prins op een kasteel waar het spookt. Er ontstaan allerlei intriges en uiteindelijk worden de raadsels opgelost door een nuchtere en rationele helderziende.

Het is een luchtige en speelse roman. Er zijn al kenmerken in aanwezig die Gombrovizc in zijn latere werken vel meer zal beklemtonen: de tegenstelling tussen de boeiende onrijpheid van de jongeren tegenover de saaie normvastheid van de ouderen en van de maatschappij. Die onrijpheid uit zich in wispelturigheid, onbezonnenheid, dubbelzinnigheid, leugens, zinloos geweld, handelen uit onbewuste impulsen, onzedelijk gedrag, boosheid en agressie enz.

 

Wie zich door dit résumé aangesproken voelt, zou ik toch eerst enkele andere, meer interessante werken aanraden. Ferdydurke bijvoorbeeld, zijn hoofdwerk dat nogal experimenteel is. Daarnaast Kosmos en De Pornografie. Laat u door de titel van die laatste roman niet misleiden, want Gombrovicz is een van de meest kuise schrijvers die ik ken. Hij heeft ook een origineel 1000 bladzijden dik dagboek geschreven.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door john om 15:38 Reageer op dit bericht

Janneke

Janneke

 

Vandaag, 21 januari, zou mijn vader 101 jaar geworden zijn. Een gelegenheid om hem te gedenken. Dat an het beste met een gedichtje dat hij te mijner ere schreef in 1948.

 

Janneke

 

Mijn hand graait door je krullenbol,

Wijl ‘k luister naar je onbeholpen praten.

Mijn hart welt van geluk boordevol,

Ach kon de tijd het steeds zo laten.

 

Ik hou van je gulle lachjes,

Wat een loutere prachtjes,

Die frisse roze kaken

Waarin ze kuiltjes maken.

 

‘k Zie ’t in je blijde ogen blinken

er mijn hele hemel in verzinken

waar al de sterretjes in staan,

met het zonneken heel vooraan.

 

En valt er soms een traantje neer,

’t doet uw harteken niet zeer,

engelentraantjes vallen niet zwaar,

alleen veel later maar.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door john om 15:22 2 reacties Reageer op dit bericht

Albert Verwey: De page

Albert Verwey: De page

 

Deze dichter schrijft over het algemeen nogal verstandelijke gedichten, zodat ik nogal verwonderd was dit vers bij hem aan te treffen.

 

In ’t donkere bos hebt gij mij gevonden,

Mij, mat van wonden,

En mijn lippen lachten nog over mijn zonden.

 

Op uw blanke tel hebt ge mij geheven,

Mij, bleek van leven,

En mijn ogen haatten u om uw geven.

 

Door een groene wei hebt ge mij doen rijden,

Mij, flauw van lijden,

Nauw zocht ik uw schouder mij bijzijden.

 

In uw wit paleis hebt ge mij doen slapen,-

Zwak, zonder wapen,

Leek ik de geringste van al uw knapen.

 

In uw eigen bed hebt ge mij gekozen,-

In nieuw-teêr blozen

Zoeken uw lelies, mijn jonge rozen.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door john om 20:19 Reageer op dit bericht

Meer van sprokkelhout

↑ Terug naar de berichten