Naar de inhoud

sprokkelhout

akke.beakke.be

Archief

Thomas Bernhard: Die Kälte

Thomas Bernhard: Die Kälte

 

Thomas Bernhard heeft een reeks autobiografische teksten over zijn jeugdjaren geschreven. Die Kälte is daarvan een onderdeel. In dit verhaal beschrijft de auteur hoe hij op 18-jarige leeftijd wordt opgenomen in een sanatorium met vermoedelijk tbc. De openingszin van de geschiedenis luidt: Mit den sogenannten Schatten auf meine Lunge war auch ein Schatten auf meine Existenz gefallen. Het motto van het boekje is van Novalis en luidt: Jede Krankheit kann man Seelenkrankheit nennen.

 

Daarmee is de toon gezet. Het is opnieuw een door en door pessimistisch boek (terwijl hij wordt opgenomen, is zijn moeder stervende), waar maar af en toe een sprankje hoop doorschemert dat onmiddellijk weer wordt gedoofd. Hij schildert een hel van zieke, meestal ten dode opgeschreven mensen, die hun menselijkheid voor een groot stuk verliezen en die verzorgd worden door al even ontmenselijkte artsen. Bernhard schildert alles in het donkerste zwart. Zo zwart kan het leven nauwelijks zijn.

 

Is hij dan de schrijver van het zelfbeklag ? Niet helemaal. Hij grijpt zijn persoonlijke leed aan om de hopeloze condition humaine aan te tonen. Met heel veel slechte wil zou je in hem zelfs een Christusfiguur kunnen zien. Iemand die het lijden en de miserie zodanig beschrijft dat ze als een last van onze schouders worden genomen.

 

Waarom een dergelijke auteur lezen ? Hij is iemand die me fascineert. Ik sta telkens weer versteld van wat hij met de taal aan kan. Welke nieuwe woorden en beelden hij vindt om die duistere wereld te beschrijven. Soms is het allemaal wat teveel, lijkt het overdreven, maar dan slaagt hij er onverwachts in om met enkele woorden of een zin je heel diep te raken.

 

Ook zijn moeder blijft in het verhaal niet gespaard. Bernhard was niet erkend door zijn vader, die al vlug moeder en kind in de steek liet. Het kind kreeg van de staat een toelage van vijf mark per maand. Zijn moeder wreekte zich op de volgende manier: Die Rache meiner Mutter bestand sehr oft darin, mich auf das Rathaus zu schicken, um mir selbst die fünf Mark abzuhohlen, die der Staat für mich im Monat (!) bezahlte, sie hatte nicht gescheut, mich direkt in die Hölle zu schicken als Kind mit der Bemerkung: damit du siehst was du wert bist. Auch das werde ich naturgemäss nicht vergessen, wie die eigene Mutter sich an dem untreuen Manne rächt, indem sie ihr und dieses Mannes Kind in die Hölle schickt mit einem teuflische Satz, mit dem teuflischsten Sats aller Sätze, den ich im Ohr habe.

 

Ik realiseer me dat dit geen reclame voor dit boek of zelfs niet voor de auteur is, maar toch vind ik dat iedereen minstens een boekje van hem moet lezen. Zelf vind ik De neef van Wittgenstein een van zijn ontroerendste.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door john om 15:42 Reageer op dit bericht

Franz Werfel: Het bleekblauwe handschrift van een vrouw

Franz Werfel: Het bleekblauwe handschrift van een vrouw

 

Een prachtige novelle. Ze is gesitueerd in Oostenrijk, in de jaren dertig voor de Anschluss van Oostenrijk bij Duitsland. We zijn getuige van het opkomende antisemitisme in Oostenrijk. Leonidas, 50 jaar, bekleedt een hoge positie op het Oostenrijkse ministerie van Onderwijs. Hij is getrouwd met de steenrijke Amelie. Dat ze het in haar hoofd gehaald had om de kleine ambtenaar, die ik ooit was, tegen alle weerstand in toch te trouwen, was de extravangantie van een zeer verwend iemand, van wie elke gril moet worden ingewilligd. Immers, het water stroomt altijd naar zee. Ik ben, dat staat buiten kijf, een deel van Amelie’s bezittingen geworden.

Op een dag ontvangt hij een brief (in het bleekblauwe handschrift) van een vrouw, Vera Wormser, met wie hij 18 jaar geleden gedurende zes weken een verhouding had en die hij toen bruusk in de steek had gelaten. Hij had jaren geleden al eens een brief van haar ontvangen, maar toen had hij die ongelezen verscheurd. In de recente, zeer zakelijke brief, vraagt Vera Wormser aan Leonidas om iets te doen voor een zeer begaafde jongeman die ze erg genegen is. Omdat de jongen Joods is, kan hij zijn studie in Duitsland niet voortzetten en zij vraagt nu of Leonidas ervoor kan zorgen dat hij dat wel in Oostenrijk kan.

Leonidas denkt dat het wel eens om zijn eigen zoon zou kunnen gaan. Hij zal zich dan ook voor de jongen inzetten. De situatie zadelt hem op met een schuldgevoel dat zich ook laat voelen in zijn beroepsleven. Bij het benoemen van een hoogleraar zal hij tegen de tijdgeest in de kandidatuur van een joodse geleerde verdedigen.

 

Hoogtepunt in de novelle is de ontmoeting tussen Leonidas en Eva Wormser. In dat gesprek krijgt hij uitsluitsel of de jongeman al dan niet zijn zoon is. De waarheid is echter veel aangrijpender.  

 

Franz Werfel (1890 – 1945), was in de laatste periode van zijn leven getrouwd met Alma Mahler, de weduwe van de componist. Hij werd geboren in Praag en behoorde daar net als Kafka tot de groep van Duistsprekende Joden. In 1938 vluchtte hij naar Frankrijk. In het Zuidfranse dorpje Sanary schreef hij deze novelle. Samen met Heinrich en Golo Mann stak hij te voet de Pyreneeën over en via Spanje en Portugal emigreerde hij naar Amerika.

 

 

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door john om 12:15 Reageer op dit bericht

B. Traven: Verhalen

B. Traven: Verhalen

 

Rond deze in het Duits schrijvende auteur heeft lang een mysterie gehangen. Hij leefde onder verschillende namen, meed de publieke belangstelling en leefde een groot deel van zijn leven onder de indianen in Mexico. In zijn jonge jaren had hij anarchistische sympathieën en kort na WO I nam hij deel aan de kortstondige mislukte revolutie in München. Hij droeg toen de naam Ret Marut.

Traven schreef voornamelijk avonturenromans waarin hij partij koos voor de Mexicaanse indianen. Ik pik uit deze bundel één verhaaltje, De Grootindustrieel. Het legt op een amusante en ironische manier de vinger op enkele westerse vooroordelen.

 

Een Amerikaan bezoekt een indianendorpje in Mexico om een studie over land en volk te maken. Hij treft er een keuterboertje aan dat in zijn vrije tijd als bijverdienste kunstzinnige mandjes van raffia vlecht, mooi geverfd in verschillende kleuren. Hij besteedt er veel werk aan en als er twintig mandjes gereed zijn, probeert hij ze aan de man te brengen. De prijs is 50 centavo’s per stuk, maar die laat hij nogal gemakkelijk zakken. De Amerikaan vindt de mandjes mooi en wil er eentje kopen. Hij denkt dat de prijs rond de 2 peso’s (het viervoudige) zal schommelen. Omdat ze zo goedkoop zijn, vraagt hij de prijs voor 10 en 100 stuks. Die bedraagt respectievelijk 45 en 40 centavo’s.

De Amerikaan keert met zijn mandjes terug naar Amerika. Hij vindt er een chocoladekoopman die bereid is om 10.000 mandjes af te nemen. De Amerikaan ziet daar een  zaakje in en keert terug naar het Mexicaanse boertje. Hij vraagt hem naar de prijs voor 1000 of 10.000 mandjes. De boer denkt lang na en zegt dan: twee peso’s per stuk voor de 1000 en vier peso’s voor de 10.000. Dat begrijpt onze Amerikaan niet. De uitleg van de indiaan: aan duizend stuks heeft hij veel meer werk dan aan honderd. Hij heeft meer raffia nodig die gedroogd moet worden, hij moet zijn familie inschakelen, hij heeft minder tijd om op zijn land te werken enz. Conclusie van de Amerikaan: ‘Met Mexicanen kun je geen zaken doen, voor die mensen is er geen hoop.’

 

De mooie slotalinea van het verhaal neem ik integraal over:

 

‘Zo werd New York ervoor behoed dat het overspoeld werd door duizenden van die magnifieke kunstwerkjes. En zo werd het mogelijk te voorkomen dat die prachtige mandjes, waarin een Indiaanse landman het gezang van de vogels om hem heen, de kleurenpracht van de bloemen en bloesems die hij dagelijks in het oerwoud zag en de ongezongen liederen die in zijn ziel weerklonken, had weten te verweven, kapot en vertrapt in de vuilnisbakken op park Avenue gevonden werden, omdat ze geen waarde meer hadden nadat de bonbons eruit gesnoept waren.’

 

Het boek verscheen in 1987 bij Meulenhoff.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door john om 09:52 Reageer op dit bericht

Eça de Queiroz: De Mandarijn

Eça de Queiroz: De Mandarijn

 

Eça de Queiroz is een Portugese schrijver uit de negentiende eeuw (1845 – 1900).  Deze novelle dateert uit 1880 en kwam eerder toevallig tot stand. De auteur had aan zijn vriend, de directeur van het dagblad Diário de Portugal een roman in afleveringen beloofd. Dat werk, Os Maias, nam echter zulke omvang aan, dat het niet meer geschikt was voor publicatie in de krant. Om het goed te maken schreef Eça dan maar de novelle O Mandarim, die hij gratis aan de krant aanbood.

 

In 1884 werd het werk in het Frans vertaald. In een brief aan de redacteur van het tijdschrift waarin het zou verschijnen, gaf de auteur enige toelichtingen bij de novelle, uitte hij kritiek op het naturalisme en typeerde hij de ‘Portugese ziel’. Enkele fragmenten uit die brief.

 

‘Et par cela même que cette oeuvre (O Mandarim) appartient au rêve et non à la réalité, qu’elle est inventée et non observée, elle caractérise fidèlement, ce me semble, la tendance la plus naturelle, la plus spontanée de l’esprit portugais.’

 

‘Nous aimons passionnément, Monsieur, à tout envelopper dans du bleu : une belle phrase nous plaira toujours mieux qu’une notion exacte.’

 

‘Si par hasard on lisait en Portugal Stendhal, on ne pourrait jamais le goûter : ce qui chez lui est exactitude, nous le considérerions stérilité.’

 

‘Ou nous restons les yeux levés vers les étoiles, laissant monter vaguement le murmure de nos cœurs ; ou, si nous laissons tomber un regard sur le monde environnant, c’est pour en rire avec amertune.’

 

De novelle zelf is een fantastisch verhaal. Een kantoorklerk met een saai leventje leest toevallig in een oud boek een paragraaf waarin de lezer wordt uitgenodigd een belletje te rinkelen. Op dat moment zal er in het verre China een rijke mandarijn sterven en al diens rijkdommen zullen de beller toevallen. De duivel verschijnt in Teodoro’s kamer en zal hem overhalen om te bellen. Zoals voorspeld wordt hij rijk. Maar een nevenverschijnsel is dat hij geregeld de schim van de overleden mandarijn ergens aantreft. Na volop te hebben genoten van zijn nieuwe welstand, krijgt hij wroeging en wil hij af van de hallucinatie van de dode Chinees. Hij vertrekt naar China om de in armoede vervallen familie van de mandarijn financieel bij te staan. Maar het loopt verkeerd af. Als rijke westerling wordt hij aangevallen en bovendien blijken er in China nog enkele andere mensen de naam van de mandarijn te dragen. Hij keert terug naar Portugal en debiteert ten slotte enkele wijsheden voor zijn medemensen.

 

Het is een lezenswaardige ironische novelle. Mensen die de smaak te pakken hebben, zullen beslist een van zijn grotere romans willen lezen.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door john om 09:22 Reageer op dit bericht

Alan Moorehead: The Russian Revolution

Alan Moorehead: The Russian Revolution

 

Een pocket uit 1958 die ik toevallig ergens te koop zag staan en ik betwijfel of hij nog ergens te vinden zal zijn of dat hij vertaald is. Nu, over de Russische revolutie is er genoeg andere lectuur verschenen. De verdienste van dit boekje is vooral zijn helderheid. Het begint bij de tsarenfamilie en het eindigt met het vredesverdrag in Brest-Litovsk tussen Rusland en het Duitse keizerrijk. Verder krijgen we portretten van de hoofdrolspelers in de revolutie en een chronologische beschrijving van het hele verloop. De auteur is geen dweper en hij geeft een objectief beeld van de gebeurtenissen. Ik leer er vooral uit dat de revolutie er met veel geluk is gekomen. Ze dankt haar succes in de eerste plaats aan het doorzettingsvermogen, de koppigheid van Lenin, en ook aan het stuntelen van de tegenstanders, zowel in Rusland zelf als de Duitse heersers. Lenin dacht trouwens dat de revolutie eerst in Duitsland zou plaatsvinden. Dat land was veel ontwikkelder, en de revolutie zou er gemakkelijker ontstaan als verzet tegen de oorlogvoerende regering. Het liep echter anders. De revolutie op zich was niet zo bloedig (minder erg dan wat de Irakezen nu te doorstaan hebben), de terreur is pas achteraf begonnen, maar daar gaat dit boek niet over. Lenin was geen democraat. Hij was voorstander van de dictatuur van het proletariaat. De revolutie moest worden geleid door een voorhoedepartij, in dit geval de Bolsjewieken. Aanvankelijk was er wel sprake van echte democratie, via de sovjets, de raden van arbeiders, soldaten en boeren. Maar mede door de omstandigheden, de burgeroorlog, de oorlog en de gespannen verhouding met Duitsland, kwam de macht exclusief bij de Bolsjewieken te liggen.


Alan Moorehead heeft nog tal van andere historische werken geschreven. Hier heb ik onder andere heel lovend De Blauwe Nijl besproken. Ik kan de lezers dan ook alleen maar aanraden om  elk boek van hem dat je ergens ziet, meteen te kopen. Je zult nooit bedrogen uitkomen.


Een ander interessant boekje dat er bij aansluit en dat gemakkelijker te vinden is, is Het Duivelspact, van Sebastian Haffner. Hij beschrijft de Duits-Russische betrekkingen van de Eerste tot de Tweede Wereldoorlog.  

Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Geschreven door john om 13:18 Reageer op dit bericht

Tennessee Williams: Tramlijn begeerte

Tennessee Williams: toneel

 

Van de drie toneelstukken die ik las, Sweet Bird of Youth, The Glass Menagerie en A Streetcar named Desire, vind ik het laatste het beste.

 

Het stuk speelt in New Orleans, in een wijk war Williams zelf nog heeft gewoond. Door die wijk reden twee trams. Op de ene stond Cemetery, op de andere Desire.  Vandaar de titel van het stuk, die in het Nederlands is vertaald als Tramlijn Begeerte, wat ik al even prachtig vind als het origineel. Het heeft een tijdje geduurd voordat Williams succes had met zijn theaterstukken. Zolang het succes uitbleef, leidde hij het leven van een bohémien. Die zelfkant van de maatschappij komt vaak in zijn werk aan bod. Ook in A Streetcar named Desire.

 

Stella en Blanche zijn zussen. Ze woonden vroeger op een plantage in het zuiden, waren welstellend en kregen een verzorgde opvoeding. Maar mettertijd ging het bezit verloren.

Stella belandde in een achterbuurt van New Orleans waar ze samenwoont met een ruwe, gewelddadige en viriele vent. Ze heeft zich in haar lot geschikt. Op een dag krijgt ze bezoek van haar zuster Blanche. Na een mislukt huwelijk is ze het hoertje van het stadje geworden en is ze haar baan als lerares kwijtgespeeld.  Ze zoekt nu haar heil bij Stella en probeert haar verleden verborgen te houden. Maar Stanley, de partner van Stella, ontmaskert haar en zal haar later helemaal vernederen door haar te verkrachten. Blanche zal ten slotte als een wrak worden afgevoerd naar een psychiatrische instelling.

 

Veel geweld in het stuk, wat een kenmerk van Williams is. Maar vooral de personages en de dialogen zijn meesterlijk neergezet.

 

Tussendoor heb ik ook wat kortverhalen van deze auteur gelezen. Sommige zijn nogal extreem. Als voorbeeld neem ik Desire and the Black Masseur. Een dertigjarige man heeft onvervulde verlangens die hij niet goed kan thuisbrengen. Op een dag gaat hij naar een massagesalon waar hij door een neger wordt gemasseerd. De man gaat echter verder en zal Anthony Burns uiteindelijk vermoorden en opeten. Kannibalisme, zoals het een tijdje in Duitsland ook werkelijk is voorgevallen. Er staan nog enkele homoseksueel getinte verhalen in de bundel. Williams heeft zich blijkbaar nooit als homo geout. Ik las ondertussen ook een beknopte biografie die geschreven werd toen hij nog in leven was. Welnu, de biografe rept met geen woord over dat aspect van de auteur. Misschien was hij bang dat het nefast zou zijn voor het succes van zijn toneelstukken op Broadway.

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door john om 12:58 Reageer op dit bericht

Geweigerde vriendschap

Geweigerde vriendschap

 

Twee gedichten die toevallig over hetzelfde onderwerp gaan. Dat van Gregory Corso kende ik al langer, dat van Martynov las ik pas onlangs in de Spiegel van de Russische Poëzie.

 

Een geheime vriend

 

Vriend, jij wierp mij,

In wildwater beland,

De verdrinking nabij,

Een reddingsboei toe. Ik bereikte de kant,

Gered, maar volslagen alleen, omdat jij

Beschroomd was voor mijn uitgestoken hand.

 

Leonid Martynov 1905 – 1980

 

 

Second Night in N.Y.C. after 3 Years

 

I was happy I was bubbly drunk

The street was dark

I waved to a young policeman

He smiled

I went up to him and like a flood of gold

Told him all about my prison youth

Anbout how noble and great some convicts were

And about how I just returned from Europe

Which wasn’t half as enlightening as prison

And he listened attentively I told no lie

Everything was truth and humor

He laughed

He laughed

And it made me so happy I said:

‘Absolve it all, kiss me !’

‘No no no no!’ he said

and hurried away.

 

 

Gregory Corso

 

 

Mijn voorkeur gaat naar het laatste gedicht. Het is zoveel levendiger dan het Russische, dat nogal stroef aandoet. Maar misschien zitten er in het Russische origineel ook wel schatten verborgen die in de vertaling verloren zijn gegaan.

 

Maar het gedicht van Corso is zo onbezonnen vrolijk. Het doet me denken aan het beeld Het Zotte Geweld van Rik Wouters. Ook zo’n uitbarsting van uitbundige vreugde.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door john om 07:44 Reageer op dit bericht

fabel 5

Fabel 5

 

De laatste inuit de rij is Ivan Krylov. Een Russische dichter die leefde van 1769 tot 1844. Hij heeft onder andere La Fontaine in het Russisch vertaald. Dit gedicht was het eerste dat me onder ogen kwam, waarna ik op zoek ben gegaan naar andere, vroegere voorbeelden. Het gedicht staat in de Spiegel van de Russische Poëzie, een uitgave van Meulenhoff Amsterdam.

 

De Wolf en het Lam

 

Volgens de sterke heeft de zwakke het altijd gedaan:

Daarvan kan de geschiedenis u menig voorbeeld geven.

Geschiedenis wordt echter niet door ons geschreven;

Ziet hoe in fabels deze dingen gaan.

 

Een lam kwam bij een beekje om zijn dorst te stillen;

Maar laat het toeval nou toch willen

Dat daar een wolf rondhing op zoek naar buit;

Hij ziet het lam en wil het villen,

Maar om het iets legaals te geven roept hij uit:

‘Brutale vlerk, dat zal me niet gebeuren,

Hoe waag je het om met je vuile smoel

Mijn poel

Met zand en modder te besmeuren!

Weet wel dat ik voor zo’n brutale streek

Je poten breek.’

‘Doorluchte wolf, wil mij vergeven

dat ik u hierin tegenspreek,

ik sta beneden in de kreek,

zo’n honderd meter van u af, u hebt wat overdreven:

ik maak geen smeerboel van de beek.’

‘Dus jij beweert dat ik onwaarheid spreek!

Schavuit ! Wie heeft er ooit zoiets brutaals vernomen!

Ik weet dat ik je eerder tegen ben gekomen,

Je hebt me vorig jaar gekrenkt, als je ’t maar weet,

Je moet niet denken, vriendje, dat ik dat vergeet!’

‘Pardon, toen was ik nog niet eens geboren,’

zei ’t lam. ‘Dan was het vast je broer.’

‘Ik heb geen broers.’ ‘Nou, dan je petemoer,

of iemand van de lui die bij je horen.

Want alle schapen, honden, herders bij elkaar

Wensen mij steeds het kwade,

En pogen mij waar mogelijk te schaden;

Daarom ben ik met jou nog lang niet klaar.’

‘Wat is mijn schuld dan ?’ ‘Zwijg! Ik maak geen grapje.

In dat geklets van jou heb ik geen zin!

Jouw schuld is dat ik trek heb in een lekker hapje.’

En daarop sleepte hij het lam de donkere bossen in.

Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Geschreven door john om 17:12 Reageer op dit bericht

Joseph Conrad: The Secret Agent

Joseph Conrad: The Secret Agent

 

Mr. Verloc houdt een groezelig winkeltje open in Londen. Hij woont er met zijn jonge echtgenote Winnie en met Winnie’s moeder en Stevie, haar wat achterlijke broer. Dat winkeltje is slechts een dekmantel voor het eigenlijke beroep van Mr. Verloc, namelijk dubbelagent.

Zijn opdrachtgever op de Russische (?) ambassade is echter niet meer tevreden over zijn werk. Wil Verloc er nog geld aan verdienen, dan wordt er iets meer van hem verwacht, namelijk een aanslag organiseren op het Observatorium in Greenwich. Die terroristische aanslag moet ervoor zorgen dat de politie repressiever gaat optreden.

Verloc staat in contact met een allegaartje van anarchisten, van wie de meeste niet in aanmerking komen om de aanslag te plegen. Hij geraakt uiteindelijk toch aan een bom en hij zal de aanslag samen uitvoeren met zijn schoonbroer, de achterlijke Stevie. De aanslag mislukt echter op dramatische wijze. Hij leidt tot een familiedrama en uiteindelijk tot de dood van het hele gezin.

 

Een spionageroman uit 1907. In vergelijking met hedendaagse werken in dat genre is de intrige van de Secret Agent eenvoudig. Er gebeurt ook weinig spectaculairs in, maar dat wordt ruimschoots gecompenseerd door de tragiek van het gebeuren. Conrad tekent een harde wereld. Het enige personage met een hart is Winnie, de echtgenote van Verloc, en zij wordt door zowat iedereen belogen en in de steek gelaten.  Haar man is egoïstisch en harteloos.

Conrad profiteert van de gelegenheid om verschillende soorten anarchisten op te voeren. Er is de niets en niemand ontziende Professor, de bommenmaker, die enkel wil vernietigen. Hij lijkt een extreme volgeling van Nietzsche, want hij wil al wie zwak of ziek is gewoon uitschakelen. Een rasechte nazist. De man geeft ook niet om zijn eigen leven, want hij loopt voortdurend met een bom op zak. Wie hem poogt aan te houden, vliegt mee de lucht in. Daarnaast is er de anarchist op zijn retour, die zich van de wereld heeft afgesloten en zijn memoires schrijft. Ten slotte is er de libertair, die uitsluitend zijn eigen profijt en genot nastreeft. Verloc zelf, de dubbelagent, is het type van de lafaard.

 

Er zijn parallellen met het terrorisme in onze tijd: een doelwit dat voornamelijk om zijn symboolwaarde wordt gekozen, opdrachtgevers die veilig op de achtergrond blijven en het vuile werk laten opknappen door willoze of willoos gemaakte jongeren.

 

Om de spanning hoeft men het boek niet te lezen, daarvoor kan men beter bij hedendaagse auteurs terecht. Ik laat enkele citaten volgen om de sfeer weer te geven.

 

Over de harteloosheid van Verloc (Stevie is de achterlijke jongen):

 

Mr. Verloc extended as much recognition to Stevie as a man not particularly fond of animals may give to his wife’s beloved cat.

 

Of deze typering van de poetshulp, die geld vraagt voor haar vele kinderen thuis:

 

She was well aware that directly Mrs Neale received her money she went round the corner to drink ardent spirits in a mean and musty public-house – the unavoidable station on the via dolorosa of her life.

 

De laatste paragraaf is gewijd aan de nihilistische professor. Een pessimistische noot en jammer genoeg blijken er ook vandaag nog zulke mensen rond te lopen.

 

And the incorruptible Professor walked, too, averting his eyes from the odious multitude of mankind. He had no future. He disdained it. He was a force. His thoughts caressed the images of ruin and destruction. He walked frail, insignificant, shabby, miserable – and terrible in the simplicity of his idea calling madness and despair to the regeneration of the world. Nobody looked at him. He passed on unsuspected and deadly, like a pest in the street full of men.

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door john om 17:07 Reageer op dit bericht

Fabel (4)

Fabel (4)

 

In het rijtje fabeldichters mag La Fontaine natuurlijk niet ontbreken. Soms wordt echter wel eens vergeten dat hij veel voorlopers heeft gehad en dat hij er zeker niet de uitvinder van is. Hij heeft de collectie wel uitgebreid en bij hem worden de fabels ook veel levendiger.

 

Le loup et l’ agneau

 

La raison du plus fort est toujours la meilleure:

           Nous l’allons montrer tot à l’heure.

           Un agneau se désaltéroit

           Dans le courant d’une onde pure.

Un loup survient, à jeun, qui cherchoit aventure,

     Et que la fa          im en ces lieux attiroit.

« Qui te rend si hardi de troubler mon breuvage ?

           Dit cet animal plein de rage :

Te seras châtié de ta témérité.

-       Sire, répond l’agneau, que Votre Majesté

Ne se mette pas en colère ;

Mais plutôt qu’elle considère

Que je me vas désaltérant

     Dans le courant

Plus de vingt pas au-dessous d’elle :

Et que, par conséquent, en aucune façon,

           Je ne puis troubler sa boisson.

- Tu la troubles, reprit cette bête cruelle ;

Et je sais que de moi tu médis l’an passé.

-       Comment l’aurois-je fait, si je n’étois pas né ?

Reprit l’agneau ; je tette encor ma mère.

- Si ce n’est toi, c’est donc ton frère.

- Je n’en ai point. – C’est donc quelqu’un des tiens :

           Car vous ne m’épargnez guère,

           Vous, vos bergers, et vos chiens.

On me l’a dit : il faut que je me venge »

           Là-dessus, au fond des forêts

           Le loup l’emporte, et puis le mange,

           Sans autre forme de procès.

 

 

 

 

 

Hoe vind je dit bericht? 12 stemmen
Geschreven door john om 09:26 Reageer op dit bericht

Meer van sprokkelhout

↑ Terug naar de berichten