Naar de inhoud

sprokkelhout

akke.beakke.be

Archief

Jacob Israel de Haan

Jacob Israel de Haan

 

Ik was een knaap, die alle Joodsche dagen

Van vasten en van vreugd eerbiedig hield.

Zijn dagen veilig voor angstige vragen,

Al zijn verlangen door vroomheid bezield.

 

Dit is enkel de eerste strofe van een langer gedicht (Het eigen lied) aan het begin van het tweede boek  Het Joodsche Lied.

 

Ik vind het een prachtig kwatrijn. (De dichter heeft trouwens ongeveer negenhonderd afzonderlijke kwatrijnen geschreven). Zo ziet een jongen natuurlijk zichzelf niet, maar zo blikt een oudere man terug op de knaap die hij was.

Deze strofe ademt onschuldige onbezorgdheid.  De eerste twee regels schilderen een veilige cocon waarin de jongen niets kan gebeuren. Alles is netjes geregeld. De jongen houdt zich aan de joodse feestdagen. Dagen die vervuld zijn van vreugde en van de milde pijn van het vasten. Mild, omdat die vasten in het teken staat van het naleven van de Joodse voorschriften, en hij op die manier zijn God eerbied betoont.

In de twee volgende regels verduidelijkt hij waarom hij gelukkig was. Hij stelde zichzelf geen angstige vragen en zijn verlangen betrof enkel het vroom-zijn. Dit zijn echter regels van schijnbaar geluk. Aan het woord is de volwassen man die in zijn leven intussen al heeft kennisgemaakt met angst en met andere verlangens. De regels zijn tweeslachtig. Ze zeggen waarom de dichter zich geborgen voelt, maar tegelijk zijn de woorden angst en verlangen als een sluipend gif binnengedrongen.

 

En de dichter hééft een bewogen leven gehad. Jacob Israel de Haan werd geboren in 1881 en in 1924 werd hij in Jeruzalem vermoord. Hij stamde uit een groot gezin van een orthodox-joodse godsdienstleraar. Een van zijn zussen was de schrijfster Carry van Bruggen, wier leven al even dramatisch is geëindigd. Hij studeerde en aanvankelijk brak hij met zijn joodse geloof. Hij was actief in de beweging van socialisten in het begin van de eeuw. In 1904 publiceert hij de roman Pijpelijntjes, waarin hij zich out als homoseksueel. Dit werk zal hem zijn baan kosten. Hij huwt, voltooit een rechtenstudie en keert terug naar het joodse geloof. Hij studeert Hebreeuws en wordt in 1920 docent aan de rechtenschool in Jeruzalem. Oorspronkelijk was hij zionist, maar zijn opvattingen daarover veranderen. Hij gaat niet akkoord met de joodse politiek in die tijd. Hij wil een joodse gemeenschap op oudtestamentische theocratische basis, dus heel orthodox. Bovendien onderhield hij vriendschappelijke banden met in Palestina woonachtige Arabieren. Het komt zover dat de studenten zijn lessen boycotten en hij in 1923 wordt ontslagen. Hij plant dan zijn terugkeer naar Nederland,  maar in 1924 wordt hij neergeschoten door extremistische zionisten.

 

In het volgende kwatrijn ‘Klaagmuur’ komen verschillende thema’s uit het leven van deze man mooi samen:

 

Ook hier ben ik de zinnelijke Dichter,

Genietend door zo menig Land gegaan.

De lach van den Marokkaan valt mij lichter

Dan ’t weenen van wie met mij biddend staan.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door john om 14:06 Reageer op dit bericht

Gavino Ledda: Padre Padrone

Gavino Ledda: Padre Padrone

 

De opvoeding van een herderszoon is de ondertitel. Dit autobiografische verhaal speelt zich af in Sardinië, in de jaren na WO II.

 

Als de auteur vijf jaar is, gaat hij voor het eerst naar school. Zijn schooltijd duurt welgeteld één maand. Dan haalt zijn vader hem uit de klas, want hij heeft hem nodig om de schapen te hoeden. Voor de jongen begint een hard en eenzaam leven. Bovendien krijgt hij van zijn autoritaire vader voor de minste misstap geregeld slaag. Deze wil zich opwerken en ontziet daarbij niemand. De barre natuur op Sardinië zal hem echter de das omdoen. Geregeld wordt de oogst verwoest door sprinkhanenplagen en één ijzige nacht volstaat om de met veel moeite aangeplante olijvengaard compleet te vernietigen.

Gavino zal mettertijd liefde opvatten voor die natuur en zijn schapen, maar langzamerhand ontstaat ook de behoefte om te leren lezen en schrijven. Dit is erg tegen de zin van zijn vader, met wie het uiteindelijk tot een hevige confrontatie zal komen.

In 1958 (hij is dan 20 jaar) krijgt hij een kans. Het leger biedt jongeren de mogelijkheid om een opleiding te volgen. Gavino grijpt de kans en van dan af begint zijn leertijd. Hij zal het nog tot professor aan de universiteit brengen, maar daarover gaat het boek niet.

 

Het boek gaat vooral over het harde en primitieve herders- en landbouwersleven op het Sardijnse platteland. Daarbij komt nog een koppige en autoritaire vader die zijn kinderen louter als goedkope werkkrachten beschouwt. Tot zijn twintigste heeft Ledda in feite niets anders gekend dan ‘de kont van de schapen’. Het is een op Sardinië gebruikte uitdrukking om de onwetendheid van iemand aan te geven. Het is namelijk zo dat om de schapen te melken, de herder plaatsneemt achter het schaap en zijn hoofd tegen het achterwerk van het schaap gedrukt houdt. Sommige eenzame herders gebruiken de schapen ook voor andere doeleinden. Dat laat de schrijver toe om zijn bezoek met vrienden aan een bordeel in de stad te omschrijven als: ‘die morgen hadden we eindelijk allemaal de schapen zonder staart eens kunnen proberen’.

 

Het zegt dus veel over de achterlijkheid en de grofheid van die plattelandsbevolking. Het boek is ruw maar eerlijk. Het is in de jaren 70 door de gebroeders Taviani verfilmd en de film werd in Cannes met de Gouden Palm bekroond.

 

Ledda (geboren in 1938) leeft opnieuw in zijn geboortedorp. Hij probeert het oorspronkelijke karakter van zijn geboortestreek te vrijwaren, tegen de zin in van bouwpromotoren. Zo werd hij nog in 2005 in zijn huis beschoten.

 

Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Geschreven door john om 13:22 Reageer op dit bericht

Neil Bartlett: Ready to catch him should he fall

Neil Bartlett: Ready to catch him should he fall

 

In de Nederlandse vertaling luidt de titel Verliefd op een ander, maar die dekt volgens mij de lading niet. Het gaat om een homoroman. Dat kan verwondering wekken als je merkt dat de drie delen waarin het boek is ingedeeld respectievelijk Alleenstaand, Echtpaar en Gezin heten. De roman verscheen in 1990, in Engeland, in een periode waarin er nog geen sprake was van het homohuwelijk. Het eerste deel speelt volledig in een bar. Het verhaal wordt verteld door een van de bezoekers. Op een dag arriveert De Jongen. Een knappe jongeling die in bescherming wordt genomen door Madame die de bar openhoudt. Later zal zij Moeder worden genoemd. De Jongen lijkt alleen op de wereld te staan en hij vergezelt elke avond wel een man naar huis. In het tweede deel gaat hij een vaste relatie aan met een oudere man. Hij gaat met hem samenwonen en ze hebben nogal ruwe seks. In die periode ontvangt De Jongen geregeld brieven van een zekere Vader. We blijven in het ongewisse wie dat is. Maar in het laatste deel wordt deze man opgenomen in het gezin. De Jongen verzorgt hem en staat hem bij tot hij doodgaat.

 

De auteur Bartlett is vooral actief in de theaterwereld. In deze roman merkt men dat ook een beetje aan de personages. Ze hebben allemaal iets vervreemdend over zich, ze lijken in een eigen wereld te leven. Hun zieleleven wordt niet expliciet blootgelegd. Aan hun gedragingen merken we dat het vaak om gekwetste mensen gaat, zonder dat dit met zoveel woorden wordt gezegd. Het boek is op bepaalde momenten best ontroerend.

 

Het boek richt zich toch hoofdzakelijk tot een homopubliek. Anderen gunt het een blik in het homomilieu, met zijn grote verscheidenheid, zijn promiscue gedrag, maar ook met een hunkerend verlangen naar liefde en schoonheid.

 

Het boek is in een heel eigen stijl geschreven. In de Gentse bieb is het boek beschikbaar en er is ook nog een andere roman van hem, namelijk Mr. Clive and Mr. Page. Dat boek las ik enkele jaren geleden en ik herinner me dat het al even vreemd en even mooi was.

 

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door john om 21:22 Reageer op dit bericht

Franz Kafka: Die Verwandlung

Franz Kafka: Die Verwandlung

 

... ich war bloß entschlossen, nicht früher aus dem Bett zu gehn ehe der Brief kam und zu diesem Entschluß gehörte keine besondere Kraft, ich konnte einfach vor Traurigkeit nicht aufstehn. Ich werde Dir übrigens heute noch schreiben, wenn ich auch noch heute viel herumlaufen muß und eine kleine Geschichte niederschreiben werde, die mir in dem Jammer im Bett eingefallen ist und mich innerlichst bedrängt.

 

Dat is de eerste vermelding van het ontstaan van de  novelle Die Verwandlung. Ze werd geschreven in november 1912, in een brief aan Felice Bauer, met wie Kafka zich een korte tijd zou verloven en met wie hij een uitvoerige correspondentie voerde.

De volgende nacht schrijft hij haar:

 

Meine Liebste, es ist ½ 2 nachts, die angekündigte Geschichte ist bei weitem noch nicht fertig...

 

De 23e schrijft hij onder andere:

 

Vorlesen will ich Dir. Ja, das wäre schön, diese Geschichte Dir vorzulesen und dabei gezwungen zu sein, Deine Hand zu halten, denn die Geschichte ist ein weinig fürchterlich.

 

In de nacht van 23 op 24 november gaat het als volgt:

 

Liebste! Was ist das doch für eine ausnehmend ekelhafte Geschichte, die ich jetzt wieder beiseite lege, um mich in den Gedanken an Dich zu erholen. Sie ist jetzt ein Stück über ihre Hälfte fortgeschritten und ich bin auch im allgemeinen mit ihr nicht unzufrieden, aber ekelhaft ist sie grenzenlos und solche Dinge, siehst Du, kommen aus dem gleichen Herzen, in dem Du wohnst und das Du als Wohnung duldest. Sei darüber nicht traurig, denn, wer weiß, je mehr ich schreibe und je mehr ich mir befreie, desto reiner und würdiger werde ich vielleicht für Dich, aber sicher ist noch vieles aus mir hinauszuwerfen und die Nächte können gar nicht lang genug sein für dieses übrigens äußerst wollüstige Geschäft.

 

Het is het verhaal van Gregor Samsa, een vertegenwoordiger, die op een ochtend wakker wordt en vaststelt dat hij in een grote kever is veranderd. Eerst denkt hij nog dat het maar een droom is en dat hij spoedig wakker zal worden en naar zijn werk zal kunnen vertrekken.

 

Wie wäre es, wenn ich noch ein wenig weiterschliefe und alle Narrheiten vergäße, dachte er, aber das war gänzlich undurchführbar, denn er war gewohnt, auf der rechten Seite zu schlafen, konnte sich aber in seinem gegenwärtigen Zustand nicht in diese Lage bringen.

 

Een typische Kafkazin. In de eerste plaats liegt hij zichzelf voor, wil hij de vreselijke toestand niet onder ogen zien. In plaats van een normale paniekreactie, stelt hij gewoon vast dat hij niet verder kan slapen, omdat hij dat gewoonlijk op zijn rechterzij doet, wat nu onmogelijk is want hij ligt op zijn (kever)rug met zijn pootjes omhoog. Vervolgens heeft hij schuldgevoelens omdat hij niet naar het werk kan.

 

Wie nun, wenn er sich krank meldete ? Das wäre aber außerst peinlich und verdächtig, denn Gregor war während seines fünfjahrigen Dienstes noch nicht einmal krank gewesen.

 

De deur van zijn kamer is op slot en door zijn ouders, zijn zuster en de aangekomen procuratiehouder wordt hij aangemaand om op te staan en de deur te openen. In het eerste hoofdstuk wordt de situatie nog met veel humor verteld, maar later wordt het allemaal hopelozer en pijnlijker. Kan hij zich aanvankelijk nog verstaanbaar maken, na een tijdje begrijpen zijn huisgenoten hem niet meer en langzamerhand zien ze hem niet meer als hun zoon of broer, maar als een kever. Zo wordt hem op een krant voedsel voorgezet bestaande uit halb-verfaultes Gemüse, Knochen vom Nachtmahl her, …ein Käse den Gregor vor zwei Tagen für ungenießbar erklärt hatte ….

 

De ontmenselijking zal ten slotte haar hoogtepunt vinden in de woorden van de huishoudster die de overleden kever aantreft: Sehen Sie nur mal an, es ist krepiert, da liegt es, ganz und gar krepiert !

 

De novelle is op allerlei manieren geïnterpreteerd. Maar ook zonder die analyses is het lezen ervan een feest. Een eigenaardig feest, want als lezer voelde ik me er onbehaaglijk, onrustig en onzeker bij.

 

Kafka leefde van 1883 tot 1924. Als jood was het nog een geluk dat hij zo vroeg gestorven is. Zo heeft hij de opkomst van het nazisme niet moeten meemaken. Zijn drie zussen was een droever lot beschoren. Alle drie zijn ze omgekomen in een concentratiekamp.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door john om 21:21 1 reactie Reageer op dit bericht

Marie van Zeggelen: Indrukken van een zwervelinge

Marie van Zeggelen: Indrukken van een zwervelinge

 

Deze Nederlandse schrijfster leefde van 1870 tot 1957. Op negentienjarige leeftijd trouwt ze met een officier in het Nederlands-Indisch leger en volgt ze haar man naar Nederlands Indië. Ze zwerft er veel rond en verblijft onder andere van 1906 tot 1907 in Zuid-Celebes. Ze woont er in een afgelegen legerbivak met maar enkele andere Nederlanders. Ze heeft veel belangstelling voor de inlanders en noteert onder meer hun verhalen.

Nederland was toen de kolonisator in Indonesië, maar in die tijd was dat begrip niet zo negatief geladen als nu (althans niet voor de kolonisatoren, over wat de gekoloniseerden dachten valt er niet zoveel te lezen). Marie van Zeggelen vond zich terug in het gedachtegoed van de zogenaamde ethische politici. Hun doelstelling bestond erin de inlandse bevolking te ‘beschaven’ naar West-Europees model: met Nederlandse hulp en onder Nederlands gezag, maar zonder onderdrukking of uitbuiting. Onafhankelijkheid van Nederlands Indië was iets voor een verre toekomst.

 

In het begin van het boek bezoekt ze een vriendin die met haar man een suikerfabriek uitbaat. De beschrijving van dat bezoek aan de fabriek is tegelijk poëtisch en realistisch.

 

Het licht geeft koperreflexen op de bloote ruggen der half naakte werkers die het riet van de trollies halen en neersmakken op de langzaam voortrollende carriers, waar bedrijvige, donkere, half verlichte figuurtjes het riet vlug verdeelen – langzaam worden de lange stengels naar binnen geschoven, waar het machinebeest zijn muil openspert om ze in te slikken, te verzwelgen, te vermalen en ze later uit te braken als donker stroopsap. … Onzichtbaar doen de reuzenmachines haar werk, bediend door de kleine bruine menschen, die als mieren boven op de ijzeren stellages krioelen. … Bergen licht blonde suiker, dalen van suiker. Jacobsladders vol suiker, die zachtjes hun gordijntjes van suiker neerstrooien als blonde watervalletjes.

 Soms belicht ze ook de sociale kant van de zaak:

 …de nachtploeg is niet opgekomen. De fabriek stoot haar loeiend geroep in de lucht – niemand komt. Het is weer ’t oude liedje – ze hebben geld, dus werken ze niet, ze kunnen best een week er van leven. … De daarop volgende dagen worden er nieuwe arbeidskrachten gezocht, die moeilijk te vinden zijn, hoewel er nietsdoende, neergehurkte Javanen bij twintigtallen langs den weg zitten en de fabriek, dat werkende monster van de ‘Blanda’s’ aanstaren met een bijna benijdbaar vertrouwen in het fatum, dat wel zorgen zal.

 

Als het boek vordert, vernemen we ook wat over de oorlog die er heerst. Haar man is tenslotte legerofficier en zal onder andere een jacht organiseren op een guerrillaleider. De inlanders, ook vrouwen en kinderen, voeren een ongelijke strijd. Ze hebben geen wapens die weerwerk kunnen bieden aan het Nederlandse leger, maar zijn moedig en lopen hun dood tegemoet. Zo citeert de schrijfster uit een brief van een soldaat:

 

Alleen op de weg stond een Baliër, gewapend met zijn lans, blijkbaar vast besloten tot op het uiterste de hem door zijn vorst aangewezen wachtpost te blijven bezetten. De arme! Hij moet toch geweten en begrepen hebben, dat hij alleen of met enkelen wier lansen wij zagen bewegen in de hooge rijstvelden naast den weg, geen twee bataljons infanterie en een batterij artillerie kon tegenhouden, ja, zelfs maar schaden ?

De infanterie schoot slecht – was het, omdat ze huiverde den armen wacht neer te vellen ?

Tal van schoten misten hun doel en toch stond hij daar zoo onbewegelijk met de lans in de hand, de trouwe bewaker van zijn vorst, met de borst en het oog naar de geweren gekeerd. Eindelijk deed een scherpschutter hem neertuimelen; maar weer richtte hij zich op. Staan kon hij blijkbaar niet meer – zittende nog waakte hij met de lans omhoog. Wel dreigde deze hem nu en dan uit de hand te vallen en zwaaide daardoor heen en weer; eenmaal viel die zelfs en met haar de moedige verdediger, maar nogmaals richtte hij zich op en ook zijn lans en nogmaals versperde hij den Hollanders den weg – tot eindelijk een kogel den braven voor goed deed neertuimelen.  De dappere – de man vol doodsverachting was gevallen.

 

De les die de schrijfster uit dit verhaal trekt is de volgende:

 

Ik weet, dat bij het lezen van dezen heldendood de bewondering meer wordt opgewekt voor het arme slachtoffer dan voor het even aarzelen van de infanterie, het misschieten, dat haast iets ongeloofelijks is, waar de aanvaller twee bataljons sterk en het mikpunt één man is.  Maar tch is voor mij dat aarzelen, dat huiveren een blijde boodschap voor den nieuweren tijdsgeest…en het is ook tijd om onze lans op te heffen tegen alle gruwelen, die er in naam van het (Recht’ geschieden! O, wij zijn ook nog maar als één man, als één waker voor de poort….

Onze lans moeten we omhoog heffen en telkens weer, als de Baliër, om het recht van den mensch op vrede, te helpen verdedigen – om niet alleen te verhoeden, dat er gemoord en vermoord wordt, maar dat het nobelste en mooiste in een menschenziel verwoest wordt ‘eerbied voor het leven van een ander’.

 

En wat nu zo mooi is in dit boek: als je dit fragment hebt gelezen en je slaat de bladzijde om, dan kijk je op een foto, de eerste, van de schrijfster. Een gelukkige vondst van de bezorger.

 

De rest van het boek gaat over haar verblijf in een afgelegen bergstreek in Zuid-Celebes. Ze schrijft over de enkele Hollanders die getroffen worden door malaria, over de inheemse bevolking die ze meer en meer begint te waarderen.

 

Het boek werd in 1910 voor het eerst gepubliceerd en in 1989 opnieuw uitgegeven bij uitgeverij Conserve in de Indische Letteren-Reeks.

 

Even dit terzijde: het boek zal volgende week zaterdag 16 september (als het mooi weer is) te koop zijn op de jaarlijkse boekenmarkt in Bachte Maria Leerne. Zoals de meeste boeken die ik er aanbied, tegen een spotprijs.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door john om 14:51 Reageer op dit bericht

Diderot: La religieuse

Diderot: La religieuse

 

In de 18e eeuw waren er geen kranten in Frankrijk. Om rijke mensen die buiten Parijs woonden, toch op de hoogte te houden van wat er zoal gebeurde, had een zekere F. M. Grimm, die huisleraar was in Parijs, de Correspondance littéraire opgericht, een veertiendaags bulletin dat hij tot verder buiten de grenzen verstuurde, onder andere naar de keizerin in Rusland. In 1770 wordt in die Correspondance littéraire de grap verteld die aanleiding had gegeven tot de roman van Diderot.

 

De markies de Croismare maakte deel uit van het Parijse groepje van madame d’Epinay, waartoe ook Diderot en Grimm behoorden. De markies moest voor zaken naar Normandië. Na vijftien maanden wensen de mensen in Parijs hem terug te halen en ze zullen daarbij een list gebruiken. De markies had zich het lot aangetrokken van een jonge vrouw die door haar ouders gedwongen was om in het klooster te gaan. Diderot stuurde de markies nu fictieve brieven, waarin  stond dat de jonge vrouw gevlucht was uit het klooster en dat ze rekende op de hulp van de markies. De markies trapte in de val, beantwoordde de brieven en maakte allerlei plannen om de vrouw ergens een betrekking te bezorgen. Hij ging zo fel op in de geschiedenis, dat Diderot zich na enkele maanden genoodzaakt zag de jonge vrouw te laten sterven. Pas tien jaar later, toen de brieven in de Correspondance littéraire werden gepubliceerd, vernam de markies hoe hij in het ootje was genomen.

 

Naar aanleiding van dat voorval schreef Diderot zijn roman La religieuse.  Hij gaat over een meisje Suzanne die van haar ouders in het klooster moet gaan. Zij is een natuurlijk kind en haar moeder, die haar echtgenoot daarover in onwetendheid heeft gelaten, wenst op die manier voor haar misstap te boeten en bovendien de erfenis alleen over te laten aan haar twee echte dochters. De roman is het verhaal dat Suzanne in de eerste persoon. Het is een lange brief aan de markies de Croismare waarin ze vertelt wat haar in de kloosters allemaal is overkomen.

In een brief schreef Diderot over deze roman: Je ne crois pas qu’on ait jamais écrit une plus effroyable satire des couvents.  Op enkele uitzonderingen na zijn de nonnen allemaal haatdragend en hypocriet. Als Suzanne weigert om in het klooster te blijven en zelfs een proces aanspant om vrij te komen, wordt ze vernederd en geterroriseerd. De nonnen blijken, nog voor de markies de Sade, volleerde sadistes te zijn. Zo wordt ze bijvoorbeeld tijdens een ceremonie  in een doodskist gelegd, en bedekt met een lijkkleed. De nonnen zingen een requiemmis waarna ze haar besprenkelen met wijwater. Verder wordt ze in een cachot opgesloten, moet ze zichzelf geselen, enz. Als de misbruiken ten slotte uitlekken, wordt ze overgeplaatst naar een ander klooster. Aanvankelijk gaat het daar goed, maar de overste blijkt lesbisch te zijn. Suzanne, mooi en intelligent, en bovendien rein en onschuldig, beseft niet wat er gaande is. Zo bezorgt ze zelfs onbewust haar overste een orgasme waarbij ze even dacht dat de vrouw aan het doodgaan was. Wanneer Suzanne de overste ten slotte afwijst, zal deze langzaam ten prooi vallen aan waanzin.

Uiteindelijk zal Suzanne met de hulp van een monnik uit het klooster ontsnappen. Maar buiten het klooster is het al even erg. Dat gedeelte van de roman heeft Diderot echter niet meer uitgewerkt.

 

Het thema van het onschuldige, ongelukkige en vervolgde meisje is al heel oud. In de 18e eeuw was het ook het onderwerp van de roman Clarissa van de Engelsman Richardson. Om haar ondergang te illustreren had Richardson echter acht delen nodig. Bij Diderot, die bij Richardson in de leer was gegaan, bleef de roman gelukkig beperkt tot een deel.

 

De roman van Diderot is in de eerste plaats een antiklerikaal  werk. Bovendien wordt de deugd en de kuisheid van Suzanne dik in de verf gezet, om de schrikwekkende vervolging en de misbruiken beter te doen uitkomen.

 

 

 

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door john om 21:01 Reageer op dit bericht

George Orwell: Homage to Catalonia

George Orwell: Homage to Catalonia

 

Eind 1936 was Orwell (geboren in 1903) naar Spanje getrokken om krantenartikelen te schrijven over de Spaanse Burgeroorlog. Bij aankomst treedt hij direct toe tot de militia, linkse groeperingen die tegen het fascisme van Franco vechten. Orwell bevindt zich in Barcelona dat volledig in handen is van communisten en anarchisten. De stad hangt vol slogans, de trams en taxi’s zijn in rood en zwart geschilderd, de meeste kerken zijn geplunderd. (Op het einde van zijn boek heeft hij het over de kathedraal van Gaudi. Luister wat hij erover zegt: For the first time since I had been in Barcelona I went to have a look at the cathedral – a modern cathedral, and one of the most hideous buildings in the world. …Unlike most churches in Barcelona it was not damaged during the revolution – it was spared because of its ‘artistic value’, people said. I think the anarchists showed a bad taste in not blowing it up when they had the chance, though they did hang a red and black banner between its spires.)

Hij wordt ondergebracht in barakken waar de meeste rekruten bestaan uit 16 tot 17-jarigen, meestal uit de achterbuurten van Barcelona. De opleiding is ondermaats. Er worden alleen driloefeningen gegeven en wapens zijn er blijkbaar niet.

In het volgende hoofdstuk vertrekt de groep naar het front. Het dorpje waar ze aankomen is één modderpoel en het stinkt er. The church had long been used as a latrine; so had all the fields for a quarter of a mile round. I never think of my first two months at war without thinking of wintry stubble fields whose edges are crusted with dung.

 

Zijn bevelhebber aan het front is een Belg, Georges Kopp. In zijn boek denkt Orwell dat hij achteraf in de gevangenis is omgekomen of terechtgesteld. Maar dat was niet zo. Het verdere verhaal van die Georges Kopp kunt u lezen op het volgende adres: http://www.marxists.org/history/etol/revhist/backiss/vol4/no1-2/kopp.htm

 

Hoe verloopt de strijd aan dat front ? Het is winter en koud en er wordt nauwelijks gevochten. Fascisten en republikeinen hebben zich ingegraven en nemen elkaar sporadisch onder vuur. Een keer zal Orwell aan een aanval op de stellingen van de fascisten deelnemen. Bij een andere gelegenheid krijgt hij een kogel dwars door zijn nek, en dat betekent het einde van zijn deelname aan de burgeroorlog.

 

Zijn beschrijvingen zijn schrijnend. De militieleden zijn heel slecht uitgerust en ze beschikken over weinig en minderwaardige wapens. De levensomstandigheden zijn heel slecht: koud, nat, modder, enz. Veel van de soldaten zijn tienerjongens.

 

Op een bepaald moment schrijft hij in zijn boek over een jongen die terugkeert van het front waar hij tbc heeft opgelopen. Het is tekenend, want in 1950 zal Orwell zelf op 46 jarige leeftijd sterven aan tbc.

 

Er staan in het boek ook enkele hoofdstukken over de politieke toestand in Spanje. De auteur schrijft zelf dat wie er geen belangstelling voor heeft, ze gerust mag overslaan, maar zelf vond ik ze veruit de interessantste uit het boek. Ze gaan voornamelijk over de waaier van linkse groeperingen, vakbonden en milities, die de strijd tegen Franco hebben aangebonden. Er zijn de communisten, de trotskisten en de anarchisten. Zelf, zonder het eigenlijk goed te beseffen, is hij toegetreden tot een trotskistische groepering, de POUM. Die groep zal later tijdens de revolutie door de republikeinse regering (en de communisten) in de ban worden gedaan en de leden worden gevangen genomen. Het schrijnende was, dat de van het front teruggekeerde leden van de groepering in Barcelona werden aangehouden, terwijl het andere deel aan het front van niets wist en gewoon bleef doorvechten.

 

Pijnlijk om lezen is ook hoe verdeeld de linkse groepen waren, hoe ze elkaar verraden en bestreden. Jammer genoeg moeten we vandaag vaststellen dat er aan de linkerzijde op dat vlak niet vel veranderd is. De diverse groepen zijn nog altijd even erg verdeeld.

 

Er zijn nog andere overeenkomsten met vandaag. Zo heeft hij het over de rol van de pers en de journalisten die leugens vertellen en van alle kanten gemanipuleerd worden. Een beetje zoals wat er een tijdje geschreven werd om de aanval op Irak te rechtvaardigen.

 

Een boeiend boek voor wie zich voor geschiedenis en politiek interesseert.

Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Geschreven door john om 21:20 Reageer op dit bericht

Patricia de Martelaere: Taoïsme


Patricia de Martelaere: Taoïsme

 

Een filosofieboek dat de toptien haalt, en dan nog wel over Chinese filosofie. Wat is er met ons aan de hand ?

 

De auteur schrijft helder en eerlijk. Dit is voor deze materie nodig ook, want de oorsprong van deze filosofie is meer dan tweeduizend jaar oud. De leer is voornamelijk neergelegd in twee boeken : de Tao Te Ching en de geschriften van Zhuang Zi. Aan de hand van die boeken legt de filosofe het taoïsme uit. Het is een leer vol paradoxen en daardoor is het voor ons westerlingen moeilijk zich er in in te leven. Een van de basisbeginselen van de leer is bijvoorbeeld “niet handelen”. Men moet alles zijn gang laten gaan, zich overgeven aan zijn ‘oorspronkelijke natuur’, wat dat dan ook mag zijn. Op moreel vlak is er geen goed of kwaad. De leer biedt in dat opzicht geen houvast, hij laat het individu over aan zichzelf. Elke mens moet het zelf maar uitzoeken. En zelfs dat uitzoeken is niet de juiste houding, want wie er naar op zoek gaat, zal het zeker niet vinden.

 

Je kan je afvragen of die levenshouding nu nog zin heeft. De Chinese maatschappij van 2000 jaar geleden lijkt in niets meer op de onze. Er was veel minder informatie, wetenschap en technologie waren nog erg traditioneel. Ik ken niet zoveel van het taoïsme, maar ik vraag me toch af of het zo’n evolutie heeft doorgemaakt als bijvoorbeeld het christendom. In het boekje is daar niets van te merken, want de schrijfster beperkt zich tot een analyse van de twee genoemde werken.  

 

Valt er dan niets te leren van het taoïsme ? Ik denk van wel. Maar toch is het niet mogelijk er een algemene levenshouding op te baseren. En ik denk ook niet dat het de gemakkelijkste weg zal zijn naar geluk, inzicht of verlossing. Wat we er wel kunnen uithalen is zin voor relativering, een grotere bewustwording van ons lichaam, een vorm van mystiek. Iemand die volgens de principes van het taoïsme wil leven, zal een rustiger leven kennen.

 

Wat de mystieke kant ervan betreft, en dat geldt niet alleen voor het taoïsme, mystieke ervaringen zijn erg kort van duur. Je kunt geen leven opbouwen op mystieke ervaringen. Hetzelfde geldt voor momenten van inzicht, of esthetische ervaringen, ze zijn allemaal kortstondig. Als ze voorbij zijn, val je terug in het dagelijkse leven.

 

Mij heeft het boekje alvast geleerd dat het taoïsme voor mij niet de aangewezen weg is om tot de waarheid te komen. Ik denk trouwens dat er niet iets bestaat als waarheid. En zo kom ik ongewild toch nog dicht in de buurt van het tao.

 

 

 

 

Hoe vind je dit bericht? 9 stemmen
Geschreven door john om 21:38 Reageer op dit bericht

Tim Parks: Rechter Savage

Tim Parks: Rechter Savage

 

Op korte tijd de tweede roman die ik van deze auteur lees. Dit keer van alles in een. Een thriller, een familieroman, een rechtbankroman. Savage is pas tot rechter benoemd en hij komt al direct in de problemen. Hij is nogal een fervente schuinsmarcheerder en dat feit brengt hem in moeilijkheden. Niet alleen professioneel maar ook in zijn gezin. Hij heeft dan nog eens een onmogelijke puberdochter en wordt constant verraden door de echtgenote van zijn beste vriend.

 

Een roman van rond de 400 bladzijden. En ik had de indruk dat Parks er gerust 800 had van kunnen maken. De man schrijft ontzettend vlot en vindt altijd wel wat om het verhaal voortgang te laten vinden. In het begin vond ik het heel goed, maar na een tijdje is het wat te veel van hetzelfde.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door john om 16:57 Reageer op dit bericht

Michel del Castillo: Tanguy

Michel del Castillo: Tanguy

 

Dit werk is voor een groot deel autobiografisch. De auteur is in 1933 geboren, uit een Spaanse moeder en een Franse vader. Op het einde van de Spaanse burgeroorlog ontvluchten ze Spanje. Het gezin geraakt uit elkaar en Tanguy komt als kind terecht in een concentratiekamp. Hij maakt er de bekende verschrikkelijke dingen mee. Na de bevrijding verblijft hij 5 jaar in een verbeteringsgesticht onder de leiding van religieuzen, en het is daar al niet veel beter dan onder de nazi’s. Ten slotte kent hij een gelukkigere periode bij de Jezuïeten, waar hij een opleiding krijgt. Hij gaat dan op zoek naar zijn ouders, maar dat weerzien loopt ook verkeerd af. Op het einde van het verhaal staat hij er nog alleen voor. Wat hem in die ellendige tijd overeind heeft gehouden, is de vriendschap die hij van individuele personen mocht ontvangen.

 

Ik las het boekje in het Nederlands, de titel ervan is Een kind in de nacht. Ik weet niet of het aan de vertaling gelegen is, maar het boek kwam gedateerd over.

Hoe vind je dit bericht? 13 stemmen
Geschreven door john om 16:49 Reageer op dit bericht

Meer van sprokkelhout

↑ Terug naar de berichten