Naar de inhoud

sprokkelhout

akke.beakke.be

Archief

Nico Kazantzakis: Christus wordt weer gekruisigd

Nico Kazantzakis: Christus wordt weer gekruisigd

 

Het verhaal speelt in een Grieks dorpje, in de tijd dat het land nog onder de voogdij van Turkije stond. Het dorpshoofd is een Turk die niets liever vraagt dan met rust te worden gelaten, zodat hij zich kan bezighouden met eten, drinken, roken en zich laten verwennen door zijn lustknaap. Verder telt het dorp enkele notabelen, de ene al slechter of corrupter dan de andere. Het is pas Pasen geweest en er wordt een bijeenkomst belegd als voorbereiding op het passiespel van het volgend jaar, een gebeurtenis om de zeven jaar plaatsheeft. De notabelen bepalen wie welke rol zal spelen. Zo mag de hoer van het dorp Maria Magdalena spelen, een herder Christus, enz.

Op een dag arriveert er in het dorp een grote groep uitgemergelde mensen onder leiding van een pope. Hun dorp is aangevallen en verwoest door de Turken en ze zijn al enkele maanden op de dool. Ze vragen onderdak in het dorp, maar worden door de pope van het dorp weggejaagd, zogezegd omdat er een vrouw aan cholera zou gestorven zijn. Dat is niet zo, maar de pope wil gewoon niet opdraaien voor die mensen, hij vreest dat het mooie leventje in het dorp, waarvan hij ook volop geniet, dan ten einde is.

De dolende groep krijgt voedsel en andere hulp van enkele mensen die een rol in het passiespel zullen spelen. Zij vereenzelvigen zich namelijk met hun rol en willen goede daden stellen. Dat is zeker het geval met Manolios, de herder die als Christus zal fungeren. Hij stond op het punt te trouwen, maar nu wil hij dat huwelijk niet laten doorgaan.  Op een bepaald moment ervaart hij de stigmata van Christus. Hij trekt de bergen in, naar zijn kudde schapen en geiten. Daar vertoeft hij in het gezelschap van een halve wilde knaap Nikolio, een satertje, een Pan, die naar de bokken stinkt.

De dolenden zijn dan een berg opgetrokken en ze willen zich daar vestigen.

 

Nikolio kan betoverend fluitspelen. Luister maar: De berg veranderde en scheen te bewegen als een groot, grazend dier.

Manolios leeft nog altijd in tweestrijd. Hij wordt ziek. Zijn gezicht zwelt op, en begint te etteren, lepra. Hij laat zijn aanstaande naar boven op de berg komen, opdat ze hem zou zien en hem definitief verzaken. Ze doet dat ook, en op de terugweg wordt ze verkracht door de fluitspelende Nikolio.

Een prachtige scene is die van de dood van de kapitein. Een man die zijn dood aanvaardt, ermee spot. Bij zijn begrafenis wil Yannakos zijn ezel in de stoet meenemen, want hij had gehoord dat de kapitein zijn gerst voor het dier had nagelaten. Maar de pope wilde daar niet van horen.

‘Is het dan geen schepsel Gods, zo goed als wij ?” vroeg de marskramer. Als ik God was zou ik de ezels ook in het paradijs laten.”

“Het paradijs is geen stal, het is Gods huis!” riep de pope verontwaardigd uit.


In verband met die ezel, de marskramer heeft hem Youssoufaki genoemd, dat is tevens de naam van de lustknaap van het Turkse dorpshoofd. En verder zegt hij op een bepaald moment: God houdt van ezeltjes. Heeft Reve soms hier zijn inspiratie gehaald ?

 

Het verhaal gaat verder. Het vriendje Youssoufaki van de agha wordt vermoord. Manolios ziet zijn kans schoon om de rol van Christus op zich te nemen en zegt dat hij de moord heeft gepleegd. De Maria Magdalena van het dorp doet hetzelfde, maar zij bekoopt het met haar leven. Uiteindelijk komt uit wie de moord heeft gepleegd, namelijk de lijfwacht van de agha.

 

Het volgende thema van het boek is de strijd van de arme mensen die de berg op gevlucht waren, tegen de rijke dorpelingen. De eersten worden ervan beschuldigd bolsjewisten te zijn. De uitkomst van de strijd is dat Manolios wordt gelyncht en dat de bergbewoners moeten verder trekken, op zoek naar betere oorden.

 

Een boek waarin veel gebeurt. Er wordt een pleidooi in gehouden voor een waarachtig, sociaal christendom. Op den duur werd het allemaal nogal doorzichtig.

 

De schrijver leefde van 1883 tot 1957. Hij is ook de auteur van Zorba de Griek. Toen het hier besproken boek in 1955 werd gepubliceerd, lokte het felle reacties uit. Het boek werd verboden door de Rooms Katholieke kerk en de Griekse Orthodoxe kerk ondernam een poging om Kazantzakis te excommuniceren.

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door john om 20:39 Reageer op dit bericht

taalkundig intermezzo

Gelovig, ongelovig

 

Als je zegt dat je niet gelovig bent, dan ben je automatisch ongelovig.

 

Ik denk eigenlijk dat die redenering niet opgaat. Ze gaat wel op als je beide begrippen strikt afbakent. Als je bijvoorbeeld onder gelovig verstaat dat je in God gelooft en zegt dat iemand die dat niet doet ongelovig is, dan klopt het wel. Maar als je de definitie van gelovig en ongelovig ruimer laat, niet begrenst, dan klopt ze niet. Kan dat wel, werken met begrippen die niet duidelijk omschreven zijn? Ja zeker, de woordenboekdefinitie is ook maar een van de vele definities, is ook maar een conventie. Als je met een gesprekspartner afspreekt om de definitie open te laten en om tijdens het gesprek te zien welke inhoud het begrip krijgt, dan kun je uitkomen bij minder dogmatische invullingen van dat begrip.

 

Ik zie het eigenlijk zo. Gelovig en ongelovig zijn begrippen van dezelfde orde, woorden in eenzelfde veld, waarvan de betekenissen nauw samenhangen. Het zijn dynamische begrippen die niet vastliggen, maar voortdurend schommelen. Ze liggen op één lijn en schuiven naar elkaar toe, maar vallen nooit samen. Of je kunt ze ook zien rondwentelen in een veld, waar ze elkaar soms gedeeltelijk overlappen, maar ook nooit samenvallen.

 

Op die manier lijkt het me mogelijk om tegelijk een stukje gelovig en een stukje ongelovig te zijn.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door john om 07:53 Reageer op dit bericht

Kjell Espmark: De reis van Voltaire

Kjell Espmark: De reis van Voltaire

 

De schrijver is een Zweed, geboren in 1930. Het boek is uitgegeven in 2005 bij de uitgeverij Signature Utrecht. Een korte roman van 159 bladzijden.

 

De in 1778  overleden schrijver Voltaire wordt wakker en stelt vast dat hij als Doornroosje tweehonderd jaar heeft geslapen. Hij is 45 jaar. Hij is terug in het leven maar zonder gevoelens, een vertegenwoordiger van het pure verlichtingsdenken, van het verstand in eenzame majesteit.  

Zijn eerste bezoek is aan de Académie. Hij moet er wegwijs gemaakt worden want Men had immers twee eeuwen de tijd gehad om te verwezenlijken wat in zijn tijd slechts tekeningen en vage dromen waren geweest. Het leren is geen probleem: Hij leerde in één ochtend autorijden en was ’s middags al volleerd op de computer. Hij maakt kennis met de televisie: Dit was de encyclopedie der encyclopedieën, een kennisbank die over alles beschikte en tot in elk hutje reikte.

 

Voltaire wordt ontboden op de Quai d’Orsay, op het ministerie van buitenlandse zaken, waar hij belast zal worden met een missie naar de Balkan. Eerst moet hij echter gaan overleggen met de Amerikaanse president. Over welke president het gaat kunnen we afleiden uit de volgende niet al te snuggere uitspraak:  Ze zouden alleen maar de goede samenwerking voortzetten die al tussen Roosevelt en generaal Mitterand was geboren.

 

Parodie, waarin Voltaire zo sterk was, is een van de onderwerpen van dit boek. Als onbevangen waarnemer stelt Voltaire vast wat er allemaal fout is gelopen. Zijn volgende halte is het corrupte Rusland.

Bij wat hij meemaakt in Rusland, realiseert hij zich dat verstand alleen niet zaligmakend is. Het verstand moet een flinke portie altruïsme bevatten om de benaming verstand te verdienen.

En  verder: Dat had hij in elk geval tegenover hen moeten benadrukken: zonder de onzelfzuchtige component, zonder meegevoel zou het verstand veranderen in het wreedste onverstand.

Na Rusland gaat de reis naar Zweden. Daar treft hij een gespleten samenleving aan. Zweedse toestanden die voor ons misschien niet zo direct duidelijk zijn. In dit hoofdstuk deze prachtige zin:  Midden in de gesprekken dreven angstaanjagende eilanden die niet aangedaan mochten worden.

 

Hij komt nu aan in Servië. Zijn eerste gesprek is met een oorlogsheld, die zijn twee benen verloren heeft bij een actie. Hij is fier over zijn misdaden (Sebrenica). Bloedbad ? Absoluut niet. Het ging om een routinematige zuiveringsactie, een maatregel die tot doel had een grens te fatsoeneren die in strijd was met de logica van de kaart.

 

Na een gesprek met deze man die op het terrein actief was, praat hij met de president. De taal die aan deze ronde tafel werd gebezigd had niet de geur van rook, de smaak van bloed en de echo’s van geschreeuw. Het was een taal van abstracties die alles mogelijk maakten.

Het waren de opperbeulen aan de conferentietafel die een taal hadden gecultiveerd met een ingebouwde bescherming die ervoor zorgde dat ze niet hoefden in te zien waar ze eigenlijk mee bezig waren.

 

Hij realiseert zich nu dat louter denken geen soelaas biedt. Het leek alsof het denken de vleselijkheid van het lichaam nodig had. Werd anders niet alles mogelijk ?

 

De volgende reizen gaan naar Japan en China. In Japan heeft pas een aardbeving plaatsgehad (die hem herinnert aan de aardbeving in Lissabon), maar er wordt geen hulp verleend. Het gebeuren wordt ontkend, alles is onder controle. In China probeert hij de Chinese cultuur te ontmaskeren. Het onderaardse leger in Xi’An staat symbool voor de onderhuidse spanningen in de Chinese samenleving die de leugenachtige ideologie ooit zullen doorbreken.

 

Dan staat nog Afrika op het programma. Eerst komt hij in een moslimland. Daar staat hij versteld van de kaduke redeneringen die het toepassen van de koranwet moeten rechtvaardigen. In zwart Afrika is hij getuige van een genocide.

 

Ten slotte komt hij in Midden-Amerika. Ook daar wordt hij ontgoocheld.

 

In het hele boek wordt hij vergezeld door een stem, door een vrouw Emilie. Zij neemt verschillende gedaanten aan. Het is de vrouw die tijdens zijn eerste leven gedurende twintig jaar zijn vriendin was. Emilie du Châtelet was een ontwikkelde vrouw.   Ze vertaalde de Principia van Newton. In het werkelijke leven (en in het boek van Espmark) is ze gestorven in het kraambed. Ze was geboren in 1706 en stierf in 1749.

 

Zoals bekend was Voltaire een vijand van Rousseau. Ook aan Rousseau wordt in het boek veel gerefereerd. Op het einde zien we dat de ideeën van Voltaire beter aansluiten bij Rousseau. Hij heeft ingezien dat het verstand alleen niet zaligmakend is, dat het te vaak tot uitwassen heeft geleid.

 

Een andere figuur die even wordt genoemd is de Sade. Voor de auteur staat de maatschappij die Voltaire nu heeft aangetroffen, volledig in het teken van deze man. De combinatie van ongevoeligheid en sentimentaliteit, van begerige wreedheid en zelfmedelijden waarmee Voltaire keer op keer tijdens zijn reis was geconfronteerd, die combinatie was gesigneerd door wat de wereld tegenwoordig ‘de goddelijke markies’ waagde te noemen.

 

De inspiratie voor deze  reizen van Voltaire heeft de auteur gevonden in Candide. Ook die ingénu gaat op ontdekking en treft een rare wereld aan.

 

Om te eindigen twee zinnen uit de Candide van Voltaire. De eerste uit het eerste hoofdstuk. Pangloss (de opvoeder van Candide) enseignait la métaphysico-théologocosmolo-nigologie. Il prouvait admirablement qu’il n’y a point d’effet sans cause, et que, dans ce meilleur des Mondes possibles, le Château de Monseigneur le Baron était le plus beau des Châteaux, et madame la meilleure des Baronnes possibles.  En dan de laatste zin uit het boek :

Cela est bien dit, répondit Candide, mais il faut bien cultiver notre jardin.

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door john om 21:11 Reageer op dit bericht

E.T.A. Hoffmann: Das Fräulein von Scuderi

E.T.A. Hoffmann: Das Fräulein von Scuderi

 

Eerst iets over de auteur. Hij leefde van 1776 tot 1822. Werd geboren in Köningsberg, de stad ook waar de filosoof Kant zijn hele leven doorbracht. Hoffmann zal Kant wel gekend hebben, aangezien hij rechten studeerde aan de universiteit waar Kant doceerde. Hij zal hem ook op een andere manier zeker gezien hebben, want van Kant is geweten dat hij elke dag, exact op hetzelfde uur een wandeling maakte. Het verhaal gaat dat de mensen hun uurwerk daarop gelijkzetten. Hoffmann zal bij sommigen ook wel een belletje doen rinkelen door de opera van Offenbach, Hoffmanns Vertellingen, die op enkele verhalen van de auteur gebaseerd is. De korte novelle (80 blz.) die ik hier ga bespreken maakt daar echter geen deel van uit.

Het verhaal speelt zich af in Parijs, in de tijd van Lodewijk XIV die zelf ook in het stuk voorkomt. De eigenlijke hoofdpersoon van deze geschiedenis is Cardillac, een fictief personage, de beste goudsmid uit die tijd. Er vinden een aantal moorden plaats waarbij telkens juwelen gestolen worden die Cardillac had vervaardigd. Op een dag wordt de leerjongen van Cardillac op heterdaad betrapt bij het lijk van Cardillac. Hij is de dader niet, maar vliegt toch de gevangenis is. Hij kent het geheim van de raadselachtige moorden en hij doet zijn verhaal aan mevrouw Scuderi, die dan hemel en hel zal bewegen om hem vrij te krijgen. De eigenlijke dader van de moorden is Cardillac zelf, die bezeten is door een demon. Hij wil zijn gemaakte juwelen niet afstaan omdat hij weet dat hij ze terug wil en daarvoor de koper zal vermoorden. Hij heeft een gespleten persoonlijkheid, zoals bij Dr Jekyll and Mr Hyde van Stevenson.

 

Hoffmann staat aan het begin van de romantiek en dat is eraan te merken. Er worden overvloedig  tranen gestort, voeten gekust en knieën omkneld. Mij heeft dat echter niet gestoord. De novelle zit goed ineen en blijft boeien. Dat Hoffmann rechten heeft gestudeerd komt tot uiting in de reddingsoperatie van Scuderi die ten einde raad gratie voor de beschuldigde leerjongen vraagt aan Lodewijk XIV.

 

Moet ik het boekje nu aanraden om te lezen ? Ik weet het niet. Zelf hou ik van dergelijke literatuur. Bij die oudere auteurs is alles zoveel warmer dan bij moderne schrijvers. Bij die laatste heb je soms de indruk dat je een vijand tegenover je hebt. Je moet soms een hele strijd leveren om tot hun boeken door te dringen. Bij oudere schrijvers word je meegenomen, opgenomen in het verhaal. Is dat een conservatieve reflex ? Misschien wel, maar na driekwart mensenleven (hoop ik)  laat je je niet meer zo gemakkelijk in het ootje nemen. Veel zogezegde originaliteit wordt dan heel doorzichtig en blijkt soms heel oppervlakkig.

 

Ten slotte wil ik nog iets over de uitgave zeggen. Het is een boekje verschenen in 1956 bij Meulenhoff in de reeks Sammlung Deutscher Schriftsteller. Dit was deeltje 105 !!! Stijve omslag, een inleiding, alle historische figuren in voetnoten toegelicht en een afzonderlijk Hilfsbuch, waarin de moeilijkste woorden in het Nederlands werden vertaald.

Zo worden er tegenwoordig geen boekjes meer uitgegeven, toch niet voor de modale lezer.

 

Waar kunt u het boekje vinden ? In de bibliotheek van Gent is er een vereenvoudigde uitgave beschikbaar, voor beginnende Duitslezers dus. Dat lijkt me niet interessant. In de openbare bib van Leuven is er een Franse vertaling.

De novelle is wel integraal in het Duits te lezen op de website Gutenberg, waar het meeste werk van Hoffmann voorhanden is.

 

Sorry voor de lange uitleg, maar voor mij is dat een manier om na te genieten van een boek.

 

 

 

 

 

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door john om 18:02 Reageer op dit bericht

Richard Holmes: De feministe en de filosoof.

Richard Holmes: De feministe en de filosoof.

 

Uitgegeven in 1989 door Contact.

Dit is een korte (109 bladzijden) biografie van de liefdesgeschiedenis tussen de feministe Mary Wollstonecraft en de filosoof William Godwin. De auteur baseert zich op twee geschriften van deze personen: Letters written during a Short Residence in Sweden, Norway, and Denmark van Wollstonecraft en Memoirs of the Author of a Vindication (rechtvaardiging) of the Rights of Woman van Godwin.

Beiden ontmoetten elkaar voor het eerst in 1791. In 1796 worden ze geliefden en in 1797 treden ze in het huwelijk. Op 30 augustus 1797 wordt hun enige kind geboren, de latere Mary Shelley, en auteur van Frankenstein. Op 10 september sterft Mary Wollstonecraft aan een bloedvergiftiging. In oktober begint Godwin te schrijven aan zijn Memoirs en tien weken later was het werk af.

 

Dit is de inhoud van het eerste hoofdstukje van dit boekje. Ik moet nog verder lezen, maar nu al ben ik gewonnen voor het werk.

 

In het tweede hoofdstuk beschrijft de auteur de receptie van Godwin’s Memoirs in zijn tijd. De reacties waren allesbehalve gunstig. Ter illustratie dit kwatrijn van een tijdgenoot:

Hard was thy fate in all the scenes of life

As daughter, sister, mother, friend and wife;

But harder still thy fate in death we own,

Thus mourn’d by Godwin with a heart of stone.

 

Godwin kreeg vooral kritiek voor het feit dat hij te intiem over  Wollstonecraft schreef. Bijvoorbeeld over haar zelfmoordpogingen en over haar dood. Daarvan staat een beschrijving in het boekje dat ik nu bespreek. De biografie werd:

in part an act of mourning, in part a love letter, and in part a candid justification of the revolutionary life, loves, and death of Mary Wollstonecraft. Godwin's philosophical biography of Wollstonecraft provides not only a commemoration of a loved individual but also a vindication of their shared progressive social and political ideals. (Pamela Clemit, University of Durham).

 

Het tweede deel van het boekje gaat over het verslag dat Mary Wollstonecraft schreef over haar reis naar Scandinavië. We vernemen iets meer over het doel van haar reis, namelijk het zien terug te winnen van een schip dat eigendom was van haar man maar dat hem door een malafide vennoot  was ontstolen. Maar in die reisimpressies is het haar vooral te doen om het landschap en de invloed daarvan op haar gemoed en gevoelsleven. Op dat punt is ze in Engeland een voorloopster van de romantiek en zal ze invloed uitoefenen op verschillende dichters.

 

Besluit van de auteur over beide boeken: ze markeren beter dan wat ook de overgang van een achttiende-eeuwse naar een moderne gevoelswereld. Beide brengen het innerlijk leven van een mens aanmerkelijk dichter bij onze eigen ervaring ervan.

 

 

 

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door john om 17:49 Reageer op dit bericht

Earl Grey

Earl Grey

 

In het boek van Leavitt wordt er op een bepaald moment iets geschreven over een lekker kopje Earl grey thee. Dat is ook mijn lievelingsthee en daarom heb ik er wat over opgezocht.

 

Het is een zwarte thee en het lekkere aroma is afkomstig van de citrusvrucht bergamot. Het is een vrucht die nauw verwant is met sinaasappel en citroen. Uit de schil wordt bergamotolie gewonnen en het is die olie die de lekkere smaak aan de earl grey thee geeft. De vrucht wordt gekweekt in West-Indië en in Italië (vandaar de naam: naar de stad Bergamo).

 

Hoewel er een legende bestaat dat de thee door een Chinese mandarijn werd geschonken, is het oorspronkelijk een mengeling van Indische en Ceylonese thee.

 

Er bestaat ook een Lady Grey thee, die op smaak is gebracht met Sinaasappel uit Sevilla, citroen en bergamot.

 

De naam zelf van de thee is afkomstig van de Engelse graaf Charles Grey die als geschenk steevast met bergamot gearomatiseerde thee kreeg aangeboden. Hij leefde van 1764 tot 1845. In 1830 werd hij eerste minister in Engeland.

 

Meer informatie is te vinden op de website van Wikipedia, de Free Encyclopedia.

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door john om 16:52 Reageer op dit bericht

David Leavitt: De geest van Jonah Boyd

David Leavitt: De geest van Jonah Boyd

 

Roman uit 2004, 217 bladzijden, uitgegeven bij De Harmonie / Manteau.

 

De verteller is de secretaresse van een psychiater, met wie ze een verhouding heeft. Intussen speelt ze quatre mains met de echtgenote van de psychiater. Op een dag komt er een ander stel op bezoek, de schrijver Jonah Boyd en zijn vrouw, die de vroegere vriendin van de psychiater zijn vrouw was. Ze hebben ook allemaal kinderen, er wordt gescheiden, enz. Die schrijver loopt rond met het manuscript van zijn nieuwe roman en hij heeft de gewoonte dat altijd ergens achter te laten. Op een dag lijkt het definitief verloren. Ben, de zoon van de psychiater schrijft ook wat en zal later een bekend auteur worden.

De meeste personages sterven. Op blz. 135 vernemen we wat we al lang hadden kunnen vermoeden. Ben, de auteur in spe heeft het manuscript van Boyd gebruikt om zijn eerste geslaagde roman te schrijven. Een geval van plagiaat dus.

Van dan af krijgen we het verhaal van Ben, hoe hij er toe gekomen is dat plagiaat te plegen. In het laatste hoofdstuk volgt er dan nog een verrassing, maar die verklap ik niet, hoewel ik vrees dat er niet veel mensen geneigd zullen zijn dit boek te lezen. Wat mij betreft had het evengoed niet geschreven kunnen zijn. Een kunstig geconstrueerd verhaal, maar niets van dramatiek. Zeker na De scharlaken letter een tegenvaller.

In de negentiende eeuw wou men met een boek iets meer afleveren dan een verhaaltje. Soms zat er een boodschap in, soms kreeg je een beeld van de tijdgeest. Nu moeten schrijvers het dikwijls hebben van vlotte schrijfsels. En daar houdt het mee op.

 

 

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door john om 16:32 Reageer op dit bericht

W.F. Hermans: Geyerstein's dynamiek

W.F. Hermans: Geyerstein’s dynamiek

 

Een korte novelle van nauwelijks 55 blz. uit 1982. Hermans heeft in die periode een viertal van dergelijke novellen geschreven. Bij de critici vonden ze maar weinig bijval.

Een jonge vrouw van 28 is weduwe geworden nadat haar man is verongelukt met een luchtballon. Ze waren van plan samen een reportage te maken over de oude kunstenaar Geyerstein. Nu neemt ze die taak alleen op zich. Geyerstein is een extravagante en invalide kunstenaar. In zijn woning is er geen enkele rechte lijn. Zelfs het water in het zwembad lijkt te hellen. Hij geeft een wat decadente show over zijn manier van schilderen. Hij zit in een rolstoel met twee verfkwasten in zijn hand. Zijn stoel wordt met touwen heen en weer getrokken en ondertussen duwt hij de kwasten tegen een muur die in een aantal vakken is verdeeld.

De novelle is met veel humor geschreven. Je kunt ze onder andere lezen als een kritiek op bepaalde tendensen in de hedendaagse kunst. Maar de werkelijke betekenis van de novelle zit dieper. Zelf had ik het niet ontdekt, maar na wat zoeken vond ik een interessant artikel, waarin de auteurs stellen dat je het werk op drie verschillende manieren kunt interpreteren. Als een illustratie van de mythe van Orpheus en Euridyce, als een tocht in het onbewuste (wat mij het meeste kon overtuigen) en als een allegorie op het schrijverschap.

U kunt het allemaal nalezen op het volgende adres:

http://www2.let.uu.nl/solis/kcv/orpheus/hermans.html

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door john om 20:10 Reageer op dit bericht

Laatste hoofdstukken van De scharlaken letter

Hoofdstuk XVII : De dominee en Hester

 

Na 7 jaar ontmoeten ze elkaar opnieuw onder vier ogen. Hester vertelt de dominee wie Chillingworth is. Verder probeert ze hem te overhalen om deze gemeenschap te verlaten. De wildernis in onder de indianen, of de oceaan over, naar Europa. Ze laat verstaan dat ze dan met hem zou meegaan.

 

Hoofdstuk XVIII: De zon breekt door

 

Door het jarenlange isolement heeft Hester zich aan die bedrukkende Puriteinse sfeer kunnen onttrekken en is ze een onafhankelijke vrouw geworden. Vandaar ook dat ze kan voorstellen om samen met Dimmesdale weg te trekken. De dominee heeft die mate van vrijheid echter nog niet veroverd. Hij blijft de eeuwige twijfelaar. Voor hem is het: vluchten als een notoire misdadiger of blijven als een huichelaar. Hij besluit om mee weg te gaan. Hester gespt de rode letter af en gooit ze weg.

 

Hoofdstuk XIX : Het kind aan de oever van de beek

 

Pearl staat aan de waterkant. Als Hester haar bij zich en de dominee roept, weigert ze naar hen toe te gaan. Eerst moet Hester opnieuw de letter opspelden.

 

Hoofdstuk XX : De dominee

 

Over 4 dagen vertrekt er een schip naar Bristol. Maar eerst wil de dominee nog een preek houden bij de installatie van de nieuwe gouverneur. De tocht van de dominee naar huis na zijn samenzijn met Hester. Hij heeft allerlei aanvechtingen om domme dingen te doen: een vrome vrouw choqueren,  kinderen lelijke woorden aanleren, schuine grappen uitwisselen met zeelui. Hij vraagt zich af of hij krankzinnig wordt of dat hij zonet zijn ziel aan Satan heeft verkocht.

 

Hoofdstuk XXI : Nieuw Engeland viert feest

 

Ter ere van de nieuwe gouverneur wordt er feestgevierd. Het gaat er voor een keer wat ongedwongener aan toe in het puriteinse Boston. Hester ontmoet de kapitein van het schip en hoort van hem dat ook Chillingworth wil inschepen.

 

Hoofdstuk XXII : De optocht

 

De optocht trekt voorbij, met de dominee. Hij doet of hij Hester en Pearl niet opmerkt onderweg. De heks Hibbins treedt nog eens op.

 

Hoofdstuk XXIII : De onthulling van de rode letter

 

Als Dimmesdale de kerk verlaat, waar hij zojuist een aangrijpende preek heeft gehouden, begeeft hij zich naar het schavot waar Hester en haar dochter zich bevinden. Hij vraagt hen samen met hem op het schavot te gaan staan.  Hij is fel verzwakt en stervende. Hij houdt een publieke toespraak waarin hij zijn zonde belijdt. Hij ontbloot zijn borst en daarop is ook een rode letter afgebeeld. Hij sterft in de armen van Hester.

 

Hoofdstuk XXIV : Besluit

 

In dit slothoofdstuk lezen we nog hoe het verder afloopt met de hoofdpersonen. Chillingworth sterft en laat zijn erfenis na aan Pearl. Hester en haar dochter verlaten Boston. Later keert Hester terug naar de stad en speldt de letter opnieuw op.

 

Ik heb me voor die laatste hoofdstukken beperkt tot het bondig weergeven van de inhoud. De thema’s zijn dezelfde gebleven.

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door john om 18:52 Reageer op dit bericht

Meer van sprokkelhout

↑ Terug naar de berichten