Naar de inhoud

sprokkelhout

akke.beakke.be

Archief

Melville, vervolg van de biografie, deel 2


2.6

 

Weinig nieuws van op zee.  Ze ronden Kaap Hoorn, varen langs de kust van Chili. Op 24 oktober steken ze de Evenaar open. Daarover weet een toenmalige scheepsmaat van Melville, Toby Greene, het volgende te vertellen over een niet al te snuggere matroos. Ik schrijf het in het Engels.

 

We had a shipmate once, whom we called ‘Jack Nastyface’, from the fact that his face was rough as a MacAdamized road. The first time that we crossed the equator in the Pacific, Jack was at the mast head looking out for whales. As soon as ‘eight bells’ were struck, and Jack was relieved, he was informed that we had crossed the line. ‘The devil we did! Sais Jack. ‘Can’t ye tell us some news? Didn’t I see it as well as you did, and better too ? wasn’t I aloft. I saw the line before any man aboard.

 

Na een tijdje komen ze bij de Galapagos eilanden. In 1854 zal Melville er over schrijven in de Encantadas of Enchanted Islands. De betoverde eilanden. Ze kregen die naam van de Spaanse zeelui die ze moeilijk in kaart konden brengen. Het leek hen dat de eilanden bewogen en zelfs verdwenen.

Het gebeurde geregeld dat de walvisvaarder andere walvisvaarders ontmoette. Soms werden er dan sloepen uitgezet en werden wederzijdse bezoeken afgelegd. Bij een van die ontmoetingen ontmoet Melville de zestienjarige zoon van Owen Chase. Die man was ook kapitein op een walvisvaarder en op een keer werd zijn schip aangevallen door een walvis en tot zinken gebracht (zie de schets bovenaan, die betrekking heeft op dat voorval). De bemanning kon zich redden in drie sloepen. Ze leden echter zulke honger dat ze om in leven te blijven overgingen tot kannibalisme. Chase had zijn verhaal opgeschreven en gepubliceerd en Melville kreeg van Chase’s zoon een exemplaar. Waarschijnlijk was dit de aanleiding voor het schrijven van Moby Dick tien jaar later.

 

Anderhalf jaar waren ze nu al onderweg. Een twintigtal jonge, gezonde mannen. Zoals hij in veel van zijn romans laat verstaan, waren homoseksuele handelingen aan boord geen uitzondering.

 

Ondertussen zijn ze aangekomen bij de Markiezen eilanden. Een belangrijk moment. De eilanden waren beroemd voor de inheemse vrouwen en jonge meisjes die in groepen de schepen tegemoet kwamen gezwommen. Eenmaal aan boord werd er een feest gehouden dat algauw ontaardde in een orgie. Met alle gevolgen van dien qua geslachtsziekten. Op het eiland leefde ook een stam kannibalen, de Typee. Het is hier dat Melville samen met een vriend op 9 juli deserteert. Ze lopen het binnenland in  en beklimmen een berg. Op 13 juli ontmoeten ze de eerste inboorlingen. Melville is gewond en kan zich moeilijk verplaatsen. Zijn vriend trekt rond, ontmoet op het strand een Ierse zeeman, hij gaat daarmee naar diens schip, monstert aan en vertrekt op 28 juli. Melville blijft alleen achter op het eiland.

 

Hij heeft zijn avonturen beschreven in de roman Typee. Voor een deel is die waarheidsgetrouw, voor een deel gefantaseerd.  

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door john om 20:22 Reageer op dit bericht

Herman Melville

Herman Melville: biografie

 

Ik wil hier wat biografische gegevens meedelen over Herman Melville. Mijn informatie haal ik vooral uit de biografie van Hershel Parker: Herman Melville A Biography Volume I 1819-1851. Het verscheen in 1996 bij de Johns Hopkins University Press in Baltimore. Dat eerste deel alleen al telt meer dan 900 bladzijden, zodat ik een tijdje bezig zal zijn. Het tweede deel vind ik jammer genoeg niet in de bibliotheek.

 

Ik weet niet of veel mensen geïnteresseerd zullen zijn in dit verhaal. Voor mij dient het als geheugensteuntje. Naarmate ik vorder in het werk, zal ik deze bijdrage bijwerken. 

 

De Melville’s waren afkomstig uit Schotland. De beroemdste telg uit het geslacht was Hermans grootvader Thomas Melville (1751-1832). Hij nam onder andere deel aan de Boston Tea Party, een belangrijke gebeurtenis in de onafhankelijkheidsstrijd van de Amerikanen tegen de Engelsen in 1773. Een aantal kolonies had zich aaneengesloten en ageerde tegen de hoge belastingen die door de Engelse kolonisator werden geheven, onder andere op ingevoerde thee. Op een bepaald moment lagen er in de haven van Boston drie schepen uit Indië met een lading thee aan boord. Een groep opstandelingen (sommigen verkleed als Amerikaanse indianen) overviel de schepen en kieperde de balen thee over boord.

 

Melville’s moeder, Maria Gansevoort, was van Hollandse afkomst. De familie was in het midden van de 17e eeuw geëmigreerd naar Albany, daarvoor Fort Orange genoemd, ten noorden van New York. Ook grootvader Gansevoort was een beroemd man. In 1777 verdedigde hij met succes een fort tegen de een Engelse overmacht, waaraan hij de titel van Hero of Fort Stanwix overhield.

 

Herman’s vader, Allan, was een textielhandelaar in New York. Hij voerde goederen in uit Frankrijk, maar het ontbrak hem aan koopmansinstinct. In 1830 zat hij zo diep in de schulden dat hij uit New York wegvluchtte naar Albany in het noorden.  In 1832 stierf hij en liet naast een weduwe en acht kinderen een enorme schuldenberg na.

 

De familie werd nu geleid door de moeder en de ondernemende oudste zoon Gansevoort (1815 – 1846), die op 16-jarige leeftijd een handel opzette in bont en hoofddeksels. Herman leefde wat in de schaduw van die zeer intelligente oudere broer. Om mee geld voor het gezin te verdienen, begon hij op dertienjarige leeftijd als bediende bij een bank te werken.

 

Anekdote: de eerste bekende woorden van Herman Melville werden geciteerd door zijn vader naar aanleiding van de geboorte van een jonger broertje: “Pa now got two ittle boys”. De ‘schrijver’ was toen drie jaar.

 

In 1834 brandt de fabriek van Gansevoort uit. De winkel blijft gespaard, maar hij moet zijn personeel ontslaan. Gevolg: Herman wordt weggehaald bij de bank en begint in de winkel voor zijn broer te werken. Hij is dan 15 jaar.

 

Anekdote: Op een bepaald moment rijdt Gansevoort met 175 huiden van muskusratten naar een volmolen. Daar werden de huiden gevold, d.w.z. onder toevoeging van bijtende stoffen geplet tussen twee walsen om ze te vervilten. Mooie oude woorden. In Gent is er nog een Voldersstraat. Tien jaar geleden jaren ving mijn buurman nog muskusratten en verkocht hij de huiden. En toen de gemeente zelf vallen begon te plaatsen, vernielde hij die omdat hij zijn verdienste niet wilde kwijtspelen.

 

De zaken gaan echter slecht, het is crisis en in 1837 gaat het bedrijfje van Gansevoort op de fles. Herman wordt naar het platteland gestuurd waar hij de leiding neemt op een boerderij van een oom. Dat duurt ook niet lang en hij wordt onderwijzer aan een plattelandsschool. Onderwijzer, hoewel hij daarvoor geen enkele opleiding had genoten en slechts nu en dan op school had gezeten (als zijn moeder het kon betalen). Hij was autodidact. Zijn kennis had hij opgedaan door lectuur, in navolging van zijn broer. Ook was hij lid van enkele debatclubs, waarvan de leden dikwijls, ook voor de sport, elkaar de huid vol scholden.  Enkele bijnamen die Herman kreeg: Herman Melvillian en the Ciceronian Baboon.

 

 

1.6

 

Begin juni 1939, Melville is dan 19 jaar, monstert hij als gewone matroos aan op het koopvaardijschip St Lawrence. De reis gaat naar Liverpool, waar het schip op 4 juli aankomt. Over die reis en over Liverpool kunnen we een en ander lezen in zijn roman Redburn die hij in 1849 schrijft.

 

Zijsprong:

Als hij in Liverpool aankomt is er daar een bezienswaardigheid. Er is een schip gearriveerd dat werd aangevallen door een zwaardvis. Zwaardvissen zijn de doodsvijanden van walvissen en dit exemplaar had waarschijnlijk het schip aangezien voor een walvis. Zijn zwaard had een koperen bekleding doorboord, vervolgens een 8 cm dikke plank, dan een lege ruimte en ten slotte een eiken plank van 10 cm.

 

Op 1 oktober is hij terug in Manhattan. Daar is het grote nieuws de gebeurtenissen met het slavenschip Amistad.

 

Zijsprong:

De Amistad voer met 53 slaven aan boord van Havana naar Guanajay. Kort voordat ze daar aankwamen, vertelde een chef hen dat ze bij aankomst gedood en gepekeld zouden worden. De grap werd niet geapprecieerd. Een zekere Cinqué leidde een opstand, de ketenen werden verbroken en de kapitein en zijn bemanning werden overboord gegooid. De eigenaars, die ook aan boord waren, kregen het bevel om naar Afrika te varen, maar ’s nachts stuurden ze bij en na twee maanden, met water- en voedselgebrek, kwam het schip ter hoogte van Long Island. De slaven werden naar de gevangenis gestuurd en het schip werd in beslag genomen. Er kwam een rechtszaak van, waarbij het Hooggerechtshof besliste dat de slaven niet op een wettelijke manier tot slaven waren gemaakt en ze werden vrijgesproken. Wat er op neerkwam dat ze terug werden gestuurd naar Sierra Leone.

(Bron: Hugh Thomas: The Slave Trade).

 

Melville wordt opnieuw schoolmeester in een klein stadje, maar omdat hij niet wordt betaald, vertrekt hij er. Met een vriend trekt hij naar het westen om daar zijn geluk te beproeven. Maar ook daar vindt hij geen werk en ten slotte scheept hij in op een walvisvaarder, de Acushnet, die op 3.1.1841 op walvisvangst naar de Stille oceaan vertrekt. Het schip zal in mei 1845 terug thuis komen, maar in juli 1842 is Melville samen met een vriend van het schip gedeserteerd. Daar komen we later nog op terug. Veel van zijn ervaringen zijn natuurlijk beschreven in Moby Dick, maar in 1847 schreef hij al een korte bijdrage, die als volgt ging:

Mijn jonge vrienden, beeld het u even in, voor de eerste keer in een open sloep (zo licht, dat 3 mannen er zo mee vandoor kunnen gaan), 12 tot 15 mijl verwijderd van je moederschip en ongeveer 100 keer zo ver van het meest nabije land, jagend op een van die oliemonsters. “Roeien, roeien, boerenpummels”, schreeuwt de roerganger, op- en neerspringend in het achterschip, uitzinnig van beroepsijver. (…). “Roeien, roeien, verdomme, breek die luie rug”. De walvis is nu binnen werpafstand en je hoort het geraas van het water in zijn zog. Hoe gaat het hart te keer van de bange roeiers op dit cruciale moment. Mijn jonge vrienden, draai je even om en werp een blik op die walvis. Zie hem wegschieten door het water, het golft om zijn reusachtige kop als rond de boeg van een schip. Geloof me, het is even beangstigend als voor de rekruut die voor het eerst op het slagveld komt.

“Rechtstaan en erop los”, schreeuwt de roerganger tegen de harpoenier in de boeg. Deze laat zijn roeispaan vallen en grijpt zijn “ijzer”. Het schiet weg uit zijn hand – en wat dan lieve lezers ? We zien geen hand voor ogen, we voelen een slag, een onheilspellend geraas als de getroffen walvis het water rondom opzwiept in damp en schuim, de sloep opzij sleurt en ten slotte als gek door het water klieft, de half volgelopen van links naar rechts schommelende sloep achter zich aan meesleurend, terwijl de bemanning in paniek zich vastklampt aan het dolboord om niet overboord te gaan. Intussen slingeren er allerlei scherpe voorwerpen rond in de boot – lansen, harpoenen, schoppen.

Maar dit alles betekent niets bij wat nog zal volgen. Voor het moment ben je enkel verbonden met de walvis: maar straks  moet je er nog mee vechten en hem doden.

 

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door john om 20:36 Reageer op dit bericht

Herman Melville: Witjak

 

Herman Melville: Witjak

 

Melville is een van mijn lievelingsauteurs en toch heb ik dit boek met gemengde gevoelens gelezen. De boosdoener is echter niet Melville, wel de uitgever. Het gaat om de uitgeverij Villa in Weesp. Er staat zelfs geen datum van uitgave in het boek. Op de kaft vooraan staat de titel en daaronder: zijn meesterwerk na Moby Dick.  Allemaal heel mooi, maar wat blijkt ? Het boek telt 50 (korte) hoofdstukken, terwijl het origineel uit 93 hoofdstukken bestaat. In het boek staat een korte inleiding, maar nergens staat vermeld dat het geen integrale vertaling is. Zoiets vind ik verschrikkelijk. Ik denk niet dat er een integrale vertaling beschikbaar is in het Nederlands. Ook dat verwondert me niet, want Melville is aartsmoeilijk om te vertalen. Ik heb het zelf even geprobeerd met de eerste alinea van Billy Budd, en ik liep vast. Gelukkig bestaat er van dat werk wel een geslaagde vertaling.

 

Melville (1819 – 1891) was een Amerikaanse auteur. Ik zal later nog terugkomen op zijn leven, want momenteel lees ik een biografie van hem. In 1839 maakte hij zijn eerste zeereis. Begin 1841 vertrok hij op een walvisvaarder voor een tocht in de Stille Oceaan.  In juli 1842 deserteerde hij van dat schip en leefde gedurende een maand samen met een vriend bij de inboorlingen op de Markiezeneilanden. Ten slotte monsterde hij op nieuw aan op een oorlogsschip en in 1844 kreeg hij ontslag uit de marine. Hij begint dan te schrijven en de onderwerpen voor zijn boeken vindt hij in de avonturen die hij op zijn zeereizen heeft beleefd.

 

Witjak of White-Jacket or The World in a Man-of-War dateert van 1850 en beschrijft het leven aan boord van een oorlogsschip. Het schip en zijn bemanningsleden zijn een model op schaal voor de hele samenleving. We volgen dit schip op een lange reis. Een verhaal zit er niet in. De korte hoofdstukjes zijn zeer gevarieerd. Ze gaan onder andere over een storm, over diefstallen, over een amputatie, over drank, over typische personen aan boord, enz. Het boek is voor een deel een aanklacht over de levensomstandigheden, machtsmisbruik  en andere misbruiken op een dergelijk schip. Zo klaagt de schrijver het geselen van gestrafte matrozen aan.

Melville is altijd heel uitvoerig. In Moby Dick bijvoorbeeld heeft hij het hoofdstukken lang over de soorten walvissen. In dit boek krijgen we een omstandige beschrijving van een oorlogsschip, zowel van de mensen die het bemannen als van het schip zelf, de indeling, wat, waar en wanneer er gegeten wordt, enz. Vervelen doen die passages niet, want ze zijn altijd heel raak, beeldrijk en met zin voor humor geschreven. Bijvoorbeeld de volgende passage over het slapen in een hangmat:

 

Achttien inches per man is de toegestane ruimte; achttien inches om in te slingeren ! Verschrikkelijk ! Je hebt méér ruimte om te slingeren wanneer je aan de galg hangt.

 

Het krioelt ook van de interessante weetjes. Bijvoorbeeld over het seinenboek:

 

Omdat in het Seinenboek alle geheime seinen en codes van de Marine staan opgetekend,  waardoor het voor een vijand van onschatbare waarde zou zijn, is de kaft omzoomd met lood, zodat het tot zinken kan worden gebracht wanneer het gevaar bestaat dat het schip in vijandelijke handen zou vallen.

 

Een boek dus voor mensen die van de zee houden, die zich niet laten afschrikken door het zeejargon. Dat laatste is echter niet zo erg, want Melville legt alles heel uitvoerig uit. En wie op zijn honger zou blijven, kan ik de volgende interessante website aanraden http://www.vaartips.nl/zeevaart.htm .

 

Het is het ideale boek om te lezen voor wie van plan is de komende zomer een zeilschip te bezoeken. Hopelijk zal er ook dit jaar in Zeebrugge of Antwerpen een vloot zeilschepen te bezichtigen zijn. En anders kan men nog altijd in Oostende de Mercator een bezoekje brengen.

 

Wie het boek in het Engels zou willen lezen, kan ik verwijzen naar het Gutenberg-project. Daar is het naast nog enkele werken van Melville voorhanden.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door john om 07:55 Reageer op dit bericht

Matthew Lewis: The monk


Matthew Lewis: The monk

 

Dit werk is een beroemde Gothic novel, een griezelroman. Dat soort romans maakte, eigenaardig genoeg opgang in de 18e eeuw. Eigenaardig omdat de 18e eeuw net zo’n beschaafde en vrouwelijke eeuw was. In die eeuw komt de vrouw meer in de belangstelling, krijgt haar gevoelsleven meer aandacht. Het is de tijd van het mal de vivre, van de vapeurs  en van de metafysische angst. In deze romans komt de fascinatie tot uiting voor donkere wouden, duistere krochten, kerkhoven, ruïnes, dromen pijn enz. Edmund Burke, vooral bekend als een van de grondleggers van het conservatisme (Reflections on the revolution in France) had een esthetica van the sublime of het verhevene ontwikkeld. Volgens die theorie kon schoonheid ook gevonden worden in wat verschrikkelijk en pijnlijk is. Het is ook de periode waarin de markies de Sade zijn werken schreef. Een thema dat in deze boeken altijd terugkomt, is dat van de belaagde maagd.

De eerste bekende gothic novel is The Castle of Otranto, van Walpole uit 1765.  Een andere bekende schrijfster van griezelverhalen is Ann Radcliffe (1764 – 1823). En het beroemdste werk is waarschijnlijk wel Frankenstein van Mary Shelley uit 1818.

 

De roman van Lewis (1775 – 1818) verscheen in 1796. Hij schreef het boek in 1794, toen hij 19 jaar was. In die tijd was hij verbonden aan de Britse ambassade in Den Haag en hij begon deze roman te schrijven om de verveling te verdrijven.

 

Het verhaal speelt zich af in Madrid, in de tijd van de inquisitie. De Monk is een dertigjarige Madrileense monnik die als een soort heilige wordt beschouwd en wiens preken volle kerken trekken. Maar hij zal niet heilig blijven. In zijn klooster is hij vaak in het gezelschap van een jonge monnik Rosario, die blijkt een jongedame te zijn en die er zonder al te veel moeite in slaagt om onze monnik te verleiden. Deze Rosario/Mathilde blijkt te heulen met de duivel die ook in het stuk mag optreden. In twee gedaanten zelfs, als een schone naakte jongeling en later als Lucifer. De monnik verliest stilaan zijn heilige manieren, wordt het slachtoffer van zijn driften en stort een andere jongedame in het verderf. Deze zal hij verkrachten en tenslotte ook vermoorden. In een nevenverhaal is er nog een vrouw in het spel. Zij is tegen haar zin in een klooster gedropt, waaruit ze probeert te ontsnappen met behulp van haar verloofde. Die pogingen mislukken jammerlijk en op een van haar uitstappen geraakt ze zwanger. Als dit ter ore komt van de kloosteroverste, wordt ze in een soort vergeetput weggestopt, vastgeketend en in het gezelschap van rottende lijken. Daar zal trouwens ook haar kind geboren worden. Al bij al loopt het voor haar nog goed af, want ze zal worden verlost, terwijl de boze abdis een wrede dood sterft.

De monnik wordt tenslotte ontmaskerd en aangehouden door de heren van de inquisitie. Hij wordt een beetje gemarteld om hem tot bekentenissen te dwingen maar uiteindelijk kan hij aan de dood ontkomen door zijn ziel aan de duivel te verkopen. Maar ook daar beleeft hij niet lang plezier aan, want de duivel neemt de zondaar mee naar een hoge rots en laat hem daar naar beneden vallen.

 

Ik kan me voorstellen dat deze 19-jarige auteur zich kostelijk heeft geamuseerd bij het schrijven van deze roman. Nu lezen we hem als een curiosum. Soms is het wel eens wat langdradig, maar de fantasie van de auteur houdt ons wakker. In tegenstelling met het werk van de Sade, is dit een kuis boek. Als de eer van een vrouw dan al wordt geschonden, dan klinkt dat zo:

 

You will even pardon me when I acknowledge, that in an unguarded moment the honour of Agnes was sacrified to my passion.

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door john om 16:18 Reageer op dit bericht

Willem Jan Otten: Specht en zoon

Willem Jan Otten: Specht en zoon

 

Met deze roman heeft de auteur zopas de Libris Literatuur Prijs gewonnen. Het werk is in 2004 verschenen bij G.A. van Oorschot.

 

Bijzonder in dit werk is de invalshoek waaruit het is geschreven. Aan het woord is namelijk een aanvankelijk leeg doek dat door de schilder Felix Vincent wordt gekocht en die door het doek en later schilderij de schepper wordt genoemd. De schilder weet er niet goed weg mee, tot hij een eigenaardige opdracht krijgt van Valéry Specht, een rijke kunstverzamelaar. Voor heel veel geld moet hij een negerjongen Singer schilderen. Niet naar het leven, maar naar de dood. Volgens zeggen van Specht is de jongen, die hij zijn zoon noemt, namelijk dood. We vernemen niets over de wijze waarop de jongen gestorven is. Felix krijgt een video en een foto en daarmee moet hij proberen op het doek een levende jongen weer te geven. Niemand mag het schilderij zien en hij mag er geen ruchtbaarheid aan geven. Specht zal het zelf komen ophalen.

Als het schilderij af is, blijft het lange tijd in het atelier staan. Er komen berichten dat Specht ernstig ziek is. Intussen heeft Felix het bezoek gekregen van een kunstrecensente die een artikel over Specht schrijft en die deze ervan verdenkt een pederast te zijn. Tijdens een vrijpartij met Felix hoort ze hem uit over Specht en het schilderij. Felix krijgt angst en verbrandt het schilderij, zonder dat Specht het te zien krijgt.

De ontknoping wil ik hier niet verklappen.

 

Op dit hoofdthema worden neventhema’s betrokken, onder andere een jeugdervaring van Felix met zijn boezemvriend Tijn, de geboorte van Felix zoon enz.

 

Het boek deed me soms aan andere auteurs denken. Aan Willem Frederik Hermans bijvoorbeeld. Door van het schilderij het hoofdpersonage te maken, wordt de omringende wereld door de ogen van dat schilderij bekeken. Die kijk op de wereld, dat doordenken van die situatie, vind ik Hermansiaans. Verder dacht ik ook aan Multaltuli, aan het begin van de Max Havelaar, de monoloog van Droogstoppel, wanneer het doek zichzelf op een nogal pedante manier beschrijft als Zeer Dicht Geweven Vier Maal Universeel Geprepareerd.

 

Een mooie zin:

Huid, zei schepper, eigenlijk is een schilderij niets anders dan een huid aangebracht op een huid.

Er worden nog veel gedachten over schilderkunst en vooral over kijken in het boek geventileerd.

 

Ik vond het een mooi boek. De taal is erg verzorgd en sober. De ontknoping vond ik wat vergezocht, maar dat doet geen afbreuk aan het boek.


De foto is afkomstig van de website dbnl : Portret van Willem Jan Otten, © Chris van Houts, Amsterdam

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door john om 20:41 Reageer op dit bericht

Elisabeth Wolff-Bekker: De menuet en de dominees pruik

 

Elisabeth Wolff-Bekker: De menuet en de dominees pruik

 

Een werkje waar niemand op zit te wachten. Het komt hier toevallig terecht, omdat ik het ergens aantrof en ik een dergelijk boekje niet kan laten liggen. Het kostte niet alleen geen geld, maar als ik het niet had meegenomen, zou ik in mijn leven waarschijnlijk nooit iets van deze dame hebben gelezen.

We kennen de naam van deze schrijfster van op de schoolbanken, in combinatie met Aagje Deken. Samen gaven ze in 1782 hun bekendste werk uit, de roman in brieven De Historie van mejuffrouw Sara Burgerhart.

 

Elisabeth Wolff leefde van 1738 tot 1804.

 

Het bovengenoemde boekje is een uitgave van de Wereldbibliotheek, uit 1954. Het telt nauwelijks dertig bladzijden waarvan dan nog tien voor de inleiding van de bezorger, P. Minderaa.

Het is in versvorm geschreven en vormt één groot gedicht. Het zou gebaseerd zijn op een werkelijk gebeurd feit, maar de schrijfster heeft het wel wat bijgewerkt, en scherper gesteld dan het er in werkelijkheid is aan toegegaan.

 

De geschiedenis. De ouderling Eerryk laat zijn dochter trouwen en op het huwelijksfeest danst hij een menuet. Dat komt ter ore van de predikanten van de gemeente. Zij halen er een oude kerkwet bij waarin staat dat een ouderling die danst in de ban moet worden gedaan.

 

Mer, hevet hi gedanst mit al te bliden geeste,

Al was ’t op zin liefs vrouw of zin liefs dogters Feeste,

Men sluut hum in de Ban, op dat hy daar voor ly.

Hi ne mag nimmermier die zuuvre kerk regieren.

 

Maar Eerryk laat zich dit niet zomaar welgevallen en zal de dominees van hetzelfde laken een pak maken. In een andere wet staat namelijk dat de heren op zinder kaalen scheel een kalotgen mogen dragen maar geen pruik, want dat ze dan het predikambt verliezen.

 

Dreigt weêr met uwen fraaien Ban,

Beledigt weêr een eerlyk man;

Maar ik zal Uwen Ban ook tegens U gebruiken,

Indien gylieden uwe almagtig groote Pruiken

Niet wisselt tegens een eenvoudige kalot.

 

Veel houdt het dus niet in, maar het gedicht is heel speels en afwisselend. En ik lees niet alle dagen ons Nederlands uit de 18e eeuw.

 
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door john om 20:06 Reageer op dit bericht

Marcella Baete: Oceanenkind

 

Marcella Baete: Oceanenkind

 

Deze roman is mijn eerste kennismaking met deze schrijfster. Eigenlijk moet ik me daarover schamen, want ze is een stadsgenote. Ik weet niet goed waarom ik haar werk altijd links heb laten liggen. Misschien las ik ooit een recensie die me niet aanstond.

Marcella Baete werd geboren in Gent in 1939. Achteraan in het boek staan enkele trefwoorden over haar leven. Ze spreken voor zich.

 

Werkmansgezin. Onderwijzeres, veertien jaar voor de klas, getrouwd op 21, zes kinderen, zwaar ongeval, acht jaar slagerin, 45 keer verhuisd. Feministe. Sociaal geëngageerd. Autodidacte. Schrijfster.

 

Meer informatie over haar leven en werk is te vinden op haar eigen website: http://users.skynet.be/marcella.baete/index.html. Daar lezen we dat Oceanenkind in grote mate autobiografisch is.


Ze is pas op late leeftijd begonnen te publiceren. Dit boek is uitgegeven bij Uitgeverij EPO De Geus Berchem/Breda in 1993.

 

Het oceanenkind is een Koreaans meisje dat door een Gents gezin wordt geadopteerd. Het gezin heeft al vier kinderen, maar de vrouw is een wat naïeve idealiste, die ook het falen van haar relatie met haar man op die manier wil compenseren. Er loopt iets mis met het geadopteerde meisje en dat heeft gevolgen voor het hele gezin. Ik wil hierover niet te veel verklappen.

 

Ik meen te weten dat de schrijfster ooit de vrouwelijke Louis Paul Boon werd genoemd. Ze schrijft inderdaad in die traditie. Haar personages zijn volksmensen. Direct herkenbaar voor Gentenaars, maar daarom niet verschillend van de mensen die ik in mijn jeugd heb gekend in een Antwerpse volksbuurt.

 

Het is een prachtig en aangrijpend boek. Eva, de vrouwelijke hoofdpersoon die het kindje adopteert, is fantastisch neergezet. De roman zit ook vol humor, maar dan een humor die het geheel nog schrijnender maakt.

 

 

Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Geschreven door john om 20:53 Reageer op dit bericht

Hermann Ungar: De verminkten



Hermann Ungar: De verminkten

 

Een Tsjechische schrijver, geboren in 1893 en overleden in 1929. Hij schreef in het Duits een niet zo omvangrijk oeuvre bijeen.

Het is een hard boek. De hoofdpersoon Franz Polzer is een bankbediende die nooit een dag vrij neemt en die een kamer betrekt bij een weduwe. Hij heeft in zijn jeugd enkele traumatische ervaringen meegemaakt (hij wordt aangerand door een dienstmeisje, en betrapt zijn vader, die weduwnaar is, op seks met de zus van zijn vader). Die gebeurtenissen blijven hem de rest van zijn leven achtervolgen. Het is een besluiteloze, gefrustreerde man die elk sociaal contact zoveel mogelijk vermijdt. Hij moet de avances ondergaan van zijn hospita, Klara Porges, die op het eind van het verhaal wordt vermoord. Er verschijnen nog enkele figuren in de roman, o.a. een oude jeugdvriend, van wie de benen geamputeerd zijn en die zijn vrouw terroriseert. Verder doet er nog een verpleger mee, een godsdienstwaanzinnige.

Geen opbeurend gezelschap. De hoofdpersoon Franz Polzer heeft de gebeurtenissen niet onder controle. Hij wordt meegesleurd in een logica van verraad, ongezonde seksualiteit en manipulatie.

De sfeer van het boek is drukkend, soms op het groteske af. De mens wordt op zijn slechtst getoond, taboes worden doorbroken.

Als ik het bovenstaande overlees, besef ik dat weinig mensen geneigd zullen zijn om het boek te lezen. Het is geen mooi boek, het is hard en toch ben ik blij het te hebben gelezen.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door john om 20:35 Reageer op dit bericht

Irvin D. Yalom: De Schopenhauer-kuur



Irvin D. Yalom: De Schopenhauer-kuur

 

Van deze Amerikaanse auteur had ik nog nooit gehoord. Hij werd geboren in 1931. Zijn ouders immigreerden kort na de eerste wereldoorlog uit Rusland. Hij groeide op in Washington, in een arme negerbuurt. Hij is dan begonnen aan de studie geneeskunde en specialiseerde in de psychiatrie. Over dat onderwerp heeft hij enkele werken gepubliceerd. Daarnaast schreef hij ook fictie, o.a. de roman Nietzsches tranen. Zelf noemt hij dat werk a teaching novel of een roman waaruit je wat kunt leren. In het hier besproken boek is dat ook het geval, zonder dat het belerend is. Het verhaal blijft het belangrijkste.

 

Mij heeft dit boek verleid door zijn titel, omdat ik nogal een fan ben van Schopenhauer (1788-1860).

De hoofdpersoon Julius Hertzfeld, een psychotherapeut, krijgt te horen dat hij aan huidkanker lijdt en nog maar een jaar te leven heeft. Hij vraagt zich af wat hij in zijn leven heeft gepresteerd en daarvoor zoekt hij contact met Philip Slate, een patiënt die 20 jaar geleden bij hem in therapie was en met wie de therapie toen was mislukt. Deze Philip loopt hoog op met Schopenhauer en hij wil Julius inwijden in de gedachtewereld van deze filosoof. Julius gaat ermee akkoord op voorwaarde dat Philip deelneemt aan een therapiegroep onder leiding van Julius. Dit is de inleiding en wat krijgen we nu verder in het boek ?

 

De hoofdmoot bestaat vooral uit de gesprekken in de therapiegroep waaraan een zestal personen deelnemen. We leren de verschillende personen uit die groep kennen en de spanningen die ze bij elkaar oproepen. Daar de auteur zelf psychiater is, schrijft hij met kennis van zaken. Afgezien van het verhaal, leer je veel over de methoden en technieken die een therapeut in zo’n groep gebruikt. Elk hoofdstukje begint met een citaat uit de werken van Schopenhauer. En verder wordt er geregeld een hoofdstuk ingelast waarin een korte levensschets van deze wijsgeer wordt gegeven. Een van de thema’s in het boek is of de leer van deze filosoof  therapeutische waarde heeft. Schopenhauer stond erg negatief tegenover het leven en hij zag heil in een vorm van onthechting, een beetje zoals in het boeddhisme.

De persoon Schopenhauer wordt in dit boek wel een beetje clichématig beschreven. We krijgen nog maar eens te horen dat hij een vrouwenhater was, een zwarte pessimist, enz.

Het is dan ook een roman en geen wijsgerig traktaat of een biografie. Toch is het een interessant, boeiend en onderhoudend boek. Vooral lezers met interesse voor psychologie en filosofie zullen in de wolken zijn.

 

Laat me om te eindigen het fragment van Schopenhauer opschrijven dat boven het eerste hoofdstuk staat, het hoofdstuk waarin de hoofdpersoon verneemt dat hij kanker heeft.

 

Met elke ademhaling, weren we de dood af die ons voortdurend op de hielen zit…

Uiteindelijk zal de dood overwinnen, want ons lot staat vast vanaf onze geboorte, hij speelt met zijn prooi, maar slechts voor korte tijd, dan slaat hij onverbiddelijk toe.

Toch gaan we gedreven en toegewijd zo lang mogelijk door met leven, zoals we proberen de grootste en langste zeepbel te blazen, in de wetenschap dat hij uit elkaar zal spatten.

 

Van Schopenhauer is bekend dat hij heel mooi, helder en beeldrijk proza schreef. Het bovenstaande is daar een staaltje van en zo staan er nog tientallen geslaagde fragmenten in het boek.

 

 

 

 

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door john om 11:55 1 reactie Reageer op dit bericht

Meer van sprokkelhout

↑ Terug naar de berichten