Naar de inhoud

sprokkelhout

akke.beakke.be

Archief

Swift 2

Swift 2

 

Een plezierig hoofdstuk in de biografie van Victoria Glendinning gaat over de koffiehuizen in Londen in de tijd dat Swift er verbleef. Ze werden uitsluitend bezocht door mannen, voornamelijk uit politieke en culturele kringen, en velen maakten er naam door de geestigheden die ze er debiteerden.

 

De koffie die ze er dronken was gekruid met gember, kruidnagel of kaneel en gezoet met honing. Maar koffie drinken was ondergeschikt aan de hoofdzaak. Koffiehuizen waren  gelegenheden voor informele sociale en politieke bijeenkomsten die in die tijd door elk lid van de hogere of de middenklasse werden bezocht om naar de roddels te luisteren, weddenschappen aan te gaan, de jongste pamfletten en tijdschriften te lezen, brieven te schrijven en vooral om indruk te maken op elkaar.

 

Mannen en vrouwen gingen samen naar chocoladebars, terwijl dames alleen de Indische huizen bezochten waar ze thee dronken en prenten, waaiers, chinoiserieën en andere kleine spullen konden kopen.

 

De koffiehuizen waren democratisch. No one who could put down his penny at the bar was excluded.

 

Zo was Swift een vaste klant in de koffiezaak Button’s. Zijn eerste bezoek daar werd door een aanwezige als volgt beschreven: Verscheidene dagen na elkaar trad er een vreemde geestelijke binnen, die er duidelijk niemand kende. Hij legde zijn hoed op een tafel en begon gedurende een half uur of langer op en neer te lopen, zonder het woord tot iemand te richten. Daarna nam hij zijn hoed van tafel, betaalde zijn koffie en verliet de zaak zonder een woord te hebben gezegd. Hij kreeg dan ook al vlug de bijnaam van the mad parson. Het wijst erop dat Swift, die toen toch al vicaris was, een provinciale buitenstaander.

 

In de koffiehuizen werden dus wits ten beste gegeven. De schrijfster geeft een hele reeks definities van wat in Swift’s tijd onder wit werd verstaan.

 

John Dryden:

Wit is deep thought in common language

 

Pope

True wit is Nature to advantage dressed,

What oft was thought, but ne’er so well expressed.

 

Swift:

As wit is the noblest and most useful gift of human nature, so humor is the most agreeable

 

For wit and humor differ quite,

That gives surprise, and this delight.

 

Een witty man moet bijgevolg vindingrijk zijn, vlot epigrammen bedenken, een opgewekt karakter hebben, echte of voorgewende insiderkennis bezitten van de recentste politieke, literaire en seksuele roddels en geruchten, en bovendien een slecht karakter hebben.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door john om 20:30 Reageer op dit bericht

Swift (1667-1745)

Swift (1667-1745)

 

Swift werd geboren in Dublin in 1667. Zijn vader stierf nog voordat Jonathan geboren was. De moeder laat haar twee kinderen (Jane, geboren 1666, en Jonathan) achter bij de ooms van Jonathan in Dublin en trekt zelf naar haar familie in Leicester. Het kindermeisje neemt daarna de kinderen ook voor enkele jaren mee naar Engeland, maar niet naar de moeder. In 1673 is Swift terug in Dublin. Hij gaat er naar school en in 1682 begint hij zijn studie aan het Trinity College in Dublin. De moeder van Swift zou sterven in 1710 in Leicester. Hoewel haar zoon haar niet echt intiem gekend had, schreef hij bij haar dood:

 

I have now lost my barrier between me and death; God grant I may live to be as well prepared for it, as I confidently believe her to have been! If the way to Heaven be trough piety, truth, justice, and charity, she is there.

 

Mij treft hierin vooral die eerste zin. Hij beschrijft een ervaring die de meeste mensen wel zullen hebben als ze ouders en naaste familieleden rondom zich zien heengaan. Zolang de ouders nog leven, denkt men niet dat de eigen dood al in aantocht is. Met het wegvallen van de ouders ligt de weg naar de dood nu open. De dood richt haar blik nu op jou.

 

Swift zag zijn moeder pas terug in 1689, nadat hij samen met een neef naar Engeland was gevlucht. In 1689 brak in Engeland namelijk de revolutie los. De katholieke koning James moest aftreden en vluchtte naar Frankrijk. Hij werd opgevolgd door zijn protestantse dochter Mary en haar echtgenoot Willem van Oranje. Zij werden dan ook de monarchen van Ierland. James wou met de hulp van de Fransen zijn troon heroveren en viel daarom Ierland binnen. Hij werd echter definitief verslagen bij de Slag van de Boyne in 1690. Een veldslag die nog jaarlijks door de Noord-Ierse protestanten tijdens een van hun marsen wordt herdacht. Swift, die protestant was, vreesde de gevolgen van een terugkeer van James en was dus naar Engeland uitgeweken. Daar zal hij als secretaris in dienst treden van William Temple, een diplomaat die vaak in de Nederlanden verbleef en ambassadeur was in den Haag. Hij was ook betrokken bij de totstandkoming van het huwelijk tussen Mary (16 jaar) en Willem van Oranje (27). Swift is dan 22 jaar en zal in dat gezin kennismaken met zijn toekomstige geliefde die op dat moment acht jaar is.

In die jaren begint Swift ook last te krijgen van de ziekte van Ménière die hem zijn verdere leven zal hinderen.

In 1695 wordt Swift priester in Kilroot. Het is een afgelegen dorp in het noordwesten van Ierland. Later zal hij het nog brengen tot dean deken van Sint-Patrick in Dublin. Dat feit leeft nog voort in de uitdrukking as the Dean said, die bijvoorbeeld wordt gebruikt na het zeggen van een spreuk.

 

Swift was zijn hele leven onverdraagzaam tegenover mensen die zich afscheurden van de Anglicaanse kerk en non-conformisten. De katholieken in Ierland boezemden hem minder schrik in. Zij waren altogether as inconsiderable as women and children. Their lands are almost entirely taken from them, and they are rendered incapable of purchasing any may.

 Hij dacht dat de katholieken will daily crumble away. Hij zag het zo:

 

Tis agreed among naturalists that a lion is a larger, a stronger, a more dangerous enemy than a cat; yet if a man were to have his choice, either a lion at his foot, bound fast with three or four chains, his teeth drawn out, and his claws pared to the quick, or an angry cat in full liberty at his throat; he would take no long time to determine.

 

De vrouwen in zijn leven heeft hij niet echt gelukkig gemaakt. Dat valt te verwachten van iemand die schrijft:

He never yet saw the woman for whose sake he would part with the middle of his bed.

 

De meeste informatie in dit stukje komt uit de biografie van Victoria Glendinning.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door john om 14:43 Reageer op dit bericht

Swift: Gulliver's Travels (1)

Swift: Gulliver’s Travels

 

De eerste reis van Gulliver brengt hem na een schipbreuk op het eiland Lilliput (met creatures not six inches high). Het bevindt zich ten zuidwesten van Sumatra. Vlakbij ligt nog een eiland, Blefuscu, met ook kleine mensjes, dat in oorlog is met Lilliput. Het conflict is ontstaan door de vraag of een ei aan de smalle kant of aan de brede kant moet worden gebroken. Swift spot hier met de vaak absurde tegenstellingen tussen godsdienstige en politieke tegenstanders. De katholieken zouden in dit geval de Big-Endians zijn, de Anglicanen de Small-Endians.

 

Zoals bekend wordt Gulliver als gevangene weggevoerd en opgesloten. Een van de eerste problemen waarmee hij te kampen krijgt is hoe hij zich kan ontlasten.

 

I had been for some hours extremely pressed by the necessities of nature; which was no wonder, it being almost two days since I had last disburthened myself. I was under great difficulties between urgency and shame. The best expedient I could think on, was to creep into my house, which I accordingly did; and shutting the gate after me, I went as far as the length of my chain would suffer, and discharged my body of that uneasy load.

 

Daarna deed hij dit in de vroege ochtend, voordat hij bezoek kreeg.

 

From this time my constant practice was, as soon as I rose, to perform that business in open air, at the full extent of my chain, and due care was taken every morning before company came, that the offensive matter should be carried off in wheel-barrows, by two servants appointed for that purpose.

 

Op een bepaald moment breekt brand uit in de vertrekken van de keizerin. Gelukkig is Gulliver niet veraf en kan hij het vuur al plassend blussen. Niet tot tevredenheid van de koningin, die voortaan weigert die vertrekken nog te bewonen en die het Gulliver nooit zal vergeven.

Nieuw was die methode niet, want Gargantua van Rabelais had op dezelfde manier al eens de straten van Parijs onder water gezet.

 

De keizer gebruikt Gulliver ook voor zijn vermaak. Zo diende Gulliver zich met gespreide benen op te stellen en liet de keizer zijn halve leger onder Gulliver doorlopen.

 

His majesty gave orders, upon pain of death, that every soldier in his march should observe the strictest decency with regard to my person; which, however, could not prevent some of the younger officers from turning up their eyes as they passed under me. And, to confess the truth, my breeches were at that time in so ill a condition, that they afforded some opportunities for laughter and admiration.

 

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door john om 14:02 Reageer op dit bericht

Joseph Conrad: Within the Tides

Joseph Conrad: Within the Tides

 

Een boekje met vier verhalen uit de jaren 1910-1914. Drie van de vier waren bestemd voor het Amerikaanse Metropolitan Magazine. Conrad reageerde op het verzoek om een bijdrage te leveren met de wens voor special terms for prostituting his intellect to please the Metropolitan.

Het eerste verhaal bracht zes keer meer op dan zijn meesterwerk Heart of Darkness. It makes one sick. Zei hij er zelf over. Voor hem waren het oefeningen om op vier verschillende manieren een verhaal te vertellen.

 

The Planter of Malata

 

Dit verhaal speelt zich af in Australië. Geoffrey Renouard leeft geïsoleerd op een eiland waar hij een zijdeplantage uitbaat. Hij is even terug in de bewoonde wereld waar hij kennis maakt met een professor en zijn dochter. Beiden zijn op zoek naar de verloofde van het meisje, die na ten onrechte te zijn beschuldigd van verduistering, spoorloos was verdwenen. Renouard wordt verliefd op het meisje. Het tragische is dat de verloofde zopas op zijn eiland gestorven is, wat hij verzwijgt. Alles komt tenslotte uit en Renouard zal nog zelfmoord plegen.

Enkele citaten:

We are all equipped with a fund of humanity which is not exhausted without many and repeated provocations.

 

Er is de tegenstelling tussen het stadsmeisje en de man van ‘wide horizons’.

They had no common conversational small change. They had to use the great pieces of general ideas, but they exchanged them trivially.

 

The Partner

Het tweede verhaal wordt verteld door een oude zeeman. Het gaat over schurken die een naïeve zakenman bedriegen. Ze willen het schip waarop zijn broer kapitein is laten zinken om de verzekeringspremie op te strijken. Het verhaal loopt noodlottig af. Het is in spreektaal geschreven.

 

The Inn of the two Witches

Een spookverhaal. De hoofdpersoon gaat in Spanje op zoek naar een scheepsmaat die op missie was uitgestuurd. Hij treft zijn lijk aan in een herberg. Hij ontsnapt zelf maar net aan de dood. De manier waarop de moord is gebeurd is bijzonder.

 

Because of the Dollars

Het gaat om oude dollars die ingewisseld kunnen worden. Kapitein Davidson vaart met zijn schip, de Sissie, de kust af om ze op te halen. Enkele schurken zien hun kans een slag te slaan en ze wachten Davidson op bij een zekere Bamtz, een avonturier-leegganger die ergens heel afgelegen aan de kust woont.

De brave kapitein zal de hinderlaag overleven dankzij een vroegere kennis, Laughing Anne, een gewezen painted woman. Zij zal er echter het leven bij inschieten.

De openingszin is een typische zeemanszin:

While we were hanging about near the water’s edge, as sailors idling ashore will do…

 

Davidson was getrouwd, een ongewone toestand voor zeelieden:

Ours, as you remember, was a bachelor crowd; in spirit anyhow, if not absolutely in fact.

 

Over de figuur Bamtz:

One can understand a fellow living by cadging and small swindles in towns, in large communities of people; but Bamtz managed to do that trick in the wilderness, to loaf on the outskirts of the virgin forest.

 

Over Laughing Anne:

Everybody in de Archipelago had heard of Laughing Anne. She had really a pleasant silvery laugh always at her disposal, so to speak, but it wasn’t enough apparently to make her fortune. The poor creature was ready to stick to any half-decent man if he would only let her, but she always got dropped, as it might have been expected.

 

She had not cried for years. She was not a crying woman either. It was hearing herself called Laughing Anne that had started her sobbing like a fool.

 

Over het scheepje de Sissie:

…but he was curious to see the place, and the little Sissie could go anywhere where there was water enough to float a soup-plate.

 

Deze verhalen worden tot het mindere werk van Conrad gerekend. Mij hebben ze niettemin veel leesgenot verschaft. Avonturen- en zeeverhalen worden in de ze tijd niet meer zo vaak geschreven. Misschien brengt de piraterij in Somalië daar verandering in. Conrad schreef trouwens 100 jaar geleden al:

 

He told her, he said, that there were no Javasea pirates nowadays except in boy’s books.

 

 

 

 

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door john om 20:27 Reageer op dit bericht

Schopenhauer over de dood (1)

Schopenhauer over de dood (1)

 

Schopenhauer citeert bij het begin van zijn betoog Socrates: filosofie is voorbereiding op de dood.

Tegelijk met de rede kreeg de mens noodzakelijkerwijs ook de verschrikkelijke zekerheid van de dood. Schopenhauer stelt vast dat de dood datgene is wat de mens het meest vreest. Dat mag ook blijken uit het feit dat we in onze hevigste vorm van wraakzucht, de dood van onze vijand wensen.

Maar de rede bezorgt de mens ook metafysische denkbeelden die hem daarover troosten. Alle religies en filosofische systemen zijn hoofdzakelijk op dit ene doel gericht; ze zijn in de eerste plaats een tegengif tegen de zekerheid van de dood. De ene religie slaagt daar beter in dan de andere. In het brahmanisme en het boeddhisme beschouwt de mens zichzelf als het oerwezen waaraan elk ontstaan en vergaan in wezen vreemd is. De westerse religies stellen dat de mens geschapen is uit het niets en zij laten het leven beginnen met de geboorte. Schopenhauer  stipt daarbij aan hoe absurd die laatste overtuiging is. Men leert de mens dat hij uit het niet is ontstaan, dus een eeuwigheid lang niets is geweest, maar dat hij desondanks in de toekomst onvergankelijk zal zijn.

 

De angst voor de dood is aangeboren. Alles, was geboren wird, bringt sie schon mit auf die Welt. Dat geldt voor mens zowel als voor dier. Waarom vlucht het dier voor gevaar ? Het weet toch niet wat de dood is ? Het mijdt de dood, omdat het louter wil tot leven is. Zijn enige doel is in leven blijven. Voor de mens is dat net zo, aldus Schopenhauer. Want mocht de mens kiezen dan zou hij de voorkeur geven aan het niet-zijn. Die bewering van Schopenhauer is nogal willekeurig. Hij gaat ervan uit dat het leven in de eerste plaats lijden is. In zijn mooie Duits zegt hij: Klopfte man an die Gräber und fragte die Todten, ob sie wieder aufstehen wollten; sie würden mit den Köpfen schütteln. Hij citeert ook nog Voltaire: On aime la vie; mais le néant ne laisse pas d’avoir du bon. En : Je ne sais pas ce que c’est la vie éternelle, mais celle-ci est une mauvaise plaisanterie.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door john om 19:37 Reageer op dit bericht

Piet Calis: Vondel. Het Verhaal van zijn Leven

Piet Calis: Vondel. Het Verhaal van zijn Leven

 

Uitgegeven bij Meulenhoff in 2008. Het kost 35 euro.

 

Dit is een boek waarop ik al jaren zit te wachten. Niet dat ik wist dat het in voorbereiding was, wel omdat ik er allang naar uitkijk. Ik was dan ook blij verrast het in de bibliotheek bij de nieuwe aanwinsten aan te treffen. Voor zover ik weet is er, alleszins in mijn krant, geen aandacht aan deze biografie besteed.

Ik ga de biografie niet navertellen, maar over de afkomst van de dichter wil ik toch een en ander uit dit boek citeren.

Vooraf enkele data:

1587-1679: levensjaren van Vondel

1517: Reformatie met Luther

1566: Beeldenstorm

1576: Spaanse furie

1585: Parma verovert Antwerpen

 

De familie Vondel is afkomstig uit de Zuidelijke Nederlanden. Mogelijk uit Vondelen, een gemeente bij Ninove. Maar ook bij Gent ligt een gehucht Vondele.

De grootvader van de dichter was de zoon van een linnenwever in Antwerpen. In 1545 trouwde hij in de Antwerpse Sint-Jacobskerk met een zekere Anna van Uffele. Uit zijn tweede huwelijk met Catharina Sampson werd de vader van de dichter geboren (1559 of 1560). Het gezin was katholiek, maar in de jaren 80 zou de vader, die hoedenmaker was, zich aansluiten bij de doopsgezinden.

In 1517 luidde Luther de Reformatie in. In de beginperiode hadden in de Nederlanden vooral de anabaptisten of wederdopers veel succes. Zij waren tegen de kinderdoop. Alleen volwassenen werden in de gemeente van Christus opgenomen. Ze waren afgescheurd van Zwingli in 1525. Luther was voor hen niet radicaal genoeg. Zij wilden een complete scheiding tussen religie en politiek, waren tegen krijgsdienst en zuiverheid en soberheid waren voor hen heel belangrijk.

 

De wederdopers vielen uiteen in de revolutionaire anabaptisten en de doopsgezinden.

 

De eersten hadden als leider Jan van Leiden (1509-1536). Hij veroverde Munster, dat hij tot het nieuwe Jerusalem wilde maken, en voerde er een tiranniek bewind. Bij de herovering van de stad door de katholieken, werd hij gevat en op een verschrikkelijke manier om het leven gebracht. Hij was gekant tegen het traditionele huwelijk en hield er een groot aantal minnaressen op na. Ook in Amsterdam had hij volgelingen, die naakt en weeklagend op straat liepen en zelfs een dag het stadhuis konden bezetten. Ook zij werden onderdrukt.

 

De tweede groep waren doopsgezinden of menisten, aanhangers van Menno Simons die in 1536 met de katholieke kerk brak. Zij waren gematigder, bemoeiden zich niet met de wereld en streefden naar afzondering voor de eigen vervolmaking. Ze noemden zich dienaars van Christus.

Beide groepen werden echter over een kam gescheerd en stonden bloot aan vervolging: meer dan 1500 van hen stierven als martelaar.

 

In Antwerpen, waar de familie Vondel woonde, waren er in 1566 ongeveer 2000 doopsgezinden. In 1535 trad de overheid voor het eerst tegen hen op en volgden er terechtstellingen. In de eerste 40 jaar werden meer dan 200 doopsgezinden omgebracht.

Toen Parma in 1585 Antwerpen veroverde, gingen 35.000 protestanten van alle gezindten in ballingschap. De Vondels trokken naar Keulen. Vondels vader hertrouwde er met Sara Cramer uit Antwerpen en in 1587 werd de dichter geboren. In het gezin werd hoogstwaarschijnlijk Vlaams gesproken. Toen ook in Keulen de doopsgezinden vervolgd werden,verliet de familie de stad in 1595. Na enkele omzwervingen vestigden ze zich in 1597 in Amsterdam. Joost was toen 9 à 10 jaar.

 

Interessant is ook het verhaal van de ouders van de tweede vrouw van Vondels vader. Sara Cramer werd geboren in 1565. Haar ouders waren de knopenmakeer Peter Cramer en zijn vrouw Clementia Haussart.

Peter was lid van en rederijkerskamer in Antwerpen. In die kamers vonden niet alleen literaire activiteiten plaats, er werd ook kritisch geoordeeld over godsdienst en politiek. Ze werden door de overheid dan ook nauw in het oog gehouden. Peter zweerde het katholieke geloof af, zijn vrouw deed dat niet, en werd doopsgezind. In 1571 werd hij met 22 andere geloofsgenoten gedagvaard. Hij kwam niet opdagen en toen men hem thuis kwam arresteren, ontsnapte hij met zijn beide kinderen naar Keulen. Zijn zwangere vrouw Clementia, hoewel katholiek, werd opgesloten in heet Steen bij de Schelde. In de loop der jaren hebben daar meer dan 400 doopsgezinden gevangengezeten. Dankzij een interventie van haar neef mocht Clementia naar huis, maar na de bevalling werd ze opnieuw opgesloten. Diezelfde neef kon voorkomen dat ze werd terechtgesteld Ze zou gespaard worden als ze een van haar kinderen liet dopen. Daarop werd de jongste dochter uit Keulen teruggebracht en op 6.7.1571 in de Onze Lieve Vrouwekerk gedoopt. Kort daarop kwam ze vrij en trok ze met haar gedoopte dochter naar haar man in Keulen.


 

 

 

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door john om 14:45 Reageer op dit bericht

Jacques Prévert: Fatras

Jacques Prévert: Fatras

 

Fatras betekent volgens het woordenboek: rommel, prullaria, woordenkraam, nonsens, enz.  In dit geval is het een onsamenhangende verzameling teksten en collages die Prévert in de jaren zestig maakte.

 

Enkele voorbeelden

 

Il a tourné sept fois sa langue dans ma bouche avant de me parler d’amour. Eva

 

Et Dieu
surprenant Adam et Eve
leur dit

Continuez je vous en prie
ne vous dérangez pas pour moi

Faites comme si je n’existait pas.

 

 

J’aime mieux
tes lèvres
que mes livres

 

 

Comme cela nous semblerait flou
inconsistant et inquiétant
une tête de vivant
s’il n’y avait pas une tête de mort dedans

 

C’était l’été

 

Dans ses deux mains
sous ma jupe relevée
j’étais nue comme jamais

Tout mon jeune corps
était en fête
des cheveux de ma tête
aux ongles de mes pieds

J’étais une source qui guidait
la baguette du sourcier

Nous faisions le mal
et le mal était bienfait.

 

 

Ce n’est pas moi qui chante
c’est les fleurs que j’ai vues
ce n’est pa moi qui ris
c’est le vin que j’ai bu
ce n’est pas moi qui pleure
c’est mon amour perdu

 

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door john om 20:08 1 reactie Reageer op dit bericht

Van de Woestijne: Vervarelijk Festijn

Van de Woestijne: Vervarelijk Festijn

 

Vervarelijk festijn voor onverzaedlijk dorsten:

zoo hebben ze u gekend, bij smaad- of smeek-gebaar,
die, donker van begeerte of heller liefde klaar,
van u besmaald misschien, misschien u tarten dorsten.

o Bralle broeiïng van het schroeiïg-heete haar
dat ge als de kromme vlam van eene toortse torschte’;
uitdagend dreigement der driest-gedragen borsten;
o buik die glooit en glanst gelijk een beukelaar;

- zóo kenden ze u. En ik, waar ‘k uwe schoonheid schenne,
ik, die me-zelven miek de’ in vrees begeerden Man
die u bevrijden kon en sloeg in slaven-ban;

zelfs ik, uw graauwe Heer, wien géen vrouw ooit zal kennen:
hoe bibbert op mijn lip de bede – o wrang bekennen -,
de bede, uw doem te ontvliên, en die ‘k niet bidden kàn…

 

Dit is een van de gedichten die Jan Decleir voorleest op een cd, samen met een boekje uitgegeven bij Lannoo. Het eerste wat me opviel, was dat er in de voordracht af en toe Claus te horen was. In de eerste plaats de klankrijkdom, maar ook bepaalde woordcombinaties als uw graauwe Heer en buik die glooit en glanst.

Overeenstemming is er ook in de manier waarop beiden zich in hun gedichten tot de vrouw richten. De vrouw heeft iets bedreigends. Zodra de dichter naar de vrouw kijkt, neemt de zinnelijkheid bezit van hem. Van de Woerstijne heeft het daar moeilijk mee, Claus geeft er zich meer aan over (zie bijvoorbeeld de cyclus De vrouw in de Oostakkerse gedichten). Bij beiden ook gaat de relatie met de vrouw gepaard met geweld en vernietiging. Door een vrouw te beminnen doen zij haar pijn, waardoor ze zich schuldig voelen en zelf lijden. Van de Woestijne zegt het met zoveel woorden, Claus laat het verstaan door zijn woordkeuze.

 

Het woordgebruik in dit gedicht is archaïsch: dorsten, driest, smaad- of smeekgebaar enz. Ik ken de betekenis van die woorden maar bij benadering. Ik stel me er iets bij voor, maar als ik de juiste betekenis in het woordenboek opzoek, wint het gedicht aan klaarheid.

Driest bijvoorbeeld betekent vermetel, stoutmoedig, zonder vrees. Hoeveel zinnelijker wordt dan de zin driest-gedragen borsten. Of neem de uitdrukking bij smaad- of smeekgebaar. Men kan zich de mannen voorstellen die om haar gunsten smeken, maar ook degenen die haar smaden, d.i. honen, beledigen. De vrouw op haar beurt besmaalt de mannen: ze spreekt ze met geringschatting toe.

 

De vrouw in het gedicht is een zeer zinnelijke, felbegeerde vrouw, misschien een hoer. In ieder geval een vrouw, of de vrouw, die begeerte opwekt. Net als haar vorige minnaars, geraakt de dichter ook in haar ban en kan hij niet meer van haar loskomen.

 

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door john om 16:53 2 reacties Reageer op dit bericht

John M. Synge: The Playboy of the Western World

John M. Synge: The Playboy of the Western World

 

Synge leefde van 1871 tot 1909. Hij stamde af van een Engelse familie die in het begin van de 17e eeuw van Engeland naar Ierland emigreerde. De Synge’s zouden in Ierland vijf bisschoppen leveren. Zij behoorden tot de Anglo-Irish, d.w.z. mensen die instemden met de overheersing van Engeland over Ierland. Synge studeerde aan het Trinity College in Dublin Hebreeuws en Gaelic. Daarna reisde hij enkele jaren in Duitsland en Frankrijk. In Parijs leerde hij de dichter Yeats kennen en die raadde hem aan om de Aran Islands te bezoeken. In 1898 bezocht Synge die net buiten  de golf van Galway gelegen eilanden. Tot in 1902 zal hij er elke zomer doorbrengen. In de winter beschrijft hij het harde leven van de mensen op die barre en stenige eilanden. Toen hij in Parijs woonde bezocht hij vaak de tentoonstellingen van de impressionisten, met name die van Monet. Zoals deze eenzelfde tafereel op verschillende tijdstippen van de dag schilderde, zo zou Synge dat ook doen in zijn proza. De dichter Yeats typeerde het werk van Synge als volgt: A man trying to look out of a window and blurring all that he sees by breathing upon the window.”

 

Synge heeft ook toneelwerk geschreven. De komedie The Playboy of the Western World werd voor het eerst opgevoerd in januari 1907. De uitvoeringen lokten protest uit. Bij de eerste opvoering in Dublin waren er een week lang opstootjes. In Philadelphia werd zelfs de hele cast aangehouden. Het stuk werd onzedig geacht, onder meer door het gebruik van het woord shift, hemd, in een stuk tekst van de hoofdpersoon: a drift of chosen females, standing in their shifts itself, maybe, from this place to the Eastern World.

 

Voor de Ierse nationalisten was het stuk a slander on the fair name of Ireland, want Synge hing een allesbehalve vleiend portret op van de Ierse boeren. Synge interesseerde zich niet in de eerste plaats voor de Ierse kwestie. Zijn belangstelling ging uit naar het leven en de taal van de Ierse plattelandsbevolking. Zelf schrijft hij in het voorwoord bij dit toneelstuk: In writing The Playboy of the Western World, I have used one or two words only that I have not heard among the country people of Ireland, or spoken in my own nursery before I could read the newspapers. A certain number of the phrases I employ I have heard also from herds and fishermen along the coast from Kerry to Mayo or from beggar-women and ballad-singers nearer Dublin; and I am glad to acknowledge how much I owe to the folk-imagination of these fine people. Anyone who has lived in real intimacy with the Irish peasantry will know that the wildest sayings and ideas in this play are tame indeed, compared with the fancies one may hear in any hillside cabin in Geesala, or Carraroe, or Dingle Bay.

 

Het stuk speelt zich af in een shebeen of sluikschenkerij aan de wilde kust van het graafschap Mayo. Pegeen, de dochter van de uitbater is verloofd met een jonge boer. Haar vader en enkele vrienden zijn de komende nacht afwezig, en ze heeft angst om alleen te blijven. Haar vriend wil echter niet alleen met haar blijven, omdat zoiets niet mag van de dorpspriester. Op een bepaald moment komt er een vreemdeling binnen (de playboy). Hij zegt al elf dagen op de dool te zijn nadat hij zijn vader met een bijl het hoofd heeft ingeslagen. In tegenstelling met wat men zou verwachten, wordt de jongeman als een held ontvangen en valt hem het geflirt van de meisjes te beurt. Maar na een tijdje duikt de zogezegd vermoorde vader op. Er volgt nog een moordpoging, maar uiteindelijk een verzoening tussen vader en zoon en hun vertrek tot groot verdriet van Pegeen, die the only playboy of the western world moet laten gaan.

 

Het toneelstuk leest niet gemakkelijk. Synge gebruikt de taal en het slang van de plattelanders met allerlei eigenaardige zinsconstructies.

Enkele willekeurige voorbeelden:

 

And I brought you a little laying pullet - boiled and all she is – was crushed at the fall of night by the curate’s car. Feel the fat of that breast, mister.

 

A soft lad the like of you wouldn’t slit the windpipe of a screeching sow.

 

You should have had great people in your family, I’m thinking, with the little, small feet you have, and you with a kind of a quality name, the like of what you find on the great powers and potentates of France and Spain.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door john om 16:22 Reageer op dit bericht

Synge: prelude

Als toegift een gedichtje van Synge:

PRELUDE

 

 

Still south I went and west and south again,
Through Wicklow from the morning till the night,

And far from cities, and the sights of men,

Lived with the sunshine and the moon's delight.

 

I knew the stars, the flowers, and the birds,

The gray and wintry sides of many glens,

And did but half remember human words,
In converse with the mountains, moors, and fens.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door john om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van sprokkelhout

↑ Terug naar de berichten