Naar de inhoud

sprokkelhout

akke.beakke.be

Archief

Louis David: Joseph Bara

Louis David: Joseph Bara

 

David schilderde nog een andere martelaar. De veertienjarige Joseph Bara was als vrijwilliger bij het leger gegaan en kwam om door een sabelhouw. Volgens de legende zou hij Vive la République hebben geroepen in plaats van Vive le Roi. In een ander verhaal werd hij vermoord omdat hij weigerde afstand te doen van zijn paarden.

David heeft hier een naakte, onschuldige jongen als martelaar geschilderd.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door john om 16:09 Reageer op dit bericht

David: A Marat

David: A Marat

 

Dit bekende schilderij van David uit 1793 hangt in het Museum voor Schone Kunsten in Brussel. Jean Paul Marat (1743-1793) was een Frans revolutionair politicus en journalist. Hij gaf van 1789 tot 1792 het krantje L’Ami du Peuple uit.  Daarin trok hij fel van leer tegen de tegenstanders van de Franse Revolutie, vooral tegen de Girondijnen. Uit wraak voor die aanvallen, waardoor velen naar de guillotine werden gebracht, zal hij in zijn bad vermoord worden door Charlotte Corday (1768-1793). De moord had plaats op 13 juli 1793. Marat, die aan psoriasis leed, nam geregeld baden met kaolien. Eerder op de dag had Charlotte Corday al geprobeerd om toegang te krijgen tot Marat. Ze bracht hem zogezegd informatie over tegenstanders van de Revolutie in Caen. ’s Avonds lukte het haar dan toch. Op het schilderij heeft Marat haar briefje in de hand met de tekst: Au 13 juillet 1793. Marie anne Charlotte Corday au citoyen Marat. Il suffit que je sois bien malheureuse pour avoir Droit à votre bienveillance. (Mijn ongeluk is voldoende reden om recht te hebben op uw welwillendheid). Ze steekt hem dood met een mes. Ze wordt onmiddellijk overmeesterd en zal later onthoofd worden.

 

David kreeg de opdracht om een schilderij van de ‘martelaar’ van de revolutie te maken. Het is een gevlijd portret, want Marat zag er in werkelijkheid lelijker uit en ook van zijn huidziekte is op het schilderij, afgezien van de rode verkleuring op de rechterarm, weinig te merken. Ook de wonde die Charlotte met het mes maakte is heel sober weergegeven. Ze refereert aan de wonde die Christus ontving. Voor het opzij gevallen hoofd vond de schilder dan weer inspiratie bij het Christushoofd op vele piëta’s. Het decor is heel sober gehouden om de aandacht niet af te leiden van het onderwerp. Het schilderij had namelijk ook ideologische en documentaire waarde. De brief bijvoorbeeld, die op het houten schrijftafeltje ligt, is van de weduwe van een gesneuvelde Franse soldaat, voor wie Marat zopas de al klaar liggende assignatie, het papiergeld tijdens de Franse revolutie, had geschreven.

Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Geschreven door john om 09:16 Reageer op dit bericht

Goldsmith: She Stoops to Conquer

Goldsmith: She Stoops to Conquer

 

De eerste opvoering van deze komedie had plaats in Covent Garden in 1773. Zoals dat in komedies meestal het geval is, berust de intrige ook in dit stuk op misverstanden, vergissingen, vermommingen enz. Het stuk heeft lang repertoire gehouden. In een moderne versie zou het nog veel bijval kunnen genieten bij amateursgezelschappen, met leuke personages om te spelen.

 

De aanstichter van al het onheil is Tony Lumpkin, een zoon uit het eerste huwelijk van Mrs. Hardcastle. Zij wil haar zoon uithuwelijken aan Miss Neveille, maar de jongelieden voelen niets voor elkaar. Tony is een losbol die voortdurend grappen uithaalt: the ale-house and the stable are the only schools he’ll ever go.

Er wordt bezoek verwacht van Marlow, een doodverlegen  jongeling (he has good sense, but then so buried in his fears, that it fatigues one more than ignorance) die zich wil verloven met de halfzus van Tony. Samen met zijn vriend worden zij door Tony in de waan gelaten dat zij in een herberg onderdak vinden, terwijl ze in werkelijkheid in het landhuis van de toekomstige schoonvader verblijven. De verlegenheid van Marlow komt vooral tot uiting tegenover jongedames van zijn stand. Als zijn aanstaande zich vermomt in een dienstmeisje, ziet ze een heel andere, ondernemende man voor zich. Hij gedraagt zich dan een beetje zoals Mister Teddy uit You rang Milord. Zoals het in een komedie hoort, komt alles op het einde goed.

 

Het eerste toneel bevat al enkele leuke dialogen, bijvoorbeeld tussen de echtelieden Hardcastle die blijkbaar wat uitgekeken zijn op elkaar.

 

Mrs. Hardcastle: Is there a creature in the whole country, but ourselves, that does not take a trip to town now and then, to rub off the rust a little? There is the two Miss Hoggs, and our neighbour, Mrs. Grigsby, go to take a month’s polishing every winter.

 

Mr. Hardcastle: Ay, and bring back vanity and affectation to last them the whole year.

 

Of over hun zoon:

 

Mrs. H: I believe we shan’t have him long among us. Anybody that looks in his face may see he’s consumptive.

Mr H: Ay, if growing too fat be one of the symptoms.

Mrs. H: He coughs sometimes.

Mr. H: Yes, when his liquor goes the wrong way.

 

Enkele andere mooie zinnen uit het stuk:

 

I’m surprised that one who is so warm a friend, can be so cool a lover.

The folly of most people is rather an object of mirth than uneasiness.

As among the ladies there are none ugly, so among the men there are none old.

Ask me no questions, and I’ll tell you no fibs.

What will repair beauty at forty, will certainly improve it at twenty.

 

Ten slotte nog een citaat uit Boswell’s Life of Johnson over Goldsmith.

 

It is amazing how little Goldsmith knows. He seldom comes where he is not more ignorant than any one else.

 

What Goldsmith comically says of himself is very true, - he always gets the better when he argues alone; meaning, that he is master of  a subject in his study, and can write well upon it; but when he comes into company, grows confused, and unable to talk.

 

Dat portret gaat gedeeltelijk op voor de figuur van de verlegen en stotterende Marlow in het toneelstuk She Stoops to Conquer.

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door john om 20:07 Reageer op dit bericht

Pirandello en Camilleri

Pirandello en Camilleri

 

Ik had van de bibliotheek twee boeken meegebracht. Van Pirandello “Alle drie”, een verzameling novellen. Ze maken deel uit van de “Novelle per un anno” (Novellen voor een jaar). De auteur had de bedoeling om voor elke dag van het jaar een novelle te schrijven, maar zover is hij niet geraakt. Deze bundel bevat 15 novellen die stuk voor stuk de moeite lonen.

 

Om echter nog meer van de verhalen te kunnen genieten, doet men er goed aan de pas in het Nederlands verschenen biografie van Pirandello door Andrea Camilleri te lezen. Het is geen feitenbiografie. Zelf zegt de auteur in een naschrift: Met dit boek streef ik ernaar mijn mondelinge overlevering van Luigi Pirandello’s leven op schrift te zetten, vanuit een beperkte en strikt persoonlijke visie.  Die persoonlijke visie blijkt uit de ondertitel van het werk: Biografie van een verwisselde zoon. De rode draad doorheen de biografie is de strijd van Luigi om aan de invloed van zijn vader te ontkomen, meer nog, om hem niet als zijn vader te moeten beschouwen.

 

Verder schrijft Camilleri: “Dit verhaal is niet bestemd voor academici, historici en Pirandello-kenners, want die weten deze dingen allang, maar voor de gewone lezer.”

Daarom net is deze biografie zo leesbaar. Behalve met de schrijver, maken we ook kennis met Sicilië, meer bepaald met het dorpje Porto Empedocle (waar beide auteurs geboren zijn) en met Agrigento, het nabijgelegen stadje.

“En laten we er geen doekjes omwinden, het (Porto Empedocle) was inderdaad een dorp dat behoorlijk verschilde van Girgento (Agrigento) met zijn 16.000 inwoners, onder wie 237 pastoors, 211 kloosterbroeders en 203 nonnen. De “Borgata Molo” had maar twee pastoors, geen enkele broeder en geen enkele zuster.”

De streek was vooral bekend voor haar zwavelmijnen en in Porto Empedocle werd de zwavel verscheept. De vader van Pirandello zat in de zwavelhandel.

 

Behalve aan de jeugd van de schrijver, besteedt de biograaf ook veel aandacht aan het huwelijk van Pirandello. Een gearrangeerd huwelijk, waarmee de auteur instemde om zich financieel los te kunnen maken van zijn vader. Het was dan ook geen geslaagd huwelijk, dat mogelijk mee aan de basis lag van de paranoia waaraan zijn echtgenote later zou leiden.

 

Uit het hoofdstukje Siciliaanse vriendschap een anekdote. Twee Sicilianen zijn in het buitenland gearresteerd en worden opgesloten in gescheiden cellen. “Wanneer ze de volgende dag voor de koning worden gebracht om te worden berecht, zien de twee kans om een snelle blik te wisselen. De blik wordt echter opgevangen door de eerste minister, eveneens een Siciliaan, endeze roept uit: “Het heeft al geen zin meer, majesteit, ze hebben gepraat!”

 

De biografie is uitgegeven bij Serena Libri in Amsterdam, een in Italiaanse literatuur gespecialiseerde uitgeverij.

 

De novellen van Pirandello zijn uitgegeven door Coppens & Frenks.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door john om 16:07 Reageer op dit bericht

Oliver Goldsmith: The Vicar of Wakefield

Oliver Goldsmith: The Vicar of Wakefield

 

Deze kleurrijke, wat gekke in Ierland geboren figuur leefde van 1728 tot 1774. Hij studeerde in Dublin en later geneeskunde in Edinburgh en Leiden. Hij trok een jaar lang door Europa en verdiende geld met fluitspelen en door het voeren van disputen aan de universiteiten die op zijn weg lagen. Voor die disputen kreeg hij en vergoeding, wat James Boswell van hem deed zeggen: he disputed his passage to Europe. Terug in Engeland werd hij fulltime schrijver en journalist. Het geld dat hij verdiende gaf hij al vlug weer uit en toen hij stierf liet hij een berg schulden na. Samule Johnson zei van hem: No man was more foolish when he had not a pen in his hand, or more wise when he had.

 

Goldsmith was allesbehalve een Adonis, wat mag blijken uit het schilderij van Reynolds. Bovendien liepen zijn tijdgenoten niet altijd hoog met hem op. Boswell schreef over hem: His mind resembled a fertile, but a thin soil. There was a quick, but not a strong vegetation, of whatever chanced to be thrown upon it. No deep root could be struck. The oak of the forest did not grow there: but the elegant shrubbery and the fragrant parterre appeared in gay succession.

Volgens Walpole was hij an inspired idiot.

 

Goldsmith schreef zijn enige roman omstreeks 1760. De Vicar of Wakefield is Mr. Primrose, a priest, an husbandman and the father of a family… whose chief stores of comfort are drawn from futurity.

 

Hij is een Job die niets dan tegenslag kent. Hij verliest zijn fortuin, hij verliest een dochter, een andere dochter wordt ontvoerd, zijn huis brandt af, hijzelf en zijn zoon belanden in de gevangenis enz. In de laatste hoofdstukken keert alles echter ten goede. De aanstichter van al het kwaad wordt ontmaskerd, de dochters blijken nog te leven en de predikant zelf wordt in ere hersteld. Het verhaal van deze eerste Engelse familieroman is dus compleet ongeloofwaardig.

 

Goldsmith schreef ook een groot aantal essays en de neerslag daarvan is terug te vinden in deze roman, met uitwijdingen over het koningschap, de literatuur, het gezin enz. De roman is een filosofische vertelling met christelijke inslag, waarin het hart, het rustige buitenleven en het gezin aan de haard worden aangeprezen. Dankzij de humor en de lichte spot komt de roman toch niet te zedeprekerig over. Als lezer vraagt men zich dikwijls af of de auteur nu meent wat hij schrijft of niet, of de opvattingen van zijn personages ook zijn opvattingen zijn.

 

De roman is ooit vertaald in het Nederlands. Ik las de uitgave in de reeks Penguin Classics, met zoals gewoonlijk een zeer interessante inleiding. Het nadeel van een achteraf gelezen inleiding is wel dat men geneigd is de roman nog eens te lezen.

 

Aanbevolen lectuur voor mensen die van het verleden houden en wat ouderwetsheid niet schuwen. Of er zo nog veel lezers zijn betwijfel ik echter. Tijd voor enkele passages.

 

Als predikant zorgde hij ervoor dat hij was acquainted with every man in the parish, exhorting the married men to temperance and the bachelors to matrimony; so that in a few years it was a common saying, that there were three strange wants at Wakefield, a parson wanting pride, young men wanting wives, and ale-houses wanting customers.

 

Geregeld strooit hij ook wijsheden rond, zoals: premature consolation is but the remembrancer of sorrow of a book may be amusing with numerous errors, or it may be very dull without a single abusurdity.

 

Zijn gezin  noemt hij: The little republic to which I gave laws.

 

Over gastvrijheid leert hij zijn kinderen:

Hospitality is one of the first christian duties. The beast retires to its shelter, and the bird flies to its nest; but helpless man can only find refuge from his common creature.

 

Over verdraagzaamheid:

We are not to judge of the feelings of others by what we might feel if in their place. However dark the habitation of the mole to our eyes, yet the animal itself finds the apartment sufficiently lightsome.

 

Over het feit dat iedereen zijn plaats moet kennen in de maatschappij:

Such as are poor and will associate with none but the rich, are hated by those they avoid, and despised by these they follow.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door john om 09:50 Reageer op dit bericht

Barbara Allen

Barbara Allen

 

In een passage in de roman van Goldsmith wordt door een van de kinderen een ballade gezongen. Het betreft een oude Schotse ballade waarvan vele versies bestaan. De eerste is een hele oude, de tweede is een versie gezongen door Joan Baez.



Barbara Allen

It was in and about the Martinmas time,     November 11
When the green leaves were a-falling,
That Sir John Graeme, in the West country,
Fell in love with Barbara Allen

 

He sent his men down through the town
To the place where she was dwelling:         living
"O haste and come to my master dear,        hurry up
Gin ye be Barbara Allen."                           if you are

 

O hooly, hooly rose she up,                         slowly
To the place where he was lying,
And when she drew the curtain by'
"Young man, I think you're dying."

 

"O it's I'm sick, and very, very sick,
And it's a' for Barbara Allen;"                    all
"O the better for me you shall never be,
Though your heart's blood were a spilling."

 

"O dinna ye mind, young man," she said,  remember
"When the red wine ye were filling,
That ye made the healths gae round and round, drank some toasts go
And slighted Barbara Allen?"        upset

 

He turned his face unto the wall,
And death was with him dealing;   doing business
"Adieu, adieu, my dear friends all,
And be kind to Barbara Allen."



Barbara Allen
   ------Joan Baez

Twas in the merry month of May
When green buds all were swelling,
Sweet William on his death bed lay
For love of Barbara Allen.

He sent his servant to the town
To the place where she was dwelling,
Saying you must come, to my master dear
If your name be Barbara Allen.

So slowly, slowly she got up
And slowly she drew nigh him,
And the only words to him did say
Young man I think you're dying.

He turned his face unto the wall
And death was in him welling,
Good-bye, good-bye, to my friends all
Be good to Barbara Allen.

When he was dead and laid in grave
She heard the death bells knelling
And every stroke to her did say
Hard hearted Barbara Allen.

Oh mother, oh mother go dig my grave
Make it both long and narrow,
Sweet William died of love for me
And I will die of sorrow.

And father, oh father, go dig my grave
Make it both long and narrow,
Sweet William died on yesterday
And I will die tomorrow.

Barbara Allen was buried in the old churchyard
Sweet William was buried beside her,
Out of sweet William's heart, there grew a rose
Out of Barbara Allen's a briar.

They grew and grew in the old churchyard
Till they could grow no higher
At the end they formed, a true lover's knot
And the rose grew round the briar.
 

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door john om 00:00 Reageer op dit bericht

Victor Jara (1932-1973)

Victor Jara (1932-1973)

 

De voorbije dagen nog eens naar een LP van Victor Jara gelusiterd: La Poblacion,  uit 1972. Het was de tijd van de Chileense revolutie, waarin Jara vermoord zou worden. Ik citeer nu een artikeltje uit Le Monde uit die tijd.

 

La mort du chanteur Victor Jara

 

Les circonstances de la mort de Victor Jara, chanteur et compositeur populaire, fait prisonnier le jour du coup d’Etat, n’avaient pas été clairement rapportées. Voici, selon la femme du chanteur et plusieurs témoins présents au stade Chili, le récit des tortures et de la fin de Victor Jara.

 

Le 11 septembre 1973, le chanteur et compositeur Victor Jara, quit travaillait à l’Université technique de l’Etat, se rendit à son lieu de travail. Là, lui et ses compagnons luttèrent jusqu’au 12 septembre. Beaucoup moururent pendant le combat. D’autres, et Victor Jara parmi eux, furent arrêtés et conduits au stade Chili.

 

« Malgré les coups, rapporte l’un des témoins, le moral des prisonniers était bon, nous nous encouragion les uns les autres. A un moment donné, Victor Jara commença à chanter et tous à l’unisson nous avons chanté avec lui. Les militaires étaient déconcertés. C’est là que Victor Jara, ayant été reconnu, a été maltraité au point de lui faire perdre connaissance, il fut constamment humilié, battu et torturé. »

 

D’autres témoins, présents au stade Chili, sont unanimes pour affirmer que « l’officier chargé des prisqonniers proposa de lui couper les mains. On l’obligea à s’agenouiller et à poser les mains sur un billot de bois, et les tortionnaires lui matraquèrent les mains et les poignets jusqu’à ce qu’ils ne soient plus qu’une masse sanguinolente. »

 

La femme de Victor Jara, Joan Turner, avait reçu, le jeudi 13 septembre, un message de son mari lui demandant d’être courageuse, car il ne pensait pas pouvoir sortir du stade : « C’est la dernière chose que j’ai su de lui…, le jeudi après-midi il était encore vivant » dit-elle.

 

Le samedi 15, on demande aux prisonniers de se mettre en rang. « vers 5 heures de l’après-midi, un groupe de civils, sous le commandement de Souper et d’autres officiers, entrèrent au stade. Quand ils reconnurent Jara, ils l’obligèrent à quitter nos rangs, le trainèrent vers une ruelle latérale, et déchargèrent leurs mitraillettes contre lui et un autre militant. Et bien après leur mort, ils s’acharnèrent encore contre leurs corps en sang. »

 

Le mardi 18 septembre, u, jeune fonctionnaire de la morgue, qui avait reconnu le cadavre de Jara, vint prévenir sa femme et lui demander si elle aurait assez de courage pour l’accompagner, reconnaître le corps et le retirer. « Je suis entrée par une porte latérale, dit-elle, le spectacle était affreux… Des centaines et des centaines de morts… Le corps de Victor était au deuxième étage des bureaux de la morgue, parmi une centaine de cadavres d’étudiants et d’ouvriers…Je l’ai vu, défiguré, les vêtements en lambeaux, la poitrine trouée de balles avec une autre blessure béante, sans doute de mitraillette. Victor était là… »

 

 

 

 

Le dernier poème écrit au stade

 

Nous sommes cinq mille

Ici dans ce coin de la ville.

Combien sommes-nous dans toutes les villes de tout le pays ?

 

 

Tous… tous… le regard fixé sur la mort.

Comme il est effayant le visage du fascisme !

Pour eux, le sang est une médaille

Le carnage, un geste héroique.

 

Chant que je te chante mal quand je dois chanter l’effroi.

Quand je me meurs d’effroi

Quand je me retrouve en ces moments d’infini

Où le silence et le cri sont les échos de mon chant.

 

 

Het eerste nummer op de Lp wordt gezongen door Isabel Parra, de eerste grote Chileense volkszangeres. Het heet Lo unico que tengo. Als men weet wat er in het stadium met de handen van Victor Jara is gebeurd, is het refrein van dit lied wel erg aangrijpend.

 

Y mis manos son lo unico que tengo

Son mi amor y mi sustento.

 

 

 

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door john om 21:05 Reageer op dit bericht

Vestdijk: Sint Sebastiaan

Vestdijk: Sint Sebastiaan

(Carreño de Miranda)

 

Meelevend met de vlucht der pijlen

Reikte hij zich den vijand toe,

En rust daarvan een lange wijle,

Zijn ogen smal en moe.

 

Voorbij de schokken, ’t verend trillen,

En nu is alles wel en veilig,

Het bloed gaat dieper-in verstillen,

Glijdt buitenop maar weinig.

 

Den rechterarm houdt hij gebogen

Over het hoofd. Voor ’t slapen gaan

Staat hij te zeer opzijgetogen,

Zien we een touw ? Raak hem niet aan…

 

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door john om 00:00 Reageer op dit bericht

Le jeu de tonneau

Le jeu de tonneau

 

In een komische eenakter van Labiche, 29 degrés à l’ombre, komt dit oude volksspel voor. Een variant is het jeu de grenouille. Het is de bedoeling om platte schijven in openingen te gooien en zo punten te scoren.

 

De dichter Léon-Paul Fargue heeft er ooit een gedicht aan gewijd dat op muziek is gezet door Erik Satie, namelijk La Statue de Bronze uit Trois mélodies.

 

La statue de bronze


 

 

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door john om 20:50 1 reactie Reageer op dit bericht

Meer van sprokkelhout

↑ Terug naar de berichten