Wat brengt een al bij al niet zo slecht mens ertoe om afschuwelijke dingen te verrichten? Er is de aanleg van het temperament; er zijn de omstandigheden: wat meer dan enige andere motivatie ook de demonen naar boven haalt zijn de ervaringen van onmacht – onmacht leidt ofwel tot angst ofwel tot agressie en beide reacties vertrekken volgens de neodarwinisten vanuit het zelfde neurologisch centrum: ‘het reptielenbewustzijn’ (Piet Vroon) dat in de hersenstam of hypothalamus wordt gesitueerd. Dit centrum onttrekt zich het sterkst aan de controle van de reflectie die in de hersenschors is opgeslagen. De fundamentele vraag voor opvoeding en beschaving is dan ook hoe men de energie die uit deze onderste neurologische lagen vertrekt, kan sturen of beheersen. Met Marx ben je ervan overtuigd dat de voorwaarden tot beschaafd gedrag in de eerste plaats buiten de mens moeten gezocht en dat precies die economische en sociale omstandigheden bij voorrang moeten worden aangepakt wil men tot enige vooruitgang komen in ethische zin. Over het algemeen zijn ‘beschaafde burgers’ mensen die met geweld meer te verliezen hebben dan te winnen, pas wanneer dit opportunisme weg valt of door passies wordt uitgeschakeld, komen het individu en de groep tot misdadigheid. Demagogen sturen dit opportunisme naar een ‘misbegrepen’ eigenbelang: massa’s en enkelingen gaan over tot gewelddadigheid omdat ze denken of voelen dat hun belang samenvalt met dat van de demagogen. Achteraf wordt de rekening opgemaakt en zegt de massa: ‘wir haben es nicht gewusst’ of gaat zich te buiten aan wraak; in het beste geval ontstaat een zekere redelijkheid, worden ‘verzoeningscommissies’ opgericht, amnestie wordt verleend of zoenoffers worden geplengd. Zonder enige vorm van veiligheid en vertrouwen in de omgevingsfactoren is een duurzame beschaving onmogelijk. Dit is jouw interpretatie van het axioma van Marx dat de economie de onderbouw is van de cultuur, de materie als noodzakelijke voorwaarde voor de ontwikkeling van de geest.
Wat brengt een al bij al niet zo slecht mens ertoe om afschuwelijke dingen te verrichten? Er is de aanleg van het temperament; er zijn de omstandigheden: wat meer dan enige andere motivatie ook de demonen naar boven haalt zijn de ervaringen van onmacht – onmacht leidt ofwel tot angst ofwel tot agressie en beide reacties vertrekken volgens de neodarwinisten vanuit het zelfde neurologisch centrum: ‘het reptielenbewustzijn’ (Piet Vroon) dat in de hersenstam of hypothalamus wordt gesitueerd. Dit centrum onttrekt zich het sterkst aan de controle van de reflectie die in de hersenschors is opgeslagen. De fundamentele vraag voor opvoeding en beschaving is dan ook hoe men de energie die uit deze onderste neurologische lagen vertrekt, kan sturen of beheersen. Met Marx ben je ervan overtuigd dat de voorwaarden tot beschaafd gedrag in de eerste plaats buiten de mens moeten gezocht en dat precies die economische en sociale omstandigheden bij voorrang moeten worden aangepakt wil men tot enige vooruitgang komen in ethische zin. Over het algemeen zijn ‘beschaafde burgers’ mensen die met geweld meer te verliezen hebben dan te winnen, pas wanneer dit opportunisme weg valt of door passies wordt uitgeschakeld, komen het individu en de groep tot misdadigheid. Demagogen sturen dit opportunisme naar een ‘misbegrepen’ eigenbelang: massa’s en enkelingen gaan over tot gewelddadigheid omdat ze denken of voelen dat hun belang samenvalt met dat van de demagogen. Achteraf wordt de rekening opgemaakt en zegt de massa: ‘wir haben es nicht gewusst’ of gaat zich te buiten aan wraak; in het beste geval ontstaat een zekere redelijkheid, worden ‘verzoeningscommissies’ opgericht, amnestie wordt verleend of zoenoffers worden geplengd. Zonder enige vorm van veiligheid en vertrouwen in de omgevingsfactoren is een duurzame beschaving onmogelijk. Dit is jouw interpretatie van het axioma van Marx dat de economie de onderbouw is van de cultuur, de materie als noodzakelijke voorwaarde voor de ontwikkeling van de geest.
Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
Het christendom spreekt over medelijden, zelf verkies je de boeddhistische term mededogen, al besef je dat het in de praktijk vaak op mede- lijden, lijden om de andere, samen met de andere, neerkomt. Maar lijden is een negatieve term, mededogen een positieve: lijden maakt triest, mededogen stemt mild. Het ene vertroebelt de blik met tranen, het andere doet ons inzien dat wij allemaal falen en dat we met dat ‘menselijk tekort’ zullen moeten leren leven. We moeten dus leren te vergeven, niet alleen de anderen maar ook en in de eerste plaats onszelf. Een mens kan als mens niet blijven functioneren door zichzelf constant op de korrel te nemen zomin als door zichzelf voortdurend te bewieroken. Geluk en tevredenheid zijn als permanente toestand onwaardig: wie over de grenzen van het eigen ego kijkt kan niet permanent tevreden of gelukkig zijn; maar geobsedeerd zijn door het eigen falen of door het wereldleed is zelfdestructief: niemand kan zich staande houden zonder momenten of periodes van tevredenheid of geluk. Medelijden en mededogen doen allebei het hoofd buigen: er is een overmacht aan negatieve krachten, rampzaligheden die eigen aan het leven zijn en andere die door de boosaardige natuur van de mens extra worden veroorzaakt en dus vermijdbaar zijn. Wat de ‘verlichte’ Amerikanen (Galbraith?) noemen ‘the compassionate society’ is het tegendeel van de huidige dictatuur van het neoliberale marktdenken: niet het recht van de sterkste, de meest begaafde of meest avontuurlijke prevaleert, maar de ontferming over de kansarmen, minder begaafden etc Maar nogmaals: medelijden doet de mond vertrekken in de neerwaartse hoeken van de treurnis, terwijl het mededogen de mondhoeken optilt tot de glimlach, niet de glimlach van de lichtzinnigheid maar die van de tederheid: ‘laten we zacht zijn voor elkaar want het leven is een onduldbare pijn,’ schreef de nu vergeten Nederlandse filosoof Ton Lemaire in de jaren 60. En Albert Camus zag in zijn beroemde essay zelfs Sisyphus met de glimlach zijn berg weer aflopen: het rotsblok was hem alweer ontsnapt, maar Sisyphus was gekomen tot het geduld, tot een inzicht in het schone van de onvermijdelijkheid, tot een haast moederlijk hoofdschudden om de halsstarrigheid van de zwaartekracht. En hij begon aan zijn zoveelste beklimming.
nostalgia


uit Een stuk of wat
nostalgia
heimwee naar het eiwitwarme
om de faleizen toen we gleden
met ons okere lucifersdoos, afdaalden
tot de blauw-en-groene diepte:
twee keien in het moederbed
de meeuwenschool van Mojacar
huizen als suikerklontjes
op een heuvel van bougainville
de ezel droef van vliegen
het dreggen naar prikflessen
op het kiezelstrand
van Carboneras waar ik
de brand zalfde van je rug
jouw verwondering mij
zalig verklaarde
dan goot jij de geuren
van Alhambra als smokkelwaar
op de klinkers van mijn ongeduld
werden we ’s avonds belazerd
o gitaanse dinero
op Sacremonte
heimwee naar de rode woede
van La Mancha
met de groene sproeten der olijven
heimwee naar het alarmerend oliepeil:
coche esta viejo pero bueno
de lieve hotelboy in Sevilla
die uit de broeiende nacht
terugkeerde met lauw water
en de opener vergat
en nooit jouw borsten
zie je, hoe mijn woorden opzwemmen
tegen de neerstortende tijd
zie jij wat ik niet zie:
waarvan werden we toen dronken?
notte a venezia

uit Een stuk of watnotte a venezia
stilte drijft tussen ons
een zwarte handschoen
tussen gondels
een paar dwaze gedachten
hadden we rondgevaren
met hun gretigheid
van fotoapparaten
de huizen verloren er geen schilfer
meer om als we lachten
en de bruggen legden hun vermoeide
armen om vermoeide schouders
legden elkaar een vinger op de mond
regen leekt van je glazen voorhoofd
gelaten is de liefde hier
stilte drijft en wij staren ze na
baancafé In de Roskam
tweemaal daags kwamen we voorbij
aan dat gesloten café op een hoek:
een dubbele knoop in de donkere weg
naar Waasmunster en de betonbaan
die neerdook in de vallei van de Durme
die hoek kon je afsnijden over een koertje
met hondenhok en zwarte kiezel
langs een pissijn voor het lozen van de blaas
na met spijt gedane arbeid
want daarbinnen werd er de pees opgelegd
in de peeskamer: iemand moest dringend geld verdienen
een al middelbare vrouw die opeens een moeder bleek
met een dochtertje van vier of vijf
en later toen het kind de jaren had
voor de lagere school bleven de gordijnen
voorgoed gesloten en bij de verbreding
van het kruispunt werd de woning gesloopt
dagelijks kwamen wij schooljongens
toekomstige onderwijzers daar voorbij
en wisten wij veel op onze fiets
van de toekomst van een man:
toch niet tussen de dijen van zo’n vrouw
zo’n schepsel met een derde kale oksel
telkens weer kom je daar voorbij
op weg naar je gesloopte thuis
en je denkt aan je collega’s die zeggen
in hun wandelgang: als ze d’r maar liggen
op het einde van de maand en wie somt
de pastoors en rechters op die klant
waren in deze handel
één keer ben je zelf terecht gekomen
in zo’n baancafé: builblauwe, liprode lichtjes –
de dame in het zwart danste
met de chauffeur van je schoolbus
en jij koos een plaatje uit de jukebox:
‘I was born under a wandering star’
onder wat voor ster zou het dochtertje zijn geboren:
misschien onder een melkweg die moeder was
bezig met brood en beleg verdienen
en rode en blauwe sporen?
‘transmies’
een vreemd licht kwam in vaders ogen de eerste keer
dat hij dat woord heeft uitgesproken: ‘transmies’
we waren aan de sloop, een gewezen brouwerij
of een atelier met twee of vier machines
aangedreven door één motor, één riem
daar was geen spoor meer van, geen olievlek
noch ziektekiem: een diepe boomgaard
met rijpend fruit, opgeschoten gras als
vele vingers die wilden grijpen
het gebouw stond wankel: een stolp
over bruinig stof en die koepel
kon je breken met één hand
we zaten op het dak van pannenlatten
de gevels dansten alsof ze dronken waren
en met één duw plofte de achtermuur gelijk
een vermolmde balk, verpulverde in het gras
die ‘transmies’ namen we mee:
een eindeloze stalen baar en de stenen
op een stootkar die gleden weer met verse
mortel op elkaar tot een stalling met een zolder
en op die zolder lag dat wonder
gerold onder het laagste van de pannen –
‘transmies’: wie zag die trance in vaders ogen
wat voor grote plannen heeft hij gehad
met dat onhandig ding:
het was te zwaar om op te hangen
te lang om te dienen als bonenstaak
wat voor plannen heeft een man
die nog niet weet wat de goden weten:
een jaar of twee daarna was hij dood
naar die ‘transmies’ werd niet meer omgekeken
de stalling is nu afgebroken, vervangen
door een echt gebouw, maar jij ziet
die verdwenen stalen vinger gestrekt
naar een hemels grauw, naar een boom
in die hemel en wat eraan groeit:
ach, vergeet het gauw
getuige

uit Van Toen en Thuis
getuige
leven is getuigen van verdwenen leven
de zee verdrijven uit het dorp
dat ze heeft bedolven om met een schelp
in zand te schrijven
beenderen samenroepen zoals men met vuur
dieren aanlokt uit het duister
en ze bekleden met pezen en vlees
tot ze hun oren spitsen naar jouw gefluister
schrijf dus ‘vader’ en een gestreepte kiel
staat weer rechtop van het stijfsel,
een leiband hangt tussen man en hond
zoals een telefoondraad
tussen paal en woning
schrijf dan ‘moeder’ en er ligt een reep
in een hand, een halve reep,
want méér is kwalijk voor je lever
een stiekeme hand omdat er een zwaardere is
die het niet mag weten
schrijf maar ‘huis’ en het asfalt barst open
zoals kleigrond scheurt van een eerste
vlasscheut en zie hoe blauw
het vierkante venstertje bloeit
oplichtend in de ochtendnevel
om het hoofd van een oudste broer
die wéér ontbijt met Groene Michel
verdwenen levens waar je getuige van was
en die in je oren tuiten tot jij ze vorm geeft
in een krul of in een kras
Vriend R. antwoordt op jouw kritiek op de vrt met: ‘gelukkig is de vrt er nog, de commerciële zenders die zijn pas een ramp…’
En daar zit je dan, je wil argumenteren met de verplichtingen die voortvloeien uit het mandaat van de vrt maar wie weet wat er in dat mandaat staat?
En altijd weer gaat het bij de beoordeling van een product om de normen die de makers beweren na te streven en om de ijkpunten of vergelijkingsmodellen: vergelijk je met de Vlaamse commerciële zenders of met de beste zendverenigingen uit Nederland zoals NPS en VPRO; Arte zullen we maar buiten beschouwing laten en Channel Four is al jaren van onze kabel geweerd. Dan voer je de term ‘beheersovereenkomst vrt’ in op Google en je leest in Artikel 1 ‘het beleidskader en de opdracht van de VRT’ in het bijzonder paragraaf §4:
‘De VRT brengt in de uitvoering van zijn openbare omroepsopdracht een meerwaarde aan de Vlaamse samenleving op cultureel, maatschappelijk, democratisch, sociaal en economisch gebied. (…) Wat de culturele meerwaarde betreft, ondersteunt de VRT de eigenheid en diversiteit van de cultuur in Vlaanderen. Hij heeft bijzondere aandacht voor de culturele creativiteit in Vlaanderen. (…) Hij schenkt bijzondere aandacht aan educatie.’
In hoofdstuk 2 over ‘de inhoudelijke opdracht’ lees je in artikel 4, paragraaf §1:
‘prioritair: nieuws en informatie en cultuur, en daarnaast sport, kennis en wetenschap (educatie)’…
Ook in deze proclamatie ontbreken de referenties en de exacte streefdoelen en tot je teleurstelling worden de culturele opdrachten in hoofdzaak in verband gebracht met Klara, dus niet met Canvas: cultuur lijkt duidelijk of niet zo duidelijk bedoeld voor de minderheid die op deze radiozender afstemt, de meerderheid die vooral tv kijkt hoeft niet zo nodig met cultuur te worden lastig gevallen. En met de term ‘educatie’ lijkt de opdrachtgever uitsluitend kennis en wetenschap te bedoelen en niet ‘sensibilisering’, opvoeding in goeie smaak of politieke belangstelling of maatschappelijk engagement. Kortom, met deze tekst kan je vele kanten uit: hij kan gelezen worden als de bevestiging van het status quo of als een oproep tot meer kwaliteit en verdieping. En waar sta jij zelf nu: ben je een elitaristisch fanaticus, een kunstenfundamentalist, een linkse ‘beroepsagitator’ (dixit Paul Van den Boeynants) of een pretentieuze volksopvoeder die zijn smaak en belangstelling aan de bevolking op wil dringen?
Félicien Rops


‘même la plus belle (…) ne peut donner que’ –Félicien Rops
hij zegt: het is maar dat
en het is heel wat - hoor je
aan een muziekdoos hoe
krom en luchtig een sleutel
zijn vlechtwerk draagt,
ruik je door het verbogen,
verfloos gaas van cederhout
de balsem in de harem
doen namen ter zake wanneer
de bloem raaskalt gelijk
een dronken horzel die
stepdanst met zijn stekel
het is maar dat en weinig
is meer: een scheur in
een schaduw, een baard
aan een schelp, een huig
als een harp van slijmen
en je hoort de muziekdoos
ziet een gezicht dat wegdraait
alsof het lichaam wentelt
op een vliegend wiel of wiekt
als een ster van celluloid
hij zegt: het is maar en
het tolt maar en geen naam
kan je roepen die het bedaart
jongensboek
jongensboek
de dag richt zich op als een boom
je kon een kijkhut bouwen
over de vlakte turen, stofwolken
lezen als een volleerde indiaan
misschien stormen de woorden aan
een kudde waar je een winter van kan leven
misschien de donderroede van een trapper
die je bladeren schudt en je voorgoed
verzoent met het zwijgen
je adem beslaat de glazen bladen
van een boek van vroeger:
versta de wolken, hun wollig schrift
dat uitwaaiert boven de daken
deze dag staat opgericht
als een vinger op de mond
van een dode moeder die geluidloos
strijkend om het strijdperk
van je helden stond
wen je ogen aan dit ochtendlicht
aan de kaft van schaduw
waar het haar naam
heeft in gegrift
Ansichten 4
10.
‘Alles van waarde is weerloos,’ schreef Lucebert; voeg daar maar aan toe: alles van waarde vraagt geduld, wat impliceert dat de vluchtige media niet zo geschikt zijn om het waardevolle over te brengen. Sms’en, praatprogramma’s met een strict ‘format’: een mening moet zich kunnen openvouwen als een vlinder die uit zijn cocon komt, als een bloem ‘s morgens in de eerste warmte, het vroege licht.
11.
Het moet niet altijd kritiek zijn, je mag ook al eens de loftrompet steken. In De Standaard van 29 december wordt stilgestaan bij het afscheid van Willy van den Bussche, de conservator van het Oostendse PMMK. Zijn critici zullen het hebben over zijn ‘horror vacui’: de tentoonstellingen van vdB waren meestal abondant, elke vierkante meter moest worden benut; en de nieuwlichters zullen hem een gebrek aan risico verwijten: meestal koos vdB voor stromingen of kunstenaars die reeds zijn gecanoniseerd. Maar voor het onderwijs waren zijn initiatieven een zegen: de Latemse school, Vic Gentils, Floris Jespers, Cobra, al deze retrospectieven sloten naadloos aan bij de literatuurgeschiedenis en vrijwel allemaal toonden ze toegankelijk werk voor leerlingen die nooit uit eigen beweging een museum zouden binnen stappen. De prijs voor scholen was steeds redelijk en een leerkracht kreeg alle bewegingsvrijheid om zelf te gidsen, het museum deed er alles aan om informatie ter beschikking te stellen. Kortom, aan het beleid van deze conservator kan deze oud-leraar alleen maar met dankbaarheid terugdenken.
12.
Nu je toch de dankbare toer op gaat: zelfs voor een Yankeehater is er één Amerikaans exportproduct dat je moet koesteren, de jogging. Geen enkel ander kledingstuk laat je zo vrij en comfortabel bewegen. Je partner vindt het zakkerig maar niet elke stap die je verzet is een schaakbeweging op de erotische markt.
two roads

Two roads divided into the wood. I took the one less travelled by and that has made all the difference (Robert Frost)Ansichten 3
8.
Serengetipark (Zomergasten met Dries van Agt in 2005)
Een leeuwin valt een waterbuffel aan, hangt aan de nek. De leeuw maakt schijnbaar onverschillig enkele rondjes om de buffel en springt dan op zijn rug. De buffelkudde staat het als met ongeloof aan te zien. Tot ze in beweging komen en als een brede maar rustige golf op de scene naderen. Leeuw en leeuwin slaan op de vlucht.
Moraal : als slachtoffers ook samenwerken hebben aanvallers minder kans.
Waarom waren de joden geen waterbuffels, de Hutu’s, de Sovjetrussen onder Stalin, de Chinese intellectuelen onder de Culturele Revolutie, de Cambodjanen onder Pol Pot… ?
Vooral die lijdzaamheid van inpakkende en aanschuivende joden : hoe heeft dit kunnen gebeuren ?
En wat als die ene afgezonderde buffel niet overeind blijft in de inertietijd van de kudde ?
9.
Alleen een koe ligt verzaligd, glazig van geluk, omdat ze geen weet heeft van de slachter.
10.
Zuster Monica in De Zevende Dag stelt het dragen van een hoofddoek door moslimmeisjes op een lijn met een hanenkam of Indianenveer bij experimenterende jongens : in strijd met het reglement van de katholieke scholen en dus verboden. De ex-directrice krijgt daarvoor applaus van het studiopubliek : het beste glijmiddel voor arrogante onverdraagzaamheid is een minzame glimlach, kardinaal Danneels heeft dat ook allang begrepen.
Bovendien zijn er weinig argumenten die zo droef en moedeloos maken als het gescherm met ‘het eigen pedagogisch project van het katholiek onderwijs’. Heel dit betoog steunt op een hypocrisie die wordt gedeeld door de overgrote meerderheid van de betrokkenen, de inrichtende machten, de ouders, de leerkrachten en zelfs de leerlingen en die hypocrisie is onaantastbaar omdat ze de weg is van de minste weerstand : principieel leven is heel vermoeiend en soms moet je je afvragen of het wel beter zou zijn. Osama Bin Laden is ongetwijfeld een heel principieel man. Dan toch maar liever de Guimardstraat ?
11.
Daarop verder bouwend : de Belgen zijn een volk van plantrekkers en foefelaars. Wie heeft al een Belg ontmoet die nog niet in het zwart heeft gewerkt of laten werken ? Maar doorgaans slaan we elkaar de kop niet in, we stenigen niet en hakken geen handen af. Onze normen zijn vervaagd maar ook het bloed van de bloeddorstigen is aangelengd met Duvel en Elixir d’Anvers : moet de moralist nu verontwaardigd zijn of de schouders ophalen en zelfs glimlachen misschien ?
Patrick Stouthuysen deel 2
Het paradoxale aan tolerante denkers is dat ze graag argumenteren met dogma’s. Zo vertrekt Stouthuysen van de basisgedachte: ‘de vrijheid van meningsuiting is absoluut of ze is niet’. De feiten leren ons dat geen enkel recht absoluut geldig is, maar afhankelijk van de context moet worden afgewogen tegen een ander recht.
Zo sluit het recht op leven niet het recht op gewettigde zelfverdediging uit: onze politieagenten mogen hun vuurwapen gebruiken indien hun leven in gevaar is en onze soldaten mogen doden om andere mensenlevens te redden.
Wat de vrije meningsuiting zelf betreft: vrijwel nooit wordt de notie ‘laster en eerroof’ in twijfel getrokken, er schijnt een duidelijke consensus te bestaan dat de ene mens de andere niet mag belasteren of zijn goeie naam bekladden. Racisme is laster en eerroof aan het adres van een hele groep, van een volk of ras.
Stouthuysen argumenteert dat verbodsbepalingen een einde maken aan het debat en een bewijs van intellectuele zwakte zijn.
Stouthuysen schrijft: ‘verbieden bevestigt, vrees ik, racisten alleen maar in hun gelijk.’ Houden wij er dan rekening mee dat elke dief of moordenaar overtuigd kan zijn van het eigen gelijk?
Er zijn tal van daden die bij wet zijn verboden en waar niettemin voortdurend over wordt gediscussieerd in het opvoedingsproces thuis of op school, of in de media. Na de moord op Theo van Gogh is het debat over het thema racisme ook bij ons voluit gevoerd. Tom Lannoye maakte in Humo de interessante bedenking dat er een verschil bestaat tussen racistische humor die af en toe aan bod komt en het stelselmatig herhalen van vernederende spotternijen. Dit stond ook in het arrest dat de Vlaams Blok-vzw’s veroordeelde: het gaat bij racisme niet om een sporadische opmerking of tekst, maar om het systematisch verspreiden van discriminerende boodschappen. In De Standaard verscheen de ingekorte toespraak van Matthias Storme over de toepassing van het begrip discriminatie en de onwenselijkheid om dit fenomeen te verbieden.
Noenendal


Noenendal
we sliepen op geurige kussens
voor het open venster
bloeide de boomgaard
en in de hoge linde
zong een lijster
je huid was nog onbeschreven
door de rekenmeesters
van het leven
alleen mijn hand
lag als een leeslint
in het gebedenboek
van je dijen
- wat waren we godsdienstig toen
onze tong een heilige hostie
die smolt op onze tong –
het huis stond op de aderen van een bron
en soms kon je de steden zien
over de grens
kleine waterlelies
in de vijver van de roerloze nacht
en die winter was de oprit
een holle wegel in de sneeuw
en steeg het zwijgen op
uit het stokoude boertje
dat ’s zomers zo graag over de hagen hing
en wilde verhalen vertelde
terwijl jij naakt te zonnen lag
we woonden in verwondering
op onze berg
maar de verwarming
was niet te betalen
ansichten 2
3.
De demagogie in het debat over internationale politiek bestaat er onder andere in de geschiedenis op een willekeurig moment te laten beginnen. De voorgeschiedenis zou immers de eigen verantwoordelijkheid kunnen blootleggen en de eigen leugens.
4.
Er zijn evenveel redenen om voort te leven als om eruit te stapen, meestal zijn het dezelfde.
5.
Een bepaalde kromming in een ruglijn maakt ze betoverend, iets meer of minder en je haalt er je neus voor op.
6.
Pedofielen hebben de zuiverste smaak, zolang ze lief zijn.(en hun ogen de kost geven en hun handen toevertrouwen aan de kunst)
8.
Over seks kan je blijven lullen ; met je hersenen kom je er toch nooit bij.
8.
Wie nooit over zelfdoding heeft nagedacht, heeft nooit nagedacht.
ansichten
Dit wordt een doorlopende rubriek, genummerd zoals de 'Ideën' van de geniale Multatuli.
1.
Naaktloperij heeft weinig om het lijf.
2.
Iedere gave is tegelijk een opgave.
een dag zonder


een dag zonder
een dag zonder jou
ik bespring mijn tralies
en ruik niet eens
het vlees hier op de vloer
ik dacht ik val als een kauw
in haar schoorsteen en zij
met zichzelf in het reine
vindt mijn kraakbeen in de
kramp van dwaas verdromen
een oog van glas een snavel
als een kroontjespen krast
vergeefse kreten in wat muffigheid
ik dacht vergeefs
te vallen bewaard te worden
op een schoorsteenmantel
een relikwie als zelfportret
een spotprent van mezelf
een dag zonder jou
ik rook
als een kauw in je schoorsteen
maar morgen overmorgen
je borstelt mijn gebeente
met je fijnste wimpers
op het witte marmer
van je schouder ben ik
de uitverkoren dode
je windt mij op
tot de verrijzenis toe

