foto collage

foto collage
café In den Hemel
uit Een stuk of watcafé In den Hemel
het is zover
ik kan lucht verdichten
tot je lichaam
uit afwezigheid de geur
doen opvliegen van je huid
het duurt wel wat
om zo snel te leren zijn
sneller dan het ongeloof
sneller dan de keten
van oorzaak en gevolg
daar ben je dan
zo tastbaar als een wonder
zo gewild als ik-kan-niet-zonder
ik kan het nu
als je komt zal ik het es laten zien
het wordt dan echt een hoogstandje
misschien

over de spelling van het Nederlands
Waarom maakt spelling (en een zoveelste spellingshervorming) zo’n sterke passies los, zowel bij professionele als bij gewone taalgebruikers, bij taalwetenschappers en onbevoegden. Misschien omdat juist dat laatste niet als zodanig wordt ervaren: iedereen acht zich bevoegd, iedereen kan inderdaad vaststellen of iets fout dan wel correct is geschreven, desnoods met behulp van het woordenboek. Een slordig woordgebruik, een manke zinsconstructie zijn veel moeilijker te detecteren. En wellicht de belangrijkste verklaring voor al die commotie is het feit dat het hier gaat om een systeem van sancties waarmee de taalgebruiker al van kindsbeen is geconfronteerd: alle gevoelens van falen, onmachtige woede om buitensporige reprimandes, onrechtvaardige straffen soms, komen weer naar boven, veroorzaken onzekerheid en sporen aan tot verzet, tot zelfverdediging waarbij ook hier geldt dat de aanval de beste verdediging is. En de tegenstander, de regelgever, stelt zich zwak op: zijn regels worden gekenmerkt door willekeur en gebrek aan consistentie. Zou het anders kunnen: is een volslagen logische en onbetwistbare spelling mogelijk? Zeker niet als men kiest voor historische continuïteit: het irrationele van het verleden zal men altijd in enige mate moeten overnemen. Maar zelfs indien men tabula rasa zou maken en een volkomen nieuwe regeling zou decreteren, dan nog is absolute consequentie onmogelijk, de conventie zal steeds aanvechtbaar blijven, onder meer omdat de uitspraak verschilt van streek tot streek, van persoon tot persoon, omdat er permanente beïnvloeding is door woordvormen van vreemde oorsprong, omdat een zelfde teken toch verschillend zal uitgesproken worden etc
Trouwens ook buiten de taal lokken uniforme en lineaire regels protest uit: altijd is er wel een minderheid of minderheid die oordeelt dat zij het beter weet of het recht heeft er andere regels op na te houden.
Geen enkele spelling van geen enkele taal is volmaakt doorzichtig en consequent. Die van het Nederlands lokt stormen van protest uit omdat het relatief zoveel langer dan bij de omringende talen duurde eer een officiële standaard werd vastgelegd – een eerste keer met het WNT rond 1864 – en omdat geen enkele regeling werd afgedwongen met het gezag van een Académie Française: altijd waren de tegenstemmen, de dissidenten, even respectabel als de centrale autoriteit.
Het meest komische aan al de ergernissen blijft dat taalgebruikers die aan elk ander aspect van de taal, in het bijzonder aan de uitspraak, vierkant hun voeten vegen, de hevigste verontwaardiging uitschreeuwen wanneer aan ‘hun’ spelling wordt geraakt: zoals hoger besproken, is dit niet te begrijpen zonder te graven in het onderbewuste geheugen, waar men zal stoten op woede en angst – niet van een volwassene maar van een kind
wijsje

uit Een stuk of wat
wijsje
liefde laat zich niet beloven
en vereffenen als een schuld
je kunt met zachtzinnig geduld
en hoop van zaaiers in haar groei geloven
maar liefde laat zich niet beloven
je wordt het ergst door valse hoop bedrogen
maar wie heeft het spel dan vals gespeeld:
de grijpende dromer of het vluchtende beeld
je wordt het eerst door eigen stem belogen
het ergst van al door valse hoop bedrogen

Henin minus Hardenne.
In De Morgen van zaterdag schrijven zowel Hugo Camps als Hans Vandeweghe over de huwelijksperikelen van Justine Henin. Camps noemt haar ‘de meest glaciale wereldtopper van deze eeuw’. Verbetenheid en ambitie worden bij mannelijke atleten geprezen, bij een jonge vrouw zijn ze ‘glaciaal’, lees harteloos, onmenselijk.
Vandeweghe is de onheilsprofeet die voor de zoveelste keer zijn wensen voor waarheid neemt, hij schrijft: ‘dit is het einde van de Justine Henin als “numéro un” (sic)’.
Wat stoort is niet alleen de seksistische amateurpsychologie van deze macho’s in de penopauze, doch vooral het voortdurend op de man in casu op de vrouw spelen. Deze praktijk is usance in de boulevardpers, in een kwaliteitskrant duwt dit soort tackles het niveau omlaag.
Zouden beide met hun ego worstelende heren de oprichting overwegen van een Vlaamse Bildzeitung?
een zeehond

een zeehond in een toren
schrijven was altijd toch
meesterlijk misbegrepen
zijn, een zeehond die
danst naar de knuppel
en wonen in de razernij
van zwijgen aan de
overkant, een nacht
waarin de omsingeling
wordt voltrokken
soms komt een enkeling
met ijspriem, een witte vlag
die de schedel zegent
de toren toewuift als één
die vreedzaam nadert
en er zijn geen poorten
meer die open slaan, geen
bot op overschot om uit
zichzelf te splijten
zeg maar: zelfbeklag
is de ergste zonde, zie
het blad dat naderbij
schuift als een rietpluim
een ruiter die zwaait
al met jouw vaandel
vind de woorden dan
laat het gif in de drinkput
aan rat en wandluis
dans maar over de vlakte
er is geen andere knuppel
dan jouw eigen schaduw,
de razende die zwijgt


uit Een stuk of wat
aubade
hij kijkt haar aan
terwijl ze slaapt nog
naakt is ze mooi als een vis
als iets dat thuis is
in een ander medium
hij ziet de handen die tastten die
grepen om dit lichaam aan te randen
eraan te randen en die faalden
zij ademt alsof de zee alleen
uit haar bestaat maar zij
spoelt nergens aan
valt nergens van terug
hij kijkt of hij nu zwemmen
dan wel hengelen moet
of gewoon maar kijken
en zij – in het licht op het droge –:
waarom kijk jij zo?
für E

uit Een stuk of wat
für elsie, damals
het sneeuwt in je ogen
alsof ze dromen dat ik me oprol
teder tot een sneeuwman
en jij met kool en knopen
mij een gezicht uitvindt:
een kranig oompje
een beduusde tafelspringer
een nar op de troon
terwijl de koning slaapt
de herfst is mooi
spreekt de wintervogel aan je wangen
en nooit drijf je vreemder aan je lichaam
dan wanneer ik kruimelvingers strooi
je mond maakt zich een glimlach
om het oranje van kastanjebladeren:
ik sneeuw, zeg je, ik ben niet treurig



toi, hypocrite
hypocrite lecteur,
we weten het wel:
schrijven is spreken
is poseren – tel ze samen
deze schijngestalten
van een man, lees
wat hij verduistert
zie in de bladspiegel
het verwrongen gezicht
alsof hij op de loop is
voor zijn schaduw, de
echo van die schim
waar dienen de woorden
voor dan om eerlijk
te veinzen dat men recht
in een ander zijn schoenen
staat en wankelt, zich
schuilhoudt in dit lichaam,
een vluchteling die nu
trappelt naar een laken,
een leesteken: een stem
die zwijgt voor een vleier
voor de hoop, zeg maar,
de strooier van zand
en sneeuw en licht soms:
een parkwachter die
de zwerver beschijnt en
verder zijn ronde voltooit
wie schrijft deze regels: een hand-
haver van orde die wanorde gedoogt,
een handlanger van oproer in
vezel en droom
we beseffen het wel, mon frère,
mon semblable: poseren is
het ware, het echte een schijn

zomer 1989
het was de laatste zomer
van Sandino, we zaten samen
in Bluefields: een Vlaamse
dromer en dochters van de
satan, vrouwen uit New York
zij kwamen de schade opmeten
van Contra’s en Reagan en
deden er wat aan terwijl hun
kompaan broedde op verzen
over Eileen uit Brooklyn
met het Ierse haar
het was de laatste zomer
van Sandino: nog op elke
muur portretten van helden
een hulde aan het zegevierend volk
we aten Caraïbisch, werden
dronken in een gelagzaal
van stangen in koper onder
een koloniaal plafond: de ober
hief de schaal met mango
en papaja zoals een priester
zijn ciborie, wij hieven
het glas als Romeinen
wat deden we eraan, kapitaal
stroomde van Teheran naar
geheime kluizen en wij werden
dronken, de dochters van de satan
van verzet tegen een vader, de dichter
van die Ierse met Yankeeaccent
de laatste zomer van Sandino
samen in Bluefields met wrakken
aan de kade, hompen vlees
op een kar, de vliegen groen
als juwelen, een gonzende wolk
en wie van ons heeft gebraakt?
Luc Huyse
Executie Saddam - aanvulling
Sedert Neurenberg weten we dat oorlogstribunalen zich uitsluitend richten tegen de verliezers van een conflict. Zomin als tijdens het proces tegen de Nazikopstukken de bombardementen op Dresden of Hiroshima ter sprake kwamen, zal in Bagdad ooit een internationaal proces gevoerd worden over de burgerslachtoffers van de Amerikaanse bombardementen. De VS hebben al bij voorbaat verklaard dat zij de internationale gerechtshoven niet erkennen als het gaat om Amerikaanse militairen of burgers. En wanneer zij zelf het initiatief nemen om hun oorlogsmisdadigers te berechten dan dagvaarden zij uitsluitend het voetvolk en nooit de bevelhebbers. Dit was al zo in het Contragateschandaal toen geld van de Iraanse vijand werd doorgesluisd naar de Contra's in Nicaragua, we zagen het ook bij de veroordeling van de folteraars in Abu Graib.
Men kan tegenwerpen dat recent nog Paul Kagame, de dictator van Rwanda, en Donald Rumsfeld, de gewezen Amerikaanse minister, zijn aangeklaagd, maar is er een naïeve ziel die werkelijk gelooft dat een van deze twee ooit veroordeeld zal worden: Rwanda is betrokken bij een spelletje politieke stratego in Centraal Afrika en het Engelstalige Kagameregime wordt door de USA, die in de regio in toenemende mate aanwezig zijn – net als de Chinezen trouwens – gekoesterd als een bondgenoot.
Wat de huidige en toekomstige dictators en schenders van mensenrechten uit de executie van Saddam vooral kunnen leren, is dit: kies met zorg je bondgenoten en hou ze te vriend, zolang geniet je straffeloosheid. Poetin zal vanwege het economisch belang van Rusland niet officieel aangeklaagd worden voor de Russische misdaden in Tsjetsjenië, de Chinese leiders al evenmin voor de mishandeling van hun eigen volk, de Tibetanen noch voor hun gewetenloos opportunisme in Afrika.
Bovendien toonde de heruitgezonden Panoramareportage op Canvas nogmaals aan dat de terreur in Irak geen bezwaar was noch voor Europa noch voor de VS om Saddam als handelspartner te beschouwen, sterker nog: de grondstoffen voor het gifgas in het Koerdische Halabja en de helicopters die het uitstortten, kwamen uit het Westen. In die zin is de executie van 'de duivel van Bagdad' puur opportunisme: de kans is nu zeer klein dat de Westerse regeringen en bedrijven vanwege hun medeplichtigheid voor een rechtbank zullen moeten verschijnen.
rabbi

rabbi
en hij ging rond al doende
goed aan vrouw en dochter
vermenigvuldigde de broden
van hun adem, de vissen van hun vrede
de melaatsheid van hun droeve lakens
genas hij in haar klamme plooien
en van zijn stem alleen al
stond de dood op in hun ogen
en de verhalen die hij weefde
aan de natte twijgen van hun vlees
zij hoorden toe, vergaten
de drukte van hun hand en dagen
meester, zei hun mond, o meester
en hij ging rond
tell me

tell me – The Rolling Stones
- voor Lieve -
we zaten in de wagen
van je broer, mijn gabber
en je vroeg: waarom
waarom jouw pirouettes
als ik de spil niet ben
jouw polonaise rondom
en niet aan mijn lijf
je woorden zijn warme lucht
en ik zweef als een vlieger
van zijdepapier, dan kijk je
weg en ik tuimel in je zwijgen
waarom, vroeg je, in het donker
van die wagen en ik waagde
het niet: jouw gezicht
een ovaal van ivoor en rozen
een borstje tegen mijn arm
een sponsje dat de lei wou
vegen van al mijn zonden
we reden naar een bowling
en wie won die avond:
we waren een onklopbaar
paar en verslagen zat ik
naast je in de vallei
van de Durme, een nevel
om ons heen, weerom
een zwijgen, je lichaam
dat vroeg: waarom?



nostalgia

uit Een stuk of wat
nostalgia
heimwee naar het eiwitwarme
om de faleizen toen we gleden
met ons okere lucifersdoos, afdaalden
tot de blauw-en-groene diepte:
twee keien in het moederbed
de meeuwenschool van Mojacar
huizen als suikerklontjes
op een heuvel van bougainville
de ezel droef van vliegen
het dreggen naar prikflessen
op het kiezelstrand
van Carboneras waar ik
de brand zalfde van je rug
jouw verwondering mij
zalig verklaarde
dan goot jij de geuren
van Alhambra als smokkelwaar
op de klinkers van mijn ongeduld
werden we ’s avonds belazerd
o gitaanse dinero
op Sacremonte
heimwee naar de rode woede
van La Mancha
met de groene sproeten der olijven
heimwee naar het alarmerend oliepeil:
coche esta viejo pero bueno
de lieve hotelboy in Sevilla
die uit de broeiende nacht
terugkeerde met lauw water
en de opener vergat
en nooit jouw borsten
zie je, hoe mijn woorden opzwemmen
tegen de neerstortende tijd
zie jij wat ik niet zie:
waarvan werden we toen dronken?
notte a venezia
uit Een stuk of watnotte a venezia
stilte drijft tussen ons
een zwarte handschoen
tussen gondels
een paar dwaze gedachten
hadden we rondgevaren
met hun gretigheid
van fotoapparaten
de huizen verloren er geen schilfer
meer om als we lachten
en de bruggen legden hun vermoeide
armen om vermoeide schouders
legden elkaar een vinger op de mond
regen leekt van je glazen voorhoofd
gelaten is de liefde hier
stilte drijft en wij staren ze na

baancafé In de Roskam
tweemaal daags kwamen we voorbij
aan dat gesloten café op een hoek:
een dubbele knoop in de donkere weg
naar Waasmunster en de betonbaan
die neerdook in de vallei van de Durme
die hoek kon je afsnijden over een koertje
met hondenhok en zwarte kiezel
langs een pissijn voor het lozen van de blaas
na met spijt gedane arbeid
want daarbinnen werd er de pees opgelegd
in de peeskamer: iemand moest dringend geld verdienen
een al middelbare vrouw die opeens een moeder bleek
met een dochtertje van vier of vijf
en later toen het kind de jaren had
voor de lagere school bleven de gordijnen
voorgoed gesloten en bij de verbreding
van het kruispunt werd de woning gesloopt
dagelijks kwamen wij schooljongens
toekomstige onderwijzers daar voorbij
en wisten wij veel op onze fiets
van de toekomst van een man:
toch niet tussen de dijen van zo’n vrouw
zo’n schepsel met een derde kale oksel
telkens weer kom je daar voorbij
op weg naar je gesloopte thuis
en je denkt aan je collega’s die zeggen
in hun wandelgang: als ze d’r maar liggen
op het einde van de maand en wie somt
de pastoors en rechters op die klant
waren in deze handel
één keer ben je zelf terecht gekomen
in zo’n baancafé: builblauwe, liprode lichtjes –
de dame in het zwart danste
met de chauffeur van je schoolbus
en jij koos een plaatje uit de jukebox:
‘I was born under a wandering star’
onder wat voor ster zou het dochtertje zijn geboren:
misschien onder een melkweg die moeder was
bezig met brood en beleg verdienen
en rode en blauwe sporen?