De brand vernielde niet enkel de zichtbare begroeiïng (zoals beenbreek, gevlekte orchis en veenpluis), maar richtte vooral ondergronds heel wat schade aan. Insecten en spinnen die in de bodem leven en zaden en wortels werden vernietigd. Ook de randzones van de vennen en vijvers brandden af. Libellen en amfibieën die er huizen werden zwaar getroffen. Ook voor de broedvogels, zoals de nachtzwaluw en de boomleeuwerik, heeft de brand zware gevolgen: zij verloren nesten en jongen. Het Agentschap voor Natuur en Bos laat weten dat er verhoogde inspanningen zullen moeten worden geleverd om het unieke natuurgebied opnieuw te herstellen.
Uit het Nieuwsblad
KALMTHOUT - Gouverneur Cathy Berx en burgemeester Lukas Jacobs hebben vanmiddag met de pers een eerste bezoek gebracht aan de vernielde Kalmthoutse Heide. Ze waren allebei zwaar onder de indruk: "Dit is verschrikkelijk". "Het hele open heidegebied is vernield", vatte hun gids van het Agentschap van Natuur en Bos, Guy Heutz, de ellende samen. "De meeste bossen zijn gelukkig gespaard. Nu moeten we eerst een spoedinventaris doen: wat moeten we eerst kappen voor de veiligheid, wat nadien kappen omdat het toch zal sterven, enzovoort. Dan moeten we zo snel mogelijk gaan werken in de heide. Heel snel, binnen twee maanden, zal het pijpestrootje het hier weer groen kleuren. Dat is goed voor de bezoekers maar niet voor de natuur, want het verdringt de heide. Maar om dat tegen te kunnen gaan moeten er véél meer middelen en mensen komen."
"Dit is de ergste ramp sinds ik gouverneur ben", geeft Cathy Berx toe. "We hebben twee dagen en nachten gewerkt aan deze brand, maar nu ik het ook effectief zie, dringt het pas goed tot me door. Dit is verschrikkelijk. Ik zal met het provinciebestuur bespreken of we iets kunnen doen, maar daar loop ik niet op vooruit." Burgemeester Lukas Jacobs is opgegroeid met de heide. "Ik kom er wekelijks fietsen. Van kinds af aan, bij de scouts, speelden we hier, het was onze achteruin. Dit is vreselijk en mijn grootste ramp sinds ik burgemeester ben. Helaas kan Kalmthout weinig doen: we zijn wel eigenaar maar we beheren niet, en ons budget is beperkt."
Er wordt nog zeker een week nageblust om ondergrondse smeulingen geen kans te geven. Op twee plekken zijn die ernstig: achter de Markgraaf en aan het Stappersven. In 1996 is er zelfs drie weken nageblust. Toegang is nog zeker een week verboden voor iedereen.
Uit De Gazet Van Antwerpen
Klik hier voor het fotoalbum uit Gazet Van Antwerpen
Toertocht te Sint-Jan-in-Eremo op 23-07-2011

18de Polder- en krekentocht (30-50-60 km) van WTC Bentille te Sint-Jan-in-Eremo (Bentille-Kaprijke).
Op zaterdag 23 juli naar hier gekomen om deze toer te rijden vanuit het Café Tramstatie. Inschrijving in een zaaltje achter het café, je fiets kon je plaatsen naast een duivenhok uit grootvaders tijd! Ik had bij het binnenkomen iets meer bekijks dan gewoonlijk, want een biker met een levensgrote papegaai op z’n truitje hadden ze hier waarschijnlijk nog nooit gezien in deze vergeten uithoek van Vlaanderen. Vertrokken omstreeks 12.45 u.
Het begin van de toer zag er veelbelovend uit, want we reden naast het Leopoldkanaal, langs beide zijden omzoomd door twee rijen uit de kluiten gewassen canadabomen. Het was wel duwen tegen een stevige wind in, en dat zou een constante worden in deze toertocht. Daar waar we een brugje over het kanaal over moesten werd mijn aandacht getrokken door een vreemd bouwsel aan de linkerkant van de weg. Dus even daar naartoe. Mijn vermoeden werd bevestigd, het was een kunstwerk dat op een dijk stond. De houten trapjes er naartoe waren glad en schuingezakt, zodat het geen sinecure was van er op je fietsschoenen met stijve zolen zonder glijden naar boven te geraken. Het kunstwerk luisterde naar de naam “Het Geheim”. En die naam had het niet gestolen, want het blijft een geheim wat het ding in godsnaam moest voorstellen. Een soort ronde constructie die deed denken aan het rad van een watermolen en waarop in alle richtingen planken waren getimmerd!
Het bleef moede stompen tegen de wind in. Het landschap bood hier en daar schilderachtige plekjes, kleine huizen die naast de dijk stonden, waterpartijen en waterlopen. Verder een onbeperkt vergezicht in dit zuinig bebouwde uiterst vlakke land. De vele witte en grijze wolken tekenden zich grillig af tegen de blauwe hemel. De weg naast het kanaal maakte plaats voor veldwegen, begroeid met gras of bezaaid met grind. We naderden een gehucht van Sint-Laureins dat luisterde naar de bizarre naam van Waterland-Oudeman! Meteen vroeg ik me af hoe de inwoners zich hier dan wel noemden! Zijn het Waterlanders of Oudemannen? Of oude Waterlanders of waterlandse Oudemannen? Joost mag het weten!
In ieder geval was ik van mening dat de keuze van zo’n naam eerder iets was voor Nederlanders, en eigenlijk was ik er nog niet zo ver naast, want bij de terugkeer bleek dat dit gehuchtje inderdaad op de grens met onze noorderburen gelegen is. De straatnaamborden verrieden op een bepaald ogenblik effectief dat het traject de grens had overschreden. De bevoorrading kwam na 20 km en was opgesteld onder een tentje. Je kon er sportdrank en water drinken, er waren koeken en wafels om te eten. Voor de lange afstanden volgde nu een lus en de manier waarop de pijlen en borden waren gehangen liet zien dat we straks een tweede keer via deze bevoorrading zouden passeren. Twee mannen die me daarstraks hadden ingehaald en in wiens zog ik was blijven rijden, stonden hier ook. Ze hadden me ingehaald ter hoogte van de “tiendenpaal”, die de grens aanduidde tussen de gebieden van Sint-Baafs en Doornik. Van de tienden of pacht die de boeren dienden af te dragen was één derde voor het loon van de pastoor, één derde voor het onderhoud van de kerk en waarvoor het overige derde nog diende ben ik intussen vergeten, ik veronderstel voor het bisdom. Even opgezocht: in de wijde omgeving van Sint-Margriete kom je 4 grenspalen of tiendenpalen tegen. Dit waren afbakeningen tussen de bezittingen van de Gentse Sint-Baafsabdij (initialen SB), de Sint-Pietersabdij en de gronden van het bisdom Doornik. Het zijn overblijfselen uit de 15de en de 16de eeuw. Ik ben iets vroeger vertrokken in de hoop dat ik in hun buurt zou kunnen blijven rijden, wat ook gelukt is. Want bij de tweede passage kreeg ik hen weer te zien, ik ben hen de hele tijd iets voor kunnen blijven. Verder heb ik tijdens de hele tocht hooguit een 20 bikers gezien.
Het gedeelte van de toer na de eerste bevoorrading voerde ons naar Sint-Margriete (NL). We passeerden het domein Spreeuwenburg. Toen we een kort stukje over een aan de linkerkant van een grotere baan gelegen fietspad werden gestuurd, werd mijn aandacht getrokken door de activiteiten in een aanpalende weide. Dat grasveld bulkte daar namelijk van de konijnen! Ze zaten zelfs tot tegen de haag aan de kant van weg! Verder werden we een soort dijk opgestuurd en zag ik in een gemaaid veld twee reigers zitten. Groot was echter mijn verbazing toen ik nog wat verder reed! In datzelfde veld stonden op diverse plekken tientallen reigers. Zo veel heb ik er nog nooit bij elkaar gezien. Het was ook al het enige wat hier te zien was, want het viel me op dat hier nog veel minder bebouwing was dan aan de Vlaamse kant van de grens. Niets dan velden met een zicht tot op oneindig met hier en daar een verloren gelopen hoeve. Weinig bomen ook. Een geluk dat het niet regende, want indien je daar een stortbui over je zip zou krijgen, zou je nergens een plek kunnen vinden om te schuilen. In dat geval ben je nat tot op de huid!
Verder was er daar weinig te beleven. Het parcours verliep over veldwegen in de open vlakte, afgewisseld met betonbaantjes. De wind beukte genadeloos op je in. Indien je in dit vlakke land zonder het minste hoogteverschil de tegenwerking van de wind in equivalenten hoogtemeters had kunnen uitdrukken, dan had je er heel wat gehad! Ik vermoed trouwens dat deze rit bij slecht weer, bij regen en wind, een zware karwei zou zijn! Ja, het gedeelte van de rit in Nederland bood weinig verrassingen en de eentonige wegen en het optornen tegen de wind in begon tegen de duur saai en vervelend te worden. De lus was rond en ik bereikte opnieuw de plek van de bevoorrading na 41 km. Het duo kwam ook toe en den deze snel weer weg teneinde weer niet als laatste te arriveren.
Op de grens in Waterland-Oudeman stonden oude huisjes waarvan je je afvraagt wie daar nog zijn tijd en geld in steekt om dat te renoveren. Van dan af kregen we veel betonbaantjes onder de wielen geschoven. We passeerden een café dat luisterde naar de naam Roste Muis, wat nog altijd beter is dan Rosse Muis! Alhoewel het dat volgens de site wel betekent! Het bleek wel een uitvalsbasis voor ritjes met de stadsfiets, want er stonden diverse wagens met fietsdragers geparkeerd en er liepen gepensioneerden rond. De waterlopen welke we passeerden braken de eentonigheid van de omgeving. Na een brug die we over moesten stonden een aantal piepkleine huizen, sommigen mooi gerenoveerd en wit geschilderd, anderen vielen bijna uit elkaar van ouderdom en gebrek aan onderhoud. Een schilderachtige plek was het in ieder geval. Vlak in de buurt daarvan lag een reusachtige appelboomgaard en stonden honderden zonnebloemen. Volgde weer een lang stuk naast het Leopoldkanaal om dan te moeten vaststellen dat we naar de andere oever gestuurd werden om dan weer helemaal terug te rijden. Want ik passeerde nu een verlaten huisje dat ik daarstraks over het water had zien staan. Deze keer weer tegen de harde wind in! De twee mannen van daarstraks wisten me weer in te halen, ondanks het feit dat ik daarnet geprofiteerd had van de wind in de rug om snelheid te maken. Luttele vijf kilometer verder waren we weer aan Café Tramstatie.
Het bonnetje met het noodnummer kon je inruilen tegen een boterham. Daar nog twee glazen icetea bij gedronken en even uitgerust. Er zaten nog rijders binnen, maar de gezellige drukte van daarstraks bij de start was intussen achter de rug. Bij de plaatselijke bakker nog een brood en wat koffiekoeken gekocht. Morgen eet ik brood van Bentille-Kaprijke bij het ontbijt. De rit naar huis via de expresweg verliep vlot met weinig verkeer. Het viel me op dat mijn GPS niet werkte in de Konijnenpijp, de Antwerpse tunnel! Ik ben deze Oost-Vlaamse toertochten niet gewend, maar ik weet op voorhand dat ik hier niet ga vinden wat de tochten in de Kempen of Brabant te bieden hebben. Men kan geen bossen aanbieden als ze er niet zijn. Maar men moet met alle streken eens kennismaken en de fiets is daar ideaal voor. Er is daar trouwens een vaste route. Bepijling en organisatie waren in orde en ik heb me geamuseerd.
Lees dit verslag ook op mountainbike.be!
Op de foto's: het Leopoldkanaal, het kunstwerk "Het Geheim", een veldweg, Roste Muis en een tiendenpaal!
Leopoldkanaal
Het Geheim
Een veldweg
Café Roste Muis
Een tiendenpaal



























1 reactie op dit bericht
st-jan-in-eremo
mooie streek, maar niet echt spannend om met de mountainbike te doen
om op je vraag te antwoorden, mensen uit de omgeving zeggen altijd 'den oudeman'
de streek is bekend onder de naam 'het meetjesland'
groeten