wit bevroren adem


op een huid van glas
spiegelen droom en herinnering
als zacht zoethout en oliebollengeur
-de straten lopen leeg-
de jenevertent sluit haar deuren
de lucht van leegte vult mijn dorp
en achter elke deur het klatergoud
en warme wijn
om de koude van het oude jaar te vergeten
loop ik als zwerver door de nacht
en adem doodgewoon zalig
wit bevroren adem


















