De kleine " slagkar " ( kipkar )
Een kipbare kar met vaste zijsponnen en losse schoften, was soms de enige kar van de kleine boer, veelal " ponyboeren " Deze kas was omnivalant in het gebruik. Men kon er zowel mest als hooi mee vervoeren. In het laatste geval werden er hulptoestellen gebruikt; " lijsters" om de wielen te beschermen, en " galgen " ( botterikken ) om een groter laadvolume te verkrijgen. Het " binden " gebeurde met een " laadboom " ( leter ), aangetrokken door dikke touwen ( togen ). Soms werd aan de achterkant een kleine houten " katrol " gebruikt. Deze kar had normaal een wielbreedte van 6 cm. Grotere boeren die een zwaarder paard hadden, en zich twee karren konden veroorloven, hadden een " aardkar " en een " hoogkar "
foto ; De kleine slagkar ( kipkar, bemerk ook de kruiwagen.












