26 mei
De Britse Generaal Gort krijgt de toestemming om zijn soldaten van het BEF (British Expeditionnary Force) van hetvasteland terug naar Groot-Brittannië te evacueren. Het is een controversiële operatie want het Franse leger wordt nauwelijks in de actie betrokken. De word de grootste evacuatie in de geschiedenis, `Operatie Dynamo', zal in de geschiedenisboeken altijd verbonden blijven met de naam van de Franse havenstad Duinkerken.
Maar in feitte zal de kuststrook in kwestie zich zich tot 31 mei uitstrekken tot aan de Belzische badplaats De Panne.Al heel vroeg in de ochtend om 03u30 beukt het Duitse leger in op de geallieerde stellingen tussen Wervik en Geluwe. Tussen de beide plaatsen is een stuk front dat slechts met 300 wielrijders van de 17de I.D. is opgevuld, zij moeten stand zien te houden op een front van 5 km breed.
In Geluwe zelf houden het 4e en 5e eskadron van het 1ste Lansiers de dorpskom met de weg naar leper, dit tot dat ze bijna omsingeld worden en zich moeten terugtrekken. Zij strijden van huis tot huis. Het Groot Hoofdkwartier besluit om het bevel tot de terugtocht te geven, daarbij zal de rechtervleugel het eerst vertrekken. Dit gebeurt rond 07u.00 en kort daarna al bereiken de voorhoeden van de 31ste Duitse ID Geluwe en Wervik. De helft van het 1ste Lansiers wordt er gevangen genomen. Het 3e eskadron van het 3e Lansiers stelt zich te noorden van Geluwe (langsheen de spoorweg Ieper - Roeselare )
in carré op om zich zo langs alle kanten te kunnen verdedigen maar na vier uur strijd word deze groep dapperen overrompeld door de Duitse overmacht.
Het 2de Cyclisten gaat de verdedigingslijn langsheen de spoorweg Ieper - Roeselare versterken. Bij Dadizele kunnen het 2e Lansiers en het 2e Jagers te Paard zich handig uit de strijd losmaken en naar Staden terugtrekken, uiteraard gebeurt dit onder vijandelijk vuur. Het terugtrekken van de 2e Cavaleriedivisie (CD) verloopt zeer moeilijk.
Omstreeks 06 u.00 wordt de frontsector van het IVe Legerkorps, waarvan het hoofdkwartier zich te Dadizele bevindt, aangevallen. Het 5de Jager te Voet (het zuidelijk gelegen regiment van de 10de I.D.) krijgt het zwaar te verduren.
Na een grondige artillerievoorbereiding worden ze op gans hun front aangevallen. De strijd wordt hoofdzakelijk op Ledegem gericht. De Duitsers worden overal teruggeslagen. Zij hernemen hun aanvalpogingen even na de middag en rond 19 uur ‘s avonds. De enkele loopgraven die ze er kunnen innemen worden al even vlug weer furieus door de Belgen heroverd.
Rond Menen en Wervik opent de Britse artillerie ondertussen het vuur op de oprukkende vijand. Vanaf de hoogte van Halluin (Fr) en Le Colbras (Fr) neemt ze de brug, de Rijselsstraat, de Werviksestraat, de weg naar Kortrijk, de Koekuit en de weg naar Geluwe onder vuur. In Wervik viseert de R.F.A ( de Britse artillerie) speciaal de Laagweg en de Hoogweg.
Van op de zuidelijke Leie oever volgt het 6Th Black Watch regiment alle Duitse bewegingen en bestookt ze met zwaar mitrailleurvuur. Onze 1ste ID stelt zich samen met het 4e Lansiers van de 2e CD op langsheen de spoorweg Roeselare - leper. Hier heeft men 2000 treinwagens geplaatst. Tussen de Frezenberg en en de Zilverberg vormen ze een antitankhindernis van twaalf kilometer lang.
In Zonnebeke vinden burgers en vluchtelingen in de loodsen van de steenbakkerij Iweins-Vanbiervliet een reusachtige Britse voorraad aan levensmiddelen. In geen tijd is de hele opslagplaats leeggehaald. Ook de aaneengekoppelde spoorwegwagons krijgen bezoek van burgers. Ze halen er alles uit wat ze denken te kunnen gebruiken en dit onder het oogluikend toezien van de militairen.
Aan het Komen - leper kanaal graaft de 143Th Britse brigade zich met drie bataljons in, dit doen ze om de sector Komen - Houthem te verdedigen. De 13nd en 17nd brigade stellen zich op achter het kanaal en achter de spoorlijn van Houthem tot Zillebeke. Het 12Th Lancers komt in leper aan en ziet er dat de stad niet verdedigd wordt en dat de bruggen er nog intact zijn. De Britse lansiers besluiten om in de stad te blijven tot dat de infanterie komt opdagen.Tegen de avond bereiken de Duitse troepen de Keiberg in Beselare en de Molenaarelst in Zonnebeke en even na 19uur arriveren ze ook op de Drogenbroodhoek te Moorslede. Ze naderen heel behoedzaam tussen de roggevelden en vragen naar de Britse kanonnen maar die zijnde dag voordien al weggehaald.
Aan de vluchtelingen vertellen ze dat hun divisie, de 14e Infanterie-Division, 's anderendaags in de vroege morgen zal aanvallen en dat de vluchtelingen maar best weer naar huis terugkeren. Aan het kanaal Komen - leper slaagt de 31ste Duitse ID erin om het kanaal te naderen maar de divisie komt terecht in het vuur van goed opgestelde Britse kannonnen en mitrailleurs. De divisie stopt en krijgt naast zich, aan haar linkerzijde, de 61ste divisie die in de loop van de morgen vanuit Menen en Marke is aangevoerd onder aanhoudend Brits artillerievuur. Dezelfde avond bereikt de 18e Duitse ID Zillebeke.
In de sector van de 8ste I.D. is de Duitse artillerie de gehele nacht blijven vuren, tegen de ochtend wordt er nog intensiever geschoten. Bij het 13de Linie, het rechtsgelegen regiment, komen de Duitsers omstreeks 07 uur uit hun bruggenhoofd en slagen erin om door te dringen tot in Oost-Rozebeke. Het rechtse bataljon wordt frontaal en in de flank aangevallen. Ze verliezen er de helft van hun effectief.De rest stelt zich op in een verbindingslijn met het gezicht naar het zuiden. Bij het 19de Linie, het Links gelegen regiment, word de eerste aanval afgeslagen.
Omstreeks 08u30 slagen de Duitsers er in om Oeselgem te veroveren en verder op te rukken in de richting van Wakken. Laatstgenoemde word tegen de middag bezet. Met andere woorden de toestand verergerd! Tegen de middag is het front duidelijk afgebakend in de zuidelijke omtrek van Meulebeke,Oostrozebeke, Wielsbeke, de Leie tot aan St-Eloois-Vijve, ten noorden van Wakken. Op dat moment krijgt de bevelhebber van de infanterie van de 8ste I.D. het bevel vanuit het hoofdkwartier van het Legerkorps, om het bevel te nemen van het 42ste en 44ste Linie en van de Groep Wielrijders van de 13de I.D.. Met deze eenheden moet hij de spoorweg van Tielt naar Ingelmunster en Meulebeke bezetten. Ze moeten zich ook klaar maken voor een tegenaanval inde richting van de Mandel. Voor deze uitval zijn ze de steun van vijf artilleriegroepen beloofd. Maar tegen 15 uur bereikt slechts één bataljon van het 44ste Linie, en dan nog beroofd van haar mitrailleurs, haar bestemming.De ander eenheden zijn onder weg hevig aangevallen door de Luftwaffe en zullen pas in de avond, in stukken en brokken, op hun reisdoel aankomen.
Gezien de omstandigheden moet de infanteriecommandant van de 8ste I.D. zijn actie beperken tot het bezetten en verdedigen van twee kilometer spoorweg.Hiervoor gebruikt hij het bataljon van het 44ste evenals de mitrailleurs van een artilleriegroep, een peloton verkenners en zelfs het peloton dat instaat voor de bewaking van het hoofdkwartier van de Divisie.
De vijf artilleriegroepen concentreren een hels kanonvuur op Meulebeke dat juist door de Duitsers is bezet. Van die kant uit dringen de Duitsers niet meer aan.
Het 13de Linie trekt haar front terug op de rivier de Mandel. Maar in de sector van de buren, de 9de I.D., zijn de Duitsers (in de richting van Meulebeke) de rivier al overgestoken. De ondersteuningsartillerie van het 13de wordt er onder Duits geweervuur genomen (vanuit het gehucht Paanders).De veraste artilleristen vernietigen vlug hun kanonnen en scharen zich rond de commandopost van het 13de,ze gaan er strijden als infanteristen.
Bij het 19de Linie worden de twee bataljons die van alle kanten omsingeld zijn geliquideerd, uitgezonderd één compagnie die blijft stand houden ten noordoosten van St-Baafs-Vijve.
Tegen 16u30 wordt het gene dat overschiet van de 8ste I.D. opnieuw samengesteld, Dit gebeurt achter de Mandel en de Mandelbeek tot tegen Markgem. Bij het 13de is de situatie wankel, de Duitsers zijn al in Marialoop, ten noordoosten van Meulebeke. De overschot van het 19de zit tezamen met elementen van het 6de Jagers te Voet geïsoleerd. Tot laat in de avond leveren ze een verbeten strijd. Van het 13de en het 19de schiet er niet veel meer over. Zeven artilleriebatterijen hebben hun stukken moeten vernietigen.
Boven de geallieerde linies dwarrelen pamfletten waarop de Duitsers de geallieerde soldaten duidelijk maken dat de geallieerde troepen nu volledig omsingeld zijn, psychologische oorlogsvoering noemt men dat.
Het vliegveld te Stene krijgt in de vroege ochtend van de 26ste een vreemde bezoeker. Om 04uur raast een Wellington bommenwerper er over de landingsbaan en komt achteraan het vliegveldje, dat toch wat te klein is voor dit kaliber bommenwerper, tot stilstand. De piloot Squadron Leader Glencross van het 37 Squadron steekt te samen met zijn bemanning ( de navigator P/O Cameron, waarnemer Sgt Parkhouse, radioman LAC Clear en de boordschutter AC Stamthorpe) het toestel in brand. Hun Wellington, de L7793, is boven Avesnes door afweervuur geraakt en met doorboorde motor en brandstoftanks hebben ze een noodlanding te Stene moeten uitvoeren. (Het verhaal van de bemanning zal geen happy end kennen. S/L Glencross zal op 28 mei bij bet kelderen van de S.S. Aboukir in bet Noordzeewater omkomen, en P/O Cameron en Sgt R.C. Parkhouse zullen nog dezelfde dag sterven, 26 mei, in de inschepingchaos rond Duinkerken.).
Het Belgisch luchtwapen telt op de ochtend van de 26ste mei nog 23 toestellen en vervolgt haar operaties. De I/1 stuurt een Fox naar Eeklo. Een uur later landt het toestel te Stene dit nadat het achtervolgd werd door drie Duitse bommenwerpers. Tijdens de tweede missie dropt de bemanning een kist met zestig granaten boven Duitse infanteristen. Op hetzelfde vliegveld landt er een Fox Hispano van de lV/1, het komt vanuit Tours. Het toestel vliegt een verbindingsmissie maar het raakt vernield bij de landing. De bemanning, bestaande uit OLt Rousseau en Hodeige, is licht gewond.‘s Morgens stijgen zes Renards van de V/1 op te Zwevezele en vliegen naar Lombardzijde. Bij de landing geraken ten gevolge van de slechte staat van het terrein twee vliegtuigen beschadigd. Een missie in de namiddag verloopt zonder problemen. De VI/l voert twee missies uit boven Harelbeke en Roeselare. Om 11u30 verlaten de tien toestellen Zwevezele om de Fox van de l/1 op Stene te vervoegen
Vandaag wordt de opdracht van 25 mei naar de Leiebruggen door het Britse 59th Sqdn herhaald. bij Bij een van de pontonbruggen haalt het Duitse luchtafweergeschut de Blenheim R3613 omlaag. De machine slaat nabij Waasten tegen de aarde te pletter. Radio AC2 Albert Brogan en zijn waamemer Sgt Gordon Schwindt worden naast hun piloot in de omliggende velden begraven. (In 1941 zullen de ouders van piloot P/O R.E. Shaw nog een tweede zoon ,boven Nederland, verliezen. Na de oorlog zullen de twee broers zij aan zij op de Nijmeegse militaire begraafplaats Jonkerbos in Nederland worden begraven).
Hoewel de luchtgevechten boven de kust nog steeds in hevigheid toenemen, vallen er toestellen zowat overal in België. De hele dag is het een aan- en afvliegen van Duitse Heinkels en Dorniers ze worden geëscorteerd door de Messerschmitts Bf 110 van ZG 1 en ZG 26. Deze voeren vooral bombardementsmissies uit naar het inschepinggebied.
De Hurricanes van het RAF 605 Sqdn zijn opnieuw actief boven West-Vlaanderen. Nadat P/O Muirhead boven Oostende een Duits vliegtuig heeft neergehaald, wordt hij zelf geraakt. Met behulp van zijn parachute springt hij uit zijn getroffen Huricane (N2346) en dwarrelt neer boven Oostende. Nabij de zelfde stad storten nog twee Duitse Bf 110 toestellen van de I/ZG 1 neer.