25 mei
De twaalfde infanteriedivisie bezet het afleidingskanaal van de Leie tussen Ronsele en het kanaal Brugge-Gent. Twee regimenten ervan, het 23ste en 2de Linie, liggen langs het afleidingskanaal, het 22ste Linieregiment bevindt zich in tweede lijn.
De vorige avond is een sterk detachement van de 208ste Duitse infanteriedivisie erin geslaagd de waterlijn over te steken langs een niet vernielde loopbrug en zijn zo in de ondersector van het 23ste Linie geraakt en hebben er een bruggenhoofd van zeshonderd meter breed gevormd.
Bijgestaan door een eskadron van de wielrijders van de divisie en ondersteund door de kanonnen van het 7de Artillerieregiment, is het Eerste bataljon van het 22ste Linie gelast de oever langs Belgisch zijde te zuiveren.De mannen van het 22ste staan klaar voor de aanval.
Om 4u 10 's morgens barsten de kanonnen los! Twintig minuten later wordt aanval ingezet.De piotten rukken op in de richting van het kanaal. Majoor Feyerick, een ancien van 14-18,stapt kalm maar vastberaden mee met zijn mannen. De weerstand is hardnekkig. De twee linkercompagnies worden tot staan gebracht, terwijl die van rechts en de Wielrijders vooruitgaan. Rond 09 uur komt men op honderd meter van het kanaal, dit dankzij de de steun van de T13 tank van de Wielrijders. Hij heeft al meerdere vijandelijke machinegeweren het zwijgen opgelegd. Maar de T 13 wordt geraakt en de drie bedieners ervan zijn gewond . De tank moet zich terugtrekken. De Duitse belager stelt zich opnieuw agressief op, maar gelukkig komt de kleine gevechtswagen terug! De bemanning bestaat uit de chauffeur en Luitenant Osselaer, die als kanonnier dienst doet. Hij schiet vlug en richt uitstekend! Zelfs zo goed dat zes zware machinegeweren, het ene na het andere, buiten gevecht worden gesteld.
De twee andere compagnies rukken opnieuw op. Ondertussen valt, langsheen de oever, het Eerste bataljon van het 2de Linie, onder het bevel van Majoor Lardinois, op zijn beurt naar het noorden toe aan. Het 4.7mm antitankkanon van de T 13 vernielt van zijn kant de loopbrug, wat de aanbreng van vijandelijke versterking belet. Weldra steken de Duitsers van het bruggenhoofd ( mannen van het I.R.309) de armen in de lucht, zodat 235 man, onder wie vijf officieren, in Belgische handen vallen.
Deze schitterende actie kost het leven aan achtenveertig Belgische militairen, waarvan vijf officieren. Een van hen is de bevelhebber van het overwinnende bataljon, namelijk Majoor Feyerick hij is dodelijk getroffen door een granaatscherf.
Getuigenis:
Vehaal van Wielsbekenaar Robert Vandenberghe van de 2e Compagnie van het 22ste Linie regiment: Robert is van de klas 1931 en word terug opgeroepen wanneer de oorlog dichtbij is. Hij ondervindt de gevechten van mei ‘40 aan de lijve.In het Oost-Vlaamse Ronsele, bij Zomergem gelegen, maakt hij in de voorste gelederen „De Slag van Ronsele" mee. De grote slag die aan het Schipdonkkanaal, een afleidingskanaal van de Leie, uitgevochten word situeert zich in de driehoek, Leischoot-Stoktevijver-Rijvers.
Op 25 mei komt het er tot een bloedige en driftige strijd, het dodencijfer is niet gering.
“We zijn aanvankelijk met vijftien officieren die het bevel voeren over de manschappen van het bataljon. Vijf ervan worden gedood, vijf anderen worden gekwetst en de overige vijf officieren komen heelhuids en zonder kwetsuren uit de slag".Luitenant Robert Vandenberghe links en luitenant Bauwens rechts, ieder met hun peloton in eerste lijn, rukken op. “Vooruit!”roepen de officieren. Kogels fluiten hen om de oren. De soldaten volgen aarzelend de bevelen op. De officieren geven richtlijnen.Vingers omklemmen krampachtig het koude metaal van de geweren. “Vooruit!” roepen de officieren hun mannen toe.
Tussen twee korenvelden in moet een landweg overgestoken worden. Aan de overzijde ligt een diepe sloot, die hen nieuwe beschutting zal bieden. Zachtjes wordt overeengekomen om de veldweg over te steken.Luitenant Bruynseraede wordt geraakt, twee soldaten brengen hem weg uit de vuurlijn. Luitenant Vandenberghe denkt dat hij de mitrailleursnesten gelokaliseerd heeft, want na iedere mitrailleuruitbarsting heeft hij het terrein nauwkeurig in het oog gehouden. “Oprukken!" brult hij. Hij gaat op kop, de mannen volgen. Een schot, een man is geraakt en valt. De aanval valt stil. Enkele mannen roepen;”Luitenant! We hebben geen patronen meer! "
Lt. Vandenberghe merkt de manschappen, die onder het bevel van Luitenant Bauwens aan de aanval hebben deelnamen, op. Ze zijn totaal in de war want hun luitenant is gesneuveld.
Lt. Vandenberghe voegt de ontredderde mannen aan zijn eigen peloton toe. Het is 11 uur wanneer ze het kanaal bereiken.Twee gevechtsgroepen is alles wat rest van het peloton van luitenant Vandenberghe, plus nog enkele mannen van het peloton van luitenant Bauwens.
Bezorgd kijkt de luitenant om zich heen, hij ziet zijn gedecimeerde rangen. Hij tuurt naar de nog overblijvende,uiterst ver- moeide en uitgehongerde manschappen.
Al sinds zes uren vechten ze . Hij wacht op de aflossing die maar niet komt opdagen.
Luitenant Vandenberghe spreekt van, als de schemering intreedt" en noemt 18.00 uur als aflossingstijd door eenheden van het 2e Linie maar in feite weet hij het zelf niet. Daags voor de capitulatie vallen zijn soldaten in Duitse handen. Hij word als krijgsgevangene naar Duitsland gedeporteerd en komt vrij in september 1940, samen met andere Vlaamse reserve-officieren.
Bij de 4de I.D. slaagt het Duitse 192ste IR (onder bevel van Oberst Wolf) erin het Schipdonkkanaal in de buurt (ten zuiden) van Meigem over te steken.
Dit gebeurt in de ondersector van het 15de Linie. Hier ondervinden de Duitsers beschamend weinig tegenstand!
Het 15de Linie stort in elkaar, velen geven zisch over of vluchten weg.
Oudere officieren, anciens van die andere oorlog, zien machteloos toe hoe hun bataljons uit elkaar vallen.
Kapitein Commandant Locks wil met zijn 7de compagnie nog de tegenaanval inzetten, maar hij wordt samen met luitenant Mutsaers in verdachte omstandigheden neergeschoten.
De Duitsers vorderen vlug, het Belgische artillerie vuur komt hier nogal laat opgang.
Ze vormen een stevig bruggenhoofd en vallen noordwaarts het 7e Belgische Linieregiment en zuidwaarts het 11e Linieregiment in de rug aan.In de eerste lijn van het 7e linie worden het 1ste en 2e bataljon letterlijk weggevaagd maar nog voor de tweede lijn worden de Duitsers door de 10e en 11e compagnie teruggeslagen.
Bij het 11e linieregiment wordt het 3e bataljon(III Bat), dat zich in de in eerste lijn bevindt, omsingeld Het II Bat. Loopt al vlug met de armen omhoog de Duitsers bataljon tegemoet! Wanneer het 1ste bataljon (I Bat) tot de aanval overgaat om het 3e (III Bat) te ontzetten, plaatsten de Duitsers een aantal krijgsgevangenen voor hun eigen troepen zodat de Belgische aanval mislukt. Om 10 u.35 is bet derde bataljon van het Duitse 192ste IR nog amper één kilometer van Vinkt verwijderd. Omstreeks 14u.45 voeren Duitse vrachtwagens versterkingen aan. Twee compagnies gaan zich in de korenvelden verschuilen om zo het moordende vuur van ons 1ste Ardense Jagers (3e bataljon) te ontvluchten. De Belgische artillerie, die al de hele campagne door voorbeeldig heeft gestreden en bewijs heeft geleverd van hoge nauwkeurigheid in het schieten, schiet een aantal Duitse vrachtwagens kapot zodat de rest zich ijlings terugtrekt.
De Duitse infanteristen sluipen ondertussen naar het dorp Vinkt toe en om 19 u.40 rukken ze het dorp binnen maar bijna ogenblikkelijk worden ze er terug uitgekegeld.
In de loop van de gevechten herhaalden de Duitsers hun snode daad van in de voormiddag. De geneeskundige compagnie van het 15e linie is in handen van de Duitsers gevallen en deze 25 man worden gedwongen om met oomhooggeheven handen voorop te marcheren tot dekking van het Duitse offensief. De Belgische artillerie blijft echter onverminderd vuren, een Belgische apotheker en sergeant worden gedood. Gebruikmakend van de paniek slagen de overige Belgische krijgsgevangenen er in om te ontkomen.
Enkele uren later herhalen de Duitsers nogmaals deze criminele daad nu op de baan naar Nevele toe.
Een peloton krijgsgevangen van het 11e linie dient hier als levend schild. Sergeant Put uit Hasselt (het 11e linie is een bijna volledig Limburgs regiment) moet te samen met veertien mannen een Duitse aanval tegen de Belgische stellingen dekken. Achter iedere Belg stapt een Wehrmacht-soldaat met het geweer in de aanslag. Een van de Belgen zwaait met een witte vlag en moet luidkeels roepen: “Niet schieten! We zijn Belgen". De commandant van het 3e bataljon van het 1ste Ardense Jagers, Raymond Dhuren, (hij zal later sneuvelen) neemt geen risico's. Hij laat de Duitsers met hun levend schild naderen tot op een 40-tal meters om dan des te dodelijker te kunnen vuren. De tragedie die zich daar afspeelt laat zich blindelings raden. Negen Limburgse militairen zijn dood en een blijft zwaar gewond ter plaatse liggen. Sergeant Put en vier van zijn lotgenoten geraken heelhuids uit deze vuurzee.Ondertussen dwingt het krachtig Belgische artillerievuur de Duitsers tot de aftocht.
Te Nevele moedige de Jagers te Voet de burger aan om het dorp, dat nu middenin de gevarenzone ligt, te verlaten. Een Belgische tegenaanval kan hier een aantal krijgsgevangenen bevrijden.
In de loop van de dag neemt de Duitse 56ste Infanterie Divisie meer dan 5000 gevangenen.Het zijn vooral mannen van het 7de ,11de en 15de Linie en het 8ste Artillerieregiment. De 4de I.D. is van de kaart geveegd, dit ondanks het feit dat ze weinig of niet gevochten heeft.
Dat de Ardense jagers keihard weerstand bieden op 25 mei is een feit, uiteraard kost dit hardnekkige verzet mensenlevens.
Een van hen die zijn opdracht tot het bittere einde vervult is reserve - luitenant Buron van de 7de Cie van het 1ste Ardense Jagers.
Nadat de bevelhebber van de Cie, kapitein-commandant Dhuren, dodelijk gewond is afgevoerd neemt Lt. André Buron het commando van de compagnie over.
Kort nadat hij het bevel heeft overgenomen, omstreeks 18 uur, beschiet de Duitse artillerie opnieuw de posities van de 7de Cie. Op dat ogenblik bevindt de compagnie zich ten oosten van Vinkt.
Op dat tijdstip bevindt de luitenant zich bij een C 4.7 /T 13 die zijn Cie moet ondersteunen. Terwijl Buron de nodige bevelen heeft aan de onderofficier van de tank, ontploft er nabij hem een Duitse artilleriegranaat, de explosie en de rondvliegende hete en alle doorborende granaatscherven van het vijandelijk projectiel worden hem fataal.







