18e Linie Regiment 20
We leren nu al dat:
- Er zeer slechte verbindingen waren tussen de eenheden onderling en zeker met de hogere echelon ;
- Er een hemelgroot gebrek aan munitie was ;
- De mortieren praktisch niet bruikbaar waren;
- Het bevel tot ontsteking van de vernielingen van de bruggen niet gedelegeerd was aan de eenheden in lijn, maar behouden werd bij het hoger commando van het Legerkorps;
- Er geen elektrische ontsteking voorzien was aan de bruggen, onverklaarbaar, maar waar;
- Er is nergens sprake van enige Geniesteun ter beschikking van de Sectorcommandant;
- Er geen adequate luchtverdediging aanwezig was op het terrein ;
- Er geen directe steun vanwege de Belgische Luchtmachtvoor de grondtroepen was;
- De artilleriesteun voor de vernieling van de in handen gevallen bruggen nul was;
- Men niet opgewassen was in materieel en manschappen tegen die overmacht van met zweefvliegtuigen gelande strijders en parachutisten, die beter uitgerust, betere communicaties en bevoorradingen hadden ;
- Niettegenstaande dit alles er krijgshaftig verweer gebeurde en kleine groepen echte heldendaden verwezenlijkt hebben .... tot de laatste kogel gestreden hebben.
- De eerste dag van de oorlog er al oorlogsmisdaden gebeurden door de aanvaller: het gebruik van krijgsgevangenen als menselijk schild op de brug te Vroenhoven;
- De verrassing totaal was, de bescherming naar voor was ingesteld, maar naar achter bijna niet bestaande was. Zie ook onder deel XXI;
- Het belang dat de Duitse aanvaller had getoond aan zijn voorbereiding, opleiding en tactische ingesteldheid van zijn aanvallende troepen (allen specialisten genie-valschermspringers);
- De doelgerichte luchtsteun door het Duitse Vliegwezen aan de aanvallende grondtroepen en de doeltreffendheid van hun bombardementen.
- De 7de Infanteriedivisie moest de oversteek van het Albertkanaal tussen Lixhe en Briegden tot elke prijs beletten. Het 2de Karabiniersregiment verdedigde het gebied rond de bruggen van Veldwezelt, Briegden en Gellik; het 18de Linieregiment de brug van Vroenhoven. De bruggen zelf werden door het korps grenswielrijders onder kapitein Giddelo verdedigd. Maastricht, dat nauwelijks verdedigd werd door de Nederlanders, was de zwakke plek in de stelling. Verder belemmerde het 60 cm hoge koren op de open akkers het zicht. De verbindingen waren slecht zodat er voortdurend communicatieproblemen waren. Bij de eerste aanval was de telefooncentrale van de kazerne in Lanaken vernietigd, zodat van hogerhand geen bevel tot opblazen der bruggen gekregen kon worden. Het bevel tot vernietigen van de bruggen moest door een fietser die van Ternaaien kwam, 2,5 kilometer verder, worden overgebracht.
Elke brug werd verdedigd door een bunker met een anti-tankanon van 47 mm, twee mitrailleurs en een schijnwerper, alles naar voor gericht. Aan de achterzijde was de bunker nauwelijks verdedigd. In de ganse zone van de 7de divisie stonden 22 bunkers. De soldaten in de bunkers werden volledig verrast door de zweefvliegtuiglandingen van de Sturmabteilung Koch van de 7de Fliegerdivision. Kapitein Giddelo van de Grenswielrijders sneuvelde vrijwel direct. Toen de commandant van het 1e Legerkorps uiteindelijk het bevel tot vernietigen gaf, waren de bruggen al in Duitse handen. Ook enkele Belgische vliegtuigen slaagden er niet in de bruggen alsnog te vernielen. Ze werden vrijwel allemaal door de Duitse Flak neergehaald. Zie verder deel XVII..




