Het Duitse offensief
Het Duitse offensief
In de nacht van 11 op 12 februari 1916 worden de Duitse troepen in stelling gebracht maar door de slechte weersomstandigheden zal de aanval op het allerlaatste moment worden de aanval afgelast. De infanteristen liggen met duizenden in hun 'Stollen' te wachten op het beginsignaal. Het is hard gaan sneeuwen en regenen, het vriest, de wind wakkert aan tot stormkracht en het zicht is zeer beperkt. De Duitse manschappen moeten voor een groot deel, in uiterst primitieve omstandigheden, in hun 'Stollen' blijven. Deze zijn niet ingericht voor een lang verblijf. De Stollen zijn niet verwarmd en lopen onder water. De algemene conditie van de troepen verslechtert van dag tot dag, veel Duitse militairen lijden aan maag- en darmklachten vanwege de kou en het slechte eten. Na negen dagen ontberingen zijn de weersomstandigheden voldoende verbeterd zodat het sein voor de aanval kan worden gegeven.
Waarschijnlijk heeft dit respijt Frankrijk gered van de nederlaag, de twee Franse divisies die op het allerlaatste moment ter versterking aan het Verdunfront zijn toegewezen kunnen tengevolge het uitstel nog in stelling worden gebracht en ook kan men er in allerijl nog defensieve verbeteringen aanbrengen. Op 21 februari 1916, een week na een overleg dat Joffre en de Britse generaal Haig hadden over een mogelijke aanval bij de rivier de Somme, beginnen de 1225 Duitse artilleriekanonnen om twaalf minuten over zeven in de ochtend met de aanval. Het artilleriebombardement begint over het gehele Verdunfront, zowel aan de linker- als aan de rechterzijde van de Maas over een frontbreedte van 40 km. Ook Verdun zelf wordt hevig gebombardeerd; de burgerbevolking wordt geheel geëvacueerd. De aanval zelf begint op de rechter Maasoever met het zwaarste bombardement dat tot dusverre ooit in een oorlog was uitgevoerd. Het zal meer dan negen uren duren en zal het meest verschrikkelijke zijn dat men tot dusverre had aanschouwd. Gemiddeld slaan elke minuut veertig zware granaten in.
Een Franse verbindingsofficier van de artillerie schrijft over de beschietingen in zijn dagboek: “De hele dag zitten we ineengedoken. We moeten onze schuilplaats verlaten en ons verstoppen in een grote krater. Overal om ons heen liggen gewonde en stervende soldaten, die we niet eens kunnen helpen. De volgende dag, wanneer de artilleriebeschietingen gestopt zijn, trekken speciaal getrainde Duitse stoottroepen, uitgerust met handgranaten en vlammenwerpers, op richting de vijandige stellingen.
VERDUN maandag, 21 februari 1916
- 04 uur, een zware 380 mm artilleriegranaat ontploft boven de stad.
- 07u12, de stad wordt opnieuw beschoten
· 07u15, de Franse stellingen en forten in de regio van Verdun worden bestookt door de Duitse artillerie
Vanuit zijn PC in het Bois Des Caures rapporteert Lt. Col. Driant : “Le bombardement à comencé à 07u20.”
De eerste slag om Verdun, van februari tot december 1916, kan onderverdeeld worden in drie periodes:
1. Het Duitse offensief van 21/02 tot 06/03/1916.
2. De eigenlijke uitputtingsslag van 06/03 tot september 1916
3. Het Frans tegenoffensief oktober tot december 1916.
1. HET DUITS OFFENSIEF
Op maandag 21 februari is het zover, de aanval wordt ingeluid met een nooit eerder gezien artilleriebombardement. ( latere schattingen laten zien dat er op een rechthoek van 500 bij 1.000 meter 80.000 zware granaten gevallen zijn.) Het bombardement is zo hevig dat versterkingscompagnieën soms 8 uur nodig hebben om 3 kilometer vooruit te komen. Een strook van 22 km, van Malancourt tot aan de vlakte van de Woëvre ondergaat het Duitse "Trommelfeuer". Het gaat er vreselijk aan toe! De Franse loopgraven worden compleet verpulverd, telefoonlijnen en geschut volledig vernield. Mannen worden letterlijk aan stukken gescheurd, ze raken bedolven onder de aarde of verdwijnen in het niets bij een voltreffer. Eeuwenoude bomen worden volledig ontworteld en in hun takken hangen menselijke resten. Het lijkt alsof de wereld vergaat. Deze vuurzee duurt meer dan negen heel lange uren. Rond 05 uur gaan drie Duitse legerkorpsen over tot de aanval, tussen Brabant en Ornes, dit is een front van 10 km. De aanval op het Bois d'Haumont wordt ingezet door het VIIe Duitse Legerkorps, het Bois de Caures wordt aangevallen door het XVIIIe Duitse Legerkorps en het Bois de l'Herbebois door het IIIe Duitse Legerkorps. De Duitsers verwachten dat al het menselijke leven verdwenen zal zijn maar tot hun verrassing is het bombardement minder effectief geweest dan verwacht en wordt er van alle kanten hardnekkig en heldhaftige tegenstand geboden. Overlevenden van de Franse 51e en 72e D.I.( 51e en 72e Infanterie divisie) bieden er de eerste en heldhaftige weerstand De Duitsers gebruiken bij deze aanvallen voor het eerst vlammenwerpers als aanvalswapen. In het bois des Caures proberen de resten van het 56e en 59e B.C.P. (56e en 59e Bataljon jagers te voet) stand te houden. Teruggebracht op 400 man (van 1500) en onder bevel van Lt. Col. Driant ondergaan zij een overmacht van één tegen tien. Als de avond valt is het Bois de Caures (verdedigd door kolonel Driant en zijn Chausseurs) en het Bois de l'Herbebois nog steeds in Franse handen, de Duitse oorlogsmachine hapert. Op de avond van de 21e februari is enkel het bois d'Haumont in Duitse handen. Dit is een terreinwinst van amper 1200 meter. De Duitse aanval had hier onbelemmerd kunnen doorstoten naar de dorpen Brabant en Samogneux, maar als de toestemming daartoe wordt gegeven is het reeds te donker om verder te gaan en moet de opmars worden gestaakt. Het Franse Hoofdkwartier in Chantilly reageert zeer lauw en het beschouwt de Duitse aanval als een lokale en onbelangrijke gebeurtenis.
Dinsdag 22/02. De helse beschieting begint opnieuw, nog intensiever dan de dag voordien. Ook de linker Maasoever en de sector van de Woëvre (de rechterkant van de Verdun – sallient ) wordt hevig beschoten. ‘s Middags hernemen de Duitse troepen hun aanval. De Duitse aanval concentreert zich nu op het dorp Haumont en het Bois de Caures waar kolonel Driant na zware gevechten wordt omsingeld. Driant sneuvelt, de laatste overgebleven Chausseurs trekken zich, strijdend, terug op het dorp Beaumont. Het dorp Brabant komt zwaar onder Duits vuur te liggen en de Fransen besluiten ’s avonds om tot de evacuatie over te gaan. Aan het einde van de middag zijn het dorp Haumont en het Bois de Caures geheel in handen van de Duitsers. Van de verdedigers van het dorpje Haumont, mannen van het 364e R.I. ( Infanterie regiment), overleven 6 officieren en 50 soldaten het gevecht ...Het Bois de l'Herbebois is echter nog steeds in bezit van de Fransen die hevig tegenstand bieden. Het Franse Hoofdkwartier reageert nog steeds niet: uit de rapporten die binnenkomen, blijkt nog steeds niet dat men de ernst van de situatie onder ogen ziet.
Woensdag 23 februari – Vandaag is er weer zwaar gevochten. Het dorp Brabant valt in Duitse handen dit ondanks de felle tegenstand geboden door het Franse 351e Infanterie Regiment dat zich nu terugtrekt op Samogneux. De strijd om het Bois de l'Herbebois gaat in alle hevigheid door. De Franse tegenaanval op het Bois de Caures wordt afgeslagen. Vanuit het nabijgelegen Bois de Wavrille vallen de Duitsers vanaf de flank het Bois de l'Herbebois aan. De Franse 51e divisie trekt zich terug maar ze laten de Duitsers toch hevig bloeden bij het innemen van het Bois de Fosses. De strijd om Samogneux is verbeten maar het dorp is nog altijd in Franse handen, maar voor hoe lang nog? De Fransen worden teruggedrongen tot de lijn Samogneux - Beaumont - Ornes. De toestand is kritiek:! De Fransen zijn nu verdreven uit hun eerste verdedigingslijn en hun zwakke tweede en derde verdedigingslijnen zijn geheel verdwenen. Er is nagenoeg niets meer wat de Duitsers nu nog kan stoppen. Op het Franse hoofdkwartier wordt het hen eindelijk langzamerhand duidelijk dat de situatie ernstiger is dan men aanvankelijk dacht. Joffre stuurt een van zijn staf- medewerkers naar Verdun om de situatie ter plekke te beoordelen
Einbruch in die französische Front nördlich Verdun
Vorstoß in 10 Kilometer Breite und 3 Kilometer Tiefe - Über 3000 Franzosen gefangen
Großes Hauptquartier, 23. Februar.
Westlicher Kriegsschauplatz:
Auf den Maashöhen dauerten die Artilleriekämpfe mit unverminderter Stärke fort.
Östlich des Flusses griffen wir die Stellungen an, die der Feind etwa in Höhe der Dörfer Consenvoye-Azannes seit anderthalb Jahren mit allen Mitteln der Befestigungskunst ausgebaut hatte, um eine für uns unbequeme Einwirkung auf unsere Verbindungen im nördlichen Teil der Woevre zu behalten. Der Angriff stieß in der Breite von reichlich 10 Kilometer, in der er angesetzt war, bis zu 3 Kilometer Tiefe durch. Neben sehr erheblichen blutigen Verlusten müßte der Feind mehr als 3000 Mann an Gefangenen und zahlreiches noch nicht übersehbares Material ein.
Im Oberelsaß führte der Angriff westlich Heidweiler zur Fortnahme der feindlichen Stellungen in einer Breite von 700 und einer Tiefe von 400 Meter, wobei etwa 80 Gefangene in unserer Hand blieben.
In zahlreichen Luftkämpfen jenseits der feindlichen Linie behielten unsere Flieger die Oberhand. Oberste Heeresleitung


