Het laatste Duitse offensief, de bezetting van Fleury
Het volgende grote Duitse offensief is gericht op het veroveren van het dorpje Fleury en de verovering van fort Souville. Van daaruit wil het Duitse leger dan doorstoten naar Verdun. Voordat de grote aanval plaatsvindt moeten de drie Duitse divisies die gelegen zijn tussen de Côte du Poivre en het fort Douaumont wel hun uitgangspositie versterken en daarbij de Thiaumont-fortificatie innemen. Dit is een klein fort met een gepantserde geschutstoren, dat op de heuvelrug vanuit een allesoverheersende positie veel schade toebrengt aan de Duitse troepen.
Donderdag 08 juni De aanval begint maar wordt afgeslagen. De volgende aanvallen op maandag 12 en dinsdag 13 juni leveren enige kleine successen op dat wil zeggen dat een aantal Franse versterkingen en mitrailleurposten in dit gebied worden ingenomen. De Thiaumont-fortificatie is nog steeds Frans bezit.
Woensdag 21 juni 15.50 uur Drie Duitse Legerkorpsen bestaande uit zes divisies, met in totaal 60.000 man, komen in beweging als voorbereiding op de geplande aanval die twee dagen later zal plaatshebben. Het inleidende bombardement levert minder verlies en beschadiging op dan algemeen verwacht wordt, maar het heeft wel weeral de Fransen gewaarschuwd voor de komende aanval. Hier en daar geven de Poilus zich over maar in de meeste gevallen worden de Duitsers opgewacht door mitrailleurvuur. Net zoals bij andere dergelijk aanvallen proberen Franse scherpschutters om de Duitse officieren uit te schakelen. Ook deze attaque is weinig succesvol. Enkel op de linkervleugel, tussen fort Vaux en fort Tavannes, worden er twee Franse versterkingen veroverd. Deze aanval is de voorloper van het grote offensief dat gepland is op 23 juni.
Op 22 juni om 22.00 uur krijgt de Duitse artillerie het signaal om te vuren, 230 stukken geschut schieten in totaal 110.000 gifgasgranaten af. Eén voor één verstommen de Franse kanonnen! Het gifgas schijnt zijn werk te doen. Bij deze aanval gebruiken de Duitsers wordt voor het eerst een nieuw soort gifgas gebruikt. Het is fosgeengas! Dit gas heeft een dodelijke uitwerking die pas na enkele dagen en onder afschuwelijke omstandigheden intreedt. Men rekent er op dat de Franse gasmaskers niet bestand zullen zijn tegen dit nieuwe gifgas. Het is door de Duitse geleerden zo getest op Franse gasmaskers dat het er deels doorheen gaat. Dit is voldoende om ernstige schade, aan het lichaam, aan te richten en degene die het inademde te doden
Vrijdag 23 juni, wordt zowel letterlijk als figuurlijk een gloeiend hete zomerdag. 06.00 uur de aanval begint 17 Duitse regimenten vallen aan in de richting Fleury-Souville maar de aanval zal uitsterven op het Ouvrage de Froideterre. Het offensief is gericht op de verovering van het dorp Fleury en de inname van fort Souville. Van daaruit wil het Duitse leger dan doorstoten naar Verdun. Het fosgeengas heeft minder effect dan werd verwacht en de Duitse aanval stagneert al in een vroeg stadium. Het gas heeft wel de Franse geschutsbatterijen in het achterland tot zwijgen gebracht maar de voorste Franse linies hebben nauwelijks geleden onder de gasaanval. Om 9.00 uur komt de Franse artillerie weer tot leven. Zij richten hun vuur, net als de Duitsers, op het dorp Fleury waar Duitsers en Fransen man tegen man vechten om elke meter grond. Ondertussen is de versterking Froideterre veroverd en wordt de Franse commandopost in Quatre Cheminées belegerd en later veroverd. Aan het einde van de middag luwt de strijd. De hitte en de dorst eisen hun tol! De troepen raken uitgeput en hebben gebrek aan water en munitie. De aanval op fort Souville is volledig mislukt. Alleen de Thiaumont-fortificatie en het dorp Fleury wordt gedeeltelijk bezet. Dit dorp is nu een vooruitgeschoven positie in het Duitse front dorp. De aanval op Verdun is andermaal mislukt. De Duitse legerleiding is zeer teleurgesteld! Doch de Franse verdediging verkeert in deze periode in een crisissituatie. Verdun word ernstig bedreigd
De crisis bij de Franse verdediging: De Franse verdediging verkeert deze dag in een crisissituatie. In paniek vluchten Franse troepen door de straten van Verdun. In de stad legt men al verdedigingsloopgraven aan. Overal ziet men kermende soldaten op de grond liggen die enorme pijnen doorstaan, het zijn allemaal slachtoffers van het nieuwe gas. In paniek begint men met de evacuatie van legeronderdelen en voorraden. Elke coördinatie vanuit de legerleiding ontbreekt en niemand heeft nog enig overzicht van de situatie. Men overweegt zelfs, ook Pétain en Nivelle, de rechter Maasoever te ontruimen. Pétain gebruikt hiervoor als motief dat de Duitsers, bij een eventuele doorbraak, een groot deel van de totale Franse artillerie in handen zouden krijgen, wat een geweldige slag zou beteken voor de gevechtskracht van het Franse leger. Maar men durft het risico niet aan, dit vanwege de invloed die de ontruiming zou hebben op het moreel van het Franse volk. Het volk zou het opperbevel zeker verwijten dat de immense verliezen dan zinloos geweest zijn en dat het opgeven van Verdun een nederlaag is voor het gehele Franse volk. op het Hoofdkwartier heerst er ook een panieksituatie Joffre en De Castelnau zijn ten einde raad. Joffre belooft 's avonds om vier nieuwe divisies te sturen, dit ondanks het feit dat deze troepen nodig zijn bij het nakende offensief aan het Somme-front. Ook de weggestuurde Mangin wordt teruggeroepen.
Dat de Duitsers niet bij machte zijn een doorbraak forceren is te danken aan individuele acties van heldhaftige Franse officieren! Zij organiseren zelfstandig de verdediging aan het front. Maar ook de Franse artillerie, die zonder ophouden doorgaat met het spervuur dat de Duitsers vastpint in hun stellingen, helpt de benarde situatie redden.
Op 24 juni ontvangt het hoofdkwartier van het Duitse Ve Leger het verzoek zuinig te zijn met mensen, materialen en munitie. Het Duitse opperbevel verwacht immers een groot geallieerd offensief aan de Somme en het op 04 juni is een groot Russisch offensief begonnen aan het oostelijke front eist ook mankracht en materiaal op. Maar generaal von Knobelsdorf wil toch nog een allerlaatste aanval op Verdun inzetten. Het stopzetten van de aanvalsactiviteiten zou immers betekenen dat de Duitse troepen zich moeten terugtrekken omdat het tot dusverre veroverd terrein zeer moeilijk te verdedigen is. De vraag is echter hoe moet of kan men ooit die verschrikkelijke Duitse offers rechtvaardigen als het veroverde gebied terug vrijwillig wordt afgestaan? Maar voor het zover is zullen de Fransen op 25 juni een grote tegenaanval in zetten waardoor de Duitse voorbereidingen voor de geplande aanval zullen moeten worden uitgesteld.
Zondag 25 juni: De Fransen zetten onverwacht, na een korte inleidende beschieting, een grote tegenaanval in. Hierbij wordt de Thiaumont-fortificatie bijna ingenomen. Ook in de daarop volgende dagen blijft het Franse leger aanvallen.
Zaterdag 01 juli: De gevechten aan de Somme beginnen. Er worden troepen, artillerie en vliegtuigen van het Verdunfront overgebracht naar de Somme. Daardoor loopt het Verdunfront gevaar om op de achtergrond te verzeilen. Dat wil echter niet zeggen dat de strijd daardoor minder hevig zal worden. Nog steeds wordt verbeten gevochten om Fleury en dit onder onbeschrijfelijke helse, vreselijke omstandigheden. Dag en nacht volgen beschietingen, aanvallen en tegenaanvallen elkaar daar op. Het dorp zou in de loop van de strijd zestien maal van bezetter zijn gewisseld. De omstandigheden zijn er erbarmelijk: drinkwater is niet beschikbaar, de dorpspomp ligt zwaar onder vuur. De soldaten halen 's nachts water uit granaattrechters waarin al dagenlang lijken drijven. Ook de Thiaumont-fortificatie wordt keer op keer bestormd en wisselt regelmatig van bezetter. De Duitse troepen blijven vooruitgang boeken, maar uiteindelijk zal ook de pas afgesneden worden. Vanwege de grote verliezen die het Duitse leger al geleden heeft zal Erich von Falkenhayn van zijn functie afgezet worden. Generaal Paul von Hindenburg zal hem opvolgen.
De tweede Duitse aanval: de strijd om fort Souville
De Duitse aanval zal plaatsvinden op een smal front, dit om het artillerievuur zo sterk mogelijk te kunnen concentreren. De hoofdaanval ligt tussen het Bois de Chapitre en Fleury en er wordt ook een aanval ingezet vanaf de linkervleugel die gericht is op het fort Tavannes. De aanval zal weer ingeleid worden met het afvuren van gifgasgranaten, hiervan zijn er 63.000 stuks beschikbaar. Tijdens deze beschieting zal weer, net als bij de aanvallen van 23 juni 1916, gebruik gemaakt worden van één van de dodelijkste gassen die tijdens de Eerste Wereldoorlog is gebruikt. Dit gas was de sterkste variant van het "groene kruis", ( groen kruis is het herkenningsteken aangebracht op de artilleriegranaten) dit betekende dat het chloor of fosgeen is. In dit geval is het fosgeengas. De op 07 juli geplande aanval moet echter wegens slecht weer worden uitgesteld tot 11 juli.
Op 11 juli. Om 00.00 uur begint het bombardement, maar het gifgas heeft weinig invloed op de Fransen. Zij zijn nu wel voorbereid en hebben de beschikking over goed werkende gasmaskers. Wanneer de Duitse aanvalstroepen in beweging komen, is het Franse vuur zo hevig dat er de grootste verwarring ontstaat: door het te smalle front raken aanvaltroepen en reservetroepen zonder coördinatie door elkaar. Eén van de bataljonscommandanten van het 3e Regiment Jäger weigert de aanval verder door te zetten want het zou tot zinloos bloedvergieten leiden bij de onervaren nieuwelingen in zijn bataljon. Elementen van de Beierse Garde geraken tot boven op het fort Souville. Een ultieme Franse tegenaanval met waarachtige lijf aan lijf gevechten kan hen verdrijven.. De Duitsers boeken toch nog een succes, het dorp Fleury wordt eindelijk geheel ingenomen. Op 500 meter afstand ligt fort Souville. De bezetters van Fleury wachten op de reservetroepen die uit fort Douaumont moeten oprukken zodat er een doorbraak naar Verdun kan worden gemaakt. De reservetroepen verschijnen niet evenmin als de bevoorrading; er is zoals gewoonte een groot tekort aan munitie, eten en drinken. De Fransen kunnen op het laatste moment versterkingen aanvoeren om de Duitsers tegen te houden. Er verschijnen ook Franse versterkingen op de Belville heuvelrug die onmiddellijk veldgeschut inzetten op Fleury, waardoor de Duitsers in dekking moeten.Er wordt nog een poging ondernomen fort Souville in te nemen maar ook die mislukt. Opnieuw is de Duitse aanval op Verdun mislukt. Als gevolg van de Slag bij de Somme worden de activiteiten aan het front van Verdun verder getemporiseerd. De strijd aan het Verdunfront gaat weliswaar op kleinere schaal maar toch onverminderd door.
Een soldaat vertelt: “…..modder, hitte, dorst, smerigheid, ratten, de zoetige geur van lijken, de walgelijke stank van uit- werpselen en de vreselijke angst. Het ziet ernaar uit dat we moeten aanvallen, en dat terwijl we al aan het einde van onze krachten zijn”….
Een soldaat vertelt” …..en in de zomermaanden die zwermen aasvliegen rond de lijken en dan die stank, die vreselijke stank. Als we loopgraven moeten aanleggen steken we knoflooktenen in onze neusgaten…”
De Duitse aanval op de linkervleugel mislukt. De Duitse troepen worden zo zwaar onder vuur genomen dat ze fort Vaux niet kunnen verlaten. Na een beschieting van acht uur is er een vuurpauze. Slechts de helft van de dan uitgerukte aanvalstroepen zien kans om de Batterie de Damloup te bereiken. Het aanvaldoel, de Laufée-fortificatie, wordt niet bereikt maar onderweg worden toch nog een paar versterkingen ingenomen. In plaats van door te breken naar Verdun, door het gat dat is geslagen bij Fleury, besluit de Duitse legerleiding de aanval te openen op het fort Souville waar een verdwaalde Franse compagnie het garnizoen toevallig heeft versterkt. Vanaf 01 juli is het fort dagelijks beschoten door de Duitsers in het totaal zou in deze periode meer dan 38.000 artilleriegranaten afgeschoten zijn.
Het Franse 217e regiment dat ten zuidwesten van de Batterie de Damloup ligt is door de aanval van de jagertroepen compleet verrast.
Onderofficier Bonfils verteld hierover:
"Van de 35 Poilus, die ik bij de aflossing had, op de rechtervleugel zijn zij allen gevallen en liggen tussen het puin. Geheel automatisch haal ik het slijk van een aantal oude handgranaten die uit de omwoelde grond staken en doe een nieuw magazijn in mijn pistool.
De honger kwelt me niet, maar sinds lange tijd zijn mijn lippen niet door druppels vochtigheid opgefrist; ze zijn opgezwollen, net als mijn tong. Ik heb een afschuwelijke smaak van knoflook en lijken in mijn mond, een reuk, die zelfs in de kleding trekt. "Volhouden of sterven", had men ons opdracht gegeven, alvorens men ons naar de stellingen zond. Nu, wat dat volhouden betreft, we houden nog steeds stand. Maar leven we eigenlijk nog wel?
Wat zie ik? Een man, een officier springt waanzinnig van trechter naar trechter... Het is onze bataljonsadjudant, Valençon. Zijn gezicht is geheel verminkt.
Als hij mij ziet, komt hij naar me toe. Hij heeft zware verwondingen, zijn jas zit onder het bloed. Van pijnen gekweld bericht hij mij stotterend de gehele draagwijdte van de catastrofe, die over het VI. bataljon uitgebroken is.
Sinds gisteravond geen bevel meer. Geen van de uitgezonden ordonnansen is teruggekomen; de verbinding is door de beschieting volledig verbroken; de frontlinie is op meerdere plaatsen doorgebroken!...
Doordat hij het van de pijn niet meer uithoudt, verlaat hij mij en zegt, hij verzoekt, de tunnel te bereiken.
Nauwelijks is hij in de chaos van granaattrechters verdwenen, als ik al spijt heb, hem niet begeleid te hebben. Ik overwin dit gevoel bij de gedachte, dat we nog met zijn vijven zijn, met de leiding meegerekend. Die volhouden..."
Het Duitse Infanterie Regiment 99 (I.R. 99) valt het infanteriewerk V.L.L. 1. (door de Duitsers Infanterie-raum 780 genoemd) aan, dat door het Franse 217e regiment onder andere wordt verdedigd. V.L.L. 1. dient als versterking voor de Batterie de Damloup.
Een directe verovering van de bunker mislukt. Het infanteriewerk wordt uitgerookt. Door het verrassende effect wordt een heel bataljon van het 217e regiment, bestaande uit 1.300 man en 33 officieren, uitgeschakeld of gevangengenomen. De bataljonsadjudant, Valençon, wordt tijdens zijn tocht naar de tunnel van Tavannes gevangengenomen.
Door het wegvallen van het VI. bataljon van het 217e regiment ontstaat een bres waardoor de Duitse troepen doortrekken. Zij vallen het aan de rechterkant gelegen IV. bataljon van het 358e regiment onder majoor Roman in de rechterflank en van voren aan.
Majoor Roman vertelt:
"Het terrein, dat het bataljon houden moet, strekt zich uit van de Ravin des Fontaines (bekend als dodenravijn), waar de linkerflank met een bataljon van het 7e regiment in verbinding staat, tot de steenbrug ten westen van fort Vaux. Nergens een schuilplaats, nergens een loopgraaf. Alleen de ene trechter op de andere.
Plotseling om 4u45 wordt het artillerievuur naar voren gelegd. Op het oorverdovende lawaai volgt volledige stilte. Nu komt de aanval!... Iedereen eruit, ieder op zijn post. Na het barsten en knallen van granaten wordt het nu een waanzinnige schietpartij, het geknetter van het machinegeweer neemt dit over, een groots schouwspel.
Bij de schuilplaats staand hoor ik de aanvalsgolven, maar ik zie ze niet vanwege de gesteldheid van het terrein.
Over ons bataljon ben ik terstond gerustgesteld. Het slagen of mislukken van een aanval openbaart zich binnen enkele minuten, of zelfs seconden. Ik kan mijn linie niet zien, doordat de afzonderlijke silhouetten in de wirwar van granaattrechters verdwijnen, maar ik zie ze niet terugwijken en dat is het belangrijkste; ze houden stand. Het ratelen van onze machinegeweren is daar nog een bewijs van.
Men moet zo een moment beleeft hebben, om het ongewone genoegen te begrijpen, die bij zo een zekerheid door je stroomt. Zij wordt spoedig daarop door ordonnansen bevestigd, die door de compagnieleider werden gestuurd.
Deze ordonnansen! Wat een kerels, zijn dat! En wat een helden, zonder het zelf te weten.!
Één van hen, Sourdais, ordonnans van de 15e compagnie, is volledig elektronisch, gehypnotiseerd door de slag. Op het moment van een aanval schiet hij met zijn kameraden, schreeuwend, in het rond zwaaiend, iedereen aanvurend, om vervolgens rechtop op de borstwering te staan, zonder op de kogelregen te letten. Hij loopt van het ene einde van een compagnie naar de andere. Dan als de aanval afgeslagen is, haast hij zich, om de leider in te lichten om vervolgens een order naar mij te brengen. Nauwelijks heeft hij mij in een koortsdroom de zaak verteld, als hij mij voorstelt, daarheen te gaan om te kijken... en zonder mijn antwoord af te wachten, loopt hij weer weg.
Het bataljon van het 7e regiment, dat aan mijn linkerkant is en dat de rechtervleugel van het Bois des Vaux- Chapitre gekregen heeft, is ook niet van de stellingen geweken. De linkervleugel van VI. bataljon, dat met mij in verbinding staat, heeft ook stand gehouden. Ik ben erg blij, bij de zekerheid, dat de Duitse aanval op alle stellingen mislukt is!...
Het wordt nog beter, men brengt mij drie gevangenen, die in hun tempo tot in onze linies doorgelopen zijn. Ik verhoor één van hen en vraag hem, of de Duitsers nog steeds denken Verdun in te nemen. "O nee, antwoord hij op een toon, die hopeloos klinkt. We weten dat er nog vijf betonmuren te nemen zijn. Dat is teveel! We komen daar nooit doorheen!" Ik hoed mezelf, hem van zijn mening af te brengen. Vijf betonmuren, grote god! Hoe kom je daarbij? We hebben geen goede afweerstelling meer, niets.
Nadat dit genoegen voorbij is, haast ik mezelf, overste Chanson in te lichten, die iedere seconde aan ons denkt, of ik zijn order wel heb gehad.
Ons genoegen is echter maar van korte duur. Allereerst, omdat de verliezen door het artillerievuur en door de aanval zeer hoog zijn.
En dan horen wij, dat de aanval van de Duitsers op Fleury, Sainte Fine, Souville, succesvol was.
In de loop van de voormiddag zie ik geheel foutloos voor het eerst duidelijk achter mij links, dan rechts achter mij Duitse vuurpeilen opstijgen en ik begrijp... dat de aanval in het zuiden eveneens slaagt... waarschijnlijk ben ik ingesloten. Maar ik hou deze ontdekking voor mezelf, daar ik het onnodig vind, het bataljon te verontrusten. Wanneer we ingesloten zijn, zullen wij ons verdedigen, totdat we allen gewond of dood zijn. Daartoe ben ik bijna vastbesloten. Maar de terugtocht beginnen, nooit! Me overgeven, nog minder!"
In de tunnel van Tavannes zit assistent-arts Louis Baros. Baros vertelt:
"Dinsdag, 11 juli 1916. Tunnel van Tavannes. De Duitsers dringen ons terug en dringen tot voor de grote zaal. Van alle kanten komen geschrokken mensen, verwarde gewonden; allen vluchten ze naar de tunnel terug; verschrikkelijke scènes worden aan ons beschreven; de Duitsers vallen massaal aan, werpen handgranaten en zetten vlammenwerpers in, overal slaan granaten in. Vele granaten exploderen geluidloos, waarop een fles breekt, en daarbij een zeer vluchtig, zwaar ruikend gas vrijlaat, dat stekend op ogen en keel werkt en een brandend gevoel in de longen opwekt.
Plotseling is er een schreeuw te horen: "Gas!" Een kruidige geur naar bittere amandelen maakt zich kenbaar, dringt in de kelen en de longen. We zetten snel onze gasmaskers op, maar het is al te laat, de ogen tranen, de neus brand en in de keel jeukt het ondraaglijk. Het was al een verstikkende lucht in deze tunnel, die lucht had ons nu nog bevallen. Gewonde en verwarde soldaten vluchten verder terug, vele storten zich in de tunnel, ze hoesten, braken, bijna stikkend door het gas, zijn verstoord, hun ogen puilen uit, bij enkele komt schuim uit de mond, een fale bleekheid is op hun gezicht te zien.
Het Duitse spervuur op de beide uitgangen van de tunnel is heftig. Al naar voren gebrachte reserves ondersteunen de schommelende linies....
Geniesoldaten bereiden alles voor, om de tunnel op te blazen, wanneer de vijandelijke opmars voortduurt.
Door een ontstane bres stoten de Jagers door tot op enkele meters van de oostelijke ingang van de tunnel van Tavannes. Het Duitse I.R. 143 dat naast I.R. 126 ligt weet ook een stuk door te stoten naar "Batterie 6-2 de Bourvaux". Nadat enkele "Stielhandgranaten" in de ingang zijn verdwenen, geeft de uit 250 man bestaande Franse bezetting zich over. Het Duitse I.R. 143 krijgt het bevel om aan te vallen tot onder de tunnel van Tavannes, maar doordat er maar een aanvalsgroep van ongeveer 50 man kan worden samengesteld besluit men niet verder aan te vallen. De Batterij wordt dan ook op de verdediging ingericht en de gewonden worden in één van de ruimtes neergelegd. In dezelfde ruimte liggen ook Franse gewonden die door een Franse arts worden verzorgd. De Franse arts helpt ook de Duitse soldaten. In de namiddag vallen de Fransen aan en met succes wordt de batterij herverovert. Alle Duitse soldaten in de batterij worden hierbij gevangengenomen.
Aan de linkerzijde is aanval begonnen de om 04u55 . Dit is de hoofdaanval die uitgevoerd zal worden door het Duitse I.R. 140 en het Bayerse infanterie Leib Regiment. Het doel van de aanval is de verovering van fort Souville. Ook hier heeft de Franse artillerie het bombardement overleefd. I.R. 140 verliest, die eerste minuten, bijna al haar officieren. De gevechten gaan onder andere om het dorp Fleury, dat bij het begin van de dag al voor de helft in Duitse handen is. De eerste aanval verstomt in Frans (machine)geweervuur. Maar uiteindelijk lukt het de Duitsers toch om ten oosten van het Franse 217e regiment tussen het dorp Fleury en het Ravin des Vignes door te stoten.
Twee Franse bataljons die opdracht hebben de Fransen te komen ondersteunen lopen verkeerd en worden zodoende door de Duitsers met vlammenwerpers in het nauw gedreven.





