De onderaardse Citadel
Wanneer de verhitte gevechten zich ontspinnen op de Côtes de Meuse, trekken soldaten vanuit heel Frankrijk naar het Gare de l' Est in Parijs, van waaruit zij naar Bar-LeDuc worden vervoerd. Daar aangekomen nemen zij de enige toegangsweg, 75 km lang, die nog rest om Verdun te voorzien van nieuwe manschappen en materieel. Deze weg zal later door de schrijver Maurice Barrès tot de La Voie Sacrée (de gewijde weg) gedoopt worden. De soldaten verblijven er in de gangen van de onderaardse citadel alvorens ze naar het front trekken. Deze citadel geld als een onmisbare logistieke basis die haar gasten absolute veiligheid garandeert.
Gedurende de eerste wereldoorlog heerst in die 4 kilometer onderaardse gangen, gegraven tussen 1888 en 1893, een hevige activiteit.
Behalve zes kruitdepots, zeven munitieopslagplaatsen, een molen en uitgestrekte magazijnen, een telefooncentrale en een waterpompstation is er plaats om 6.000 (sommige bronnen vermelden 10.000 man) manschappen te laten verblijven, rusten of werken. In deze hoogst belangrijke logistieke basis leveren de bakkerijovens, die dag en nacht werken, 28.000 broden voor het front van Verdun. In de citadel is er uiteraard ook er een hospitaal.
Bovendien verblijft ,de hele oorlog lang, in deze citadel een afvaardiging van de gemeenteraad van Verdun, dit met de bedoeling de permanente aanwezigheid van de stad de verzekeren. De rest van de gemeenteraad heeft men in Parijs, in de rue de Bellechasse, in veiligheid gebracht.
Vlak na de oorlog overheerst de herinnering, de inkeer, het medeleven.
Een ontroerende plechtigheid lijkt hiervan het begin. In de citadel wordt op 10 november 1920 in tegenwoordigheid van minister MAGINOT, oudstrijder van Verdun, uit acht naamloze en op alle slagvelden opgehaalde doden, de onbekende soldaat gekozen die in de Triomfboog te Parijs zal worden begraven.
Op 10 november overhandigt André Maginot, minister van oudstrijders, aan Auguste Thin, belast met het aanwijzen van de Onbekende Soldaat, een boeket in de kleuren van de Franse driekleur. Voor hem staan de grafkisten van acht onbekende soldaten, opgegraven op acht verschillende slagvelden.Na de cijfers van zijn regiment bij elkaar te hebben opgeteld, het 132e R.I. (Infanterie Regiment ), legt Auguste Thin zijn boeket neer op de zesde kist.Na afloop van deze ceremonie verlaat de rouwstoet het station van Verdun richting Parijs. Daarna wordt de Onbekende Soldaat begraven bij de Arc de Triomphe. Met dit graf herdenkt men alle soldaten die het leven lieten tijdens de Grote Oorlog. De andere zeven onbekenden worden begraven op de militaire begraafplaats van Faubourg Pavé