
Op de foto zie je mijn opa (1886) in de patrijn aan het deeg maken. De patrijn is een ronde kuip die met een eletromotor in de rondte draait. Met daarboven een bewegende arm die het deeg aanmaakt.
met deze opa en mijn vader en 2 knechts heb ik in mijn jeugd gewerkt. Toen ik 8 jaar was liep ik al in de bakkerij. "die is er al vroeg bij, dat wordt een goeie bakker" zei mijn opa! Ik hielp op mijn manier al zo'n beetje. Toen er een blik (broodpan) van de schieter viel! (schieter is een lange houten stok waaraan een platte houten schep waar de blikken mee de oven in en uit werden gedaan !).. toen dat blik dus viel raapte ik dit gelijk op ... ik verbrandde mijn beide handen 2de graads. Wekenlang in het verband gezeten ! d a t d e e d i k d u s n o o i t m e e r !!
In de orlogstijd (1943) kregen wij geen meel meer en ook geen kolen, wij konden dus geen brood meer bakken dat betekende: geen inkomen, geen eten. en in de kou want de oven verwarmde ons hele huis!! Tot overmaat van ramp werd mijn vader, samen met vele anderen door de Duitsers op transport naar Duitsland gezet. Dit was om te werken. Mijn moeder bleef achter met 9 kinderen waarvan de oudste van 13 in Heemstede op het seminari zat. Wij slieipen vanwege het gevaar van bombardementen in de bakkerij, dit was veiliger omdat dit de kelder was. Na de oorlog toen alles weer een beetje normaal was, giingen wij weer bakken. Het brood was nog wel op de bon. Per persoon kreeg je 400 gram brood dit waren 12 boterhammen, daar moest je een week mee doen. In je broodwijk moest je oppassen dat je geen vals bonnetjes aannam. De mensen deden alles om je te bedriegen met die bonnetjes. Elke 14 dagen was er een ander bonnetje met een ander nummer aan de beurt, dit vervalste ze en als je het niet zag dan zwaaide er thuis wat. Je moest onderweg ook oppassen voor plunderaars, die probeerde je wagen open te breken (die zat op slot!) om je brood te stelen. Dit is mij 2 keer overkomen, de hele wagen leeg want eenmaal open vloog iedereen er op af!! Toen kreeg ik een tijdje een politieagent mee! (voor een halfje brood per dag!) Er werd mij wel F.100,= voor èèn brood geboden.. men noemde dit "zwarte handel". Ik heb dit nooit gedaan.
Dit is het einde van deze site over mijn werk, ik ga door met mijn diensttijd bij de commando's in Roosendaal.