Zo als ik al schreef was het iedere nacht raak met luchtalarm (golvende sirene), dit waren "övervliegers". Engelse vliegtuigen die een stad of zo in Duitsland gingen bombarderen.. Met grote zoeklichten probeerden de Duitsers op de grond zo'n vliegtuig in hun lichtstraal te krijgen. Als dat lukte , en dat was echt wel vaak, werd er met alles wat de Duitsers op de grond aan geschut hadden staan op die vliegtuigen geschoten. Een ontzettende herrie. Wij moesten in de kelder, waar wij altijd sliepen, dan samen met onze ouders bidden om gespaard te blijven! Als het weer veilig was (lang gerekte toon) Nam je, je alvast voor om 's ochtends direct de straat op te gaan om scherven van de granaten te zoeken. We vonden er altijd veel. Dikwijls waren ze nog warm van de ontploffing. Ik had er een hele serie van met mooie blauwe aders in het ijzer. Dat was onder de jeugd een geweldig ruilmiddel.
Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
DUITSERS PESTEN !!
Op de nieuwe Binnenweg was een grote bakkerij van de cooperatie 'de vooruitgang'. Je kan wel zeggen een fabriek. Dit bedrijf was door de Duitsers gevorderd om brood, volgens Duits recept, een beetje zurig, te bakken. Regelmatig reden daar legerauto's vol met brood naar de diverse scholen waar Duitsers in gelegerd waren. Op een dag ben ik met een paar vriendjes daar naar toe gegaan. Als zo'auto de hoek om kwam of even moest stoppen klommen wij er aan de achterkant, onder het zeildoek door de wagen in. Wij gooiden dan die broden die daar in lagen zo de straat op! Voorbijgangers die vlogen daar natuurlijk op af en pikten dat mee. Dat heeft niet lang geduurd ! De volgende keer toen wij weer stonden te wachten zat er op elke auto achterop een Duitse soldaat met een geweer...... Toen hebben we het maar niet meer gedaan.
DE JODENVERVOLGING
Na de invoering van het dragen van de jodenster lieten nieuwe maatregelen niet lang meer op zich wachten. Joden moesten hun fietsen inleveren en mochten geen gebruik meer maken van trams en bussen, treinen en taxi's. Ook werd hun verboden te telefoneren en niet-joodse mensen te bezoeken. Verder moesten zij overdag een groot aantal uren in huis blijven terwijl hun bezittingen werden geregistreerd en hun bankrekeningen geblokkeerd werden. Alleen hun leven, hoezeer ook belaagd, bezaten zij toen nog.
Bij het uitbreken van de oorlog telde ons land bij benadering 140.000 joden. Ongeveer 25.000 van hen waren vanuit Duitsland en Polen al gevlucht voor de Nasi's. De joodse gemeente in Rotterdam telde toen 13.000 joden. Maar de razzia's kwamen langzam op gang. Per dag werden er door de Duitsers 2000 joden op transport naar de zogenaamde werkkampen afgevoerd. wij wisten toen nog niet dat deze mensen allemaal in de gaskamers gedood zouden worden. van de 140.000 joden die wij in 1940 hadden bleven er uiteindelijk maar 15.000 over. Over heel Europa gerekend heeft Hitler kans gezien om 6 miljoen joden in kampen te vergassen Al hun bezittingen zijn in beslag genomen en/of afgevoerd naar Duitsland.
BEVEL (orginele tekst)
OP BEVEL VAN DE DUITSE WEHRMACHT MOETEN ALLE MANNEN IN DEN LEEFTIJD VAN 17 T/M 40 JAAR ZICH VOOR DEN ARBEITSINZET AANMELDEN.
Hiervoor moeten alle mannen van dezen leeftijd onmiddelijk na ontvangst van dit bevel met de voorgeschreven uitrusting op straat gaan staan.
Alle andere bewoners, ook vrouwen en kinderen moeten in de huizen blijven totdat de actie ten einde is. De mannen van genoemde jaargangen die bij een controle nog in huis aangetroffen worden zullen worden gestraft, waarbij hun particulier eigendom aangesproken zal worden.
Bewijzen van vrijstelling van burgelijke of millitaire aard moeten ter controle worden meegebracht. Ook zij die in het bezit zijn van zulke bewijzen, zijn verplicht zich op straat te begeven.
Er moet worden meegebracht: warme kleding, stevige schoenen, dekens, bescherming tegen de regen, eetgerei, mes, vork en lepel, drinkgerei en boterhammen voor 1 dag. Medegebrachte fietsen blijven in het bezit van de eigenaar.
De Dagelijks vergoeding bestaat uit goede kost, rookartikelen en vijf gulden. Voor de achterblijvende familieleden zal worden gezorgd. Het is aan de bewoners van de gemeente veboden hun woonplaats te verlaten.
OP HEN DIE POGEN TE ONTVLUCHTEN OF WEERSTAND TE BIEDEN ZAL WORDEN GESCHOTEN
AFGEVOERD NAAR DUITSLAND
MIJN VADER.. 10 november 1944
Toen dit bevel huis aan huis werd verspreid was mijn vader 37 jaar. Goede raad was duur! Wat moest je doen? Eerst maar eens naar buiten kijken wat anderen doen! Er liepen al diverse mannen op straat. Naast ons woonden "de twee gebroeders de Wit " Mijn vader belde hun op om te vragen wat zij deden. Zij hadden al besloten om naar buiten te gaan omdat ze bang waren dat, als ze het niet deden, doodgeschoten zouden worden. Alle mannen tussen de 17- en 40 jaar moesten naar buiten. Mijn vader besloot toen ook om naar buiten te gaan en mijn moeder bleef met 10 kinderen alleen achter.
Noot: er zijn 50.000 Rotterdammers die dag afgevoerd waarvan er alleen al tijdens het vervoer 400 overleden zijn.
Na 17 dagen werd er 's nacht hard op de deur gebonst.. "doe eens gauw open, ik ben het " Mijn vader stond voor de deur in het pikke donker. Het was eind november 1944. Ik werd door mijn moeder naar de kelder gestuurd om de lucifers te halen, van de zenuwen viel ik van de trap af, zo de kelder in. Mijn vader vertelde, dat hij: lopend naar Delft moest en vanaf daar met een trein naar Rheine in Duitsland (West Falen) was gebracht. Maar omdat hij zwaar asthma had kon hij niet werken en is naar huis gestuurd. Wat waren we allemaal blij !!
DE DAVIDSSTER
Op een dag werd er via aanplakbiljetten bekend gemaakt dat de bewegings-vrijheid van de joden ingeperkt zou worden. Ook moesten mensen van joodse afkomst een gele Davids-ster op hun jas dragen. Zonder die ster mochten zij niet meer buiten komen. Bovendien mochten zij alleen nog maar van 10 uur tot 12 uur in de winkels komen. Hitler was begonnen met het uitroeien van het joodse ras. een groot drama. Bij ons op de Havenstraat woonde ook Joodse mensen. Die hadden daar een lompenhandel, Sanders heette zij. Ze zijn weggegaan en nooit meer terug gekomen !!
Zomer 1942, Joodse mensen werden zomaar uit hun woning weggesleept. Je liep op straat en dan zag je ineens dat een vrouw met een kind uit haar huis werd gehaald. (verraden door de NSB!) en dan een auto in werd gegooid ik hoor de vrouw nog gillen. Ach, we kenden allemaal wel Joodse families die nooit meer zijn teruggekeerd.
Was er na october 1942 met betrekking tot de jodenvervolging een soort windstilte ingetreden, op 26 februari 1943 werd die pauze ruw doorbroken. Die dag sloten de Duitse Sicherheisdienst (veiligheidsdienst!!!!) en Nederlandse WA-lieden, drie Joodse instellingen: het ziekenhuis aan de Schietbaanlaan, het Gesticht voor ouden van dagen aan de Claes de vrieselaan en het weeshuis aan de Mathenesserlaan. De in totaal 250 mensen omvattende groep onder wie zelfs zwaar zieken, werd in vrachtauto's weggevoerd. Medicijnen werden meteen in beslag genpmen. Zingend marcheerden de WA-lieden daarna weer af. Zes weken later werden tal van leden van de Joodse Raad gedeporteerd.
Zodra de Joden vertrokken waren, met achterlating van al hun bezittingen, gingen Duitse officieren op rooftocht uit. Zo zijn ontelbare schilderijen, kunstvoorwerpen en antiek, gouden en zilveren sieraden gestolen en grotendeels naar Duitsland gebracht. Huizen van Joodse mensen werden verkocht, ook hun effecten en andere waardepapieren die zich in de bankkluizen bevonden, werden door de Duitsers wederrechtelijk in bezit genomen. In Juni 1943 werd het volgende gedicht over de jodenvervolging gescheven en verspreid:
De menschen-nood schreit achter geloten ruiten,
de koude vensteroogen staren me aan;
maar deze nacht zijn deuren opengebroken
en 'k hoorde kreten schril door de stilte slaan.
Overal wagens reden door de straten
en zijn voor weerloze huizen blijven staan;
de nacht was donker; machteloos hoorde ik 't aan
en leed met hen, die alles achter moesten laten
om levend een graf van jammer in te gaan.
Nu is 't weer rustig; de dag is aangebroken,
maar o, de Joden waar zijn ze heen gegaan?
De levensdeur is achter hen gesloten.
DE LANDVERRADERS
Opening van het Districtshuis van de NSB aan de Heemraadsingel op 28 juni 1941. De leider van deze landverraders was Anton Mussert.
NSB-ers....? Dit waren Nederlanders die vriendjes werden met de Duitse bezetter en daar allerlei dingen voor gingen doen. Wij moemden ze "landverraders". Ze liepen in een zwart uniform met een rode band om hun arm. Deze kleucombinatie doet nu in 2005 nog steeds zeer aan je ogen omdat ik dan moet terugdenken aan dat stelletje tuig. Vooral joden werden verraden. Maar ook als je om welke reden dan ook moest onderduiken of mensen liet onderduiken bij jou thuis, kon je door die NSB-ers verraden worden. (NSB staat voor Nederlandse Socialistische Beweging) Ik herinner mij een liedje dat wij stiekem zongen: "op de hoek van de straat staat een NSBer, het is geen man ook geen vrouw maar een farizeeer. Maak hem dood zoals een jood doe hem in een kissie, doe er dan wat water in dan zwemt-ie als een vissie" Niemand sprak met deze mensen, ook niet met hun kinderen zij werden voor 100 % doodgezwegen.
PERSOONLIJK STAMKAART
VOEDSEL OP DE BON !!
Er was in het begin al weinig meer te eten maar later in 1944 helemaal niks meer. Alle artikikelen die er nog wel waren gingen op de bon. Iedereen, dus ook de kinderen kregen een eigen bonkaart. Elke week werd er bekend gemaakt wat- en op welke bon je iets kon proberen te kopen. Toen wij nog brood bakten moest je dus voor elke 400 gram brood (nou ja wat er voor door ging!) een bonnetje van de klant hebben. Bijdehandjes, die er altijd zijn probeerden de bonnen te vervalsen. Was er bijvoorbeel brood op bonnetje 128, dan probeerden ze van de 3 op bonnetje 123 een 8 te maken, en zo waren er veel trucjes om mij en andere verkopers te bedriegen. Als wij dan weer deze bonnetjes op opplakvellen van 100 stuks inleverden. werd alles nauwgezet door NSB-ers op de ontvanstlokaties gecontroleerd. Owee als er een valse tussen zat dan kon je wel eens je vergunning om te mogen bakken kwijtraken en had je geen inkomen meer .
DE GAARKEUKEN !!!!!!!
Maar uiteindelijk hield het voor ons allemaal op omdat wij geen meel meer konden kopen en ook de kolen voor de oven waren niet meer te krijgen. Dat voedselprobleem werd door de bezetter ludiek opgelost!
Je moest je voedselbonnen die je had allemaal inleveren en daarvoor in de plaats kreeg je per persoon 1 tegeoedbon. Daar kon je dan iedere dag bij de 'gaarkeuken' stampot of soep of iets dat daar op leek voor komen ophalen. Je moest uren in de rij staan en natuurlijk waren mijn broer en ik de klos om dat te gaan doen. Als de paard en wagen met de gamellen dan aankwam kon het uitdelen beginnen. Voor iedere tegoedbon, die die dag geldig was, kreeg je 1 pollepel eten. want meer was er niet....
CENTRALE KEUKEN .......
Omdat wij een groot gezin hadden van 10 personen kregen wij natuurlijk ook 10 pollepels 'voer'. Wij hebben dikwijls problemen gehad omdat mensen die alleen waren maar 1 pollepel kregen en wij zoveel! Ik was altijd bang dat we hierdoor ruzie zouden krijgen. Mijn moeder lostte dat op met de maatregel dat wij in het vervolg met 3 kinderen moesten gaan. dan viel het niet zo op..... Om de lege gamellen werd gevochten want iedereen stierf (soms letterlijk) van de honger Iedereen probeerde zo'n lege gamel te pakken te ktijgen. Ze hadden al een lange houten lepel bij zich om de gamel uit te likken, handig bekeken !!
ZO MAAR OP STRAAT DOODGESCHOTEN
Zulke aanvallen zoals hierboven beschreven hadden ook zeer ernstige gevolgen voor mensen die hier niets mee te maken hadden, nou ja.. niet direct!!
De Duitsers waren natuurlijk kwaad dat dit gebeurt was, en namen op voor hun bekende wijze wraak.
Op de Mathenesselaan werden zomaar 20 mensen aangehouden en daar tegen een muur gezet. Andere mensen die daar ook liepen moesten blijven staan en verplicht kijken....
Deze 20 onschuldige mensen werden gewoon door een paar soldaten ter plekke doodgeschoten. Dit om wraak te nemen op wat de ondergrondse hadden gedaan en als tegenmaatregel op het ontsnappen van de 11 ondergrondse gevangenen. Dit gebeurde regelmatig in Rotterdam en op veel plaatsen zijn er gedenkstenen die hieraan herinneren.
Een ander novemberdrama
Niet te onrechte had de sicherheitsdienst er op gespeculeerd, dat de november-razzia ook een interessant neveneffect kon opleveren namelijk: de vangst van verzetsstrijders, die tijdens dat tumulteuze gebeuren niet meer door de Duitse afzettingen konden breken.
De Rotterdams SD-staf van achttien man, voor die gelegenheid uitgebreid met honderdvijftig uit andere conttreien aangevoerde manschappen, kreeg een leider van de raad van verzeten en vier andere leden van de ondergrondse beweging in handen. Ook werd een geheime zender aangetroffen.
>de leider van de slavenjacht rapporteerde zelfs aan propaganda-minister Goebels dat enkele dozijnen terroristenfuhrer waren gepakt, en dat de illegale wapendepots waren terug gevonden<.
Dat was overdreven maar de Rotterdamse verzetsbeweging wisten toen nog niet wat hun nog meer boven het hoofd kon hangen. Vandaar dat de illegaliteit contact met Londen opnam, met de bedoeling een geallieerde luchtaanval op het gebouw van de Sicherheitsdienst, Heemraadsingel 226 - hoek Mathenesserlaan te bewerkstelligen. Mogelijk zouden op deze wijze ook archieven en dossiers vernietigd kunnen worden. Aldus geschiedde!!
Spijtig genoeg werd het gebouw niet door voltreffers getroffen maar wel tal van huizen er om heen. Later bleek dat tengevoge van deze luchtaanval meer dan zestig Rotterdammers het leven lieten... één lichtpuntje was er wel namelijk; tijdens deze aanval konden 11 in het gebouw opgesloten verzetsstrijders het pand ontvluchten.
De school waar ik op zat werd ook door de Duitsers ingenomen. Ik moest daarom naar een school in de Robert Fruinstraat en deze was vlakbij het gebouw van de Sicherheitsdienst. Op een dag toen ik op school zat, luchtalarm..... Even later gierden de vliegtuigen door de lucht en werd er verschrikkelijk hard en zwaar geschoten. Wat bleek.... In het gebouw van de Sicherheitsdienst lagen veel gegevens van mensen die door de Duitsers gezocht werden . dit waren de ondergrondse. Deze mannen en vrouwen probeerden met alle middelen de Duiters te hinderen. Ze hadden ook wapens en overvielen ook wel kantoren waar bonkaarten afgegeven werden. Deze pikten zij dan af, om de mensen van de ondergrondse eten te kunnen geven. Ook zaten er belangrijke personen in dat gebouw gevangen. Via hun eigen geheime zender konden de ondergrondse met Engeland praten en zo kwamen de vliegtuigen op dat pand af. Vanuit de vliegtuigen werd er met mitrailleurs op het pand geschoten. Ze vlogen gewoon rondjes boven het pand !! Er vielen ook een paar bommen. Dit alles gebeurde op 29 november 1944. 11 gevangenen wisten in de paniek die ontstond uit het gebouw te ontsnappen. Onze school, die 100 meter verder lag werd niet getroffen dus hadden wij het er weer levend afgebracht.
GEEN STROOM MEER....
Ergens in 1943 weer een pamflet. Alle huizen kregen nog maar 2 uur stroom per dag, van 10- tot 12 uur. Dat betekende dat wij 's avonds geen licht meer hadden, vader en moeder met 9 kinderen in het donker, maar dan ook hartstikke donker want buiten brandde er ook geen licht. Bovendien waren alle ramen verduisterd met zwart papier.
Mijn moeder had nog wat paraffineolie kunnen bemachtigen. Mijn vader deed dit in een leeg jampotje, aan een drijvertje deed hij een draadje katoen en dat puntje kon je aansteken, We hadden toen een klein kaarsje in de kamer staan en hadden zo een beetje licht. In de kelder stond ook zo''n eigengemaakt kaarsje. Iemand, ik weet niet meer wie er op het idee kwam om een fiets op de achterstandaard te zetten met de dynamo op het achterwiel. Het achterwiel was dan los van de grond. Mijn oudste btroer en ik moesten fietsen en zo hadden we heel wat licht in de kamer. Zo zie je maar, voor alles schijnt een oplossing te zijn. Ook in de kerk was alleen maar kaarslicht. Mijn vader was de organist van de Antonius Abtkerk. Naast het orgel stond een grote blaasbalk die voor lucht in het orgel zorgde. Die moest toen met de hand bediend worden, met een grote zwengel op neer pompen en lucht in de blaasbalg doen. Ik was de klos en moest dat doen. Ik liet de blaasbalk wel eens haast helemaal leeglopen, dan zakte de toon van het orgel en huilde het orgel. dan weer snel pompen en kwan hij weer op toonhoogte. Ik kreeg na afloop wel op mijn donder, maar leuk was het wel.
WINTER 1943
Het was winter 1943, heel erg koud en niemand had kolen om de kachel aan te maken. De deuren in de huizen waren al opgestookt, bomen in de straten werden omgezaagd en meegenomen en in sommige huizen was de vloer van de zolder ook al de kachel in gegaan !! Toen zijn we maar begonnen met het slopen van reeds beschadigde huizen. Daarna was de school met de bijbel, aan het einde van de Havenstraat aan de beurt. We sloopte alles er uit. Eerst de schoolbanken, de deuren, de raamkozijnen, dan de vloeren en als laatst de binten van het dak. Toen het zwembad "De Kous"aan de Vierhavenstraat. Daar stonden wel 100 houten kleedhokjes, daarin had ik mij dikwijls verkleed, voor drie cent mocht je daar een halve dag zwemmen. Na een week was er geen zwembad meer !! Alles dat brandde namen wij mee naar huis.
KOOLAS EN BOMEN UIT DE STRATEN!
Toen was het koolas en de bomen uit de straten en plantsoenen aan de beurt. Alle paden werden losgehakt, ook dat brandde maar het stonk wel erg. Op de duur was alles dat brandde overal opgestookt en zaten we in de kou! We hielden binnen onze jassen aan en mijn moeder gooide 's nachts alles wat zij had over ons heen om een beetje warm te blijven Op een avond werd er hard op de winkeldeur gebonsd, mijn vader deed open. Voor de deur stond een grote zak met kolen!!! die had waarschijnlijk een van de schippers gebracht want daar leverden wij altijd brood aan. Het waren hele grote brokken steenkool. Een geschenk uit de hemel, we hebben er een maand van gestookt.
HONGERSNOOD


op de foto: zo zagen wij er uit in 1943, ziek van de honger......
We konden niet naar school de onderwijzers waren afgevoerd naar Duitsland. Er was maar 2 uur per dag water en electriciteit en gas was er helemaal niet meer.
We stonden de hele dag in de rij. Honden en katten waren er ook niet meer. Ook geen paarden. Alles was allang opgegeten. We probeerden bloembollen en suikerbieten te pakken te kgrijgen, als je maag maar wat kreeg!! Ik schooierde elke dag om iets te eten te vinden. Met velen liepen wij naar Berkel-Roodenrijs, naar boeren want die ruilden weleens eten voor alles wat maar waarde had!! Als je wel eens wat kreeg moest je maar zien hoe je er mee thuiskwam. Ze sloegen je in elkaar voor een paar aardappelen. Ik verdeelde het onder mijn hemd en in mijn zakken. Bovendien was er op elk belangrijk kruispunt altijd een controlepost van de moffen (Duitsers) Die hielde iedereen aan en pikte alles af. Zelfs je fiets namen ze in beslag. Die werden afgevoerd naar Duitsland. Nu na 60 jaar vragen wij nog wel eens aan een Duitser "heb jij soms mijn fiets gezien?"
DE HONGERTOCHTEN. . . . . . .
Zij die het eerst als slachtoffer van de honger vielen waren meestal de eenzame zoals; zieken, gehandicapten en bejaarden. Het waren mensen waar haast niet naar omgekeken werd omdat iedereen door de wanhopige toestanden - elke dag zijn vindingrijkheid moest aanboren om zelf te overleven - . Vooral jonge vrouwen die weduwe waren of wier man gedeporteerd was voerden een verbitterde strijd om hun gezin overeind te houden, temeer omdat deze mensen dikwijls ook geen inkomen meer hadden. Anderen die wel goed bij kas waren konden nog wel eens iets op de zwarte markt kopen. Daar moest je, in die bange ellendige dagen, 90 tot 100 gulden voor een heel brood betalen, 80 gulden voor een beetje vlees en wel 800 gulden voor een mud aardappelen, dat was dus ALLEEN VOOR DE RIJKEN WEGGELEGD!!
Onder druk van de toenemende hongersnood trokken mensen langs de deuren van de betere buurten en vroegen her en der of ze iets te eten konden krijgen. Je was soms al gelukkig met wat aardappelschillen. Honden katten waren er allang niet meer.
Dat je ondervoed was, dat merkte je eigenlijk vooral doordat je steeds apathischer werd, vertelde een man. " op de duur deed je helemaal niets meer, behalve eten jatten en bij elkaar schooieren, Verder lag je in bed. je ging zelf niet eens meer naar de schuilkeder als het luchtalarm was. Het kon je allemaal niks meer schelen.
In deze reddeloze sfeer, waarin men alles of niets meer voor mogelijk hield, kwam het tot de zogenaamde hongertochten naar het platteland. Duizenden mensen, vaak ten einde raad, soms barrevoets en in vodden van kleding trokken eindeloze karavanen er op uit. Daar kwam nog bij dat we te kampen hadden met eeen hele strenge winter. je liep over hardbevroren of zwaar besneeuwde wegen. Er zijn toen verschrikkele dingen gebeurd; vrouwen die zich zelf 'gave' in ruil voor voedsel, moeders die hun kinderen bij boeren achterlieten, in de hoop dat ze dan wel te eten hadden.
Iemand vertelt: " ik herrinner mij dat mijn zusje op de fiets naar Klaaswaal fietste, op hongertocht! Na vijd dagen was zij terug, ik kwan uit school en ze lag languit op een deken op het balkon, volkomen uitgeput, broodmager, kapotte lippen, maar dol gellukkig over de grote zak aardappelen die ze had meegebracht.
Ze hadden in Klaaswaal moeten wachten tot het donker was, want de Duitsers schoten als ze mensen zagen die voedsel probeerde te bemachtigen. In de bomen zag ze dode mensen hangen. Ze kregen aardappelen maar ze werden ontdekt, maar gelukkig door de Nederlandse marrechaussees, die ze wel in een cel opsloten, maar de volgende dag mét het voedsel vrijlieten. Tulpenbollen of suikerbieten, alles werd opgegeten. dikwijls hield men er erge buikpijn van over. tienduizenden mensen zijn in Rotterdam in die strenge winter de hongersdood gestorven.
VERNIETIGING VAN DE ROTTERDAMSE HAVEN
Er kwam weer een nieuw bevel van de bezetter! We moesten allemaal binnen blijven en in verband met de luchtdruk van ontploffingen de ramen en de deuren open zetten. We mochten niet voor de ramen komen.
De Duitsers begonnen met het opblazen van alles wat er in de Rotterdamse haven nog bruikbaar was. Kademuren, de kranen de loodsen alles werd met springstof vernietigd. Ik stond thuis met mijn rug tegen de muur van de keuken. De luchtdruk was zo hard dat ik van de muur een opdonder kreeg en de keuken in vloog. Dat was weer een spannende Zondag.
DOLLE DINSDAG
Tegen het einde van de oorlog; Dinsdag 5 september 1944 was de dag dat wij in Rotterdam het einde van de oorlog verwachtten, en de dag dat de NSBers de vlucht naar Duitsland begonnen. Dat kwam omdat de frontlijn snel onze kant op kwam. De bevrijders stonden al aan de grens van Nederland, bij Breda. Nog een klein stukje en we zijn bevrijd... dachten we.
De Duitse soldaat maakte zich nergens meer druk om die wisten wel dat het afgelopen was. Heel wat Nederlanders wachtte de bevrijding niet af en hingen de rood-wit-blauwe vlag alvast uit. Dit tot grote ergenis van de SS (Storm School) en de SD (Sicherheis-Dienst) van de fanatieke Duitsers. Er werd in de straat geschoten op de vlaggen en op de mensen die de vlag uit gingen hangen. Weer grote paniek en wij begrepen dat het nog niet zo ver was.


1 reactie op dit bericht
Reactie op het duitse lied und wir fahren
m.v.g. Huib Terlouw