
Als ik al vroeg naar beneden ga vind ik Lian in de keuken bezig met broodjes smeren.
We hebben als toeristen n.l. een reisje met lunch besteld, daar dit aan zo’n vriendenprijsje is besluit ik dat ze het wel verdiend heeft dat ik haar help.
We gaan eerst naar het dorp waar Saikou onze gids en de nieuwe en trotse eigenaar van de Defender woont.
Omdat Saikou zijn rijbewijs nog niet heeft rijdt Menno vandaag nog, we vertrekken naar Banjul om met de veerboot de Gambiarivier over te steken, net als we de poort inrijden zien we de boot vertrekken, jammer dat wordt dus ruim 1 uur wachten.
Arme Willem is weer ziek geworden en wordt in een taxi gezet en huiswaarts gestuurd.
Nou ik wacht hier liever 1 uur dan 5 minuten bij mijn tandarts, de tijd vliegt om, iedereen maakt een praatje met elkaar. Verkopers van cd’s, sieraden enz. proberen hun slag te slaan bij de toeristen.
Ik sla Kebba gade die de tijd benut om kopers voor de auto te vinden, hij komt met een geïnteresseerde aan en we raken in gesprek.
De man verteld dat we net 4 mannen gemist hebben zij hebben de kustroute gereden vanuit Zeist naar Gambia, hun auto’s heeft hij verkocht voor een schoolproject.
Ik had al van ze gehoord en vertel dat ik voor een gedeelte voor het ziekenhuis van dezelfde stichting rij.
Onmiddellijk pakt hij zijn telefoon en belt naar Nederland, hij krijgt Franka, voorzitter van de stichting Hand to Hand aan de lijn praat even met haar en geeft dan de telefoon door aan mij.
Dan laat hij mij nog kennismaken met enkele andere personen die eveneens op de boot wachten, een van hen blijkt Dr. Dollmann te zijn, de Duitse arts die het ziekenhuis steunt. Tja, zo blijkt maar weer hoe klein de wereld is.
In de verte zien we de veerboot terugkomen, nu de Defender geen dak meer heb je van hieruit een ruim overzicht, de overvolle boot legt aan en dan lijkt het of iedereen tegelijk de boot wilt verlaten, het is een drukte van jewelste.
Vrachtwagens, bussen, auto’s, ezels karren, handkarretjes, brommers en fietsen, fleurig geklede vrouwen met van alles en nog wat op hun hoofd, mannen en kinderen, ongelofelijk wat er allemaal op 1 boot past.
Als wij de boot oprijden kijk ik weer mijn ogen uit, het is een prachtig gezicht deze bedrijvigheid.
Op de boot ontdekt Lian dat ze alle autopapieren vergeten heeft, wat nu te doen het erop wagen of terugkeren, we besluiten het erop te wagen.
Aan de overkant van de rivier verlaten we de boot en krijgen we een flink stuk piste.
In de Defender is nu nog maar een provisorisch kussen gemaakt, de echte moeten nog komen. We voelen het dus goed die bulten en gaten in de weg.
Om het met de woorden van de Gambiaan te zeggen “ its a real Gambian expierience “
Kinderen komen uit het dorp gerend zodra ze ons zien en rennen vaak enorme stukken achter de auto aan, dit zijn echte kleine kampioenen, wat een tempo en dat in deze hitte.
Saikou gooit naar de kleinsten onder hen af en toe wat tennisballen die Lian uit Nederland heeft meegebracht.
Plotseling is er een politiepost, of we even de autopapieren willen laten zien. Tja nu heb je de poppen aan het dansen, Menno legt heel bescheiden de situatie uit maar de beambte is meedogenloos en wilt dat we teruggaan.
Rustig blijven staan en afwachten is het advies van Saikou en Kebba als Gambianen weten zij wat mogelijk is, enkele andere beambten komen langs en zeggen dat het wel goed komt ze lopen naar de meedogenloze beambte toe, deze zien we duidelijk nee gebaren. Na een poosje rustig afgewacht te hebben roept hij Menno bij zich, deze krijgt nog gauw het advies bovenal rustig en vriendelijk te blijven. Na korte tijd komt hij met een glimlach op zijn gezicht teruggewandeld naar de auto, ja hoor we kunnen weer verder.
In Albreda steken we met een klein visserbootje de Gambiarivier over naar het, strategisch gelegen James Island waar de vele slaven verbleven nadat ze gevangen waren genomen.
In de ruines kun je nog zien hoe de mensen bij elkaar gepropt werden de gids verteld over de folteringen en verkrachtingen en over duizenden slaven die stierven aan allerlei ziektes nog voor ze per schip naar overzee vervoerd werden.
We zien nog de ruimte waar Kunta Kinteh met handen en voeten aan de muur vastgeketend gevangen werd gehouden.
Het was een heel indrukwekkend en aangrijpend bezoek, tijdens de terugvaart was het dan ook opvallend stil in het bootje.
Terug in Albreda, drinken we wat in het restaurantje en gaan dan op weg naar het museum, dit blijkt gesloten te zijn omdat de beheerder naar een begrafenis in zijn dorp was.
Er worden nog enkele houtsnijwerken gekocht van de plaatselijke bewoners/kunstenaar. We passeren de olifantboom, die inderdaad opvallend veel op een olifanten hoofd lijkt en vertrekken dan weer via dezelfde piste terug naar Banjul voor de veerboot die natuurlijk weer net vertrokken was.
Als een van de eerste rijden we de poort in en stellen we ons op in een van de rijen, ook nu weer komen er verkopers op ons af en ook een schoenpoetser die Menno zijn boots als nieuw laat uitzien.
Het is al schemerig als we in de verte de veerboot zien komen.
De boot wordt ingeladen en als wij aan de beurt zijn komt iemand ons vertellen dat hij vol is en we op de volgende boot moeten wachten,dat wil zeggen ruim 2 uur.
Meteen beginnen we met z’n allen te protesteren, we waren hier een van de eerste, jullie hebben de ene rij laten voorgaan, dit is niet eerlijk. Zonder auto kunnen we er nog op en Magreet en ik besluiten dit te doen en dan in Banjul een taxi naar ons guesthouse te nemen.
Als we op de boot zijn zien we dat er nog druk overlegd tussen degene die de inscheping regelen, ons protest heeft schijnbaar gewerkt, auto’s brommers en mensen worden verschoven en de Defender rijdt de boot op, half op de klep weliswaar, maar dat schijnt niemand te deren. Enkele mensen en een geit nemen de gelegenheid te baat en springen ook nog snel op de boot.
Het is al laat als we in het guesthouse arriveren, tijd voor ons om het dak op te gaan om te zzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzz