dag 15: lang leve de asfaltweg!!!


Vol spanning vertrekken we zou hij het volhouden??
Het begin ziet er veelbelovend uit we rijden met te hoge snelheid door een dorpje naast de spoorlijn, we durven de snelheid niet te veel te laten zakken uit angst dat de Strange Rover weer vast komt te zitten.
Alles voor niets, even na het dorpje zit hij vast die:bisch!auto.
Een oude man uit het dorp komt helpen, nou ja helpen hij geeft aanwijzingen na ongeveer een half uurtje komt hij weer los uit het zand. Als dank voor zijn aanwijzingen geeft Jos hem een spijkerbroek en ik geef mijn reserve bril, hij blij, wij blij.
Het is al lang 10.00 uur geweest als Menno verder rijdt in mijn auto, schijnbaar denk niemand meer aan de afspraak van gisteren en ik hou wijselijk mijn mond tenslotte wil ik de auto liever niet achterlaten.
Menno geeft goed gas en voor een tijd gaat het redelijk goed, de keren dat de zandplaten van de auto gehaald worden ligt lager dan gisteren.
Vroeg in de middag stopt Menno en deelt me mee dat hij een raar geluid onder de auto hoort er volgt een inspectie maar er is niets te zien, verder dan maar. Na 10 minuten stopt hij weer en kijkt onder de auto, er zit een gat in het differenceel, een tand van het tandwiel door de behuizing geslagen.
Menno kruipt er onder en begint te sleutelen, af en toe geeft hij een opdracht aan de andere mannen. Na enkele uurtjes komt hij onder de wagen vandaan, hij heeft het differenceel verwijderd en ???????? weet ik veel wat er aan veranderd in ieder geval loopt de auto weer, hij heeft nu geen 4 wiel aandrijving meer alleen nog maar voorwielaandrijving.
Dat de woestijn niet geschikt is voor auto’s met alleen voorwielaandrijving blijkt al snel als hij weer vast komt te zitten.
De Defender onze “rots in de branding”( e) zand trekt hem er weer uit, terwijl we hiermee bezig zijn stopt er een Toyota, er wordt druk overlegd met deze redder in nood, hij springt in de Defender en sleept de auto naar de spoorbaan en wat wij niet durfde uit angst voor een botsing met de trein, doet hij, een wiel op de spoorbaan en een ernaast, hij sleept de Strange Rover zo'n 5 km. tot op terrein dat harder is en uit grind bestaat.
De rest van ons rijdt achter hem aan, Menno in zijn Toyota.
Eenmaal op harder terrein gaat het goed zolang de snelheid maar erin blijft, dit is geen kleinigheid omdat er best grote kuilen en stenen liggen, soms ben je gedwongen vaart te minderen dan weer moet je zorgen voor genoeg vaart om de komende zandduinen te doorkruisen, gelukkig zijn deze een formaatje kleiner dan eerst.
Ondertussen hebben we genoeg kennis opgedaan om al van de verte te zien waar het terrein zanderig en harder is, uiteindelijk bereiken we om 14.15 uur de plaats Choum. Nu is het een makkie tot Atar (is ons verteld ), ho maar, dit klopt dus ook niet!!
Het terrein is honderden meters breed en de bandensporen wijzen alle kanten uit.
Hiep,hiep, hoera voor Willem, hij heeft een GPS bij zich en is zo slim geweest van te voren deze route hierin te zetten, ondanks dit valt het niet mee in deze 80 km lange rotswoestijn met grote en kleine rotsen.
Menno rijdt met de Strange Rover aan kop hij ziet een stuk waar minder rotsen liggen de duik er met een snelheid in, het blijkt een rivierbedding te zijn waar de auto weer vast komt te zitten.
Na de zoveelste bevrijding van mijn auto gaat de Patrol met de GPS voorop rijden, dit gaat goed alleen lijkt het of er geen eind aan komt. we rijden kilometerslang door zwarte gravel of rotsige bodem, links van ons ligt het Adrargebergte,
De watervoorraad is minimaal en heeft een temparatuurtje dat je er bijna koffie van kan maken.
Dan plotseling bereiken we het punt waar we het Adrargebergte oversteken,we rijden via een kronkelweggetje naar boven.
De inmiddels minder luidruchtige kreten van Magreet over hoe mooi het hier is, laat ik over me heen gaan, het is me nog te veel moeite om de handdoek die ik als bescherming voor de zon over mijn hoofd ligt te verwijderen.
Na wat mij een eeuwigheid lijkt komen we eindelijk op een asfaltweg, "Hallelua" voor het eerst in mijn leven besef ik hoe belangrijk asfalt is.
Na enkele kilometers op deze prachtige weg zie ik na een bocht in de verte Atar liggen, we maken een korte stop in een dorpje voor cola, warm maar toch heerlijk, dan in het begin van Atar ligt camping Bab-Sahara de plek waar we de anderen zullen treffen. Just de eigenaar ( een Hollander) heet ons welkom, Wil is er ook maar Marcel en Wouter zijn afwezig, ons kan dit niets schelen wij genieten van de koelte ( 40°C) in de schaduw.
Als eerste gaat er een beker koud water over min hoofd, dan 15 minuten rusten, dan een douche en dan…………… ‘n koud biertje, geen Brands maar niet te min heeeeeeeeeeerlijk!!
Bij het douchen merkte ik dat mijn toiletspullen spoorloos waren, in de woestijn is de achterklep open gegaan en schijnbaar is de tas met toiletspullen,GSM, batterijen en medicatie er uitgevallen., wel ik ga er toch niet voor terug, hahaha.
Gelukkig zitten mijn malariatabletten in een andere tas
Nog een maaltijd van aardappelen, kamelenvlees (ik heb hier wel nog geen kameel gezien alleen maar dromedarissen, but wats in a name) en salade en het leed is al weer bijna vergeten.
Zodra het donker is, en dat is hier vroeg lig ik te snurken in de openlucht onder de Nomadentent.




















