dag 20 . kadavers


Het is nu 1 november, en ik schrijf het verslag van 5 dagen geleden, echt ik heb niet eerder tijd gehad, ongelofelijk wat een drukte.
☻☺☻☺☻☺☻☺☻☺☻☺☻☺☻☺☻☺☻☺☻
Je zou bijna blij zijn om weer aan het werk te kunnen, dan weet je tenminste dat je na 8.00 uur klaar bent.
Even denken wat ik me nog herinner:
Natuurlijk was ik weer op tijd wakker en op, gedouched en wasje gedaan. Ik wilde om 10.00 uur Achmed bellen maar Clovis was me voor, hij kwam op de camping en vertelde dat de auto om 10.30 uur klaar zou zijn.
Samen met Ndongo en Magreet zijn we per taxi erheen gegaan. Toen we in de werkplaats aankwamen lag Achmed nog onder de auto te knutselen, wachten dus.
Magreet praatte weer honderduit in het Frans met de mannen en ik kon dus ongestoord in Engels communiceren met Ndongo. Op een gegeven moment hoor ik Magreet Nederlands praten, ik draai me om en zie haar in gesprek met een Mauritanier die 3 jaar in Zwolle gewoond heeft en nu hier is om de papieren voor zijn a.s. huwelijk te regelen.
Als Achmed klaar is ga ik samen met een monteur en Ndongo de auto uit proberen, we rijen hiervoor naar het strand,
Heerlijk ik heb mijn oude vertrouwde Strange Rover terug.
als ik weer in de werkplaats aankom geef ik Achmed zijn verdiende loon en vertrek terug naar de camping. Onderweg nog even gestopt om een doos water in te slaan, we draaien een straatje in en belanden in een file.
Geen file zo als bij ons, nee links, rechts en schuin auto's, ezelwagentjes, brommers en mensen, langs de kant van de weg geiten die het afval doorzoeken en dit alles in smalle straatjes vol met gaten. Wilde ik een beetje op tijd hieruit komen moest ik toch wat proberen, ik rij over een berg grond langs de weg kom hierdoor wel erg schuin te hangen, uit de mond van Magreet komt een luidruchtige angstkreet. Uit de mond van Ndongo komt “Great African driver” Ndongo wilt wel reisleider worden maar taxichauffeur wilt hij ook wel, ik beloof dat mocht ik mijn vrienden zover krijgen om samen met mij nog eens deze reis te maken, de auto voor hem is.
Als we op de camping aankomen, staat iedereen klaar om te vertrekken.
Willem ziet erg grauw, hij is flink ziek en kruip bij Wil in de auto, deze is wat comfortabeler dan de Patrol.
We pakken snel nog wat spullen in de auto, nemen afscheid van Clovis en Ndongo, beloven te mailen en geven Ndongo wat geld om een Frans-Engels dictionaire te kopen.
Het begin van de route is heel mooi, naast de geasflteerde weg liggen grote zandduinen, de verschillende kleurschakeringen bieden een prachtig panorama.
We stoppen even voor een foto bij een oase, in het water spelen kinderen, kamelen waden naar de overkant van het water, echt een plaatje uit duizend en 1 nacht.
De weg verandert en zit vol gaten er is veel vrachtverkeer, sommige zijn metershoog beladen en je verwacht dat ze elk moment kunnen omkiepen.
Langs de weg ligt het bezaaid met dode koeien, minstens 100 stuks,van half vergaan tot opgezwollen als een ballon, stel je voor dat die ballon springt net als je er voorbij rijdt brrrrrrr ik moet er niet aan denken.
Zelfs als je geen dood dier ruik je ze wel.
Marcel wil doorrijden tot aan de piste dicht bij de grens van Mali, het is al 21.00 uur als we in Ayoün al Atrous aankomen, we overleggen wie er nog door wilt, de meerderheid besluit om hier te overnachten. Wil en de nog steeds zieke Willem nemen een kamer in een hotel en de rest van de groep eet hier een hapje en rijdt dan zo’n 30 km buiten de stad om in de natuur te overnachten.










