Jaap
Er was er eens een knaap
Die heette Jaap
Hij was een jongen
Die door ieder meisje werd bezongen
Hij was niet knap
Hij was niet lelijk
Hij was begeerlijk
Ieder meisje dat naar hem keek
Voelde meteen een steek
Maar onze Jaap was nog zo groen
Wist niet wat te doen
Daarom is hij steeds maar doorgelopen
En blijven hopen
Dat eens zijn ontgroeningstijd zou komen.












