gedicht bandenspoor

gedicht bandenspoor
gedicht doen of laten?
gedicht speeltijd

een kind met vrolijke vlechtjes
loopt aan de hand, heel netjes
ze kijkt haar moeder aan
luistert, is heel gehoorzaam
haar onschuldige onbevangenheid
ontwaakt de herinnering aan mijn kindertijd
heimwee naar dat pertinente rotsvaste geloven
in alles wat volwassenen je beloven
ach, was ik nog maar dat kind van toen
wat zou ik dan allemaal nog doen
dagdromen nemen me ijlings mee
ik bouw zandkastelen aan zee
pluk korenbloem en klaproos
werk aandachtig aan een kijkdoos
haasje over en zakdoekje leggen
geheimpjes, nee tegen niemand zeggen
een schommel hoog in de lucht
mijn kindertijd in vogelvlucht
nog een keer, nog een keer
hoe leuk, ik hoor mezelf weer.
gedicht in elf woorden: aso
gedicht in 11 woorden: jarig
gedicht in elf woorden: badderen
gedicht in elf woorden: jarig
gedicht vlinderstruikin onze tuin
staat een oude vlinderstruik
prachtig te bloeien
deze vlinderstruik
stond eerst in de tuin
van mijn ouders
iedere zomer verspreiden
deze paarse bloemen een
intens vertrouwde geur
als een vlinder
op een bloem neerstrijkt
raken zij me even aan
een tedere begroeting
van hen die zo troostend
voelbaar aanwezig zijn
onbereikbaar ver weg
door deze vlinderstruik
toch heel dichtbij
uit bundel een keten van licht en donker
gedicht uit bundel vroeger: wit/zwart

een meisje en een jongen liepen daar
ze hielden heel veel van elkaar
hij was blank, zij was zwart
daar begon al hun smart
hun liefde geen loos alarm
hij was rijk, zij was arm
zij mochten niet met elkaar verkeren
dat hadden zij al jeugdig moeten leren
zij trouwden, kwamen daardoor in de bak
waar een blanke, gekweld door jaloersheid
plotseling haar smalle rug doorstak
en een neger uit wraak zijn leven brak
beiden hadden na de zonde spijt
ze waren twee geliefde mensen kwijt
zwijgzaam legden zwart en wit de lijken bijeen
stil de vraag biddend: komen wij eens tot vree?
28.10.1966
uit bundel "vroeger"
uit mijn bundel rouwkost: na jou
gedicht: ogenblik

gedicht in 11 woorden: elfenbank
uit bundel vroeger: noella

ik, die een zusje en later mijn vader verloor
denk nog steeds aan dat engelenkoor
dat op jouw bidprentje stond
en dat je zieltje naar de hemel zond
je lag zo vredig in je bed
nadat de dokter je lamme beentjes had verlegd
nog nooit in jouw korte leven sliep je zo goed
helaas verliet je ons voorgoed
jij was de benjamin van ons gezin
noodgedwongen naam ik die plaats toen in
jij was voorgoed van ons heengegaan
liet ons zonder jou voor de sombere toekomst staan
waarom was dit niet het einde van ons verdriet?
waarom was er weer iemand die ons verliet?
hadden wij nog niet genoeg geleden?
moeten we soms nog meer beleven?
april 1966