Kind van de wind

Jij zong voor mij
als het windekind
dat fluistert
in het lover
van het lentewoud
verhalen
over de diepste hunker
van s' mensen hart
nooit vervuld...
Kind van de wind
Jij zong voor mij
als het windekind
dat fluistert
in het lover
van het lentewoud
verhalen
over de diepste hunker
van s' mensen hart
nooit vervuld...
Droomland

In dit land van waan
ben jij de dageraad
doorschijnend
omhuld door rozenrood...
Je zoete licht ontdooit
mijn besneeuwde hart...
Je beroert mij
Fluistert zacht
Opent gesloten deuren
waarachter
schoonheid wenkt
teder verlangen
zoete razernij...
Droomschip
Ik meer mijn droomschip
in de klare spiegel van je ogen
Laaf mij dorstig
aan de oase van je mond
Je kussen bloeien vuurrood
als volle, geurige rozen
Ik smaak het zoete spinthout
van je gave borsten
Genees al mijn oude pijnen
in de luwte van je schoot
O lieveling,
Ik wou zo graag jou zijn
in jou de dag belevend,
door jouw ogen ziend
wat ik niet zien kan
Jij bent mijn diadeem,
de eerste en de laatste
in het huis van mijn geest
Je gelaatstrekken wonen
voor altijd in het gouden licht
van mijn herinnering
Het levende waterJe vond geen rust meer
verloren als je was
in de weemoed van de tijd
Je sprak mij
over het vallende duister
en telkens troostte ik je
in de nacht van je angsten
Ik opende de sleutelloze poort
van je ziel
Op de grens
van angst en hoop
keek ik
naar de basissteen
En ik zag
de schaduwen vlieden
uit de bedding
van je hart
je pijn vergaan
in een gevleugelde zon :
het levende water
van de liefde...
O vrouwe

O vrouwe
die mij betovert
zwevend door rozentuinen
in de vouwen van de wind
zittend in een prieel
van passiebloemen
onder de blauwe ceder
of onder de lage maan
met je gaaf gelaat
glanzend als zilver...
*
O vrouwe
blanke bloesem
getooid met de dauwparels
van een tere dageraad
met de heerlijke geur
van zwarte jasmijn
in een zomernacht
De sterren priemen
door het lover
over jouw pracht...
*
O vrouwe
als ik jou zie
zindert mijn hart
van honinggele zoetheid
de warmte van mijn adem
verdrinkt in je ogen
je aanraking gloeit
op mijn gezicht
als schitterend licht
een wonderlijke droom...
Glorieuze violette

O glorieuze violette
zonnekoningin
Vaarwel grijze verten
Dag o overvloed, weelde
Van bronstig jade
Het vuur van vrouwenogen
Ontketend, geuren zoet en rauw
Kijk mij aan, mijn lief,
Anker je achter mijn hitsige arm
Ga met mij door het giftig groen
Van lenteweiden, fris kreupelhout
Ontvouw je bloem, je lippenrood
Wees roos, laaiend vuur, branding
Naakte passie in een hete zomerdans
De windharp streelt, zingt, verkoelt
Ik zie de wolken in je spiegelmeren
Hoor de roep van de oerwolf
Aanschouw de dans van de kloppende cobra
Op het ritme van loopse drift
Bemin mij, zoetogig dier, albasten vlam
Zalig versmolten, zinderend dronken
Een vage droom

*
In het schemerlicht
van ijzige winterdagen
mijmerde ik over jou...
vroeg me af
of jouw warmte in mijn hart
meer was
dan een vage droom...
een ijl verlangen...
een futiele schepping
van mijn verbeelding...
*
Je deed me altijd denken
aan rozen
albasten rozen
in een sterrennacht
en iets in hun geur :
de herinnering aan
de warmte van jouw handen
die ze zachtjes streelden...
*
Maar nu pas besef ik
dat ik je verloor
voor ik je echt kende...
Daarom weende ik
onder de zoete linden
om jou
tranen van jade,
smartkristallen,
waarvan jij
nooit weet had...
Overgave

*
Ik zie dromen
in de diepzee
van je gedachten
De parels
die jouw schelp omhelst
*
De vlammende vlinders
in je ogen
zijn mij dierbaar
Kristallen van aquamarijn
in helder water
stralend
zoals liefde doet
*
Adem in mij, liefste
Beroer mij met je licht
Wees medeplichtig
in eindeloze overgave...
de eeuwig zoete kus...
Gedachten

Gedachten zijn als bladeren
Bladeren waarin vogels huizen
Paradijsvogels
mooier dan de schoonheid zelf
Maar ook het schuiloord
van gevederde leegte
De raven des doods
Gedachten zijn veranderlijk
veranderlijk als het leven zelf
Zij creëren werelden van
kleur en extase
aantrekking en afstoting
uiterste wanhoop
Werelden van
dromen en bedrog
eenvoud en intrige
zoveel nutteloze pijn
*
Maar aan het eind van het verhaal
vergaan zij, onherroepelijk
samen met hun schepper,
jij, ik, de mens
vergaan zo volkomen
dat het lijkt
alsof zij nooit bestaan hebben,
gewist uit elke herinnering…
Gelukkig nieuwjaar
Wij heffen het glas
Luid gelach
Een verborgen traan
De tijd omhelzen
in een poging
de schoonheid
van het verleden te bewaren
Onze hoop schijnt
weg te glijden
als zand tussen de vingers
Maar het verleden
slaapt voorgoed
Een nieuwe dag gloort
Oog in oog met de toekomst
Onzeker
maar toch vastberaden
kijken wij uit
naar de geboorte
van het nieuwe jaar...
Vrede en geluk voor elk mensenkind...
Vuurdans

Onder de tamarinde
staat zij in bloei
Het blauwe maanlicht
kleurt haar lippen
Haar lokken sieren
als een zee de boom
met golvend licht...
Zalig deint haar lichaam
als een felle vloed
een naakte vlam
van brandend rood
in een wervelende vuurdans
van tomeloze passie...
Heb je lief

Heb je lief
dan smelt je
bij het zien van lippen,
bloeiend
als een half ontloken rozenknop,
een slanke halsboog,
de gratie van mooie ogen,
het windlicht van gouden haar…
*
Heb je lief
dan ben je
zinderend kristal
boven het verre amelkoren
in een zoete zomer,
een eenzame vogel,
sneeuw en indigo tegelijk,
stijgend op hete winden
naar extatische hoogten…
*
Heb je lief
dan aanbid je
de tedere minnaar,
de goddelijke danser,
de rode gloed van wilde passie,
de nectar van zijn streling,
de enige die jou noemt
bij je diepste naam…
*
Verdronken vlinder
Verdronken
in de herinnering
Een lieve, mooie engel
Te vroeg gedwongen
volwassen
Haar ogen, in-treurig
Het besef dat het zwarte
einde
Naar haar klauwt
Sinds haar heengaan
Drijft zij
als een lotusbloem
Zweeft doelloos als een rozenblad
Gebroken
is haar hart
Smart verschroeit haar ziel
Maar zie
De
stilte fluistert
De nacht licht op
Zij hoort een ijle stem
Nauwelijks herkenbaar
Is haar zang
Helder en puur
Ween
niet, mama
Ik rust nu
In een heerlijk oord
Op lieflijke
heuvelruggen
Rijzen
Donkerblauwe ceders
Ruisen
Jadegroene tamarinden
Ik wacht op jou…
Ween niet,
mama
Ik vertoef nu
Op albasten stranden
In het peilloze
azuur
Wenken
Bloedrode koralen
Ritsen
Zilveren parels
Ik wacht op jou…
Ik wacht op jou…
Heerlijk lief
Ik
vind je heerlijker
dan de schoonheid
die danst in de
heuvels
als het lente wordt
Ik verga in je ogen
een
visioen van
magisch blauw
in eindeloze
zonwitte verten
En
ik koester je glimlach
een waterval
van warm zonlicht
na
lange grauwe regendagen
En ik hou van je geur
de warmte van
je adem,
de manier waarop je beweegt,
naar me kijkt
Weet
je liefste,
Ik hou van alles aan je
Ik hou zo van je...
Droomspiegel
Ik zat neer, luisterend...
De stilte ontvouwde zich
ontzagwekkend in haar kracht...
Ik speurde een gouden vogel
zwevend boven de blauwe leegte
Hij streek neer bij de bron
in de vallei van verleden dagen...
En ik meende jou te herkennen
hoopte dat je de uren zou tellen
de herinnering aan
de jaren van vreugde samen
in het o zo beloofde land...
En ik wenste dat je je zou laven
aan de bron die leven geeft
om samen met mij
de werkelijkheid te schouwen
in de spiegel...
de droomspiegel
van volmaakte liefde...
Le cours de l'amour

Au
bord de la rivière éternelle
Je me suis assis...
Et j’ai
pleuré...
Et
j’ai compris...
Qu’il était inutile de parler de l’amour...
Car
l’amour possède sa propre voix...
Et
j’ai compris qu’il ne m’appartient pas
De diriger le cours
de l’amour...
Car
c’est l’amour
S’il m’en juge digne,
Qui dirige le
mien...
Voor een eenzaam hart
Als
je eens wist,
hoe een hart schreit,
omdat het eenzaam
is,
altijd,
dan kan het de weg inslaan,
die naar mijn huis
leidt
Als je eens wist,
hoe teder verkwikkend
het ene,
goede hart
kan zijn
voor het andere hart,
smartvol
verloren,
dan kwam je
aan mijn voeten zitten,
je zou een zus
voor me zijn
Als je eens wist,
hoe diep ik je graag
zie,
dan zou je simpel
mijn deur openen
en je warmen
bij
de haard van liefde,
het brandende hout
van vriendschap
Weet je, lieve sint
Vanavond
Zag ik een sterretje,
heel hoog
in de diepe nacht
Het leek mij
of het van zilver was
en dat het twinkelde,
dat het het lichtje
van een wereld was
die ik niet kende,
maar wel graag
zou willen kennen
Weet je wat ik
je wil vragen,
lieve Sint ?
Wel….
Geen speelgoed,
geen snoep
of klatergoud
maar…
Pluk zo’n sterretje
uit het firmament
voor mij,
asjeblief
Ik zal het bewaren
in mijn hart,
het koesteren
en laten schitteren,
om onze koude wereld
wat te verwarmen,
om haar
wat licht,
wat liefde te schenken...
Futiel bestaan
Op een dag was hij er niet meer
Ik vroeg mij af waar hij
heengegaan was
Had hij wel ooit bestaan
Dat vroeg ik aan
een kleine plek in de hersens
een zenuwknooppunt
niet groter dan een dobbelsteen
geheugen genaamd
Ik besefte plots hoe nietig ik was
Hoe onbeduidend mijn streven
Hoe machteloos mijn zijn
Hoe betekenisloos
mijn bestaan
afhankelijk van iets
niet groter
dan een teerling
De prangende hitte van passie

Even
liet ik je vingers los
betoverd
door je zilveren lach
de
glans van je ivoren lichaam
Schaamteloos
rekte je je uit
verleidelijk,
zoals je blik
die
leek te fluisteren :
‘Ben
ik niet mooi, o man ‘
O
ja, eindeloos mooi was je
mooi
als de dageraad
die
naakt voortsnelt
over
ongerepte sneeuw
Je
deed mijn bloed ruisen
als
de branding in de storm
de prangende hitte van passie
Toen
verstrengelden
onze lichamen zich
worstelden
teder
in
een lawine van zoetheid
Mijn lippen zoenden koortsig
elk
plekje van je huid
mijn
tong maakte je dol
gek
van pure hartstocht
tot
je uiteindelijk smachtte
in
een hoogtepunt van extase