gedicht van de zee


Voor hen die naar de zee verlangen
Schepen varen in mijn dromen
voorbij over daken
opgetuigde en opgedofde schepen
---ik arme ik
jaren duurt mijn verlangen naar zee
ik kijk kijk en moet huilen
Ik herriner als ik voor het eerst de wereld zag
door de kier van een mosselschelp
het groen van het water het blauw van de lucht
de fraaiste gevlamde lipvissen
Nog altijd vloeit mijn bloed zout
van waar ik van de oesterbank werd gesneden
Wat rolden wij als gekken
met sneeuwwitte schuimkoppen over zee
in shuinkoppen schuilt geen greintje kwaad
schuimkoppen zijn gelijk lippen
onschuldig is het overspel
van schuinkoppen met mensen
Schepen varen in mijn dromen
voorbij over de daken
opgetuigde opgedofte schepen
ik arme ik
jaren al duurt mijn verlangen naar zee

















