Het nieuwe "Red Star Line" museum te Antwerpen (5).


Men begint stilaan aan de toren.




Er komen grote verwarmings- en verluchtingsinstallaties in de kelder.




Men begint stilaan aan de toren.




Er komen grote verwarmings- en verluchtingsinstallaties in de kelder.



Open Monumentendag - 8 september 2013
De Nationale Bank van België
te Antwerpen.
De ingang.
(voor mij niet bruikbaar, ik ben
langs achter binnengegaan)
Details.





Detail verlichting.
De gevel aan de Frankrijklei.
Details gevel Bourlastraat.



Details gevel aan de Frankrijklei.







De poort waarlangs ik binnen kon.

De versnipperaar van de oude en
beschadigde biljetten.
De binnenplaats.
De verlichting van de
binnenplaats.


De loketzaal.
Het bureel van de directeur.




De z.g. Ridderzaal
Mooi bewerkte schouw.
Mooie antieke kast.

Detail plafond.
Mooi brandglas in de ramen.










De kroonluchter.
Wandverlichting

De lange gang.


Het "kleine salon.
Detail plafond.



Mooie antieke kast.

Details van de kast.



Met hun hele hebben en houden in enkele koffers, nemen miljoenen mensen vanaf 1800 de boot van Europa naar Amerika. De nieuwe wereld is het beloofde land voor wie zoekt naar geluk en een beter bestaan. Tussen 1873 en 1934 brengen oceaanstomers 2,6 miljoen avonturiers en gelukszoekers vanuit Antwerpen naar de overkant. De overtocht naar de VS en Canada begint voor heel veel mensen in de havenloods van de Red Star Line in Antwerpen.
Het Red Star Line Museum vertelt het verhaal van miljoenen Europeanen die alles durven achterlaten en vertrekken, op zoek naar geluk en een beter leven. Het is een verhaal over hoge verwachtingen en diepe teleurstellingen, over hoop en slapeloze nachten. De oude gebouwen van de scheepvaartmaatschappij maken al die emoties en verhalen voelbaar, tastbaar en zichtbaar.
Het Red Star Line Museum begraaft zich niet in het verleden. Migratie is van overal en van alle tijden. Dus ook van vandaag, zeker in een havenstad. In het museum treed je in de voetsporen van mensen die je voorouders hadden kunnen zijn. Of die dat misschien ook zijn. En je leert de stad door een nieuwe bril kennen. Antwerpen, en bij uitbreiding elke plek ter wereld, is wat het vandaag is door de mensen die er vroeger verbleven. Net zoals de stad van morgen gemaakt wordt door de mensen die er vandaag wonen.
In de historische loodsen van de Red Star Line rederij opent op 28 september 2013 het Red Star Line Museum zijn deuren.

Project om een museum van
de Red Star Line te bouwen
Zo zou het worden
Zo zagen de oude gebouwen eruit!

Begin maart 2011 eindigde fase één van de verbouwingswerken aan de Red Star Linee Magazijnen. Negen maanden lang werd er aan de funderingen gewerkt.
In september 2012 is deze fase afgerond en kan gestart worden met de inrichting van het museum. In mei 2013 moet dan alles rond zijn voor de feestelijke opening van het nieuwe museum!
De oude Red Star Line Magazijnen omtoveren tot het nieuwe Red Star Line Museum vraagt om een grondige verbouwing. Die verbouwing verloopt in drie fases.




a







a






Affiches uit die tijd

a








De Sint Romboutstoren
Mechelen
De Sint Romboutstoren van Mechelen telt zes luidklokken, waarvan Salvator met zijn circa 8 ton, één van de zwaarste van het land is. Traditioneel werden luidklokken getrapt of gestampt door de klokkenluiders. De klokken van de Sint Romboutstoren werden trouwens nooit met behulp van touwen geluid. Beurtelings trapten de luiders op de pedalen van de as waar de klokken aan ophangen. Daarbij hielden zij zich vast aan een smeedijzeren handvat om nog meer kracht te kunnen zetten.

Het is mogelijk dat Salvator met acht mannen geluid werd. Het trappen of stampen van de klok moest zeker met vier gebeuren. Vroeger luidde men met zogenaamde pozen: er werd eerst een poos geluid, dan was het even stil en namen vier andere mannen de plaatsen in van hun voorgangers in en herbegonnen met het luiden. Op die manier werd er soms geluid met drie of vier pozen, afhankelijk van de gebeurtenis zoals een begafenis. Voor een dure uitvaartplechtigheid werd een gelui van 4 pozen gehouden. Voor meer eenvoudige begrafenissen luide men enkel de klok Magdalena, waar maar één man voor nodig was. Voor de armsten werd slechts geklept met de hamer op de klok.
Omdat het trappen of stampen van luidklokken in de loop van de jaren al te veel slachtoffers had veroorzaakt, werd dit naar verluidt in 1914 bij wet verboden.

Een overzicht van de weg
naar de top:
Een eerste rustpauze
vind je na 160 treden in de Kraankamer, een stille getuige
van het vakmanschap der vroegere kraanbouwers. In dit vertrek van 110 vierkante
meter en 12,75 meter hoog, praalt de loopkraan. Meer dan 5 meter breed en biedt
plaats aan drie naast elkaar geplaatste mensen. Hierlangs werd zwaar materiaal
naar boven gehesen.


Trede 233: het adres van
de
Smidskamer, waar alle herstellingen plaats vonden. Specialisten
voerden hier herstellingswerken uit aan bijvoorbeeld de beiaard of het uurwerk.
Vandaag de dag staat deze ruimte leeg.


Bij trede 313 zijn we
over de helft. Hier bevindt zich de gaanderij.
Dit is het terrein waar de torenwachter zijn ronde deed. Hij waakte over de
Mechelaars en in geval van bijvoorbeeld brand, klonk zijn trompet over de
ingeslapen stad.


Een ander pad voert
bezoekers naar de Klokkenkamer (trede 350), waar zes imposante klokken
deze verdieping inpalmen. Ook hier weer dat typische Mechelse vakwerk: de
klokkenstoel die Mechelaar Gedeon Stroobants in 1658 in mekaar timmerde, doet
nog steeds dienst. In al die eeuwen had deze stoel bijna geen herstelling
nodig.





Zicht vanuit de klokkenkamer op het hoogzaal en het orgel.
De volgende halte
bestaat uit een korte stop in de Uurwerkkamer.
De trommel van Alexius Julliens (1733) dateert reeds uit de 18de eeuw.




Trap nummer 450, misschien wel het hart van de toren: de nieuwe en de oude Beiaardkamer. Van hieruit bespeeld de beiaard de klokken van de twee beiaarden. Hun totale gewicht: maar liefst 80.000 kilogram.
<!--[if !supportLineBreakNewLine]-->

Een kelder op 490 tredes hoog: je vindt het op onze toren in de vorm van de Askelder. Dit moest de werf worden van waarop men de spits op te toren ging bouwen. Mortel noemde men vroeger "assche". Daarin ligt dus de etymologische verklaring van de term Askelder. De werklui bewaarden hier de mortel die ze gebruikten bij bouw- of herstellingswerken.
Van hieruit neem je een trapje dat uitkomt op het "binnenplein" van de Sint-Romboutstoren.
<!--[if !supportLineBreakNewLine]-->

Bij trede 538 is de beproeving achter de rug. Daar pronkt de "Skywalk", een glazen platform. Het uitgestrekte panorama kan je gerust indrukwekkend noemen. Van Antwerpen tot Brussel kijk je neer op de mooiste prentjes van Vlaanderen.
Wat een uitzicht!

Foto's en tekst René.

Huis St Franciscus - Lange Nieuwstraat 43 - Antwerpen


Voorname herenwoning, anno 1454, was ooit eigendom van L.Tucher, raadsman van Keizer Karel.
De poort van de “werf” stond open en jullie weten dan wat er gebeurd. Gaan foto’s maken hé!

In 1920 bezit van de scheepvaartfirma Eiffe, door deze firma gerestaureerd en verbouwd tot kantoren.


Detail trap.

Op de overdekte binnenplaats de originele houten gang
op de eerste verdieping, gesteund door , de niet zoveel voorkomende,
duiveltjes.

Detail.


Omdat deze “Duiveltjes” in Antwerpen niet veel voorkomen, nog wat details.



Detail overdekte binnenplaats voorstellende St.Maarten.

De overzijde van de binnenplaats.

De vernieuwbouw aan het achterhuis.
De restauratie gebeurd heel secuur, dit om er nadien woningen en lofts te maken.


Nog even rondkijken.

Binnen enkele dagen krijgen we een bijdrage van Marcel uit Mechelen, hij neemt ons mee in de St. Romboutstoren.

De Falconpoort, Falconplein 39, Antwerpen.


Daterend uit 1671 als enig overblijfsel van het in 1810 gesloopte Falconklooster.


Ook enkele ( gedeeltelijke) muren van het klooster zijn er nog.

Het Falcontinnenklooster bevatte een kerk, een gasthuis en een reeks particuliere woningen. In het begin van de 16de eeuw besloeg het klooster bijna de gehele oppervlakte tussen de Generaal Belliardstraat (toen nog bleekhof) in het oosten, de Oudeleeuwenrui in het noorden, het Falconplein in het westen en de Falconrui in het zuiden.

Het, nu afgebroken “Zeemanshuis” stond ook op die gronden.
Op de foto’s is de afbraak van het Zeemanshuis nog te zien.

En nu weer verder naar andere verborgen plekjes.

Patriciërshuis “de Meerminne”, uit XVI, is een dubbelhuis, met mooie rondboogpoort. Het is gelegen op het Kipdorp nr. 50.
Door een vriend werd mijn aandacht getrokken op dit pand.

Dit is een voorbeeld waar men de gevel beneden van een lelijk winkelpand, terug zijn vroegere uitzicht heeft gegeven. Een prachtig initiatief!

Daarna is het pand (bijna helemaal) gerenoveerd en er
zijn appartementen gemaakt en samen met het huis ernaast is er een hele mooie
daktuin gemaakt.


De ingang.
Op de binnenkoer een classicistische gevel van de vroegere stallingen. En in de midden een fonteintje.

Kijk hoe alles mooi is gerestaureerd.