sneeuw
Begin januari begon het echter te sneeuwen en niet zo’n klein beetje ook. De eerste dagen genoot ik van het mooie uitzicht, maar dat genot duurde niet lang.
Ik was helemaal ingesneeuwd, kon niet eens naar de brievenbus om de krant en de post te halen. Gelukkig kwam vriendin Willy, die met sneeuwschuiver een pad probeerde te maken.
Dat lukte, ik kon dus weer zelf naar de brievenbus. De volgende ochtend was het pad weer ondergesneeuwd. Buurman Frans kwam en maakte het pad weer begaanbaar.
Boodschappen doen was er niet bij.Het strooizout was op en er werd niet meer gestrooid.
Ik durfde dan ook niet met mijn auto de weg op. Gelukkig haalde buurvrouw Corrie het nodige. Aangezien ik elke week naar de kapper ga was het nu al tien dagen geleden dat ik er geweest was en ik zag er niet uit. Toen zoon Hans uit Frankrijk belde hoe het hier was en ik hem vertelde dat ik niet naar de kapper kon gaan, zei hij : “Ach mama er komt toch geen mens, waarvoor je je mooi moet maken.” “Maar ik doe het niet voor een ander, maar voor mezelf”, bracht ik hiertegen in, maar Hans vond het maar dwaas van me, dat ik een ongeluk riskeerde om naar de kapper te gaan. Toen ik het met Corrie hierover had, zei ze : Frans brengt je wel.” Ik sputterde nog wat tegen, maar voor Frans was het geen bezwaar. Hij bracht me naar de kapper, hielp me uit de auto en kwam me weer ophalen.
Ik heb het al vaker in mijn stukjes gezegd, maar wat zou ik met zulke dagen alleen in mijn huisje moeten beginnen zonder deze goede buren!
En nu ik dit stukje schrijf sneeuwt het nog steeds en als je het weerbericht leest, wordt het nog veel erger. Geen strooizout, dus de wegen blijven glad en hoe lang nog. Want hoe dankbaar ik ook ben voor al die lieve hulp, ik wil het toch liever zelf doen en niemand lastig vallen.
En ik wil naar buiten! Vanmiddag toen ik met Dombo, mijn rollator de post uit de brievenbus haalde ben ik toch even de weg opgegaan. Er waren wel gladde stukken, maar ik had steun aan Dombo. Nooit gedacht dat ik ooit blij zou zijn met een rollator. Ik hoor me nog tegen mijn dokter zeggen: “ Nooit ga ik met een rollator lopen; ik ga nog liever dood”.
Ik heb een stukje gelopen, moet wel steeds de berm/sneeuw in als er een auto aankomt. Ik hoor de automobilist denken: “ Wat doet dat ouwe mens nu op straat met die rollator?”
Maar ik was buiten en toen ik moe werd, zette ik Dombo in de sneeuw op de handrem en ging zitten. Het was wel koud maar in het zonnetje toch lekker met mijn dikke winterjas aan. En aan vreemde blikken van mensen die in hun auto voorbijkwamen, stoorde ik me niet.
Ik was er toch even uit, dank zij Dombo. En nooit zal ik weer een kwaad woord zeggen over de rollator. Maar ik hoop wel dat het spoedig heet water gaat regenen , dat de sneeuw, hoe mooi ook, smelt. Het mag best blijven vriezen als de weg maar weer begaanbaar is en ik mijn boodschappen en mijn bezoek aan de kapper weer zelf kan doen.
En zelfs hoop ik nog eens een elfstedentocht mee te maken. Ik weet nog hoe ik de laatste elfstedentocht samen met mijn man, Fries van geboorte, adembenemend zat te volgen en dan mag het weer Lente worden.

