
-b. Ondanks dat wij elk jaar, twee maal onze leden een vakantie aanboden. Is er binnen ons ledenestaand grote behoefte aan vakanties. Op zich niet zo verwonderlijk. De meeste van onze leden kunnen niet met een 'gewone' reis voor valide mensen mee. Onze vakaties staan altijd onder volledige medische begeleiding en worden gehouden op altijd aangepaste lokaties. Daarom kan ieder lid, met welke handicap dan ook, bij ons inschrijven. Wij nemen ieder lid mee,,, dat is voor ons een ere-zaak
In 1976 organiseerde ik de eerste Rijnreis. Samen met dokter B. Onze medisch adviseur., die tevens zo goed als altijd mee ging op vakantie! Gingen wij naar Rotterdam waar in de Binnenhaven een Rijnreisboot voor onderhoud afgemeerd lag. Het was de Dynphina 2, en de kapitein/eigenaar was Dhr. Rensen. Nu wil het toeval dat er net in die tijd voor de wal in Keulen een Rijnreisboot door een foutje gezonken was. Gelukkig geen ongelukken maar het was voor ons wel extra spannend in de besluitvorming..
De enige aanpassingen waren twee plateauliiften, een naar het onderdek en een naar het bovendek. Voor de rest was er niet zoveel ruimte, zeker niet als je bedenkt dat er in onze groep altijd wel zo'n 30 a 35 gasten in hun rolstoel woonde!!
Na rijp beraad besloot het bestuur toch om het voor de eerste keer te gaan organiseren!
De leden konden weer gaan sparen en van de rente die dat geld opbracht konden wij altijd twee gratis reizen verloten. De Dynphina lag afgemeerd aan de Rijnkade in Arnhem. Met twee touringcars van de firma "State-express" (een kennis van mij ) Moesten de gasten van de opstapplaatsen in Rotterdam naar Arnhem vervoerd worden. We hadden één ligpatient. An Feber. Deze werd op de gebruikelijke wijze vervoerd met de volkswagenbestelbus van onze supermarkt; Groentenkisten er in en daarop eem brancard met An Feber. Er waren aanmeldingen genoeg. Inclusief staf konden er 70 personen mee. de route was:
*** eerste dag; inschepen in Arnhem en varen naar Dusseldorf
*** tweede dag; langs het zevengebergte naar Andernacht
*** derde dag; langs de Lorelei en de Duitse Eck (bij Koblens) naar Rudesheim
*** vierde dag; vnauit Rudesheim een bustocht door het mooie Rijnland
***vijfde dag; via Koningswinter naar Keulen (afmeren tegenover de Dom)
*** zesde dag; naar Wezel (afscheidsavond met een bandje)
*** zevende dag; nog een kort stukje naar Arnhem.
Op de heen-vaartocht vaar je stroomopwaarts, dit gaat vanwege de sterke stroom op de Rijn niet zo snel. Dat komt mooi uit want de gasten zien dit alles voor het eerst van hun leven. Onderweg wordt er via een microfoon uitleg gegeven wat er aan beide kanten van de Rijn te zien is.
De terugtocht gaat dan vamzelfsprekend veel sneller (met de stroom mee!) Het is op de Rijn een drukte van jewelste. Het is de drukste vaarroute van heel Europa. Dus altijd iets bijzonders te zien.
Ook is het gebruikelijk dat onderweg Neptunes aan boord komt. Dit betekent voor een hoop[ stafleden.... 'ellende'... Je wordt dan op een ludieke wijze gedoopt.
Toen we in Rudesheim afgemeerd lagen moest ik bij een mevrouw komen die aan bakboordzijde (links) de hele heenreis voor het raam had gezeten. Zij vroeg mij: "mijnheer, ik geniet zo van het uitzicht, maar deze kant van de Rijn heb ik nu wel gezien! ! ! Wilt u voor mij regelen dat ik tijdens de terugreis aan de andere kant (stuurboord rechts) kan zitten?
Ik lachtte wat schaapachtig en probeerde haar uit te leggen dat zij dan gewoon kon blijven zitten omdat de boot omdraaide, en zij meedraaide, dus kon ze de andere kant zien! "Mijnheer, u moet mij niet in de maling nemen"", zei ze boos! Met een lucifersdoosje met een kruisje er op dat haar persoontje voorstelde heb ik haar tot vier keer toe, op de tafel, gedemonstreerd dat het klopte! "kijk mevrouw, hier dat kruisje dat ben u... sjoek sjoeke sjoek.. we liggen in Rudesheim.... nu draaien we om, kijk daar gaat-ie, sjoeke sjoeke sjoek... en u draait mee naar de andere kant, fijn He !!
Toevallig liep er net een staflid voorbij, verontwaardig zij die mevrouw dat ik haar in de maling zat te nemen. en dat zij tijdens de terugtocht aan de andere kant van de boot wilde zitten. Oh zei het staflid, dat heb ik zo voor elkaar hoor komt u maar mee!! Het goeie mens heeft de hele terugreis niet meer met me gesproken en zat triomfantelijk naar buiten en naar mij te kijken .....
DE STAF STAAKT.....
We lagen in keulen afgemeerd aan de Rijnkade. Het toeval wilde dat het die dag net de "dag van de verpleging" was. Na het ontbijt en het in orde maken van de hutten kwam er een dlegatie van de staf bij me en vertelde dat het vandaag "de dag van de verpleging"was. "prachtig"zei ik "we zullen de gasten dadelijk uitnodigen om te apaudiseren!"Nee dat was niet de bedoeling; "wij willen een dag vrij!"ën dat geldt voor de hele staf die hier aan boord is. of je het goed vindt of niet, we gaan van boord af,,. je bekijkt het voor vandaag maar met je bootje!"
Ik had alle begrip voor hun wens maar ik vertelde de afvaardiging dat wij zo dadelijk weer gingen varen naar de volgende aanlegplaats. Dus die vrije dag gaat helaas voor jullie niet door!. "{ Daar hebben wij geen boodschap aan" was het antwoord. De andere stafleden staan al klaar en we gaan van boord af. en de stad in... dag Theo.....
Je geloofd het niet maar alles ging van boord en de staf stond op de Rijnkade naar ons te zwaaien!
Kapitein Rensen, die intussen kennelijk was ingeseind, kwam naar mij toe en stelde voor dat hij de trossen los zou gooien om te zien hoe ze zouden reageren. "we varen een stukje de Rijn op, we zullen wel zien. Met veel bombarie de trossen los gegooid en ik zei tegen de staf, "dan varen wij wel zonder jullie doei !" Zo gezegd zo gedaan, de motor werd gestart en de boot verliet langzaam de kade. De gasten aan boord, en in eerste instantie ik ook niet, hadden nog niet in de gaten dat het allemaal een geintje was om de aandacht te vestigen op de dag van de verpleging.
Toen de boot een meter of vijftig van de kant af was stond de staf met zakdoeken voor hun ogen te schreeuwen en te huilen... "Kom terug, we willen weer mee!". schreeuwde ze.
Wij weer langzaam naar de kade terug en de staf mocht weer aan boord. In de zaal voor het front van alle mensen heb ik ze laten beloven dat ze dit nooit meer zouden doen en als ze hard werkten mochten ze weer aan boord blijven.
Daarna kregen zie natuurlijk van alle opvarenden een daverend aplaus dat ze dubbel en dwars verdiend hadden.... Het was een geslaagde grap!!