NIEUW: Blog reclamevrij maken?


Tekstgrootte aanpassen?
Klik op + of -



BLOG ZOOM

In deze kolom info over mijn blog en over Hindeloopen
Foto
Mijn blogs
  • Hylper volksverhalen
  • Gedichten
  • Toen en Nu
  • Geschiedenis verhalen
  • Puzzels
  • Straatnamen in Hindeloopen
  • ????
  • Eigen verhalen
  • Bijnamen in Hindeloopen
  • Foto album
    Andere interessante links over Hindeloopen
  • Fam Blom GP TV
  • Blog van Anske Smit
  • Uw Kerstkalkoen uit Hindeloopen
  • Hindeloopen 1940-1945
  • Gesproken tekst in het Hylpers
  • Verhalen rond het IJsselmeer
  • Wandeling door Hindeloopen
  • Beelden Hindeloopen van waddenacademie
  • Oud Hindelooper maakt scheepjes in de fles
  • Beelden Hindeloopen WHG
    You Tube filmpjes
  • Hindeloopen
  • Belslydjeien
  • IJsbergen-Kruiend ijs
  • RTN filmpjes
  • Omrop SW
  • Gert Jan Groenendijk
  • Gerke de Jong
  • NCRV film 1963 Deel 1
  • NCRV film 1963 Deel 2
  • Sinterklaas intochten Hindeloopen
    Oude polygoon filmpjes
  • Noordzee visserij
  • Film keuze
  • Meer oud nieuws uit Hindeloopen.
  • Street View
  • World Panoramic Photograhy
  • Foto
    Foto
    ****Wor iis op earde en laand to viinden-- Dot zok en koninginne het--Jo't iin jer dwaan en leeten-Altiid op rogt en oenrogt let****

    Links op de foto de vlag en rechts het wapen van Hindeloopen. In de lichtkrant het eerste couplet van het volkslied van Hindeloopen. Hindeloopen ligt in het ZW van de provincie Fryslân aan het IJselmeer en is één van de Friese elfsteden. Het heeft een rijke cultuur historie, een eigen dialect en een bijzondere eigen klederdracht.
    Sinds 1225 was Hindeloopen een zelfstandige gemeente. Met de herindeling van 1 januari 1984 verloor Hindeloopen haar zelfstandigheid. Samen met Hemeleumer Oldefaert. Stavoren en Workum vormden ze de gemeente Nijefurd. Per 1 januari 2011 fuseerde Nijefurd met de gemeenten
    BolswardSneek, Wûnseradiel en Wymbritseradeel tot de gemeente Sudwest Fryslan.

    Hoe kom ik Hindeloopen

    Per boot via het IJsselmeer.
    Met de trein via de lijn Leeuwarden-Stavoren.
    Voor een route over de weg  klik op onderstaande link van ANWB routeplanner en de weg naar Hindeloopen wordt u gewezen.

  • ANWB route planner
  • Het weer in Hindeloopen

    Een dagje Hindeloopen? Maar u wilt weten hoe het weer is. De Friese weerman Piet Paulusma vertelt u welk weer te verwachten is.

  • Het weer met Piet Paulusma
  • Foto
    Foto

    Hierboven de vlag en het wapen van de gemeente Súdwest Fryslan. De gemeente Súdwest Fryslan  is op 1 januari 2011 ontstaan uit een fusie van de gemeenten Bolsward, Nijefurd, Sneek, Wûnseradiel en Wymbritseradeel.  Súdwest Fryslan is gelegen in Zuid West Friesland. De gemeente heeft cica 82.000 inwoners en een oppervlakte van 815,97 km2 , onderverdeeld in 433,09 km² land en 382,88 km² water. Hiermee is het qua totaal oppervlakte de grootste gemeente van Nederland. Als enkel naar de landoppervlakte gekeken wordt moet het de Noordoostpolder laten voorgaan. Voor meer over de gemeente Sudwest Fryslan verwijs ik graag naar onderstaande gemeentelijke website.

     

  • Gemeente Súdwest Fryslan
  • Foto
    Inhoud blog
  • Scheepswrak bij Hindeloopen
  • Elfstedentocht 1941
  • De schaatsenmakers
  • Info over de kerstboom
  • Altijd bovenaan
  • De Hylper haiven
  • De gemene scharen
  • Een Zuivelfabriek
  • De schaatsenmakers
  • Het Workumer Nieuwland
  • De wachtposten en de spoorbrug
  • Sporen van Joods leven in Hndeloopen
  • De geschiedenis van de Hindelooper toren
  • Rooms Hindeloopen
  • Herinneringen aan het (oude) station
  • Een verhaal van een visser uit 1700
  • Vijf generatie's Bootsma als visser
  • Link naar polygoon filmpjes
    Foto

    "Er bestaat geen enkele reden om niet gelukkig te zijn, maar we bedenken wel duizenden excuses. " Auteur: Bert Hendriks
                       
    ***
    "Niets is linker dan voor rechter spelen." Auteur: Carla Pols
                       
    ***
    De eerste dode in elke oorlog is het gezond verstand." Auteur:A. den Doolaard, schrijver.
                        ***
    "Van een schouderklopje is nog nooit iemand geblesseerd geraakt." Auteur:Leo Beenhakker, voetbaltrainer.
                       
    ***
    "Verschans u in tevredenheid, want dat is een onneembare vesting." Auteur:Epictetus
                       
    ***
    "Dromen kan een mens alleen, maar leven kan hij slechts met anderen." Auteur onbekend
                       
    ***
    Wees een zonnestraal, je medemensen hebben er behoefte aan." Tegeltekst
                       
    ***
    "Ik mokte omdat ik geen schoenen had, totdat ik een man tegenkwam die geen voeten had." Chinees gezegde
                       
    ***
    "Zo lang ik leef wil ik sterven van geluk." Auteur: Harrie Jekkers, Nederlands cabaretier en schrijver
                       
    ***
    "Wat u weggeeft, verliest u niet." Auteur:Pater Henry de Greeve, Nederlands katholiek priester
                       
    ***
    "Het is beter een kaars te ontsteken dan te klagen over de duisternis." Chinees gezegde
                       
    ***
    "Wie slechts droomt over morgen, verspilt vandaag." Auteur:Billy Joel
                       
    ***
    "De kleinste daad van vriendelijkheid is meer waard dan het grootste voornemen." Auteur: Onbekend
                       
    ***
    "Het goede woord op het juiste moment is als een gouden appel op een zilveren schaal." Bijbeltekst
                       
    ***
    "Van een schouderklopje is nog nooit iemand geblesseerd geraakt." Auteur:Leo Beenhakker
                       
    ***
    Er is maar één religie. Dat is de liefde. Eigen spreuk
                       
    ***
    "Dromen kan een mens alleen, maar leven kan hij slechts met anderen."Auteur onbekend
                       
    ***
    "Laat Kerstmis gebeuren diep in je hart, opdat de liefde moge branden als een zon in de kerstnacht, sterk genoeg om heel het nieuwe jaar te verlichten." Auteur:Phil Bosmans
                       
    ***
    De vloed tilt alle schepen op. Auteur: Wijlen president Kennedy
                       
    ***
    We meten alles met onze maten. Maar wist u dat slechts 19% van de wereldbevolking blank is. Auteur onbekend
                       
    ***
    De hoop sterft als laatste. Russisch gezegde
                       
    ***
    Ga nooit hen zonder te groeten. Ga nooit heen zonder een zoen. Wie het noodlot zal ontmoeten, kan het morgen niet meer doen.

    Ga nooit weg zonder te praten. Dat doet soms een hart zo pijn. Wat je s’morgens hebt verlaten, kan er s’avonds niet meer zijn. Auteur onbekend
                       
    ***

    Hylpen likje stea oen it Yselmor
    mijn
    Welkom in Hindeloopen. Welkom bij mijn digitaal boek


    mijn


    Geschiedenisverhalen

    Zie ook andere blogs in linker kolom

    Ik wens u veel kijk- en leesplezier


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Altijd bovenaan

    Bij gebruik van gegevens van deze blog wordt naamsvermelding op prijs gesteld.

    Let op!  Let op!

    Blog gewijzigd. In linker kolom diverse nieuwe links

    Klik op bijlage voor een toelichting op Hylpen Likje Stea oen it Yselmor.

    Bijlagen:
    Toelichting.pdf (164.3 KB)   


    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Scheepswrak bij Hindeloopen

    Maritieme Archeologie - Scheepswrak bij Hindeloopen - 2006

    In juni 2006 is in opdracht van Gasunie NV in het IJsselmeergebied een duikonderzoek uitgevoerd op twee locaties langs een door de Gasunie geplande nieuwe gastransportleiding.

    Uit een vooronderzoek met geofysische technieken waren op negen locaties objecten waargenomen. Twee van deze objecten werden aangemerkt als mogelijk archeologisch. Deze twee locaties zijn visueel geïnspecteerd, geïdentificeerd en de resultaten zijn vastgelegd.

    Op één locatie zijn kleine en middelgrote (tot 1 meter) stenen aangetroffen die onderdeel uitmaken van een keileemlaag uit de laatste IJstijd die op deze locatie aan het bodemoppervlak komt.

    De andere locatie herbergt een nagenoeg intact historisch scheepswrak uit de laat-zeventiende eeuw, waarschijnlijk een tjalkachtige kustvaarder. In dit wrak werd onder meer een vuurplaats of kombuis aangetroffen met een verzameling potten, pannen, borden, lepels en ketels, deels bestaande uit intacte objecten.

    Op basis van de bevindingen en operationele afstemming is in overleg met het bevoegd gezag besloten dat de activiteiten rondom de aanleg van de nieuwe gastransportleiding doorgang kunnen vinden zoals gepland, waarbij het gebied rondom het scheepswrak niet verstoord wordt.

    Bron : Periplus Archeomare






    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Elfstedentocht 1941
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Foto 1941
     
    SERVICE VAN HINDELOOPEN


    Menig Elfstedentochtrijder zal bij zijn aankomst in Leeuwarden zeggen: “Bij de vele momenten, die mij op de­zen tocht getroffen hebben, zal de ontvangst te Hindeloopen onvergetelijk blijven”. En dan zullen andere tocht- en wed­strijdrijders hem of haar bijval­len, en “de service van Hindeloopen” zal nog vele ma­len het onderwerp van’t ge­sprek zijn èn stof tot veel vro­lijkheid geven. Wat was dat dan toch, die ‘service’ van Hindeloopen? Stel u voor, dat u, in Hindeloopen komende, moest ‘klunen’, een grasveldje over, een schuin oploopend straatje op, over een 25 meter ‘balsteenen’, om bij den con­trôlepost te komen!De wach­tenden hadden al bij voorbaat medelijden met de rijders, vooral met hen die op Noren reden. “For jin méénsken es 't gin dwaaen”, dât siz iek jimme. “West het wie dwaaene? Wie nimme te gaaere een op’t skoolder, en wie drèège him nei de controle tô!” “En wie helje ’n karretjen”. “En wie helje ’n krot”. Wij hoorden dit aan, en lachten eens. Want we we­ten: ‘Sizzen is neat, mar dwaen is ’n ding’, ook in Hindeloopen. Maar toen we ons, na de af­stempeling op ‘t ijs, van de zes eerstaankomenden, in café ‘De Zwaan’hadden terug ge­trokken, merkten we al spoe­dig, dat het meenens was.

    11.51 Een karretje over de balsteenen reed. Daar kwam De Vries, de winnaar van 1933, getrokken door zijn rivaal van dat jaar, IJpe Smid, den post binnen. Vlug afstem­pelen, een sprong op IJpe's schouders, hup! op de wagen, en weg naar 't ijs! Is dat service of niet? Daar kwamen twee jongens, die op hun schouders een forschen rijder torsten. Even klunen door de gelagka­mer, afgestempeld.... Hup, op­getild en weggedragen! Van toen af was er geen houden meer aan! Op fietsen, op kar­retjes, op aanhangwagens van fietsen.... Op handen gedra­gen kwamen ze binnen! Alleen het ‘krot’oftewel de kinderwa­gen bleef tot onzen spijt ach­terwege.’t Voorbeeld van de heeren der schepping werkte aanstekelijk.’k zie nog die vier meisjes (van pl. m. 1000 we­ken) sjouwen met dien rijder, die zich, volgens zijn zeggen, voelde, of hij in de wieg lag. Na deze ontboezeming kon geen der vier een stap meer doen, en het slachtoffer werd zacht­kens op de balsteenen neer­gevlijd. “Moet ik nu verder loopen” vroeg hij verschrikt. “0, néé, héér. Mar wie mutte éé­ven uutlakje, wie kenne naat mear”. En toen zeulden ze ‘ge­vieren’ den rijder postwaarts. Op het ijs werden de rijders reeds aangeroepen., aange­grepen, omarmd, opgetild, weggedragen, nog voor ze wisten, wat er met hen gebeu­ren ging. Ziet ge, dat is de spontaniteit, dat is de sportivi­teit, dat is medeleven, dat is de Elfstedensfeer. Want winstbe­jag zat hierbij niet voor. Uitte een rijder zijn dankbaarheid door een kleinigheid te geven, dan werd dit meestal afgewim­peld met een: “Néé héér, dèr dwaaene wie 't naat fôr, jimme mutte mar gauw op­sèète”. Bleef dan de rijder aan­houden, dân werd het aan­vaard, maar ‘t was de bedoeling niet. Ze hadden er graag een beetje kou voor over. Want koud was het! We zien nog dien rijder uit Hengelo z'n tanden zetten in een sinaas­appel, die hij, sappig en wel, van den start had meegeno­men.’t Zou niet gaan. Eén klomp ijs was het. Daarom echter niet getreurd. Een sprong in ‘t aanhangwagen­tje.... En weg was hij. Bleef de rijder even zitten voor een hartversterking, dan werd er ge­duldig gewacht, of men ging om een nieuw vrachtje. Zoo ging het in Hindeloopen tijdens den Elfstedentocht 1941, van ‘s ochtends kwart voor 11 tot ‘s middags 5 uur. Is het wonder, dat ‘de service van Hindeloopen’ nog lang stof tot veel gepraat en gelach zal ge­ven?

    Bron: Uus Likje Wraald.
    Ingestuurd door Gauke Bootsma


    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De schaatsenmakers

    DE SCHAATSENMAKERS

    Hindeloopen, Albert Lolkes Smid, Hindeloopen 7 - 4-1831

    Periode 1880

    Type: Friese schaats.

    Beschrijving:

    Zoon van de smid Lolke Jelles Smid (Hindeloopen, 1783 - 1853). Zijn tien jaar oudere broer neemt na de dood van hun vader de smederij over en Albert is dan smidsknecht bij zijn broer. Later krijgt hij zelf een smederij aan de Tuinen. De broers Smid hebben dan elk een smederij in Hindeloopen. In 1879 neemt Albert de smederij van Jorritsma aan 't Oost over. In de Navorscher van 1885 wordt gesproken van “Hindeloo­per” schaatsen zonder ver­melding van de maker ervan. Aangezien Albert Smid al vanaf circa 1865 smid is in Hindeloopen is het aannemelijk dat hij de maker is van de “Hindelooper” schaatsen, im­mers hij heeft al een langere traditie van schaatsen maken kunnen opbouwen. Waar­schijnlijk maakten ook zijn vader en zijn broer al schaatsen. De elfstedenrijder Ype Smid uit Hindeloopen die in 1929 tweede was in de Tolhuster Tocht en derde in de Elfstedentocht van 1933 is een kleinzoon van Albert Smid.

    (Bij nader onderzoek deed blijken dat Ype Smid geen kleinzoon is van Albert Smid, maar dat Ype zijn overgrootvader, Ype Lolkes Smid (1812), een half­broer is van Albert Smid: red.)
                                           _______________________

    O.Y. Faber: Hindeloopen
    .
    Beschrijving:
    Rond 1880 wordt Faber smid aan de Buren in Hindeloopen, waar hij in de stille tijd in kleine aantallen schaatsen maakt. De smederij wordt later door zijn zoon Ynze Faber overgeno­men. De houten werden ge­maakt door Borneman in Hindeloopen. In het briefhoofd van het door Faber gebruikte papier staan twee schaatsen­makers afgebeeld en noemt hij zich schaatsenmaker..

                                           _______________________

    Brongegevens:
    ObbeYnzes Faber.
    Sloten: 25-9-1852
    Koudum: 25-7-1 937
    Periode: 1880-1920
    Type: Friese schaats
    Uit: Uus Likje Wraald
    Artikel gevonden in het boek: “van glis tot klapschaats “ 
    Ingestuurd door G. Bootsma


    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Info over de kerstboom

           

    De oorsprong van de kerstboomtraditie.

    Over de oorsprong van de kerstboomtraditie lopen de meningen uiteen. Er bestaan hierover verschillende versies, maar steeds wordt aan de kerstboom dezelfde symboliek toegeschreven: in het putje van de winter symboliseert de spar met zijn groenblijvende naalden het leven dat niet dood is en zal terugkeren.

    De geschiedenis van de kerstboom is voor een deel gebaseerd op waarheid, maar de tijd en de verbeeldingskracht hebben deze realiteit een eigen vorm gegeven, waardoor de mystiek rond de kerstboom alleen maar gegroeid is.

    We geven hier de meest gangbare verhalen die de ronde doen over de kerstboomtraditie.

    Zeer waarschijnlijk was het bij onze Germaanse voorouders traditie om de kortste dag te vieren met een altijd groene tak of boom uit het bos (conifeer, jeneverstruik, hulst, maretak, enz…).

    Deze boom of tak stond voor het leven dat voortgaat en was de voorbode van de vernieuwing. Ook het licht vormde een belangrijk symbool bij deze gebeurtenis. Om de langste nacht van het jaar te vieren werden er vreugdevuren ontstoken. Naar alle waarschijnlijkheid is deze traditie van de groenblijvende boom en van het licht bij de kerstening van Europa overgenomen door de Christelijke gebruiken. Ze maakt sinds die tijd deel uit van de kerstvieringen.

    De traditie om de kerstboom te versieren met kerstballen zou ontstaan zijn in de XIde eeuw.

    In die tijd gaven de troubadours voorstellingen op het kerkplein. Vooral het "mysterie" (de naam die gegeven werd aan deze voorstellingen) van het Paradijs was zeer in trek en kreeg een vaste stek in de Adventsperiode. Een boom (meestal de takken van een appelboom) versierd met rode appels symboliseerde dan de boom van het Paradijs. In de loop van de XVde eeuw vatten de gelovigen dan de gewoonte op om op 24 december, de feestdag van Adam en Eva, hun interieur op te smukken met deze versierde takken. Later werden door de Duitse kerstboomtraditie de appelboomtakken vervangen door een spar en de appels door kerstballen in allerhande kleuren.

    Wat er ook van zij, de traditie van de kerstboom heeft zo goed als zeker een Germaanse oorsprong. In de XVIde eeuw versierde iedereen zijn straat of huis met een groene boom (dit was meestal de spar van de Vogezen, toen de enige groenblijvende boom van streek). Dit wordt gestaafd door de edicten van Sélestat (Nederrijn). Deze edicten stelden een kapperiode in voor kerstbomen tijdens de kerstperiode (van 9 dagen vóór tot 9 dagen na Kerstmis).

    In Frankrijk was het Hélène de Mecklenbourg, echtgenote van de Duc d’Orléans en van Duitse origine, die in 1837 in de Tuilerieën voor het eerst een kerstboom versierde.

    Voor de invoering van de kerstboomtraditie in Groot-Brittannië en in de rest van het Europese continent zorgde Prins Albert van Saksen Coburg en Gotha. Via zijn huwelijk halverwege de XIXde eeuw met Koningin Victoria van Engeland verspreidde hij de traditie van de kerstboom in Groot-Brittannië.

    De missionarissen en de eerste Franse kolonisten zouden de kerstboom mee naar het Amerikaanse continent genomen hebben.

    Vandaag de dag maakt de kerstboomtraditie overal in de wereld deel uit van de heersende gebruiken. Deze van oorsprong christelijke traditie is uitgegroeid tot een symbool voor gelovigen en niet-gelovigen, groot en klein, arm en rijk, die samen rond deze boom de eindejaarsfeesten vieren.

    Hier in België moeten we voor de kerstboomtraditie teruggaan tot in de XVIIIde eeuw. In die tijd gingen de inwoners van de Ardennen in het bos een kleine spar zoeken waarmee ze hun huis in de kerstperiode versierden.

    Met de twee Duitse invasies die ons land tijdens deze eeuw meemaakte, kreeg deze traditie steeds meer ingang.

    Verschillende benamingen van land tot land

    Een "kerstboom" krijgt in Londen, Düsseldorf, Amsterdam in Parijs een heel andere naam.

    De Engelstaligen kozen voor de algemene term "Christmas tree", net als de Nederlandstaligen (kerstboom).

    De Duitsers spreken dan weer van een "Christbaum" of "Weihnachtsbaum" (kerstboom of Kerstnachtboom).

    In Frankrijk en Wallonië gebruikt men de term "sapin de Noël". Ongetwijfeld omdat de eerste kerstbomen "abies" waren (Latijnse naam voor "spar"). Door de eeuwen heen blijkt dit een verkeerde benaming omdat de meeste Kerstbomen eigenlijk epicea zijn (Epicea Abies Karst in het Latijn).

    Door de invloed van de Franse taal wordt een kerstboom in Vlaanderen ook wel een "kerstspar" genoemd.

    In zuiderse landen omschrijft men de kerstboom als "de boom van de Geboorte" (Italië: Albero di Natale; Spanje: Arbol de Navidad).

    Die verschillende benamingen hebben ondertussen ruimschoots ingang gevonden. Voor de consument en de verdeler is het inderdaad makkelijker om de kerstboom met een algemene naam aan te duiden, veeleer dan de variëteit te specificeren. Dan zouden immers heel wat namen in omloop zijn. Bovendien is dat een stuk moeilijker voor de verkopers en vooral de gebruikers die vaak de variëteit of de naam van de boom helemaal niet kennen.

    Bron : Orpah


    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Hylper haiven
    Klik op de afbeelding om de link te volgen



    De Hylper haiven


    De gemeentelijke haven van Hindeloopen was aan groot onderhoud toe. Op voorstel van de Stichting Stadsherstel Hindeloopen werd besloten om de haven, voor zover mogelijk, in de staat van 1930 terug te brengen. In 2005-2006 werd de oude haven gerenoveerd.

    Foto maart 2006 van Henk Smid. Op foto de de eerste sneeuw op de nieuwe "Lang bregge".

    In mijn fotoalbum, zie link, vind u een fotoreportage over deze renovatie.

                        Klik hier voor fotoreportage


    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De gemene scharen
    Klik op de afbeelding om de link te volgen



    DE GEMEENE SCHAREN

     


    Op straffe van een geldboete was het verboden ,,geduirende ende ondert scharreekenen….. sich onfassoenlijk met rabbelen off praeten mogen aanstellen tot... verstoringe ofte verbijsteringe van de reekeninge”, aldus een bepaling uit het schar-reglement van 1673.

    Hindeloopen kenmerkt zich met Molkwerum in een bijzonder gedrag ten aanzien van het bezit der weidegronden. Kennen wij het gemeenschappelijk weidebezit, vooral in de Saksische stre­ken van ons land, op de klei- en laagveengebieden is daar zeer weinig van overgebleven, en daarom is het een bijzonderheid wanneer wij het gemeenschappelijk weidebezit in Hindeloopen en Molkwerum rond 1700 nog aantreffen. Het gemeenschappe­lijk wei- en hooilandenbezit, wordt hier aangeduid met ,,gemee­ne scharren” het besloeg in die tijd 73,5% van de oppervlakte. De scharren lagen in negen afzonderlijke stukken aan beide zij­den van de Indijk. Ten oosten daarvan lagen de weilanden ge­naamd: Meenschar en de daaropvolgende Nijfenne, terwijl we de hooilanden Maaden en Soltgraft tot aan het Haanmeer daar eveneens moeten zoeken. Ten westen van de Indijk had men de weilanden: Weide, Diepesloot en Hyngstefenne, letterlijk Paar­denfenne, tevens treffen we daar de hooilanden Boven Poelen en Welcke aan. Het overige percentage land, kleine of particuliere fennen, was door sloten in kleine stukken verdeeld; het waren grotendeels hooilanden, in het bezit van meerdere eigenaars. Ze werden bestuurd door particulieren, terwijl de ,,gemeene schar­ren” door de stadsregering werden beheerd.

    Ieder jaar werden er door het stadsbestuur twee scharmeesters benoemd, die belast waren met de taak om samen met de schrij­ver de zaken van de gemeene schar te behandelen. Aangezien de Hindelooper klein-grondbezitters waren, de Meenschar kende in 1672 bijvoorbeeld 106 eigenaren, die onderling de schar splitsten. kochten of verkochten, huurden of verhuurden, was de admini­stratie van dit geheel een tamelijk moeilijke opgave. Daarom verwondert het ons ook niet dat de in de aanvang genoemde bepaling werd vastgesteld; men had alle rust nodig om te reke­nen.

    Van de hooilanden had ieder een aangewezen stuk door palen omheind. De weiden daarentegen waren onverdeeld. Men had hierin alleen een aandeel. Een ieder maaide zijn eigen stuk land, wanneer echter het hooi was weggehaald liep al het vee bijeen, daarbij werd bepaald dat de hoeveelheid grond en aantal stuks vee in een evenredige verhouding tot elkaar stonden

    Er waren ook enkele eigenaren, die geen bepaald aangewezen land hadden, maar enige ,,blinde koegangen” hadden toegewe­zen gekregen op de Maaden. Dit hield in dat zij geen hooi kre­gen, maar het recht hadden om na de hooioogst vee in het veld te zenden.

    Toen men na de aanleg van het bolwerk in 1672 de Meenschar had gesplitst, moest er geloot worden wiens aandeel binnen. en wiens aandeel buiten de fortificatiën zou vallen. Trouwens de Meenschar en de Weide waren door de uitbreiding der stad reeds aanmerkelijk ingekrompen.

    Langzamerhand begon in de achttiende eeuw het verdelingspro­ces der gemeenschappelijke gronden. Het particuliere bezit groei­de en daarmee ging gepaard een concentratie van grondbezit en bedrijven. Er waren in 1676 nog ruim 146 landgebruikers, daarna nam het aantal af. In 1714 ruim 68, in 1725 nog 61, terwijl bij de volkstelling van 1749 21 mensen werkzaam zijn in de landbouw, dat is zes procent van de beroepsbevolking. Zo rond het midden van de achttiende eeuw werd er in Hindeloopen in tegenstelling tot voorgaande tijden tamelijk veel aan akkerbouw gedaan, dit als gevolg van de tweede veepestgolf.

    Bron: Bovenstaand verhaaltje is overgenoemen de ZWH reeks “Hindeloopen stad aan de Zuiderzee”.
    In dit boekje wordt de rijke historie in kort bestek prima beschreven.


    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Een Zuivelfabriek

    EEN ZUIVELFABRIEK



    Een primitieve boerencoôperatie! - zo zou men het samengaan van de vier boeren, woonachtig op de Grote Wiske, een gehucht onder Koudum, met recht mogen noemen. Hun namen zijn bekend; nog bestaan de boerderijen waar zij hebben gewoond. Echter weten wij omtrent de redenen, die hen tot coöpereren deden besluiten, niets bepaalds; wij hebben de datum waarop zij met de fabriek-matige verwerking der melk begonnen nièt kunnen ontdekken, noch weten wij iets af van de zorgen en teleurstellingen, die in de zes of zeven jaren van hun samenwerking hun deel zullen zijn geweest. In het jaar 1888 vormden de boeren Feike R. de Boer, Siebold Wiersma, Tjebbe Tjebbes Czn. en Meindert Kuiper een combinatie, om de melk van hun bedrijven samen te brengen en centrifugaal te verwerken. Naast de boerderij van F. R. de Boer - op korte afstand van het toenmaals nog nieuwe stationsgebouw van Hindelopen -, werd een fabriekje gebouwd, voor de inrichting waarvan de firma Boeke en Huidekoper te Gro­ningen verschillende machireneën, o. a. een Laval Separator, leverde. Het fa­briekspersoneel bestond uit een botermaker en een kaasmaker, die bij Jouke Swart te Klooster-Anjum in de leer waren geweest; verder een werkman en een machinist; de laatste was woonachtig te Bolsward en bediende zich van een fiets met een heel groot en een klein wiel, een zogenaamde vélocipède: een op de Grote Wiske nooit eerder gezien vehikel, dat voortaan, in rijdende toestand, het dagelijks vermaak van de streekbewoners was. De leiding van het bedrijf was in handen gelegd van Tjebbe Tjebbes, een zoon van de Workumer boterkoper Cor­nelis Tjebbes, lid van Tjebbes en Co., welke vennootschap na beëindiging van de samenwerking het fabriekje van de vier boeren aankocht en van de afbraak een kaaspakhuis te Workum optrok. Aan de stichters van de boerencoôperatie op de Grote Wiske, en het jaar waarin zij met hun samenwerking aanvingen, herinnert enkel nog een eenvoudige gedenksteen, die, na tweemaal in een afbraak te zijn beland, tenslotte terechtkwam in een veeschuur op de Workumerwaard! Dáár, ingemetseld in een binnenmuur, troffen wij het gedenksteentje uit de Grote Wiske, bedolven onder het hooi, aan. Slechts enkele weken in de meimaand, wanneer het oude hooi bijna opgevoerd is, komt het steentje in het zicht... en op een dergelijke dag bescheen hem het floodlight van onze fotograaf, ten be­hoeve van de lezers van dit boek, die - gevolg van blind geluk! - van de foto­grafische opname van het gedenksteentje kennis kunnen nemen.
     
    Uit: Erf en wereld

    Op dit moment (anne 2014) is de steen, samen met diverse andere gevelstenen uit Workum, ingemetseld in de zijmuur van het pottebakers hus (restaurant) wat aan de merk staat.



    Op foto twee van de oprichters.

    Links M. Kuipers. 

    Rechts Sybolt Wiersma

     


    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De schaatsenmakers

    DE SCHAATSENMAKERS

    Hindeloopen, Albert Lolkes Smid, Hindeloopen 7-4-1831.

    Periode 1880 
    Type: Friese schaats
    .

    Beschrijving

    Zoon van de smid Lolke Jelles Smid (Hindeloopen, 1783 - 1853). Zijn tien jaar oudere broer neemt na de dood van hun vader de smederij over en Albert is dan smidsknecht bij zijn broer. Later krijgt hij zelf een smederij aan de Tuinen. De broers Smid hebben dan elk een smederij in Hindeloopen. In 1879 neemt Albert de smederij van Jorritsma aan 't Oost over. In de Navorscher van 1885 wordt gesproken van “Hindeloo­per” schaatsen zonder ver­melding van de maker ervan. Aangezien Albert Smid al vanaf circa 1865 smid is in Hindeloopen is het aannemelijk dat hij de maker is van de “Hindelooper” schaatsen, im­mers hij heeft al een langere traditie van schaatsen maken kunnen opbouwen. Waar­schijnlijk maakten ook zijn vader en zijn broer al schaatsen. De elfstedenrijder Ype Smid uit Hindeloopen die in 1929 tweede was in de Tolhuster Tocht en derde in de Elfstedentocht van 1933 is een kleinzoon van Albert Smid. (Bij nader onderzoek deed blijken dat Ype Smid geen kleinzoon is van Albert Smid, maar dat Ype zijn overgrootvader, Ype Lolkes Smid (1812), een half­broer is van Albert Smid: red.)

    O.Y. Faber: Hindeloopen
    . Beschrijving: Rond 1880 wordt Faber smid aan de buren in Hindeloopen, waar hij in kleine aantallen schaatsen maakt. De smederij wordt later overgenomen door zijn zoon Ynze Faber. De houten werden gemaakt door Borneman in Hindeloopen. In het briefhoofd van het door Faber gebruikte papier staan twee schatsenmakers afgebeeld en noemt hij zich schaatsenmaker.
     
    Brongegevens:
    ObbeYnzes Faber.
    Sloten: 25-9-1852
    Koudum:25-7-1 937
    Periode: 1880-1920
    Type: Friese schaats
    Uit: Uus Likje Wraald
    Artikel gevonden in het boek: “van glis tot klapschaats “ 
    Ingestuurd door G. Bootsma


    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het Workumer Nieuwland
    Klik op de afbeelding om de link te volgen



    Foto is situatie(ontwerp?)schets van het Workumer Nieuwland
    (In werkelijkheid is de dijk in rechte lijnen aangelegd.) 


    HET WORKUMER NIEUWLAND

    Het Workumer Nieuwland, oftewel ‘het Nylân’, is tussen 1621 en 1624 ontstaan door bedijking van de inham, het zogenaamde ‘Worckumer Hop’, tussen Workum en Hindeloopen. Alvorens het zover was zijn er verschillende plannen geweest. Er zijn tekeningen dat deze polder eerst een stuk kleiner zou worden. De eerste schets dateert van 1599. Dit betrof een dijk via de kortste lijn van Hindeloopen naar Workum. Het eerste plan is van 1621. Dat betrof een dijk vanaf v.m.Kolderzijl (ongeveer bij de grenspaal Hindeloopen-Workum aan de Oosterdijk) naar Workum. Te oordelen naar oude tekeningen was de dijk Tontje-Hindeloopen zoals die in 1624 is aangelegd eerst niet recht toe recht aan gepland maar zaten er enige bochten in deze dijk. De dijk zoals hij nu is aangelegd is ruim 3,9 kilometer lang.

    Om de haven van Workum bereikbaar te houden werd toen ook ’het Zool’ gegraven’. De naam ‘het Zool’ is al van voor de inpoldering van het Nieuwland. Toen heette de inham van de Zuiderzee voor Workum ‘It Zool’. Ook de putten langs de dijk zullen, zo laat zich raden, ontstaan zijn bij het maken van de dijk.

     De polder Nylân wordt doorkruist door drie wegen/paden. Op de (vermoedelijke) ontwerp tekening wordt de huidige ‘Lieuwe Klazes Leane’ aangeduid als ‘Maags Dam’. Uit overlevering is mij verteld dat de Maags Dam nadat de polder klaar was waarschijnlijk vernoemd is naar een opzichter die Lieuwe Klazes heette. De huidige ‘Lange Leane’ staat op eerdere tekeningen vermeld als ‘Middellaan’of ‘Workumer Dam’. 

    De huidige ‘Hylper Dyk’(vanaf Nylândermolen naar Workum) staat op de eerste tekeningen niet vermeld. Dus kan aangenomen worden dat de weg in eerste instantie over de dijk liep en de weg ‘Hylper Dyk’ van latere datum is. Nabij de ‘Oude dijk’, aan Workumer kant van het Nylân was de ‘Kleine dam’die later omgedoopt is in ’t Papeleantsje’.

    Gelijk na de drooglegging werd de oostkant van de polder opgekocht door één boer die drie zonen had. Hij liet voor alle drie zonen een boerderij bouwen. Dit betreft de boerderijen Lange Leane nummer 11, Lange Leane nummer 20 en Lieuwe Klazes Leane nummer 3. Verder valt op dat de huidige boerderij Lange Leane 4 van begin af aan als ‘Intiema Hofstede’ staat vermeld. Dus zal ook die boerderij waarschijnlijk van het eerste uur zijn.

     De gehele polder, groot 1200 pondemaat (= ruim 441 ha) wordt momenteel bemaalt door een elektrisch gemaal nabij de "Nylândermolen" bij Workum. Het water wordt middels een kanaal en een duiker in de ‘Oude dijk’ op de Friese boezem gepompt. Voorheen werd dit werk uiteraard door de molen gedaan. Het schijnt dat er een stuk of drie molens zijn geweest om het ‘Nylân’ droog te houden. Het precieze hoe en wat van die molens is mij niet bekend. De de huidige molen de zogenaamde “Nijlannermolen’ bij Workum is waarschijnlijk gebouwd in 1784. De achtkante bovenkruier is van het type grondzeiler en de functie is poldermolen. De windmolen die in 1987 gerestaureerd werd wordt bij gelegenheid gebruikt. Eigenaar is de Molenstichting Nijefurd. Nabijgelegen is de molenaarswoning.

    De dijk van het ‘Nylân’ is meerdere keren doorgebroken. In een boek van het waterschap worden wel een stuk of vijf doorbraken genoemd. Al voor de definitieve verdeling van de gronden (1635) zou er een doorbraak geweest zijn. In 1776 brak de dijk zelfs op 2 plaatsen door. De doorbraak van 5-2-1825 was van ongekende omvang. Ook is toen de ‘Oude Dijk’ nabij de ‘Kolmar’ en ‘Dyksherne’ doorgebroken. Ook op andere plaatsen rond de ‘Zuiderzee’ zijn toen de dijken doorgebroken.De bekende stads archivaris W.Eekhof (1809-1880), die deze ramp dus persoonlijk heeft meegemaakt schreef:

    “Hevige en aanhoudende stormen deden op verscheidene plaatsen dijkbreuken ontstaan en binnen weinige uren was tweederde gedeelte deze bloeiende provincie overstroomd”.

    Bij deze stormvloed, die meerdere dagen duurde, zijn in Groningen, Friesland en Overijssel circa 800 mensen omgekomen.

    Na deze ramp van 1825 is waarschijnlijk de noodzaak ingezien om in geval van calamiteiten snel te kunnen ingrijpen. Nabij de plaats waar de dijk in 1825 doorbrak werd een ‘Seelhokje’ (wat de ouderen in Hindeloopen zich nog wel kunnen herinneren) gebouwd waar grote zeilen in werden opgeslagen om in geval van nood de dijk mee te kunnen verstevigen. Na afsluiting van de Zuiderzee in 1932 werd dit overbodig en is dit hokje gesloopt.

    Markant op de dijk staat de vuurtoren ‘het Toantsje’ met daar tegenaan de woning voor de vuurtorenwachter. Als bouwdatum voor deze vuurtoren kwam ik 1807 en 1817 tegen. Welke de juiste is laat ik in het midden.

    Het westelijk gedeelte (het laagst gelegen deel van het ‘Nylân’) gelegen tussen ‘Gatsdijk’ en ‘Lieuwe Klazes Leane’ werd tijdens de ruilverkaveling in de zeventiger jaren van de vorige eeuw grotendeels aangekocht door staatsbosbeheer en beheert als natuurgebied.

    Aan de kant van Hindeloopen staat tegen de dijk het zogenaamde ‘Diikshusjen’. Dit werd, voor zover mij bekend, altijd bewoond door een arbeider van het waterschap. Die zal van oorsprong zo neem ik aan een soort wachtersfunctie hebben gehad. Wanneer dit Dijkshuisje precies gebouwd is niet bekend. Althans niet bij mij.

    Gegevens komen uit: Archiefboek Westergo’s IJsslemeerdijken, Website Molenstichting Nijefurd en oude tekeningen.

     


    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De wachtposten en de spoorbrug

    De wachtpost(en) en spoorbrug

    Vroeger was er een bevaarbaar water van Koudum via Haanmeer naar de voormalige Zuiderzee. Het kanaal 'de Kûns' liep vanaf de Haanmeer naar de Oosterdijk. In de oosterdijk was toen een sluis. Vanaf de sluis was een vaargeul naar het diepere water van de zuiderzee.

    Met de droogmaking van het Workumer Nieuwland (1621-1624) verviel voor Koudum deze verbinding met de Zuiderzee. Men was nu aangewezen op de route Oostervaart-sluis Hindeloopen of via Haanmeer-Indijk-Sylroede-sluis Hindeloopen.

    Het laat zich raden dat in verband met bruggen en de diverse bochten in deze kanalen dit geen goede vaarverbinding voor Koudum was. Er werd dan ook gezocht naar een betere/snellere vaarverbinding tussen Koudum en de Zuiderzee. Er werden plannen ontwikkeld om het bestaande water de Kûns te verleggen richting Hindeloopen en tussen Station en het Dijkshuisje een nieuwe sluis te maken.

    Naar ik aanneem werd deze discussie gevoerd in de tijd dat de spoorlijn werd aangelegd.(het staion is in 1885 gebouwd) Waarom dat niet is doorgegaan en wanneer deze plannen gestopt zijn is mij niet bekend.

    Wel is duidelijk is dat de spoorbrug oorspronkelijk ontworpen is als een draaibare spoorbrug. (of de brug ook daadwerkelijk draaibaar is geweest verschilt mijn informatie over)

    Logisch nadenkend zal het plan van een nieuwe vaarverbinding Koudum-Zuiderzee in verband staan met het oorspronkelijk plan om de spoorbrug draaibaar te maken. En dat vlak bij deze brug een dubbele wachtpost stond zal ook debet zijn aan het feit de brug draaibaar zou worden. (waarschijnlijk bedoelt voor 2 brugwachters)

    De Oostervaart werd, om haaks op de spoorbaan uit te komen, verlegt. Oorspronkelijk liep deze rechtdoor. Dit stuk oude Oostervaart is nog steeds zichtbaarin het grondprofiel. In oude archieven van de spoorwegen wordt het verlegde stuk Oostervaart aangeduid als “de verlegde Oostervaart”.



    Boven: De wachtpost met spoorbrug gezien vanuit Zuiden


    Boven: Dubbele wachtpost met spoorbrug gezien vanaf de Oosterdijk

    g

    Spoorbrug nadat de wachtposten gesloot waren. Op deze foto is aan aan het middelste metselwerk duidelijk te zien dat de brug als draaibrug gebouwd is.


    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Sporen van Joods leven in Hndeloopen

                Joods leven in Hindeloopen.

    Oudere inwoners van Hindeloopen weten het ‘Jodenerf’ feilloos aan te wijzen, jongere generaties kijken vreemd op van het woord. Aan het lege perceel aan de Buren is niet te zien dat hier vroeger een synagoge heeft ge­staan. Een groen-wit hek moet kennelijk voorkomen dat het grasveldje gebruikt wordt door spelende kinderen of vuilstorten door ouderen.  

    Over de historie van de joodse gemeente van Hindeloopen is maar wei­nig bekend. J. F. van Agt meldt in een hoofdstuk over de synagogen in Friesland  in   Hartog Beems “de joden van Leeuwarden” dat de ‘kehilla’ (gemeente) in 1862 bij gebrek aan leden moest worden opgeheven.

    In “merkwaardigheden van Hindeloopen”, een in 1979 herdrukt boekje van Roosje, Kroese en Eekhoff uit 1855, wordt nog vermeld dat in het stadje een 'bijkerk der Israëlieten' te vinden is, naast een kerk der hervormden, een doopsgezinde kerk en een kerk der christelijke afgescheidenen. Het terrein met opstal der voormalige kerk kwam later in handen van Jochem Pieters die het gebouw liet afbreken. het terrein is nu in eigendom van een kleinzoon van Jochem Pieters en wordt gedeeltelijk gebruikt als parkeer terrein.

    Dé Hindelooper sjoel, waarvan geen afbeelding bewaard is gebleven, heeft vermoedelijk een streekfunctie gehad, want de gemeente had een begraafplaats in Workum, die nog redelijk in tact is. Dit joodse kerkhof geldt als het oudste in Friesland
    In het register van naamgeving uit 1811 worden de joodse inwoners van Hindeloopen afzonderlijk vermeld. Er zijn negen gezinshoofden en in totaal komt het ledental van de joodse gemeente op veertig. Dertig jaar later waren het nog maar dertig en daarna loopt het aantal joden snel terug, vooral door migratie ten gevolge van de economische teruggang in de Zuiderzeestadjes. De overgebleven joodse families sluiten zich aan bij de gemeente in Bolsward, waar ook de opbrengst van heen gaat van de verkoop van het perceel aan de Buren.

    Bank van lening In 1634 was er al sprake van joodse inwoners in Workum, Ene Davids Provana pacht namelijk in dat jaar de bank van lening. Dertig jaar later, zo blijkt uit oude analen, geeft het stadsbestuur aan Davids Salemons toestemming om een ‘plaetse van begravenis’ te stichten. Of de twee Davids één en dezelfde persoon zijn, is niet duidelijk. Voor de grond be­taalde Salemons dertig 'caroliguldens' pacht. De oudste steen die op het kerkhof te vinden is dateert uit 1676 en staat op het graf van Benjamin, de zoon van Jehoeda Sarlouis. Blijkens het grafschrift waren Benjamen en zijn vader beiden 'chaweer', een eretitel die slechts voorbehouden was aan zeer vrome Jo­den met bijzondere verdiensten voor de gemeente.

    Het kerkhof, dat nog geen tweehon­derd vierkante meter groot is, is te vinden aan de zuidkant van Workum, vlak bij de sluis. In augustus 1764, dus rond het eerste eeuwfeest van de dodenakker, verscheen er in de Leeuwarder Courant een advertentie van het Workumer stadsbestuur waarin rechthebbenden worden opgeroepen zich te melden, 'aangezien ‘t Jooden Kerkhof tot Workum zeer vervallen is'. Het stadsbestuur wilde mogelijk erfgenamen kennelijk laten opkomen voor de kosten van herstel. De laatste dode werd in 1706 begra­ven. Oospronkelijk moet er een boomwal om het kerkhof hebben gestaan. Aan het eind van de vorige eeuw werd die wal vervangen door ‘een staketsel met wel 10-voudig prikkeldraad, zoals ene J.B. in de LC van 9 december 1933 meldt. Tegenwoordig is het kerkhof omgeven door een anderhalve meter hoge witgepleisterde muur, terwijl de toegangsdeur groen is geverfd met grote witte Davids ster                                                           

    Jiddisj. Tot diep in de negentiende eeuw spra­ken veel Nederlandse Joden een eigen taal, het Jiddisj, maar dan in een unieke mengeling van Hebreeuws met woorden uit het Aramees, Duits en verschillende Romaanse talen. De meeste Joden wa­ren in de 17e en 18e eeuw ons land bin­nengekomen, eerst voornamelijk uit Spanje en Portugal, later in veel grotere getale uit Midden- en Oost-Europa.

     In Friesland is vooral de negentiende eeuw een periode geweest waarin veel Joden in Leeuwarden en enkele middelgrote steden en dorpen neerstreken. Echt groot is het joodse aandeel in de bevolking in Friesland evenwel nooit geworden. In Groningen. en Drente bij­voorbeeld. woonden veel meer Joden. Het grootste aantal dat Friesland ooit telde was 2203 in 1879

    Bron: Leeuwarder courant van 4 augustus 1987

    Uit een krantenknipsel uit "Ons Noorden van 1940 kan opgemaakt worden dat er toen nog 40 joden in Hindeloopen waren gevestigd.

    In de Zuidwesthoek reeks "Hindeloopen stad aan de Zuiderzee van Gosse Blom en Daan Postma is te lezen dat tot 1860 Joden regelmatig in een bij-synagoge in Hindeloopen bijeen kwamen. Toen werd het gebouw afgebroken omdat de groep in omvang te klein was geworden.

     






    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De geschiedenis van de Hindelooper toren
    Klik op de afbeelding om de link te volgen


    DE GESCHIEDENIS VAN DE TOREN

    De toren zoals die anno 2003 er staat is in 1734 gebouwd. De stenen onderbouw is echter ruim honderd jaar ouder (1615) of misschien zelfs nog ouder.

    Zo is het bekend dat er reeds in de middeleeuwen een RK kerk, gewijd aan St Gertrudis, een schippersheilige, stond op de plaats van de huidige kerk.

    Volgens bronnen verwoestten uit West Friesland komende bannelingen in 1570 kerk en toren. En volgens oude afbeeldingen en een kaart uit 1580 is de Westertoren misschien ooit een vrijstaande toren geweest.

    Meer bekend is dat er in 1615 een soortgelijke toren is gebouwd als de huidige toren. Deze toren uit 1615 is gebouwd op een 20 meter hoge, mogelijk in 1593 ontstane, blokvormige onderbouw. Deze toren was net als de huidige toren van het zogenaamde ‘Lantaarntype’.

    In 1701 brandde deze toren door blikseminslag af. De brand die tijdens een kerkdienst gebeurde veroorzaakte grote deining onder de op dat moment aanwezigen in de kerk. De bovenste 3 omgangen van de kerktoren branden af. (dus de gehele houten bovenbouw). In 1734 werd de huidige toren ngebouwd op bestek van Klaes Pieters. De geldmiddelen werden verkregen door het heffen van het zogeheten torengeld, een belasting op wijn en bier.

    Uit de laatste twee alinea’s zou kunnen worden opgemaakt dat Hindeloopen het 33 jaar lang moest doen met een toren zonder spits. Maar naar de tekening van J. Stellingwerf uit 1724 te oordelen heeft men de toren tijdelijk voorzien van een kleine spits.

    In 1877 dreigde de toren weer verloren te gaan. Op 17 oktober van dat jaar raakte de bovenbouw alweer door blikseminslag in brand. De brandweer was echter snel ter plaatse en wist met behulp van een aantal burgers de schade te beperken. Burgemeester en wethouders toonden zich zeer tevreden over die actie en besloten. "Heeren Brandmeesters en ingezetenen dank te betuigen voor de betoonde hulpvaardigheid".

    Enkele gegevens van de toren:
    De toren is, net als die van 1615, van het z.g.n. Lantaarntype. Er zijn 3 omgangen. Hij is 42 meter hoog. De bovenbouw weegt 40 ton. Er wordt beweerd dat de eerste omgang op gelijke hoogte ligt als de drempel van de Herv kerk van Koudum. Onder de toren is nog kleine kelder. De ingang naar de toren is in de hal van de kerk. De eerste omgang is te bereiken via een gemetselde wenteltrap, wie hoger wil moet dit doen middels houten trappen en ladders. Op de spits staat een fluitschip als windwijzer
    .

    Voor meer foto's van de toren klik op foto boven.

    Wilt u meer weten over de geschiedenis van de toren en kerk in Hindeloopen klik dan op de bijlage.

    Bijlagen:
    Nieuw - Microsoft Office Word-document (12).xps (180.3 KB)   


    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Rooms Hindeloopen

    ROOMS HINDELOOPEN

    Van de kinderen van meester Elskamp (jarenlang schoolmeester te Hindeloopen) kreeg ik een overdruk uit ,, Ons Noorden” van mei 1940. Het stuk bestaat zoals uit de overdruk blijkt uit drie delen. Het geheel is echter door het oude taalgebruik en door de regelmatige verwijzingen naar andere artrikels niet gemakkelijk te volgen. Toch heb ik gemeend dit artikel hierbij (voor de echte liefhebbers) te moeten doorgeven. Het originele krantenartikel is ondergebracht bij het museum “Hidde Nijland Stichting”.

    Sinte Gertrudis parochie te Hindelopen

    I

    Frieslands Zuidwesthoek beheerst in opzichten het begin van de geschiedenis van het gewest. Op maatschappelijk gebied neemt de handelsstad Staveren in de al oudste tijd een overheersende positie in, terwijl de geestelijke macht er culmineerde in de machtige abdij van St. Odulphus. Beide invloedsferen onderling bevatten de elementen voor wrijving en van buiten af voelen andere machthebbers zich getrokken om hun kracht met hen te meten.De strijd van de Hollandse graven wordt gevoerd om in Staveren de sleutel positie Friesland te bezitten.

    Van Staveren als geestelijk middelpunt profiteren in verre omtrek vele omliggende kleinere plaatsen, waaronder voor de middeleeuwen Hindeloopen - het latere beroemde - geenszins de geringste. De schaarste van de bronnen voor de geschiedenis van die tijd is algemeen bekend, maar voor Hindeloopen is de toestand al zeer ongunstig. De lidtekens der stad zijn vele: herhaalde plunderingen en branden, waardoor het geteisterd werd reduceerde het archief tot een minimum, in tegenstelling tot Workum, dat een voor Friesland rijk te noemen oud-archief bezit.

    Rond 1420 werd er gedurende de felle partijtwisten van Schieringers en Vetkoopers huisgehouden; op 13 Mei 1507 legde een brand stad met kerk incluis in de as terwijl het bezoek van den Grooten Pier niet veel later, aan het archief ook wel ten goed zal zijn gekomen; 1570 kwam nogmaals de verwoesting over het oude Hanzestadje. Een enigszins sluitende geschiedenis is noch voor het burgerlijk noch het kerklijk leven te geven, slechts met hulp van hier en daar verspreid liggende gegevens kunnen enkele -grote lijnen getrokken worden.

    Zeer vroeg - op het einde der 8e eeuw maken wij kennis in de ,”TraditioneFuldenses” de schenkingen aan het St Bonifatius toegewijde klooster van Fulda rnet de hoeve “vila Hintinluofe”, als Engelmar en Goltgar zijn vrouw aan deze abdij dertig koegrazen land schenken met zestien horigen en Alberik de Fesia zijn land afstaat, gelegen aan de Zuidkant van de Mardunga tot aan de grens der hoeve ,,Hindalop". Van veel betekenis zal dit eerste begin niet weest zijn. Voor het eerst daarna vinden wij Hindeloopen terug in de goederenlijs van het klooster van Staveren. Waaruit blijkt dat in het begin der 12e eeuw te Hindeloopen een kapel was onder jurisdictie van van den abt van Stavoren, want de kapel van Hindeloopen staat niet in verband met de vervalsingen, welke te voorscein in het cartularium van deze abdij toen Prof. 0. 0ppermann er de kwartslamp van zijn critisch vernuft er op richtte.

    De invloed van het Benedictijnse Stave­ren op Hindeloopen komt eveneens tot uiting in de patrones, aan wie de kerk was toegewijd. Wij spreken van een kerk of van de parochie van Hindeloopen sinds 21 AprIl 1355, toen “Judices totaque Communitas parochie de Hindelopis” “Bestuurders en gemeente” van het “kerspel Hindeloopen”, voor de raad van de mede Hanzestad Lû­beck een verklaring aflegde over een ver­valste oorkonde.Mr. A. Telting in zijn Oud Friese stadsrecht vond de naam ,,parocie” in dit verband erg vreemd klinken, doch dit is geenszins het geval, daar de namen stad, parochie en kerspel dooreen gebruikt werden ten gevolge van het feit dat de grenzen van parochie en dorp of stad elkaar in de regel dekten, zonder nochtans in alles een bestuurseenheid te vormen. Er moet dus een opkomende be­volkingskern geweest zijn, doch wanneer er van een stad sprake is blijft voor alle elf Friese steden een uitgemaakte zaak en de lukraak gedane beweringen van Occo van Scharl verdienen verder niet de minste aandacht.

    Van der Aa in het Aardrijkskundig woor­denboek, hierin nog aarzelend gevolgd door Mr. S. Muller in zijn Indeling van het Bisdom, redeneerde als volgt bij de aanwijzing van het kerkpatronaat: de kerkstichting te Hindeloopen ging uit van Staveren; de abdij van Staveren was toegewijd aan St. Odulphus, en dus waarschijnlijk ook Hin­deloopen. Voor ieder, die weleens met pa­troonheiligen van middeleeuwse kerken te doen had is zo'n ,,dus" verdacht en het ver­wonderde dan ook niet in het oudst be­waarde recesboek (Register Ç. van het rechterlijk archief van Hindeloopen op het rijksarchief te Leeuwarden) een proces te vinden ,,thuijsschen partien als Jelle Jelle­zoen, Sepke Aggeszoen, Luijtk Lauwezoen ende Naenk Oenezoen, als volmachtich kerckfouden van wegen Sinte Gertrudis, patronisse tot Hindeloopen". Of Ste Geer­truud van Nivelles, - met St. Nicolaas een van de veel vereerde schippersheiligen van de middeleeuwen, aan de druk beoefende scheepvaart van Hindelopen haar patro­aat te danken heeft is niet te zeggen, doch ook de nabij gelegen kerk van Workum, eveneens een handelscentrum was haar gewijd. En in Workum, waarvan in de Proeliarius ,,hetstrijdboek” geschreven door den mon­nik Paulus van Rixtel de bewijze te vinden zijn, en in Hindeloopen hield de abt van Staveren vast aan zijn rechten bij de be­noeming van geestelijken aan de kerk. Ook het stadsbestuur heeft in het Friese gewest hierbij stenm in het kapittel, zoals de titel ,,kerckfooden” al wijst op medestiching door de gemeente.Van beider invloed meen ik iets te bemerken in een akte van 20 Ja­nuari 1557 (Recesboek), wanneer de kape­laan van Hindeloopen verzoekt in het bezit te worden gesteld van de inkomsten verbonden aan het luiden van de klok. ,,Heer Johannes ficarijs der stede Hindeloopen heeft bijeen doen vergaren te gerechte der vorscreven stede begerende……. dat sij hem zijn clockproeven souden laten folgen. Dit wordt hem toegestaan onder beding echter ,,dat de vorscreven Heer Johannes souden de clocken hluijden als dat van oldts ge­wonliek waer te dene, te weten: smorgens tehluiden dat morgenhuild ende tot Missen anderwerf, ende dat middaechs hluijd ende des avonds te loff. Ende dat denselven Her Johannes sijn goede dienst in derkercken soude bedienen en waren hem niet toelatende te Staveren te dene ende indien daer eenige meer clachten quamen ende dat hij die clocken niet en wachten ende dede hluijden……. gedochten zij de clocken te doen bestedigen ende aen andere per­soenen doen laten hluijden op costen”.

    Daar er sprake is van goede dienst te doen in de kerk en een verbod wordt gege­ven om in Staveren functies waar te nemen schijnt het stadsbestuur hier wel verder te willen gaan dan condities te stellen voor het luiden van de klok en daarbij oude be­palingen van het vicarisambt, dat Heer Jo­hannes reeds het jaar te voren beklede, op­nieuw te willen inscherpen of als nieuw toevoegen. Het eerste is wel het meest waarschijnlijk, daar het in overeenstem­ming is met de Friese tradities, dat de fun­datie van de kerk mede van de burgers is uitgegaan, waaruit dan wederkerig rechten volgen. Er is ook een scherp onderscheid tussen kerkgoederen en die van pastorie en vicarie, De rekening en verantwoording van de kerkgoederen wordt door kerckfon­den gedaan zoals in 1571 blijkt, maar de pastoor verkoopt wegens armoede wel van zijn landen.

    De bekende opgaven van 1543 van alle beneficleën laat zien, dat de kerk van Hin­deloopen 14 pondematen greedtland en maedtland bezit, waarbij de dijk niet is meegerekend. Dit bezit levert per jaar ge­middeld 16 stuivers vrij geld per ponde­maat; verder trekt de kerk haar inkomsten uit de twee zijlen tot een bedrag van 60 hoorntjes gulden per jaar. Over een der zijlroede voeren de kerkvoogden in 1565 een proces tegen Jacob Rennerszoen, die hen de eigendom betwistte ,,nopende de zijlroede van den Maelsloet nae Coudum in de gerechtichheijt van Hindeloopen", waarop als vonnis wordt gewezen, dat de kerkvoogden eigenaars zijn van zijl en opwas. In 1543 trok de kerk ook nog inkomsten uit een leen, dat open stond omdat de opbrengst voor het bestemde doel te klein was.

    II

    Van het bestaan van andere kerkelijke jnstellingen in de stad komen wij niets te weten; alleen vinden wij in 1557 een ,,Magdalenehuis", waarvan doel of bestemming nergens duidelijk wordt. Vermeldenswaard is wel de naamsafleiding van Klinte, welke welke naam bewaard bleef in Grote en Kleine Klinten en vroeger als Kluntefenne geschreven werd. Van der Aa in het Aard­rijkskundig Woordenboek spreekt over ,,be­namingen, waarvan de oorsprong tot hier­toe niet gebleken is. Men zou echter mogen gissen, dat deze dusgenoemde straten oudtijds zeker soort van schansen zijn ge­weest, dienende om de stad voor het geweld van vijandelijke aanvallen te dekken.... althans tussen Molkwerum en Warns is een gedeelte der linie tegen de stad opgewor­pen om de Spanjaarden te verdrijven, nog tegenwoordig onder de naam Klinkert be­kend". Achteraf is de oplossing in Hinde­loopen van veel vreedzamer aard. Klunte­fenne werd ook geschreven Knuntefenne en is verbasterd uit Kanunikenfenne, waarschijnlijk land dus van de vroegere Regulieren Kanunninken van Hemelum.

    Een opvallend feit nog is verder, dat de pastoor Johannes Adrieszoen en de kape­laan herhaaldelijk met derden in proces gewikkeld zijn in het kleine tijdsbestek, waarover het oudste recesboek loopt. In deze kleine wereld lagen alle functies nauw verstrengeld en stof voor conflicten bij veel voorkomende rechtsonzekerheid was er in overvloed. Zo boterde het niet tussen pastoor en schoolmeester rond 1567 en de 10e November verschijnt de pastoor voor den secretaris om akte te doen opmaken, dat Hertman Foekelszoen de schoolmeester ,,van huijs treckt" zonder toestemming, de kerk verwaarloost en het klokluiden acht­terwege laat. De secretaris steekt het niet onder stoelen of banken, dat hij weinig met pastoors standpunt is ingenomen, want wrevelig tekent hij aan: ,,de pastoer begerende dat ick secretaris daer van actesoude stellen int stadsboeck,'t welck ick hem niet mag weijgeren, heb ick daavan acte gemaakt".

    Dit was echter pas eerste offensief in de strijd. 29 Februari 1568sluiten ,,pastoer Johannes Andrieszoen ende kerckfoiden mijtsdragers de burgemeijsteren, schepenen ende raden tot Hindelopen sampt ingese­ten burgeren" een overeenkomst met Dirckzoen schoolmeester in het dorp Folgare om een jaar lang de school te bedienen ,,ende die kinderen eerlicken te leren met guede zeden ende manieren ende geholden te wessen de klocken te hluijden ende dat uurwerck te stellen ende de kerek te bedienen in zingen: missen, versperen, metten ende off, als dat van oldts gewoonlicken is te doene ende licht en water te halen inder kercke ofte doen halen" 's Morgens en 's middags moet hij luiden en zijn betrekking zal ingaan Maan­dag, uiterlijk Woensdag na den Zondag Invocavit, d.i. voor dat jaar op 8 of 10 Maart. Hij zal van de kinderen twee stuivers per kwartaal schoolgeld ontvangen, bij grote afname echter belangrijke reductie ,,als er drie kijnderen zijn in een huijs sal dat derde vri wesen; ende sal dat presente vierndiel jaers volle schoelpenningen heb­ben overmijts dat hij syn schoele nu tot Volgare verlaet ende sal de vorscreven schoelmeijster hem selven kost en huijsinghe bestellen. Des sal de vorscreven Jochem schoelmeijster een iegelick vierndel iaers van een iegelijck huijs der stede Hindelopen ontfangen een stuiver ende sal Kopermaandach (d.i. Maandag na Drie­koningen) ontfanghen vuijt handen van de kerckifoiiden van Hindelopen drie Karo­lus gulden". Beide partijen zullen tenslotte een opzeggingstermijn van drie maanden in acht nemen.

    Het onweer was hiermede niet van de lucht. 30 October 1568 besluit de ma­gistraat het onderwijs te monopoliseren te behoeve van den nieuwen schoolmeester, want de afgezette beconcurreerde in pri­vaatlessen zijn tegenstander. Ook dit was nog niet het einde. Ongeveer een jaar na­dat de nieuwe schoiarch Jochem Dircks­zoen was opgetreden zien wij hem het veld ruimen voor niemand minder dan zijn gesmaden voorganger Hertman Foekelzoen. Staat dit verdwijnen in verband met he heengaan van den pastoor?

    De kritieke tijd van de omwenteling in de ideeën is niet onopgemerkt aan Hinde loopen voorbij gegaan: de pastoor is na 1568 verdwenen. In de ,,Conscriptio Exu­lum" komt hij niet voor; was hij wellicht de nieuwere richting toegedaan? Wellicht ook heeft de strijd met den schoolmeester een diepere oorzaak. Het zijn vragen, welke onongelost blijven. De storm woedde in Fries­lands Zuidwesthoek en het kerkgebouw Geitrudis kercke viel als slachtoffer. Als de eerste bisschop van Leeuwarden, Cunerus Petri, steunend op het Spaanse gezag Friesland kan binnen komen en zijn visitatie in 1570 begint, dan leert het verslag van die reis, dat Hindeloopen, zonder kerk en pastoor hem geen gastvrij land was. 10 Juli bezoekt hij Sneek, dan IJLst, Harlingen, Staveren, Hemelum en Bolsward, maar niet Hindeloopen. De terugslagvav de gebeurtenissen welke zich afgespeeld hebben vindt men in een akte van 22 Februari 1577, welke zeer onbeholpen is gesteld, waarin kerk­voogden Allert Dowes en Jorgen Sijpkes verklaren, dat er nieuwe kerkvoogden gekozen moeten worden volgens gebruik ,,om dije laenden toe verhuuren alle jaren en soel daer gijen pastoer toe Hindeloopen en is en dat dije pastoer dije karckvoegden sedt ende sij mosten reijsen toe dije bijscop toe Lewarden ende gefen hem aan dije gele­genheijt van dije saecke ende hebben hem geseijt, dat Hessel Sverts ende Klaes Goedes ende Wijbrant Rijethesz, dat sij daer best toe ordeneert woerden". De bisschop gaf zijn goedkeuring aan dit voorstel en de afgevaardigden keerden naar huis terug, waar zij aanstonds de burgemeester be­zochten en verzochten, dat de nieuw be­noemden direct verwittigd zouden worden; om bij het afhoren der rekening tegen­woordig te zijn. De nieuwe kerkvoogden wilden geen verantwoordelijkheid nemen, waarop Aller en Jorgen ,,renonseren van dije voogdije" onder deze akte staat aange­tekend, dat de twee oude kerkvoogden Aller en Joergen voor burgemeesteren de rekening gepresenteerd hebben, ,,als Jarijch Bijntes­zoen en Harich Pijeters als nuwe karckvoegden deij rekeninge nijet ontvangen wijlen ende gijn karck voegde wese wijlden ofer bijscop bevel".

    Nog eenmaal schijnt een poging te zijn aangewend om de zaken voor het oude standpunt te vindiceren: de landdagpunten van 16 October 1577 zijn ondertekend door een Hindelooper pastoor Wopco Douwes. In 1580 heeft de Hervorming haar intrede voor goed gedaan; in 1580 preekte Rudoiphus Fabritius van Koudum tevens in Hinde­loopen en wel in het huis van Laurens Gijsberts, waar ook de gerechtszaken wer­den afgedaan: symoool van de lotsverbon­denheid tussen kerk en magistraat voor de komende tijden en oorzaak van vele geschillen.

    De stadsregering verklaart 22 Februarie1796,, dat zij sinds onheugelijke tijden de administratie van de Gereformeerde Kerk heeft gevoerd in alles (uitgezonderd de diakonie). Het komt ons waarschijnlijk; voor uit aantekeningen agter Reele Cohieren dat de zogenaamde Kerk- en Pastorie vastigheden had, welke nu onder de naam van stadslanden bekend zijn. De stadsrege­ring heeft tot hier toe aangesteld de tweede predikant, den organist en poestertreder (d.i. de man, die het orgel trapt) en wor­den beide predicanten en organist en poes­tertreder uit des stadscassa betaald. De gereformeerde kerk schijnt volgens het verhaal in Tegenwoordige Staat p. 399 op stadskosten gevestigd te zijn en is zo verre bekend is, van stadswege onderhouden". (Resolutieboek No. 8. f. 125). Veel tijd heeft in de troebele dagen van de Franse Revolutie de telkens wisselende stadsregering niet gehad om in haar stukken waarheid na te zien, doch men vergiste zich niet. Inderdaad was reeds de eerste Hindeloopense predikant Everard Bomehus op 31 October 1596 door het stadsbestuur aangesteld om tegen een tractement van 300 Carolua gulden en vrij wonen de dienst van het Godlijk Woord waar te nemen. Al 3 jaar vroeger was eveneens op stadskosten de kerk herbouwd blijkens de kwitantie van Allert Jansz groot 1400 Carolus gulden aan de stad aangeboden voor het bouwen van de kerk; 120 Carolus gulden voor het bou­wen van de toren en het maken van preekstoel en banken en voor reis- en verblijf­kosten naar en in Amsterdam ,,om 't holt tot de toorn te coopen".

    Dit zou het einde kunnen zijn van de ge­schiedenis van St. Geertruidskerke van Hin­deloopen naar oude stijl en voor het kerkelijk leven kon men verwijzen naar de ge­schiedenis van Hervormde Kerk en Doops­gezinde Gemeente.... als Hindeloopen geen hande1stad was geweest.

    (Slot).

    De officiële stukken kennen na1580 voorlopig geen Katholieken meer en men zou menen, dat zoals in vele andere plaatsen gedeeltelijk onder drang tot vernieu­wing van de oude vervallen religie, maar voornamelijk onder drang van boven af de zaken geliquideerd waren. Het verwonderd dan ook ten zeerste als men drie kwart eeuw nadien opeens in de ,,Annotationes" van A Tiara, die de zaken toch niet over­dreven voorstelt wat de getalsterkte van de Katholieken in F!iesland betreft het volgende te lezen krijgt. ,,'s Nachts deed de misionaris op het platteland te Koudum de eerste Mis, vervolgens brachten de bur­gers van Hindeloopen hem naar hun stad. Daar werd de uitoefening van de gods­dienst meer oogluikend toegestaan, dan elders, omdat die stad grotendeels uit schippers bestond, waarvan de schepen eigendom waren van katholieke reders, terwille van wie men gewoonlijk wel iets door de vingers zag. Ook was hier meer vrijheid om te preken, daar de mensen; Zondags ook al was er geen priester, samen kwamen en een van hen, die daartoe aan­gewezen was las een preek voor ,,uyt de Sondachschool" en voor en na de voorle­zing zongen zij en hielden na afloop een collecte voor de armen".

    Een verklaring van deze toestand biedt de eigenaardige positie van Hindeloopen, waar de toestanden meer Amsterdams dan Fries moeten heten. Typisch is, dat de stad ofschoon het niet over een haven, doch slechts over een open rede beschikte, intensief deelnam aan de scheepvaart. De gehele bevolking is direct bij de scheep­aart betrokken en weinig mannen blijven gedurende de zomermaanden in de stad achter. Heel het seizoen van de vaart op Noorwegen en de Oostzeelanden wordt er geen rechtsdag gehouden en later in de 17e eeuw krijgt men van de Stadhouders zelfs gedaan dat bij afwezigheid van de burgemeesters, die alle zeevarend zijn, een vroedsman - In een bepaald geval de schoolmeester - de stadszaken behartigt., In het begin der 14e eeuw vinden wij in Engeland de schippers van Hindeloopen met hun schepen de ,,Holigost"; de ,,Godes­frend"; de ,,Maryknigt" en de ,,Blithe­leven". Medembuk, Hoorn, Enkhuizen maar bovenal Amsterdam is het domein van de schippers van Hindeloopen; hier brengen zij het hout, dat zij van Noorwegen halen De thuishaven van Hindeloopen vooral na de ondergang van Staveren, doch reeds lang voordien was Amsterdam: daar klopt het hart van deze kleine stad. Vandaar dat ook in zake de omwenteling op godsdienstig gebied hier Amsterdamse - en paralel hiermede Rotterdainse - toestanden te zien zijn, Langzamerhand begint het duidelijk te worden, dat op de economisch sterke bevolkingsgroepen de Hervorming niet zulk een invloed heeft gehad, in tegenstelling tot de verarmde massa, welke van bovenaf veelal het in te ne­men standpunt kreeg opgelegd. Juist de twee grote Hollandse steden laten zien, dat de omwenteling hier niet snel ging. Van Amsterdam was bekend, dat er voor geld veel godsdienst vrijheid te koop was en voor Rotterdam spreken kerkraadsnotulen een duidelijke taal, omdat het doordringen van de nieuwe ideeën zonder sancties van hoger hand bijna onmogelijk was. Bovend­ien was men in handelskringen vanzelf meer verdraagzaam, omdat de dogmatische passies de handel afbreuk deden. Van deze gesteldheid heeft, zij het in het klein, ook Hindeloopen gebruik gemaakt. Die brede opvatting in godsdienst zaken heeft de magistraat van Hindeloopen steeds behou­den : als in 1669 een kwestie ontstaat over de gez'indheid van de te bedelen armen be­sluit men dat alle weeskinderen gemeen zullen zijn of hun ouders ledematen of toehoorders waren van de watyerlandse of Vlaamse gemeente of dat zij tot Rommse gezinden behoorden.

    Voor 1630 werkte als pastoor te Hindeloopen P. Jacobus en wel vanuit Workum; later werd hij door den Jesuit Giesla-Watteau opgevolgd tussen 1633-1637, terwijl ook Pater Schiedam van de Dominicanen er gewerkt heeft. Onderling verdeeldheid van de clerus gaf aanleiding tot mistoestanden en twisten, waarin de gelovigen betrokken werden. Zo is er een tegenstelling te zien in het bericht van Tiara, die enerzijds verklaart, dat te Hindeloopen de grote reders Katholiek zijn en van de andere kant, dat deze statie alleen geen priester kan onderhouden. Dit zal wel op onwil berustten, zoals men weigerde de boete voor den missionaris te betalen, toen voor de eerste en enige maal het gerecht de uitoefening van de godsdienst stoorde. Na 1658 werd de stad door seculiere priesters bediend. Langzaam aan is het getal der katholieken terug gelopen, waaraan vertrek naar Amsterdam wel niet vreemd geweest zal zijn: de handel van Hindeloopen in de 18e eeuw wordt beheerst door de Doopsge 'zinden. Een klein contingent - waarschijnlijk toch nog groter dan wij ver­moeden omdat pas in 1797 gesproken wordt van de vervallen Roomse Gemeente terwijl de verhouding dan is 1050 Gereformeerden, 320 Doopsgezinden, 90 Roomse en 40 Joden- bleef er steeds gevestigd; zodat men zelfs over een kerk beschikte. Immers 7 Augustus 1755 zenden de gecom­mitteerden uit het minder getal het vol­gende stuk aan de magistraat van Hinde­loopen. ,,Veste, lieve, bezondere, Met ver­wonderinge hebben wij bij de revisie van het vernieuwde reèle cohier van U edele's stad gezien, dat U.E. het huis Tjalk Luitjes van het ree1e hebben afgelaten, om reden dat er een Paepsche Kerck van is gemaekt, welke reden geenszins voldoende zijnde, zo hebben wij die post weder aangeslagen". In Jan. 1786 komt er een verzoek van Ruurd Johannes en Broer Dikkes in om de Roomse Kerk af te breken zonder betaling van de huisfloreen. Eerst dit was het einde van St. Gertrudis kerk van Hindeloopen.

    M. P. v. Buijtenen.


    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Herinneringen aan het (oude) station
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Het Hylper station

    Het was een mooie nazomerdag. Na het middageten stapte ik, om de tijd te doden, zonder een bepaalt doel op de fiets. Via het fietspad langs “Aesterdijk” ging de route, nog steeds zonder bepaalt doel, richting het Station. Daar werd ik aangesproken door iemand die ik niet kende. Hij vroeg of ik ter plaatse bekend was. Nu als geboren en getogen Hylper kon ik natuurlijk niet anders dan daar bevestigend op antwoorden. Mijn eerste gedachte was, zoals wel vaker voorkomt, dat deze vreemdeling mij de weg wou vragen naar Hindeloopen. Maar nee, zo bleek al snel, dat was niet het geval. Deze voor mij onbekende persoon haalde een (oude) ansichtkaart van het oude station uit zijn binnenzak. Hij vertelde dat hij deze ansicht bij toeval had gevonden tussen de papieren van wijlen zijn vader. Zijn vader, zo was hem gebleken uit achterop de kaart geschreven woorden, had als kind vaak gelogeerd in Hindeloopen. De vraag van de vreemdeling aan mij was “stond dat station op dezelfde plaats als dit huidige glazen hokje”? En zonder mijn antwoord af te wachten vroeg hij “weet u toevallig meer over dat station want ik zelf ben verzamelaar van alles wat met het spoor te maken heeft”?

    Overrompeld op deze aanslag op mijn geheugen reageerde ik in eerste instantie niet op deze vragen. De onbekende, mogelijk bang dat hij geen antwoord zou krijgen, reageerde op dit zwijgen van mij met de opmerking: “ Ik wil u niet tot last zijn maar als u iets zou kunnen vertellen over het station uit de tijd van deze foto zou ik daar zeer mee ingenomen zijn.

    Inmiddels begonnen bij mij de oude beelden uit het verleden naar voren te komen. Gezien dit meerdere beelden waren, en ik me realiseerde dat dit niet kon worden afgedaan met een simpel ja of nee, stelde ik voor er bij te gaan zitten op de stationsbank op het perron. En daar in de zon van die mooie nazomerdag begon ik te vertellen wat ik wist van het station.Ik begin hier bij wat ik weet uit overlevering en boeken.

    Rond 1862 kwam de spoorlijn Leeuwarden-Harlingen klaar. Daarna kwam al snel een discussie op gang om ook de spoorlijn Leeuwarden-Stavoren aan te leggen. Maar dit ging net als altijd bij dergelijk projecten niet zonder slag of stoot. Het duurde ongeveer dertig jaar voor deze lijn ook daadwerkelijk zou worden aangelegd. Het uiteindelijke doel van deze lijn was om in combinatie met een boot een spoorverbinding te realiseren tussen Friesland (Leeuwarden) en Amsterdam.Toen rond 1862 de discussie over de lijn Leeuwarden-Stavoren op gang kwam installeerde de Nederlandse regering een comité om de plannen uit te werken. Zij kwamen met voorstellen om deze lijn via Sneek-Workum-Hindeloopen naar Stavoren aan te leggen.Maar zoals zo vaak gebeurt werd er ook een tegen comité gevormd. Zij kwamen met voorstellen om de lijn via Sneek-Bolsward naar Hindeloopen aan te leggen. Na vele jaren van discussie besloot de Tweede kamer om de lijn via Sneek-Bolsward naar Hindeloopen aan te leggen. De Eerste kamer draaide dit besluit echter terug. Uiteindelijk werd door de Hollands IJzeren Spoorweg Maatschappij de spoorlijn aangelegd via Sneek-Workum-Hindeloopen met Stavoren als eindpunt aangelegd. De lijn werd 8 november 1885 geopend.

    Het station van Hindeloopen was identiek aan de gebouwen van Bozum, IJlst en Oudega. Type Loppersum: Parallelstaand middendeel met aan beide zijden een verschillend eindgebouw haaks op het spoor. Het werd in 1884 tesamen met de stations Workum en Oudega voor een totaalsom van ƒ 349.768, gebouwd door de aannemers Kloots en Arend uit 's-Gravenhage. Een soortgelijk station als in Hindeloopen, type Lopersum, staat nog altijd in Lopersum (lijn Groningen - Delftzijl) Rond 1940 werd het station verbouwd. Uit oude foto’s maak ik op dat toen de 3de klas wachtkamer verdween en die verbouwd werd tot fietsenstalling. Ook werd het sierlijke lijstwerk vervangen door eenvoudiger lijsten. Het gehele gebouw werd toen ook wit gepleisterd. In 1973 werd het geheel gesloopt. Ter vervanging van het station werd in 1970 reeds het huidige glazen wachthokje gebouwd.

    Naast het personen vervoer was ook het vervoer van goederen van belang.Voor het laden en lossen van deze goederen ( kolen, vee enz enz) werd een apart “los en laad” perron aangelegd.

    Terwijl ik deze gegevens aan de onbekende man vertel draai ik de ansicht onbewust om en om. Plotseling realiseer ik me dat dit station op de foto - wit gepleisterd en eenvoudig lijstwerk - niet het eerste gebouw is, maar het rond 1940 verbouwde station. Dus vertel ik mijn onbekende gast dat er voor dit gebouw, wat hij op de foto heeft, er eerder een mijn inziens veel luxer uitgevoerde versie van het station heeft gestaan. “Het oude en luxere station en het station op uw kaart stond iets naast het huidige glazen hokje. Het stond toen iets meer naar achteren dan waar we nu zitten op dit bankje. De huidige fietsenstalling staat feitelijk op de plaats waar toen het Station stond”. Vervolgens vraagt de onbekende mij “zegt de naam Houtsma u ook iets? Want die naam had mijn vader op de kaart geschreven”. Ook hier kan ik bevestigend op antwoorden. Ik vertel hem dat dit weliswaar van voor mijn tijd is maar dat ik uit overlevering weet dat er vroeger een Houtsma op het station woonde en “stationschef” was. Schijnbaar wist de onbekende zo voldoende want er kwamen geen vragen meer. Vervolgens bedankt mijn onbekende gast me uitvoerig voor de informatie en zonder dat we elkaar nader bekend maken vertrok hij in de voor het station geparkeerde auto.

    Ik zelf stap weer op de fiets en vertrek richting huis. Maar het gevoerde gesprek met deze onbekende laat mij niet los. Op de fiets, onderweg naar huis, fietsen in mijn gedachten diverse personen en situatie’s uit mijn kinderjaren (1950-1965) met me mee naar huis.

    Thuis aangekomen zit de vrouw met de koffie te wachten. Onder het genot van de koffie vertel ik haar het verhaal over de onbekende man. De vrouw vraagt me hierop “nu ik zou ook wel eens meer over het station van vroeger willen weten”. Nu dit verzoek kan ik natuurlijk niet naast me neer leggen.

    Dus steek ik deze dag voor de tweede keer van wal over het wel en wee van het spoorwegstation Hindeloopen. Er staat zo je weet nu slechts een klein glazen wachthokje (een abri). In mijn kinderjaren -1950 / 1965 - was het station echter een markant stenen gebouw. Waar nu het glazen wachthokje staat stond vroeger een ander klein gebouwtje. Voor zover ik me herinner moet dat een toilet gebouwtje zijn geweest. Maar daar ben ik niet zeker van. Als je het perron opkwam had je gelijk links om de hoek de fietsenstalling en een opslag voor goederen. Bij het eerste station was daar echter de 3de klas wachtkamer. In het midden gedeelte was een ingang naar het loket met daarnaast het kantoor van de stationschef. Ook was er nog een voordeur aan de straatkant die rechtstreeks naar het loket leidde. Maar die deur en gang naar het loket werd door eigen Hindeloopers weinig gebruikt. Die stapten doorgaans gelijk het kantoor in van stationchef. Wat ik me nog het beste herinner van dit kantoor was de telegraaf die af en toe voor mij niet te begrijpen piep geluiden produceerde. Maar de chef, die daarvoor “gestudeerd” had wist aan de hand van deze pieptonen precies wanneer de trein uit Molkwerum of Workum vertrok. En ook als de trein het station verliet verzond de chef met dit apparaat voor ons onverklaarbare code’s. Naast dit kantoor was de wachtkamer(s). Voor mijn tijd verdeeld in twee klasse’s. In mijn herinnering ging het echter om één grote wachtkamer. Op het eind van deze wachtkamer stond de grote zwarte kolenkachel die in de wintermaanden snorrend het grote vertrek verwarmde en het wachten tot een aangename en gezellige gebeurtenis maakten. Want veelal kwam de reizigers te voet of op de fiets naar het een kilometer van Hindeloopen gelegen station. En dan was met name in de wintermaanden even opwarmen voor men op de trein stapte toch wel aangenaam. Naast de wachtkamer was het voor die tijd grote woonhuis van de stationschef Kees Pruis oftewel in Hindeloopen beter bekend als Kees en Bep. De andere stationchef (in vaste dienst) Wolbers woonde in Hindeloopen.Voor het kantoor van de chef stond het apparaat met vier grote hendels voor het omzetten van de seinen en om de wissels te bedienen. Voor het station lag namelijk toen een dubbelspoor. Ook daar voor het kantoor twee grote slingers aan een standaard voor de bediening van de 100 meter verder gelegen spoorbomen. Met name deze apparaten voor de bomen, wissels en seinen herinner ik me, en waarschijnlijk ook andere jongens, zich nog goed. Want niet zelden mochten we, als de trein naderde, de chef helpen de bomen dicht te draaien en/of de seinen op veilig te zetten. En dat was natuurlijk een gewichtig en verantwoordelijke klus.

    Inmiddels heeft de vrouw opnieuw koffie ingeschonken. Maar helemaal opgaande in deze tijd van weleer had ik dat niet gemerkt, dus onderbreekt de vrouw me met de opmerking “drink nu eerst maar je koffie even op, want die is al bijna koud”. Terwijl ik aan dit “gebod” van de vrouw voldoe merkt zij op “die stationschefs hadden, zo lijkt me, niet echt een drukke baan”.

    Nu, zo ga ik verder, ik denk dat het toch tegenviel. Er was naast het binnenloodsen van de trein nog veel meer te doen daar op en om het station. Ook de postbode was regelmatig te vinden op het station. De post werd in die tijd vervoerd met de trein. Tweemaal daags fietste de plaatselijke postbode (Veldstra) naar het station om de post voor Hindeloopen op te halen en te brengen. Ook het aan de posterijen gelinieerde van “Gent en Loos” vervoerde de stukgoederen per trein. Deze werden dan afgehaald door de plaatselijke vrachtvervoerder (Amsterdam). En ja, het is mogelijk niet meer voor te stellen maar toen was er ook nog een heus “laad en los perron” voor bulkgoederen. Daar kwamen de wagons met steenkolen aan. En uit overlevering is me bekend dat er eens per week, maar dit was voor mijn tijd, ook een veewagon kwam voor het vervoer van vee van en naar de veemarkt in Sneek. En ook dit alles werd begeleid door de chef door het uitschrijven en uitgeven van vervoers brieven e.d. Ook was het regelmatig oliën van de seinen en alle raderwerken van de spoorbomen en seinen een taak van de chef. Nee, zo antwoordde ik de vrouw op haar opmerking “het was mogelijk geen baan om stres van te krijgen maar al met al denk ik dat zo’n chef toch wel behoorlijk veel had te doen”. En, zo sluit ik mijn verhaal over de stresgevoeligheid van de baan “stationschef” af, “je moet niet vergeten dat een werkweek toen uit 45 uur bestond, en een werkdag van ’s ochtends zes tot half elf ’s avonds in twee (wissel) diensten werd uitgevoerd.

    Na deze lezing mijnerzijds over de arbeidsomstandigheden van de stationschef anno 1960 komt de dochter binnen en onderbreek mijn verhaal. Zei merkt bij binnenkomst op “wat is het hier stil, normaal hebben jullie altijd wel de radio of de televisie aan”. Nu de vrouw verteld dat ik al een hele tijd aan het vertellen ben over de glorietijd van de spoorwegen in Hindeloopen. Tenminste, zo komt er achteraan, “die indruk krijg ik uit het verhaal”. In kort bestek verteld zij vervolgens aan onze dochter wat ik haar net verteld heb. De dochter inmiddels ook geïnteresseerd vraagt “was dat nog in de tijd van de stoomtrein”?

    Deze vraag zet mij opnieuw aan het denken. Na enig stil rekenwerk mijnerzijds reageer ik met “Ja en nee”. “Het vertelde speelt feitelijk tijdens de overschakeling van de stoomtrein naar de trein met dieselmotor. Ik kan me de grote zwarte stoomloc nog goed herinneren. Met zijn grote stoompluim en zijn “tjuke tjuke” geluid raasde die dan door de landerijen. Met de woorden “een matig mooi gezicht” sluit ik dit gedeelte van het verhaal af.

    Maar gelijk na het uitspreken van deze woorden realiseer ik me dat de woorden “een matig mooi gezicht” in feite gestoeld is op nostalgisch overwegingen. In feite werd die mooie stoomlocomotief in die tijd helemaal niet als zo bijzonder mooi ervaren. Het was meer een feit dat die reed en werd, met name door ons als kinderen, als normaal ervaren. In feite was die stoomlocomotief, zo realiseer ik me, in vergelijking met huidige diesel- en elektrische treinen maar een vuile machine. Algemeen werd de overschakeling naar de dieseltrein dan ook als een stap voorwaarts ervaren.

    Na dit ophalen van herinneringen is het tijd voor een paar sneetjes brood. Inmiddels staat ook de TV aan voor het laatste nieuws van het journaal. Als het brood naar binnen is gewerkt en het journaal is afgelopen gaat de vrouw naar de keuken voor de afwas. Ik zelf blijf voor de TV zitten om te zien wat men te vertellen heeft in de actualiteiten rubriek “Twee vandaag”. En daarmee verdwijnen mijn dagdromen voor deze dag.

    Voor foto's van het oude station kunt u op de foto boven klikken.


    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Een verhaal van een visser uit 1700

    Een verhaal over een Hindeloper visser, die in 1701 een gedicht maakte over de najaarsstormen op de Zuiderzee.

    Hindeloopen

    De geschiedschrijver Andreas Tiara vertelt in zijn beschrijving van katholiek Friesland dat de katholieken van Hindelopen die in 1700 nog 10% van de bevolking uitmaakten, welgesteld waren en temidden van de protestanten in vrijheid leefden. Achter het huis van de pastoor in de Burren hadden zij een eigen kerkje ingericht en ofschoon volgens de wet dit niet zichtbaar mocht zijn vanaf de straat, hadden zij op het dak een houten klokkentorentje gezet. Voorspoed en rust kunnen nu heel gemakkelijk voor bepaalde mensen nadelig worden. Dit was het geval met de katholieken van Hindelopen, die zich geen opofferingen behoefden te getroosten om hun geloof te beleven maar ook in zekere zin met de gehele burgerij van het kleine handelstadje dat in de 18e eeuw tot grote bloei was gekomen. Van verschillende zijden werd men gewaarschuwd om op zijn hoede te zijn en in de trant van die tijd voorspelde men, dat Gods toorn zou komen ovèr een volk dat niet meer ijverig was. Deze ernstige woorden door dominees en priesters uitgesproken maakten speciale indruk op de vissers. Men bracht allerlei gebeurtenissen in verband met de straffende hand Gods en bij de haven werd er lang over gepraat. Vooral de sterke najaarsstormen van 1701, die de Friese kust teisterden, werden beschouwd als een geesel van God.

    Een visser heeft dit opgetekend in een lied, een primitief stukje volkskunst dat in de huizen aan de haard werd voorgedragen. De beschrijving begon met het verhaal van de brand in het katholieke kerkje. Reeds een week lang was het stormweer geweest: de dijken hadden het hard te verantwoorden en hier en daar sloegen de golven over de dijkrug heen het land in. De katholieken waren op zondag 16 oktober naar de kerk gegaan om voor beter weer te bidden maar ze waren nog niet genoeg onder de indruk gekomen van het geweld van de elementen. Onder de hoogmis ontlaste zich boven het stadje een hevig onweer en de bliksem sloeg in in het torentje. Maar de schout, die toevallig in de Burren was, kon de mensen nog tijdig waarschuwen en zo werd een grote ramp voorkomen. Maar laten wede dichter zelf aan het woord: Juist op des Heeren dag zoodat onze pastoor was bezig in de kerk, te stellen Gods woord voor, zoo komt daar in de kerk, een man zeer hard geloopen. Het was onze majoor en deed de kerkdeur open. Hij riep:

    ,,Kom volk kom uit! de toren is in brand!" voorwaar een groote schrik men in de menschen vand.

    Omdat men er zo gauw bij was, kon men een grote brand voorkomen door het klokkentorentje naar beneden te halen en daar gauw uit te maken. Maar het was nu eenmaal een zwarte zondag. God wilde de stad waarschuwen! In de nacht liep een schip vlak voor de haven vast. Aan de wal konden de mensen door het geweld van de golven de noodseinen niet horen. Toen in de vroege maandagmorgen velen op de dijk naar de zee kwamen kijken, zagen ze dit schip in nood. Ze konden echter niets beginnen omdat de zee te woelig was en de branding te gevaarlijk. Voor hun ogen zagen zij het schip jammerlijk vergaan. Aldus beschrijft onze dichter deze gebeurtenis:

    Zoodat wij zagen daar matroosjes in de nood
    en klommen daar omhoog,
    daar kon geen schuit of boot bij haar daar komen niet,
    om haar daaruit te halen en velen door den dood,
    die moesten het duur betalen, wel veertig zielen dan,
    in deze groote nood die op het water daar,
    wegbleven in de dood de anderen, die er nog, toen in het leven waren
    zijn met een stuk van het wrak,gekomen door de baren.

    Dit was een tweede teken van God. De zee, waarop Hindelopen betrouwde, kon zich ook tegen de stad keren en daarom moest men de stem van God beluisteren in de woelige baren. Voor zijn stadgenoten deed de visser dit in de volgende verzen: Daar hebben wij gezien, Gods wonderbare werken hoe machtig dat God is, ach laat ons toch opmerken wat middelen dat God ons kan en ook zal om ons te straffen heeft, daarvoor zoo laat ons al van zonden ook opstaan, en ons alzoo bekeeren gelijk ons pastoor het ook, des Zondags ons ging leeren ziet Nahum den profeet, het was kapittel een al in het zesde vers, de tekst was zoo ik meen.

    Dit gedicht dat in het begin van de 18e eeuw in Hindelopen herhaaldelijk werd gedeclameerd en gezongen, toont ons van een andere kant de culturele belangstelling van het nijvere volk uit het oude Zuiderzeestadje. In de tentoonstelling in ons museum werd gesuggereerd dat de grootste bloei van de eigen volkskunst moet gezocht worden in het begin van de 18e eeuw. Daar sluit dit merkwaardige vers zich bij aan en leert ons dat ook Hindeloopen niet is achter gebleven bij de eigen dichtkunst rond de Zuiderzee.

    Bron: Dit verhaal is afkomstig van de website www.spanvis.nl.
    Met toestemming geplaatst op deze website. Zie voor meer verhalen rond de Zuiderzee onderstaande link.

                       Naar www.spanvis.nl.


    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Vijf generatie's Bootsma als visser

    Vijf generaties Bootsma bevisten Zuiderzee en I]sselmeer

     

    Als aandenken is de Skeachtrofee ingesteld

     

    Een geboren Lemster is hij niet, maar hij is verkikkerd op ons dorp als of hij, zoals Fedde Schurer in het lied foar de Lemmer omschreef "mei de earste tate de sâlte séwyn op syn lippen preau"

    De binding van Sipke Bootsma, visser in Hindelopen, met Lemmer is de afkomst van zijn
    familie. Lemmer was nog de geboorteplaats van zijn vader Pieter. Zijn eerste persoonlijke kennismaking met Lemmer was als zes jarige in het begin van de jaren vijftig.

     

    Dat eerste contact met Lemmer was op een vakantie met zijn ouders. Het zal niet toevallig geweest zijn dat die de Lemster zeilweek hadden gekozen voor dit uitstapje. Zo trof Sipke Lemmer op zijn best: kermis en zeilen van visserschepen! Dat heeft zoveel indruk op mij gemaakt, dat ik deze ervaring tot op heden met mij mee draag. Vaak heb ik gedacht, als ik ooit eens de kans krijg om zoiets te organiseren zal ik het nooit laten.

     

    Naar Hindelopen


    De Lemsters vissers waren vanouds niet erg gesteld op die van Stavoren, Zij voeren liever door naar Hindelopen dan dat zij Stavoren aan deden. Ook Sipkes grootvader Gauke had op die manier banden met Hindelopen. Zijn zonen Pieter, Jan en Jelle kregen er zelfs verkering en trouwden ook met meisjes uit het stadje

     

    Dat was voor Gauke reden om gezin en visserijbedrijf ook daar heen te verplaatsen. Eigenlijk had hij daar een dubbele reden voor. Door de verhuizing hield hij zijn gezinsleden dicht bij elkaar. Naast deze emotionele overweging was er ook nog de praktische dat hij op die manier zijn zonen voor zijn visserij behield.

     

    Vijf generaties vissende Bootsma's

     

    Vertellend over zijn uit Lemmer afkomstige familie begint Sipke Bootsma bij zijn in 1833 geboren betovergrootmoeder Feije Gauke Bootsma. Dat was een dochter van Gauke Gerbrand Bootsma en Wimpke Bontekoe. Zij had vier zonen Pieter (1858) Gauke (1860) Gerben (1862) en Fimme (1865) Wat er van Gauke en Fimme geworden is weet de Bootsma tak niet, misschien wordt ik dat nog eens gewaar, zegt Sipke hoop vol. Fimme is naar Makkum getogen en zijn nazaten vissen nu nog.

     

    Sipke is een achter kleinzoon van Pieter, de oudste zoon van genoemde Fetje. Die Pieter is niet oud geworden hij stierf op xml:namespace prefix = st1 ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:smarttags" />20 mei 1881. Volgens het verhaal dat in de familie rond gaat, na een operatie aan een breuk op de keuken tafel, gevolgd door een infectie van de wond. Zo ging dat toen. Pieter was getrouwd met Akke de Oude. Hun zoon Gauke, de grootvader van Sipke, was getrouwd met Grietje van der Zande. Gauke overleed in 1944 en is begraven in Hindelopen. Na de oorlog werd hij naar zijn wens in Lemmer herbegraven.

     

    De Bootsma’s waren vissers. Zijn vissers kunnen we zelfs nog zeggen. De in 1881 overleden Pieter viste en ook zijn zoon Gauke en de Vader van Sipke begon in 1922 te vissen terwijl in 1963 de beurt aan Sipke was, sinds 1990 heeft hij de visserij door gegeven aan zijn zoon Pieter als vijfde vissende generatie.


    Scheldnaam of bijnaam


    In de visserspiaatsen krioelde het destijds van de bijnamen. Met de vele gelijke namen soms zelfs voor -en achternamen gelijk was dat nodig om de mensen uit elkaar te houden Aanleiding van zo' n naam kon van alles zijn, een uiterlijk kenmerk bijvoorbeeld. Zo moet mijn grootvader Gauke Bootsma een grote neus gehad hebben, dat leverde hem in Lemmer de bijnaam "de Skeach" op. (Skeach= een klein driehoekje onder (roei) boot nabij het roer.)

     

    Bijnamen zijn vaak erfelijk Sipke verteld dat hij niet in Lemmer hoeft te vertellen dat hij een zoon is van Pieter Bootsma is, dat zegt niemand wat. Maar als hij zich Sipke zoon van Pieter van Gauke de Skeach noemt, heeft men de familie zo maar op zijn plaats. Niet iedereen is wijs met het stelsel van bijnamen sommige vinden het maar scheldnamen. Sipke Bootsma ziet het even anders. Hij noemt het een erenaam, en ziet het gebruik nog als een eerbetoon aan zijn grootvader. Daarom heeft hij onlangs ook een Skeach trofee ingesteld.


    Gevoelsmens

     

    Sipke Bootsma is een gevoelsmens. Dat is te merken in de contacten om tot dit stukje te komen. Als hij het heeft over de ontwikkeling van hun visserij en verteld dat zijn zoon nu vist met de kotter HI 8 komt al gauw de opmerking, ik denk vaak dat had de oude Skeach moeten zien. Die kotter was eerst van de Gebroeders Blom, een familie die nu in Hindelopen aken bouwt. Als hij nu eens door Lemmer loopt of hier met het vissersschip afmeert, gaan zijn gedachten naar wat zijn voorgeslacht hier gezien heeft. Een haven vol visserschepen en dus een grote drukte daaromheen. De aanvoer van haring en ansjovis en de verwerking daarvan in Hangen en Rokerijen, de taanpotten en alles wat daar nog verder bij hoorde.

     

    De wens om nog eens een wedstrijd van visserschepen te organiseren heeft Sipke Bootsma nooit losgelaten. Een paar jaar geleden zat hij met Andre Sterk en zijn vrienden in het vooronder van de LE 50. Hij sprak toen de wens uit om nog eens een wedstrijd van Hindelopen naar Lemmer te houden, en dan te zeilen voor de Skeachtrofee. Het idee viel in goede aarde, en het vorige weekend is de race gehouden. Als een club wedstrijd van de Zevenwolden. Daarmee werd een jongens droom toch een beetje waar.

    Bron: Met dank aan www.spanvis .nl
    Zie voor meer verhalen van spanvis onderstaande link.

                                Naar www.spanvis.nl.


    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Link naar polygoon filmpjes

    Hier diverse links naar oude polygoon filmpjes

    Even voor de goede orde, deze filmpjes zijn het bezit van "POLYGOON" deze pagina 'linkt' U door naar een gemaakte keuze op hun site.

    Met Polygoon bij de Noordzee-visserij

    Deze aan klikken

    Nederland-Amerika door de lucht   

     Deze aan klikken

    Vijfentwintig jaar snip en snap  

     Deze aan klikken

    Graaf Zeppelin boven Nederland  

     Deze aan klikken

    Paraatheidsoefeningen  

     Deze aan klikken

    De Nederlandse Dienst voor Volksgezondheid  

     Deze aan klikken

    Aangrijpende beelden Watersnoodramp  

     Deze aan klikken

    Ex-kroonprins Wilhelm op bezoek in Doorn  

     Deze aan klikken

    Emigratie Australie en Nieuw Zeeland  

     Deze aan klikken

    Maart roert zijn staart  

     Deze aan klikken

    Zonnestraalfilmpje 

     Deze aan klikken

    Eerste rijdende tandheelkundige kliniek  

     Deze aan klikken

    Johan Cruyff?s afscheidswedstrijd 

     Deze aan klikken

    De 10e Huishoudbeurs 

     Deze aan klikken

    Joodse vluchtelingen 

     Deze aan klikken

    Ex-Beatle John Lennon in New York vermoord 

     Deze aan klikken

    Onze Koninklijke Marine 

     Deze aan klikken

    Bonaire. Eiland van rust 

     Deze aan klikken

    Mijnwerkers met vakantie 

     Deze aan klikken

    Voetbalwedstrijd Quick – Slavia 

     Deze aan klikken

    Benzine besparing 

    Deze aan klikken

    Het zondags rijverbod 

     Deze aan klikken

    Olympische Winterspelen in Oslo 1952 

     Deze aan klikken

    Winterspelen in Innsbruck 1964 

     Deze aan klikken

    Herdenking van Gronings Ontzet in 1672 

     Deze aan klikken

    Optreden van The Cats 

     Deze aan klikken

    Tiende maal het Pinkpop Festival 

     Deze aan klikken

    Country & Western festival in de Ahoy Hal 

     Deze aan klikken

    Relletjes 

     Deze aan klikken

    Bezetting Maagdenhuis 

     Deze aan klikken

    De eerste mens op de maan 

     Deze aan klikken

    Nederland op de schaats 

     Deze aan klikken

    Piet Keyser wint het nationale kampioenschap 

     Deze aan klikken

    125 jaar Nederlandse Spoorwegen 

     Deze aan klikken

    Voetbalwedstrijd Nederland & Belgie  8 - 0 (1936) 

     Deze aan klikken

    Voetbal Holland & Frankrijk 4 - 5 (1934) 

     Deze aan klikken

    Voetbalwedstrijd Nederland & Engeland 0 - 2 (1935) 

     Deze aan klikken

    Onze Olympische kampioenen weer thuis 

     Deze aan klikken

    Wereldkampioenschappen wielrennen 

     Deze aan klikken

    Kampioenschappen wielrennen op de weg 

     Deze aan klikken

    Vierdaagse 1929 

     Deze aan klikken

    Tienjarig bestaan van de Wereldomroep 

     Deze aan klikken

    Het leven herneemt zijn gang 

     Deze aan klikken

    Vijf Jaren verzet 

     Deze aan klikken

    nundatie van de Wieringermeer 

     Deze aan klikken

    Minister Lieftinck over de geldzuivering 

     Deze aan klikken

    Wederopbouw van Arnhem 

     Deze aan klikken

    Wederopbouw van Friesland 

     Deze aan klikken

    Noord helpt Zuid 

     Deze aan klikken

    De barre winter van 1941-1942 

     Deze aan klikken

    Wintersport in de Lage Landen 

     Deze aan klikken

    De eerste groep kinderen naar het vakantiehuis 

     Deze aan klikken

    Amsterdammers met vakantie 

     Deze aan klikken

    EK roeien 1921 

     Deze aan klikken

    Vierdaagse 1966 

     Deze aan klikken

    Start van de 65e Tour de France 

     Deze aan klikken

    Garnalenvangst 

     Deze aan klikken

    Vlaggetjesdag in onze haringhavens 

     Deze aan klikken

    De haringjacht weer begonnen 

     Deze aan klikken



    » Reageer (0)



    In deze kolom info over mijzelf en diverse contact mogelijkheden
    Foto

    Foto

    Ik ben Henk Smid en woon in Hindeloopen. Ben gepensioneerd. Mijn hobby is het verzamelen van verhalen, gedichten en allerhande beeldmatriaal van Hindeloopen. Ook maak ik af en toe zelf een verhaal en/of gedichten. Graag laat ik u via deze webblog mee genieten van mijn verhalen. 

    Naast mijn foto mijn logo.  Op het logo de beide broers Lyme- en Jelle Liemes, beiden van beroep smid. Zij namen als eersten de naam "Smid" aan.  In het logo smeden de broers Lyme en Jelle de naam "Smid".


    Foto

    E-mail mij

    Druk oponderstaande knop om mij te e-mailen.


    Dropbox Indien u grotere bestanden (b.v. een leuk verhaal) van uw vaste schijf wilt sturen gebruik dan deze dropbox.

    Druk op onderstaande knop om je bestand naar mij te verzenden.


    Een interessant adres?

    Startpagina !

    Blog als favoriet !



    Laatste commentaren

    Gastenboek

    Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Foto

    Eerst een raap, dan een schaap, dan een koe. Zo gaat onze Jantje naar de galg toe.
                      ***
    De waarheid en niets anders dan de waarheid. Helaas, soms is het beter deze niet uit te spreken.
                      ***
    De grote bult is voor de landheer. De restanten zijn voor mij. Dat is mijn winst.
                      ***
    De vloed tilt alle schepen op. (Wijlen president Kennedy)
                      ***
    We meten alles met onze maten. Maar wist u dat slechts 19% van de wereldbevolking blank is.
                      ***
    De laatste drop is de boterknop.
                      ***
    Gelijk hebben is één ding, maar gelijk krijgen is iets anders.
                      ***
    Discussiëren over geloof en politiek geeft koude harten en heette hoofden.
                      ***
    Arbeid adelt maar adel arbeid niet.
                      ***
    Geld maakt niet gelukkig. Maar het wel hebben van geld hoeft ook niet ongelukkig te maken.
                      ***
    Wie meer rechten neemt dan hem toekomt gebruikt het recht van een ander.
                      ***
    Wie zijn gat uit leent moet zelf door de ribben ……
                      ***
    Veel beloven maar weinig geven doet velen in vreugde leven.
                      ***
    Water is net als geld. Het is oneerlijk verdeeld.
                      ***
    Als het tegenzit krijgt een koe geen kalf. Als het meezit kan de stier wel kalf krijgen.
                      ***
    De hoop sterft als laatste.
                      ***
    Iets proberen wat mislukt is beter dan niet geprobeerd en je hele leven lang roepen, had ik het maar geprobeerd.
                      ***
    Ik heb het nog nooit geweten wat goed was, want toen ik jong was wisten de ouden het. En nu ik oud ben weten de jongen het.
                      ***
    Ook een afgesneden tak bot weer uit.
                      ***
    Een geslonken maan wast weer tot vol.
                      ***
    Loon naar werken?
                      ***
    De enige manier om niet te werken is een ander voor je laten werken.
                      ***
    Werken kost helaas veel vrije tijd.
                      ***
    Het geloven begint, waar het weten ophoudt.
                     ***
    Een wetenschap is zeker. Een geloof is wat iemand denkt zeker te weten.
                     ***
    .Als de schuur vol hooi is, de kelder gevuld met aardappels en weckflessen. Het kolenhok gevuld met kolen en brandhoutverzuchtte de boer "Laat nu de winter maar komen. Ik ben er klaar voor".
                     ***
    Arm of rijk, een ieder kan er heel en schoon bij lopen.
                     ***
    Geen mens is onmisbaar. Maar de één wordt wel meer gemist dan de ander.
                     ***
    Trouwen is houen.
                     ***
    Oud worden is mooi, maar oud zijn valt niet altijd mee.
                     ***
    Als je jong bent wil je elkaar niet missen. Als je oud bent kun je elkaar niet missen.
                     ***
    Verliefd worden komt je over. Liefde moet groeien. Maar haat wordt gekweekt.
                     ***
    Iedere baby is zonder zonde geboren.
                     ***
    Brood doet wonen.
                    ***
    Zolang twee kinderen vechten om een snoepje. Zolang zal er oorlog zijn.
                   ***
    Kan niet ligt op het kerkhof. Wil niet ligt er naast.
                   ***
    Een kromme ….. piest ook.
                  ***
    Veel jonge meisjes vinden paardrijden mooi. Maar als ze zelf bereden worden vinden ze het vaak onnozel
    geklooi.
                  ***
    Aan het erf kun je zien hoe het in huis is.
                  ***
    De weg van de minste weerstand is niet altijd beste.
                  ***
    De tijd zal ons leren wie gelijk heeft.
                  ***
    Gelijk hebben is een ding. Maar gelijk krijgen is iets anders.
                 ***
    Wie niet wil gebruikt vaak het excuus"Kan niet".
                 ***
    Een meisje van een jaar of tien uit een grote stad is te logeren bij haar tante in Hindeloopen. Op een mooie dag gaan ze naar het strand. De hele middag speelt het logeetje in het water en het zand. Op een gegeven moment vraagt ze "tante, hoe laat gaat het hier dicht"?
                 ***
    Wie de mens leert kennen, gaat van dieren houden
                 ***

    Neem een handvol droog en ruil zand in de hand. Knijp deze met zand gevulde hand krampachtig dicht. Gevolg; Bijna al het zand glipt u door de vingers en u blijft over met een praktisch lege hand. 

    Neem nu wederom een handvol zand in de hand. Knijp nu deze met zand gevulde hand niet stijf dicht. Houdt de hand ontspannen en span uw vingers niet. U zult merken dat u nu veel meer zand in de hand houdt.

    In het leven gaat het vaak gelijk als met deze handvol zand. Leef krampachtig en u zult merken dat er weinig overblijft. Degene die meer ontspannen leeft, ‘t leven neemt zoals het is, zal in zijn leven meer bereiken en meer plezier beleven.

    Naar aanleiding van een verhaaltje in de Libelle 

                    ***







    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!