Littekens op een stierenhuid Net zoals de Vlamingen streven de Basken naar onafhankelijkheid. Hier is een deel van hun verhaal.
07-02-2009
Melitón Manzanas, de beul
7 februari 2003
De burgemeester van Vitoria Gasteiz, Alfonso Alonso, (PP) heeft, na contact met het clubje Covite (Comité Victimas Terrorismo), voorgesteld om op de monoliet ter ere van de slachtoffers van het terrorisme die in zijn stad zal opgericht worden de naam van Melitón Manzanas toe te voegen.
Manzanas heeft "gezorgd" voor veel slachtoffers van het Terrorisme. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hij al tewerkgesteld aan de grens in Irún, en daar "ving" hij heel wat mensen op die op de vlucht voor het Nazisme de grens overstaken. Hij leverde ze dan over aan zijn vrienden, de Duitse bezetter! Na de oorlog werd hij de gevreesde chef van de "Brigada Social" en in die functie was hij persoonlijk aanwezig bij het folteren van vele Basken. Hij werd in héél Spanje bekend op 2 augustus 1968 toen een ETA-commando hem neerschoot. Ze hadden aangebeld bij zijn huis, Villa Arana, in Irun en toen hij opendeed, hoorde hij zeggen: "Manzanas, wij zijn van ETA." Er ging een schot af en Manzanas was niet meer.
Op 19 januari 2001 kreeg Manzanas van de Regering Aznar al de medaille van burgerlijke verdiensten. Dezelfde junta zorgde er in augustus 1999 voor dat de zogenaamde Wet van Slachtoffers van het Terrorisme retroactief werd tot precies 1968! Pure provocatie!
Aansluitend bij voorgaande:
In Spanje kunnen verschillende klassen van "slachtoffers van gewapend geweld" onderscheiden worden:
(aldus de geschiedkundige, José Luis Orella in Gara)
Slachtoffers van de Spaanse Burgeroorlog: Sommigen onder hen kregen hun naam vermeld in marmer en op ereplaatsen en zijn nu nog te lezen naast de ingang van vele kerken. Anderen zijn tot op dit ogenblik nog slachtoffer. Zij kwamen terecht in anonieme (massa-)graven en vaak kregen hun resten nooit een beschaafde begrafenis.
Alleen in de provincie Guipúzcoa zouden 5.600 personen terechtgesteld zijn. In Navarra wordt het cijfer 2.789 genoemd. (Volgens Jaime Ignacio del Burgo, die tot de "inrichters" kan gerekend worden, is dit cijfer natuurlijk véél lager.)
Slachtoffers van binnenlandse verbanning: Hier werden tijdens de oorlog en de daaropvolgende dictatuur vooral de republikeinse onderwijzers maar ook andere intellectuelen gestraft. Het zouden er 60.00 geweest zijn, die ofwel geëxecuteerd werden of in de illegaliteit dienden te vluchten.
Slachtoffers van buitenlandse verbanning: Hier is het aantal enorm. Vele kinderen werden "in veiligheid gebracht" in Rusland, waar ze slecht leefden. Na de Burgeroorlog volgde de Wereldoorlog en daarna was het hen financieel onmogelijk nog ooit terug te keren. Het "democratische" Spanje deed hier nooit zijn plicht.
Toevallig vonden in Barcelona de "Dagen over Foltering" plaats, een congres ingericht door het Overkoepelend Orgaan ter Verhindering van Foltering, waaraan 400 personen deelnamen, waaronder TAT, (Torturaren Aurkako Taldea).
Daar werd gevraagd dat Spanje het UNO-protocol zou ratificeren dat het land in 2005 ondertekende. Hierin staat dat in de arrestatiecentra steeds toezicht mag uitgeoefend worden door afgevaardigden van de Verenigde Naties. Maar de Regering Aznar wees alle aanbevelingen van de hand die de toenmalige verslaggever van de VN, de Nederlander Theo Van Boven (Universiteit van Maastricht) aan Spanje gaf. Van Boven sloot in een toespraak de Dagen in Barcelona af, en vertelde daarbij over dat bezoek aan Madrid in 2003 dat "erg gespannen" was en dat erg veel stof deed opwaaien: "Het leek erop dat de Spaanse autoriteiten geobsedeerd waren door de Baskische Kwestie". Ze wilden zelf zijn bezoek plannen en sturen en zeggen welke plaatsen hij mocht bezoeken (en welke niet ) Nadat hij zijn aanbevelingen geformuleerd had wilden ze Van Boven zelfs in diskrediet brengen! In de aanbevelingen stond o.a. dat het incomunicadoregime (isolatie) moest afgeschaft worden en dat de ondervragingen en zelfs de gehele periode van voorarrest gefilmd moesten worden. "Madrid verstuurde mijn aanbevelingen rechtstreeks richting papierbak!" "Amper een maand na mijn bezoek werd de strafwet gewijzigd: het "incomunicadoregime" werd gehandhaafd en de periode kon verlengd worden!"
Interview met Van Boven in de krant Gara van 6 februari 2006:
"Indien degenen die de kwaal van de foltering aanklagen voor het gerecht gedaagd worden zal men de praktijken nooit kunnen uitroeien. In plaats van de klagers het zwijgen op te leggen moet justitie de feiten tot op het bot onderzoeken. Wat in Spanje gebeurt (geen onderzoek instellen maar klagers vervolgen) is een aanslag op de mensenrechten en zelfs op de democratie. De vorige regering (Aznar) ging frontaal in tegen mijn aanbevelingen en wat de regering Zapatero precies gaat doen is niet duidelijk. Het lijkt erop dat ze andere prioriteiten heeft maar van regering veranderen wil niet zeggen dat ook het systeem meteen wijzigt. Op zn minst hebben ze het voordeel van de twijfel. Het probleem van de foltering is zéér complex."
Het Baskisch, ooit "Lingua Navarrorum", wordt het meest bedreigd door de regering van Navarra!
De Regering van Navarra vervangt 5.000 tweetalige berichten door eentalig Spaanse berichten die bestemd waren om door het Ministerie van Sociaal Welzijn, Sport en Jeugd verspreid te worden in de streek van Iruñea. Toch hoort deze streek volgens de taalwet tot de "zona mixta" (de gemengde zone), waar de beide talen gesproken worden. Patxi Telletxea, parlementair van Aralar, noemt de maatregel "beschamend". De minister die verantwoordelijk is voor dit departement zegt bovendien de tweetalige folders te zullen verspreiden in de "Baskischtalige zone". Nochtans zijn deze zones bij wet bepaald. De Regering van Navarra wil de regeling bij decreet wijzigen wat door de rechtbank geweigerd werd. (De rechters zijn blijkbaar nog niet allemaal van PP-huize.)
Behalve de Taal krijgt ook de Baskische vlag het hard te verduren. In Agoitz verplichte de burgemeester de Guardia Civil een Ikurriña, die tussen twee huizen over de straat gespannen was, af te trekken omdat ze "zonder toelating een openbare ruimte bezette". Toen daarop een aantal buren op de straat ging zitten om dit te beletten dreigde de Garde Civique te chargeren! De vlag werd afgetrokken maar in de namiddag hingen er een twintigtal anderen in de plaats.
Drie ex-volksvertegenwoordigers van Batasuna, Arnaldo Otegi, Joseba Permach en Joseba Alvarez verschenene voor het Hooggerechtshof in Madrid. In november 2004 had hun partij, Batasuna, in een volle velodroom, Anoeta, in Donostia hun vredesvoorstel "Orain Herria, Orain bakea" (Nu het Volk, Nu Vrede), bekend gemaakt.
Ze worden beschuldigd van "onwettige bijeenkomst" en "verheerlijking van terrorisme" en, wat Otegi betreft, ook nog "(burgerlijke) ongehoorzaamheid" ! Als een Bask met een vredesvoorstel komt dat de beide landen die Euskadi bezetten, Spanje en Frankrijk ten goede kan komen, dan riskeert hij de gevangenis in te vliegen! Het enige hoopgevende is dat er uit steeds méér hoeken tegen deze anomalieën geprotesteerd wordt.
Arnaldo Otegi hangt nog méér boven het hoofd wegens "verheerlijking van het terrorisme":
Zo sprak hij op 21.12.03 op een herdenking van José Miguel Beñaran "Argala" in Arrigorriaga. Argala liet het leven in de Vuile Oorlog tegen de Basken.
Otegi sprak 9 juli in Zornotza waar 3.000 demonstranten kwamen protesteren omdat hun stadsgenoot, José Mari Sagardui, "Gatza", al 25 jaar in gevangenissen van een democratische, Europese staat zit! Meer bepaald in Jaén II op maximale afstand van Baskenland.
Otegi was op 20 september 2003 aanwezig op een herdenking van Arkaitz Otazua die een week eerder onder dubieuze omstandigheden het leven verloor in een vuurgevecht met de "Baskische" politie op de bergpas van Herrera (Araba).
De Spaanse superonderzoeksrechter, Baltasar Garzón, schreef een tweede boek met memoires, onder de titel "Een wereld zonder schrik".
Net als bij het verschijnen van een vorig boek (een biografie door Pilar Urbano), 4 jaar geleden, wordt Garzón er ook nu weer door collega Fungairiño van beschuldigd "geheimen bekend te maken uit processen die nog hangende zijn." Fungairiño heeft dit in een brief aan de voorzitter van de Strafkamer laten weten.
Bij de voorstelling van zijn boek dient Garzón zijn "waarde collega" meteen van antwoord: "De beschuldiging is buiten alle proporties. Ik verklap geen geheimen, maar uit een mening die gebaseerd is op 17 jaar ondervinding in terrorismebestrijding. Het duo dat kort vóór Kerstmis 2003 een sporttas vol springstof op de trein zette, wilde die tot ontploffing brengen op het ogenblik dat de trein buiten dienst was (in het treinstation van Chamartín, Madrid)." In deze zaak werd in november 2004 nochtans een totaal van 2.788 jaar gevangenis geëist tegen Gorka Loran en Garikoitz Arruarte op beschuldiging van "184 pogingen tot aanslag" omdat er 180 reizigers en 4 bedienden op de trein zouden gezeten hebben of liever van plan waren ooit eens op die trein plaats te nemen.
Evenmin wilde ETA in dezelfde periode veel mensen doden in het skistation van Baqueira Beret. (Peio Alcantarilla bekende in oktober van het voorbije jaar de "aanstichter" te zijn van deze aanslag op het ogenblik dat hij "incomunicado" (in isolatie) gesteld was. Later maakte hij via zijn familiebekend dat hij dit verklaard had opdat de Guardia Civil eindelijk zou ophouden met folteren. Hij had zichzelf toen van kant willen maken om zo uit zijn lijden verlost te worden.
Tevens beweert hij dat het onzeker was dat ETA een slachtpartij zou hebben willen aanrichten in Cuenca met de bestelwagen vol dynamiet die naast de weg in panne werd aangetroffen. Wat zegt de mediageile magistraat om deze beweringen te staven? "Alles werd enkel bekend na ondervragingen van een arrestant in een politiecommissariaat", aldus Garzón.
Hoeveel gedetineerden verschenen in de loop van vele jaren vóór Garzón, nadat ze gedurende dagen gefolterd en gemarteld waren, om zichzelf dan van dodelijke aanslagen te beschuldigen? Garzón bekeek ze meestal niet eens en soms zei hij dat ze logen over de behandeling en dat de aanklachten van foltering tot de "handleiding van ETA" hoorden!
Het platform "Batera", dat een eigen Baskisch Departement eist, brengt in een koud, regenachtig en winderig Bayonne 7.000 manifestanten op de been waaronder 60 % van de burgemeesters, (65 in getal!!!) die "een écht debat" vragen dat zal leiden tot een "politieke oplossing". Verder waren er uit het Zuiden o.a. Joseba Permach (Batasuna), Joseba Egibar (PNV) en Patxi Zabaleta (Aralar).
Beñat Gimenez, UDF-raadslid in Angelu-Anglet, las na afloop het communiqué en daarin maakte hij o.a. kenbaar dat de bewoners van Ipar Euskal Herria de toekomst in eigen handen willen nemen: "Het kan niet dat decentralisatie voor iedereen goed is, behalve voor Baskenland." Verder noemde Gimenez de Baskische taal "het hart van onze strijd". Tevens werd gezegd dat: "de toestand van de gevangenen totaal illegaal is. Elke gevangene moet zo dicht mogelijk bij huis zitten. Dit is voorzien voor de Corsicanen en de gevangenen van gemeen recht, maar daarna viel er een onbegrijpelijke stilte. Men zou geloven dat Iparralde niet bestaat."
De manifestatie was vanuit vier plaatsen in de stad gestart met voor elke colonne een eigen eis en met voorop een groot puzzelstuk. Vanaf de rotonde van Saint Léon stapten allen samen op tot op de Place Saint André waar de puzzelstukken in elkaar pasten. Burgemeester Jean Grenet had het plein niet verkeersvrij willen maken. Erger, hij had de hele manifestatie willen verbieden, maar de Préfectuur had al haar toestemming gegeven.
In de PNV-krant, DEIA, staat een interessant interview met de tachtigjarige voorzitter van de Catalaanse Linkse Republikeinse partij, Jordi Carbonell. In 1970, tijdens het beruchte Burgosproces, waarbij een aantal Basken de doodstraf riskeerden (en ook krégen), sloten ze zichzelf met 300 personen op in het meest beroemde heiligdom van Catalonië en stelden er de "Verklaring van Montserrat" voor, waarin ze hun solidariteit met het Baskische Volk betoonden en zich aansloten bij "eisen die ook de onze zijn": "la nostra completa adhesió fraternal al poble vasc i a les seves reivindicaciones (eisen) que són les nostres." Carbonell vloog de gevangenis in en werd onder psychiatrische observatie gesteld omdat hij enkel in het Catalaans wilde antwoorden!
De "Zaak Carod" was volgens Carbonell "zeker geen fout" want "de vrede moet een fundamenteel objectief zijn en dat kan je bereiken met praten. Dat deden ze in Ierland. Eén van de personen die op de hoogte was van het contact was de ex-monnik, Cassià, die abt was in Montserrat in 1970.