|
:-D
3.2.Oorsprong Casteleyn .xml:namespace prefix = o ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:office" />
Twee betekenissen van de naam Casteleyn worden algemeen aanvaard, nl.
- Herbergier: titel voor een bewaarder van een dienstgebouw ( conciërge ) en voor de waard ( stadspachter ) van de vroegere stadslogementen, later algemene benaming voor een waard, logementhouder, herbergier, tapper.
- Kasteelheer: diegene die een kasteel ( castellum )bewoond, de castellanus dus.
Deze persoon is echter niet noodzakelijk de eigenaar van het kasteel.
Om de echte oorsprong van het begrip castellanus, castelein te achterhalen moeten we terug naar de 10e en 11e eeuw in Vlaanderen.
Namens de koning werd in de Karolingische tijd het bestuur waargenomen door een graaf, een comes ( lat.). Later werd deze titel verlaten en ingeruild voor de nieuwe bescheiden benaming van vicecomes ( lat.). Dus letterlijk de vice-graaf van een burcht of kasteel. In Vlaanderen bestonden er in de 10e en 11e eeuw verschillende gouwen met hun graafschappen en steden. Zo was er bijvoorbeeld de stad Brugge die ook een burggraaf en kastelein had.
Deze kastelein voerde het bevel over het garnizoen van de grafelijke burcht, die verdedigd moest worden tegen de vijand. Maar hij trad ook op als politiemacht om, in de nog woeste samenleving van toen, binnen zijn omschrijving orde en rust te handhaven.Verder voerde hij in tijd van oorlog de militie aan die uit de bevolking van zijn gebied werd gelicht.
De bevolking kon door de kastelein worden opgevorderd om gratis karweien uit te voeren voor onderhoud- en bouwwerken aan de grafelijke burcht en aan openbare wegen of waterlopen. Namens de graaf oefende hij rechtsmacht uit en zag er op toe dat diens inkomsten op tijd en naar behoren werden geïnd
In de geschiedenis van die tijd bestaat ook het begrip het kasteleinschap
De oudst bekende kastelein van Brugge wordt vermeld in 1046.
En in een oorkonde uit Egmond van 1083 vinden we de volgende persoon:
Adaluuin castelanus ( in het latijn ) en in een 15de eeuwse vertaling in het Middelnederlands wordt dit: Adalwijn casteleyn .
3.3. Schrijfwijze.
Dit is een ander paar mouwen!! Er zijn zoveel verschillende mogelijkheden.
De huidige schrijfwijze van onze familienaam is gans anders dan de oorspronkelijk.
Het grote probleem is dat men voor 1800 zijn naam schreef zuiver op het gehoor of de manier van uitspreken..
Voor 1250 is de eigenlijke familienaam slechts sporadisch aan te treffen. En erfelijkheid via de familienaam treedt pas op vanaf de 14e 15e eeuw.
Het ging hem in die tijd vooral om de eerste naam ( wij zouden zeggen: de voornaam ).
En om toch een onderscheid te maken sprak men dan van de zoon van .
Een voorbeeld uit de coopmansboeken van Oudenaerde, begonnen in 1343.
Abraham de casteain fs heer mathys Arends zoene fs Iacops
Fs en zoene betekenen zoon van .
Ook bij het samenstellen van de zgn. poortersregisters ging het niet zozeer om de juiste schrijfwijze: de vermelding van vader en grootvader was voor hen belangrijker bij de vastlegging van iemands identiteit.
Zo gebeurde het dan ook regelmatig dat één en dezelfde persoon zijn eigen toenaam in verschillende documenten op verschillende manieren schreef.
Dit is dus zeker met onze familienaam ook gebeurd. Er zijn gevallen bekend waarbij kinderen uit hetzelfde gezin en van dezelfde vader drie verschillende schrijfwijzen hebben van de naam Casteleyn. Dit maakt het opzoekingswerk er dus niet gemakkelijker om.
Toch zijn we er in geslaagd om met één schrijfwijze van de naam ( Casteleyn ) 11 generaties terug te gaan.
Verschillende mogelijkheden die voorkomen:
a. Frans: Cathelain, nom porté en Picardie et dans le Nord Pas-de-Calais. Variente de Chatelain, qui désigne au 12e siècle celui qui avait la garde dun chateau ( souvent le chatelain était un simple militaire chargé par un seigneur plus puissant de garder une petite forteresse ). Ce nest que plus tard que le mot perdra son sens militaire.
Autres formes: Castelain, Castelein, Casteleyn, Castelin, Casteleyns.
b. Italiaans: Castellani, Castellana, Castellano
c. Catalaans: Castella
d. Portugees: Casthano, Castelao.
e. Engels: Castle, Castlen, Castilayn
f. Nederlands: Casteleyn, Castelijn, Kastelijn, Kastelein, Kestelijn enz.
|