xml:namespace prefix = o ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:office" />
Een bij, een wesp of een hommel.
Vele mensen kennen het verschil niet tussen een bij, een wesp of een hommel,
wanneer zij in de zomer lastig gevallen worden door insecten.
Naast deze drie zijn er nog vele andere beestjes die er soms sterk op gelijken.
Onnodige paniek is dikwijls het gevolg.
Daarom een beetje uitleg over de drie meest voorkomende bezoekers in onze tuin.
Veel wespen in augustus.
In het voorjaar zie je zelden een wesp of een hommel, maar in augustus des te meer.
Dat komt door de wijze van voortplanting, en die verschilt nogal van die van de honingbijen.
Hommels en wespen worden vaak voor bijen aanzien en dat is ook een beetje te begrijpen
want er zijn duidelijke overeenkomsten.
Honingbijen, wespen en hommels behoren tot de sociale insecten, die staten ( kolonies) vormen.
Maar er zijn veel meer verschillen.
Het belangrijkste verschil is dat honingbijen zomer én winter in een kolonie leven,
maar dat bij de hommels en wespen alleen de koninginnen overwinteren.
Een ander verschil is het verzamelen van voedsel.
Hommels en honingbijen bezoeken alleen maar bloemen.
Wespen eten ook dode insecten, en verder alles wat zoet is, dus ook de boterham met jam
en de limonade die wij hen op het terras zo royaal aanbieden.
Waarom juist wespen in augustus ?
Als de koninginnen van de hommel en de wesp in het voorjaar uit hun winterrust komen,
gaan ze op zoek naar een geschikte nestgelegenheid en zij moeten dan alles alleen opknappen.
Bouwmateriaal verzamelen en bewerken, eitjes leggen, voedsel voor de larven verzamelen en het broed verwarmen.
Pas als de eerste werksters uitlopen, krijgt ze hulp.
Dan gaan de werksters voedsel en bouwmateriaal verzamelen en cellen bouwen,
de koningin moet vanaf dan alleen maar eitjes leggen.
Zo kan het volkje groeien en hoe meer werksters, hoe sneller de groei.
In de zomer wordt het hoogtepunt bereikt en dan is het volk in staat om nieuwe koninginnen te kweken.
Die worden dan bevrucht en zoeken dan weer een plekje om te overwinteren.
De rest van het volk gaat geleidelijk dood als de nachten kouder worden.
Gedaan dus met hommels en wespen.
Hommel- en wespennesten kunt u het best ongemoeid laten, ze sterven vanzelf uit
en ze komen het volgende jaar niet meer op dezelfde plaats terug.
Toch kan een bevolkte wespennest in de tuin erg hinderlijk zijn.
Vraag dan een imker of de brandweer om het op te ruimen.
Maar doe het alleen maar als u er echt last van hebt.
Gestoken worden
Inderdaad, zowel de honingbij, de wesp en hommel kunnen steken.
Maar als zij het doen is het altijd onze eigen schuld.
Als wijzelf bedreigd worden, dan verdedigen wij ons ook.
De honingbij en de hommel zullen alleen steken indien wij hun woning verstoren of er per ongeluk gaan op zitten.
Want als ze op de bloemen vliegen, hebben ze geen enkele belangstelling voor ons.
Met wespen ligt het iets anders.
Die krijgen steeds meer behoefte aan zoetigheid naarmate het seizoen vordert.
Vanaf augustus dus. Tot dan haalden zij die zoetigheid uit de bloemen en fruit.
Nu moeten zij dat ergens anders halen. Zo wordt ons gebakje en limonade erg verleidelijk.
Op die manier lokken wij ze naar ons toe en gaan we slaan.
Spontaan zal een wesp nooit steken.
Probeer daarom de zoetigheid wat af te dekken of lok de wespen naar een andere hoek van de tuin
met een bierflesje met een beetje bier en wat honing, zodat het lekker gaat gisten.
Succes verzekerd.
Probeer ook te voorkomen dat de wespen tussen kleding en de huid terecht komen.
Als ze bekneld geraken is de kans groot dat ze gaan steken.
Belangrijk om weten is dat de honingbij maar één keer kan steken,
Wanneer de bij steekt, verliest ze haar angel en gifblaasje en sterft ze kort daarna.
Wespen en hommels kunnen meerdere keren steken. Een hommelsteek is het minst erge.
Zijn die steken nu gevaarlijk ?
Ze zijn wel pijnlijk, maar slechts voor een enkeling echt gevaarlijk.
Alleen mensen die echt allergisch zijn voor insectenbeten, moeten voorzichtig zijn. xml:namespace prefix = v ns = "urn:schemas-microsoft-com:vml" />plegen
Honingbijen moeten hamsteren.
Omdat de honingbij als kolonie overwintert, moet het volk een flinke voorraad voedsel aanleggen.
De ganse winter heeft dat volk voedsel nodig, ook om zich warm te kunnen houden.
De temperatuur in de bijenkorf of in de bijenkast bedraagt in de winter 15°.
Maar reeds in december, na de kortste dag, gaat de koningin weer eitjes leggen
en voor het opkweken van broed is een temperatuur van 35° nodig.
Dat betekent voor de bijen dat ze extra warmte moeten ontwikkelen.
Ze doen dat door de vliegspieren te laten trillen met losgekoppelde vleugels.
Om te werken moet je veel eten en daardoor gaat de voedselconsumptie met sprongen omhoog.
In het voorjaar groeit het bijenvolk heel snel van 10.000 individuen naar 40.000 en meer.
Daarom huurt de fruitteler graag bijenvolken voor de bestuiving omdat er al genoeg bijen zijn
en andere bestuivende insecten nog niet.
Honing produceren is dus geen vriendelijk gebaar naar de imker toe,
maar een noodzaak om in leven te kunnen blijven.
Als een imker de honing van zijn bijen afneemt, geeft hij in het najaar een voorraad
van ongeveer 15 kg. opgeloste suiker terug en daar kunnen de bijen zeer goed op overwinteren.
De hommel en wesp hebben het gemakkelijker.
Die verzamelen alleen wat ze direct nodig hebben om het broed te voeden.
Alle soorten hebben ook eiwitten nodig.
Wespen eten daarvoor dode insecten en helpen om kadavers op te ruimen.
De hommels en de bijen verzamelen stuifmeel van de bloemen.
De sociale insecten: wie niet sterk is moet slim zijn.
De meeste insecten leven alleen ( solitair ). Slechts enkele soorten hebben een leven in groepsverband ontwikkeld:
Bv. mieren, termieten, enkele hommel- en wespensoorten en de honingbij.
De meeste bijen en wespensoorten leven solitair.
Sociale insecten hebben een bewonderenswaardig samenwerkingspatroon opgebouwd
waarbij de communicatie in hoge mate gebaseerd is op tasten en ruiken.
Toch blijft de vraag: is leven in groep een teken van kracht of van zwakte ?
Eén enkele honingbij kan niet overleven, een hommel- of wespenkoningin kan tenminste
nog op eigen kracht de winter doorkomen, maar de meeste insecten kunnen het
solitaire leven prima aan.
Met alle bewondering die we moeten hebben voor het vernuftige samenwerkingsverband van sociale
insecten, ontlenen zij hun echte kracht aan hun aantal en het leven in een gesloten ruimte
die goed te verdedigen is en waarin zij een eigen leefklimaat scheppen.
|