Een familieziek heerschap uit Stroe ging naar zijn pa in Zuid-Duitsland toe maar die was niet blij toen zoonlief hem zei du findest mich Dreck, ich bin wie du!
II. Blau blüht der Enzian-Heino
Een bioloog uit Koog aan de Zaan besloot om naar Zwitserland te gaan na die kleffe song van dat Schlagerjong over die té blauwe Enzian
III. Junge komm bald wieder-Freddy Quinn
Een pastoor uit Pallieterstad Lier hield preken onder invloed van bier en riep tot de Heer ik zeg het één keer Junge komm bald wieder, en dan hier!
Slechts weinig Nederlanders en Vlamingen die deze Duitse voetbalclub kennen dus hoog tijd voor een kennismaking! Hertha Berliner Sport Club is een Duitse voetbalclub uit de Bundesliga. Hertha werd in een kroeg opgericht op 25 juli 1892 door de gebroeders Fritz en Max Lindner en Willi und Otto Lorenz (straatschoffies van rond de zeventien jaar oud) als BFC Hertha 1892. De naam Hertha komt van de stoomboot waarop vader Lindner werkzaam was. Omdat deze boot blauw met witte strepen had, werden dit de clubkleuren. Tevens droegen de spelers een opvallende muts (hierbij pleit ik voor een terugkeer van de muts in het betaald voetbal!) In 1923 werd de naam na een fusie met atletiekvereniging Berliner SC veranderd in Hertha BSC. Deze fusie was door de financiële problemen van Hertha noodzakelijk geworden. Aanvankelijk werden de wedstrijden gespeeld in "Die Plumpe" bij de gezondheidsbronnen in Prenzlauer Berg; geleidelijk aan ging Herta echter steeds meer wedstrijden in het Berlijnse Olympia Stadion spelen omdat de Plumpe, dat in de tweede wereldoorlog zwaar beschadigd was geraakt, niet meer voldeed. Het Olympiastadion, met een capaciteit van 100.000 toeschouwers, werd gebouwd in de periode 1934-1936. De pilaren rondom zijn eigenlijk Jugendstil-pilaren maar op advies van Albert Speer in eigen persoon zijn deze omgeven door massieve sierlijsten om het stadion een Nazi-uitstraling te geven. Het stadion werd geopend op één augustus 1936, tegelijk met de Olympische Spelen. Tegen het einde van de tweede wereldoorlog vonden nabij het stadion duizenden jongens van de Hitlerjugend de dood toen zij, als laatste reserves, met een bestorming de Russische tanks moesten bestrijden. In 1974 werd het stadion voor het wereldkampioenschap voetbal gedeeltelijk overdekt en in 2004 werd de renovatie afgerond voor het WK 2006. Alle zitplaatsen zijn nu overdekt en het stadion heeft de beschikking over 75.000 plaatsen. Met Hanne Sobek, Berlijns populairste voetballer aller tijden, zou Hertha pas echt gaan presteren. Twee keer werden de Berlijners kampioen: in 1930 voor de eerste keer in de geschiedenis, een jaar later voor de tweede keer. De Duitse Bundesliga werd ingevoerd in het seizoen 1963/64. Sinds het seizoen 1991/92 is het de competitie voor zowel voormalig Oost- als West-Duitsland; daarvoor was het slechts de competitie van West-Duitsland. Hertha was de enige club uit Oberliga Berlin. Wegens het betalen van geld onder de tafel aan de spelers, kreeg de club voor het seizoen 1964/65 geen licentie en moest in de Regionalliga gaan spelen. Om toch ook een team uit Berlijn in de Bundesliga te hebben werd Tasmania 1900 Berlin gepromoveerd. Deze club degradeerde, ondanks een overwinning op de eerste speeldag, en ging de geschiedenis in als de slechtst presterende club die ooit in de Bundesliga heeft gespeeld Ondanks de muur wist Hertha een waardig elftal op te bouwen en in 1968 mochten de Berlijners weer in de Bundesliga aantreden. In 1971 dreigde het echter volledig mis te gaan met Hertha: de club had namelijk een schuld van maar liefst 6 miljoen euro! (omgerekend dus). Om die schuld weg te vegen moest "Die Plumpe" (de traditionele speelgrond) verkocht worden. In het UEFA-toernooi wist Hertha in 1979 de halve finale te behalen die werd verloren van Rode Ster Belgrado. Pas twintig jaar later mocht de Berlijnse club opnieuw Europees actief zijn! In de Bundesliga raakten de hoofdstedelingen compleet de weg kwijt: in 1980 volgde de gevreesde maar onvermijdelijke degradatie naar de tweede liga De val werd echter nog dieper: in 1986 kwam Hertha in de amateurliga terecht! Gelukkig volgde drie jaar later de terugkeer in de tweede liga, twee jaar later gevolgd door een rentree in de Bundesliga. Helaas volgde na één seizoen alweer degradatie. Tot 1997 speelde Hertha als grijze muis in de tweede liga, daarna volgde een hernieuwde kennismaking met de hoogste divisie van het Duitse voetbal. De toeschouwersaantallen bevonden zich inmiddels op recordhoogte. In het seizoen 1999-2000 was Hertha actief in de Champions League waar gewonnen werd van AC Milan en Chelsea. Hertha BSC eindigde in het seizoen 2005/06 op de zesde plaats. Dit seizoen staan de Berlijners zevende en zijn helaas al uitgeschakeld in het UEFA-toernooi en voor de Duitse beker. De Berlijnse club heeft het boekjaar 2005-2006 afgesloten met een verlies van 13,9 miljoen euro. De totale schuld zou daarmee op een recordtotaal van 55 miljoen euro zijn gekomen maar het precieze bedrag wilde financieel directeur Ingo Schiller niet bekendmaken... Roep voortaan mee: Ho Ha Hee Hertha BSC!
Brenda Wijnschenk stapte uit op het station waar, vond ze, altijd een lugubere sfeer hing. Ze had zich nooit echt thuisgevoeld in het oerhollands stadje waar oude en nieuwe gebouwen elkaar afwisselden in een uitbundige polonaise. De mensen waren er stug en hun knauwerige manier van spreken leek in niets op het zangerige accent van haar jeugd. Het was waarschijnlijk Brenda's laatste bezoek aan het plaatsje nu haar relatie met inwoner Stephan van Biervliet op de klippen was gelopen. Terwijl ze in de richting van het centrum slenterde, vroeg ze zich af wat ze zou zeggen wanneer ze Stephan onverhoopt tegen het lijf zou lopen. De waarheid, dat ze iets wilde kopen om thuis neer te zetten bij wijze van herinnering aan hem, vond ze te melodramatisch. Tenslotte bevond ze zich niet in soapserie! Stephan had ooit beloofd iets voor haar te kopen met dat doel maar hij had het niet gedaan, zoals zoveel dingen nooit door hem uitgevoerd werden omdat er altijd andere, belangrijker zaken waren dan zij en haar toch zeer bescheiden wensen. Ze besloot te kiezen voor: "Ik moest toch een paar kadootjes kopen en ik had heimwee dus besloot ik om hier te gaan winkelen." Er hing wel een beetje het aureool van een loser om deze woorden maar wás ze dat ook niet, nu het uit was tussen Stephan en haar? In het centrum kocht ze in een kadowinkel vier borrelglaasjes. Bij Stephan op de bank had ze vaak bessenjenever gedronken, zij uit een echt likeurglaasje en hij uit een wijnglas want hij bezat slechts één borrelglas. De poes Maup kwam altijd bij hen op de bank zitten. "Kijk nou, Maupie zit tussen ons in," had Stephan tijdens haar eerste bezoek opgemerkt. Hij zou nooit te weten komen hoe goed het haar had gedaan hem het woord 'ons' te horen gebruiken. Maupie miste ze ook heel erg. Wie ze zeker níet miste was Stephans moeder Lammegien, door Brenda 'Het Lam' genoemd omdat ze in het bezit was van een bos kleine witte krulletjes. Stephan wist niets van deze bijnaam af natuurlijk, hij was tenslotte erg op zijn moeder gesteld. Het Lam had de urn met de as van haar overleden man op de kast gezet die tegenover de bank stond. Dit vond Brenda op zich al vreemd maar het feit dat mevrouw van Biervliet een naaktfoto van wijlen haar echtgenoot naast de urn had geplaatst, deed haar tot de conclusie komen dat deze vrouw onprettig gestoord was. Ontspannen op de bank zitten was er nooit bij want waar moest ze naar kijken? Het licht versleten tapijt met onbestemde kleur kende ze al snel door en door, net als de verlepte plant die op het tafeltje naast de bank stond. Toen ze hier ooit een toespeling op maakte, naast Stephan in de Fiat Panda op weg naar zijn huis, gaf hij toe dat hij het ook vreemd vond maar dat die urn heel belangrijk was voor mama en dat zijn ouders nou eenmaal overtuigde naturisten waren geweest. Na de dood van haar man hield mevrouw van Biervliet enkele kledingstukken aan tijdens het recreëren. Nog steeds huilde Brenda iedere dag om haar verbroken relatie met Stephan, altijd op vaste tijdstippen waardoor het in ieder geval overzichtelijk bleef. Meestal kreeg ze een huilbui na het eten, tijdens het koffiezetten, en anders gebeurde het gegarandeerd wanneer ze net in bed lag. Ze moest alle zeilen bijzetten om in haar werk als boekhoudster normaal te blijven functioneren, wat haar zonder meer goed afging maar erg veel energie kostte. Nachten van tien uur slaap waren geen uitzondering en van een nachtbraker veranderde ze in iemand die met de kippen op stok ging. Deze verandering beviel haar niet want ze was een nachtmens, altijd al geweest, en schilderde 's nachts haar beste doeken. Terug in de trein overviel haar een gevoel van berusting. Ze moest accepteren dat Stephan altijd veel minder van haar had gehouden dan zij van hem. Eigenlijk had hij haar maar één keer het idee gegeven dat de liefde misschien wel wederzijds was, toen ze samen een mooie zomerdag aan het strand van Egmond aan Zee hadden doorgebracht, compleet met romantische zonsondergang en kus die anders smaakte: naar hartstocht, naar de belofte van mooie jaren samen. Haar grootste angst was dat Stephan zou komen te overlijden zonder dat zij het wist. Die kans was levensgroot aanwezig omdat ze slechts één vage gemeenschappelijke kennis bezaten. Ze droomde vaak over speurtochten op kerkhoven, op zoek naar Stephans onvindbare graf. Soms dacht ze dat God, in wie ze op een halfzachte manier geloofde, haar wel zou helpen door haar bijvoorbeeld toevallig de overlijdensadvertentie in de krant te laten lezen tijdens haar wekelijkse bezoek aan het café met leestafel bij haar op de hoek. Vaak beperkte ze zich tot sport en politiek. Misschien zou ze zijn graf nooit bezoeken omdat ze daar tegen die tijd geen behoefte meer aan had. Zoals ze zich nu voelde, was dat een sterk staaltje wishful thinking. Terwijl ze de weilanden aan zich voorbij zag trekken, bedacht ze dat het een goed idee zou zijn om een schilderij te maken dat haar aan Stephan zou herinneren. Tevreden met deze gedachte knikte Brenda; ze zou een duinroos schilderen, volledig tot bloei gekomen zoals hun liefde dat nooit had gedaan. "Uw kaartje alstublieft," automatiekte de conducteur. Brenda toonde het hem, samen met haar kortingskaart. Zodra de conducteur uit het zicht verdwenen was, begon ze in gedachten de tekst op te dreunen die ze ooit op Wikipedia had gelezen: de duinroos bloeit in mei en juni met crème-witte, soms roze aangelopen, bloemen. De bloem is alleenstaand. Ze besefte dat ook zíj altijd alleenstaand zou blijven.
Simon Johannes Carmiggelt werd geboren in Den Haag op zeven oktober 1913. Deze Nederlandse schrijver en columnist is vooral bekend geworden door de krantencolumns in het Parool die hij schreef onder het pseudoniem Kronkel. Carmiggelt kwam uit een socialistisch middenstandsmilieu. Hij begon als journalist, aanvankelijk bij Het Vaderland en in 1932 bij de Vooruit, de Haagse editie van het socialistische Het Volk, als toneel- en filmrecensent. Daar begon hij cursiefjes te schrijven over het Haagse leven onder de titel Kleinigheden. In zijn stamkroeg had hij inmiddels Tiny de Goey leren kennen, een moderedactrice, en in 1939 trouwde het stel. Toen de Duitsers Nederland binnenvielen, namen ze de drukpersen in beslag en rantsoeneerden het papier. Uit protest nam Carmiggelt ontslag bij de krant en ging hij als freelancer aan de slag. Via vrienden raakte hij in Amsterdam betrokken bij het illegale pamflet Het Parool. Hij zorgde voor de productie en de verspreiding en werd tijdens een razzia door de bezetter opgepakt en in de gevangenis gegooid. Van de drukproeven die hij bij zich had, kon hij het grootste deel doen verdwijnen. Carmiggelts broer Jan was inmiddels gestorven in het concentratiekamp Vught. Hij was door de SS aangehouden wegens hulp aan de joden en de illegale distributie van voedselbonnen aan onderduikers. Na een week werd Simon Carmiggelt vrijgelaten wegens gebrek aan bewijzen en hij hernam meteen zijn illegale activiteiten. Verschillende latere biografen verklaren uit deze gebeurtenissen Carmiggelts latere pessimisme en vooral zijn felle anti-totalitaire (en daarom anti-communistische) standpunten. Zou kunnen natuurlijk, maar dat pessimisme zat er altijd al in denk ik. Na de bevrijding werd Het Parool een heus dagblad en Carmiggelt kreeg de leiding over de kunstrubriek. Hij begon toen ook met cursiefjes, aanvankelijk drie keer per week, later elke dag. De eerste Kronkel verscheen op vijfentwintig oktober 1946 en tot aan zijn dood in november 1987 zijn er ruim tienduizend verschenen. Een selectie van vijftig stukjes uit elke jaargang werd elk jaar door De Arbeiderspers in boekvorm uitgegeven. Overigens verspreidde de Arbeiderspers vroeger boeken onder arbeidersgezinnen; voor heel weinig geld konden arbeiders op deze manier met literatuur in contact komen. Een zeer nobel initiatief! Simon Carmiggelt schreef tussen 1948 en 1956 ook drie bundels ironische verzen onder het pseudoniem Karel Bralleput, in 1961 samen uitgegeven onder de fraaie titel Torren aan de lijm. In 1974 verscheen onder zijn eigen naam de gedichtenbundel De gedichten. Dat is dan weer een mindere titel... Carmiggelt hield jarenlang lezingen doorheen heel Nederland. Verder schreef hij ook nog teksten voor cabaretiers als Wim Sonneveld en Wim Kan, verzorgde filmcommentaren en las voor uit eigen werk, wekelijks op de VARA-radio en maandelijks op de VARA-televisie, waar hij laat op de avond één van zijn columns voorlas. Dat deed hij op een wijze die misschien het best te omschrijven is als 'somber en ontroerend'. Of heel anders. In ieder geval werd zijn voorleesprogramma al snel enorm populair. Carmiggelt schreef zijn stukjes thuis, in het park, in de kroeg, op een terrasje... Dat schrijven in de kroeg was niet zo'n goed idee want daar hield hij een drankprobleem aan over. Als het stukje klaar was, deponeerde hij het in een speciaal daartoe aangebracht busje onder zijn deurbel. Een koerier van de krant kwam het daar dan elke dag ophalen. Slenterend door de stad - onvermijdelijk hem vaak tegen te komen, in z'n regenjas - vond hij zijn thematiek: hij maakte van een banaal voorval een compleet verhaal, luisterde naar mensen en gebruikte elementen uit hun conversaties. Iedere situatie kende een grote vorm van herkenbaarheid en identificatie. 'Hij is,' merkte Jan Greshoff ooit op, 'nooit geestig ten koste van iemand of iets.' Klopt, maar in het dagelijks leven was Carmiggelt een stuk minder aardig. Zo heft hij een keer een optreden van Ted de Braak volledig verpest, zodanig dat de Braak bijna jankend het toneel verliet. Nou geef ik toe dat het geen lolletje is om naar een optreden van Ted de Braak te moeten kijken en luisteren maar om dan maar kwetsende dingen tegen hem te gaan roepen... Aan het eind van zijn leven ontwikkelde hij een ouderdomsdiabetes die hij niet naar behoren verzorgde, ook al doordat zijn snel blind wordende vrouw nogal wat zorgen nodig had. Misschien was het drankprobleem uit zijn verleden mede de oorzaak van zijn diabetes, hoewel Carmiggelt zich sinds 1978 van sterke drank onthield. Zijn diabetes kreeg hij niet onder controle waardoor hij in 1987 in het ziekenhuis belandde en de dag na zijn ontslag een hartinfarct kreeg. Na revalidatie kon hij weer naar huis, waar hij enkele weken later in zijn slaap door een tweede infarct kwam te overlijden. Na zijn dood schreef Renate Rubinstein een bijzonder portret van de schrijver in Mijn beter ik. Ze had jarenlang een geheime verhouding met Carmiggelt die haar liefdesbrieven gewoon bij hem thuis liet bezorgen omdat zijn vrouw toch bijna blind was. Hij las ze dus gewoon in haar bijzijn! Tegenwoordig is Simon Carmiggelt bijna helemaal vergeten krijg ik de indruk. Vreemd, want hoewel hij zeker geen wereldschrijver was, zitten er toch zeer aangename stukjes tussen al zijn Kronkels. Wat weinig mensen weten, is dat Carmiggelt ook een detectiveroman heeft geschreven: Johan Justus Jacob. Hij was er zelf niet bepaald trots op. Op het Amsterdamse Weteringplantsoen, tegenover zijn woning, staat een beeldje van Carmiggelt.
Gekrulde haren, gekrulde zinnen, sprak de oude man op de overzetboot Wat je van buiten ziet, zit ook van binnen, ging hij door en de lucht kleurde rood
want de avond viel met geluid van golven, met de geur van rijshout en herinnering Weerloos werd ik onder weemoed bedolven terwijl iedereen van de boot afging
De veerman poogde een psalm te zingen en ik voelde een diep verdrongen pijn, veroorzaakt door de onzegbare dingen die begaan zijn in dit dorp aan de Rijn
Maar wat is mijn leven inmiddels meer dan wat sluimeren tussen de struiken, dan aan ontluikende rozen ruiken
tot ik in de lichte roes zal geraken die geslagen wonden weer heel zal maken maar gedane zaken nemen geen keer.
Wendelien en ik kenden elkaar van de PABO. Sommige mensen, onder wie de dochter van tante Heleen, mijn lievelingstante die ik op m'n vijftiende voor de laatste keer had gezien, dachten bij het woord PABO aan de gelijknamige erotiekshop maar het betrof hier de opleiding tot leraar basisonderwijs. We hadden het allebei een jaar volgehouden op dit geitenwollensokkenbolwerk om vervolgens de evenmin vreugdevolle wereld van het tijdelijk werk te betreden. Wendelien en ik maakten iedereen wijs dat we ons aan het beraden waren op onze toekomst - misschien geloofden we er zelf langzamerhand ook wel in. Met haar vriend Igor, een Oost-Europese asielzoeker die ze tijdens haar laatste tijdelijke baan in de Efteling had ontmoet, woonde ze illegaal in een pand aan de Keizersgracht in Amsterdam. Het meubilair bestond o.a. uit een kapotgesneden zwartleren bank die ze van de straat hadden gehaald en een Boeddhabeeld dat ze van een vage kennis hadden gekregen. Om het huiselijk geluk compleet te maken, hadden ze sinds kort een katertje in huis. Het beestje werd aanvankelijk Snoop Catt genoemd, naar Snoop Dogg, maar toen hij hartstochtelijk bleek te gaan mauwen bij het horen van Griekse muziek, had Wendelien hem herdoopt in Snoupos Roussos. "Naar Demis Roussos, die dikke Griekse zanger," had ze Igor uitgelegd want die had geen idee waar de nieuwe naam op sloeg. Hij moest erom lachen maar het klonk niet gemeend. Die middag was ik weer eens bij hen op bezoek. Snoupos schreeuwde om aandacht, die ik hem in ruime mate gaf want ik vond het een heerlijk beest. Mijn tante Heleen had ook een katertje gehad, de mooie Theodoor genoemd. Ze woonde in de buurt van een gebouw waarop de woorden 'Alles van waarde is weerloos' stonden, een regel uit een gedicht, gebruikt als reclameboodschap voor een verzekeringsmaatschappij. Deze regel ben ik altijd met haar en Theodoor in verband blijven brengen. "Toen ik een paar jaar geleden op vakantie was in Leipzig, zat er een man bij ons in het hotel die sprekend op Snoop Dogg leek maar hij sprak Duits," vertelde ik. "Enge kop heeft die gast. Nou ja, wij tenslotte ook," merkte Wendelien op. Nadat Igor ons thee had gebracht, gezet met heet water uit de samowar, keken Wendelien en hij me op een vreemde manier aan. "Alinde, we hebben groot nieuws. Zeg jij maar, Wendelien..." Igor straalde van oor tot oor terwijl zijn vriendin zat te grinniken. Ik had geen idee wat ik te horen zou krijgen, hield alles voor mogelijk: emigratie naar Rusland, een huwelijk om Igor meer kans op een verblijfsvergunning te geven, een enorme winst in de staatsloterij... "Ik ben in verwachting." Sprakeloos staarde ik Wendelien aan. Ze was nog maar eenentwintig, dat was toch waanzinnig jong voor een kind? Igor was zestien jaar ouder en had al een (kinderloos) huwelijk in Moskou achter de rug; zijn ex en hij hadden geen enkel contact meer, wist ik van Wendelien. "Geweldig!" riep ik uit en omhelsde de aanstaande ouders. "Pjotr is helemaal door het dolle heen, dit wordt zijn eerste kleinkind tenslotte." De vader van Wendelien was tot zijn vervroegd pensioen door het leven gegaan als Piet maar had besloten dat bij een nieuwe levensfase ook een nieuwe naam hoorde. De keus was gevallen op Pjotr, wat hij lekker exotisch vond klinken. Toeval bestaat niet: zijn jongste dochter kreeg een paar maanden later een Russische vriend; hijzelf had inmiddels een Russische penvriendin, Svetlana, een kennis van Igors moeder. Hij peinsde er echter niet over om te gaan hertrouwen want na de vroeg overleden Bep wilde hij niemand anders meer. Hij beweerde dat Sveta net zo beroerd Engels schreef als hij, dat schepte een band blijkbaar. Igor haalde gebak uit de keuken terwijl Wendelien honderduit vertelde over de komende gezinsuitbreiding. Igor en zij wilden niet weten of het een jongetje of een meisje zou worden, ze waren van plan om in Wendeliens geboorteplaats Castricum te gaan wonen, ze zou waarschijnlijk drie dagen in de speelotheek kunnen gaan werken, misschien zouden Igor en zij snel gaan trouwen want dat wilde Pjotr zo graag... Eerlijk gezegd luisterde ik maar met een half oor. Mijn enige vriendin ging het volwassen leven in en dat drukte me met mijn neus op het feit dat ik ook niet eeuwig kon blijven flierefluiten met een baantje hier, een uitkerinkje daar, een gehuurde zolderkamer als schamel dak boven m'n hoofd... Toen ik een uur later vertrok, liep ik in gedachten verzonken naar de Waalstraat. Tussen de post zat een voor mij bestemde rouwkaart. Ik opende 'm met kloppend hart en trillende vingers. 'Alles van waarde is weerloos', las ik. 'Na een kortstondig ziekbed is heden, toch nog onverwacht, overleden onze geliefde moeder en schoonmoeder Helena Woutera Morelisse...' Op dat moment kreeg ik het onaangename gevoel dat mijn jeugd voorgoed voorbij was. Zuchtend besloot ik op internet naar vacatures te gaan speuren, maar eerst had ik een stevige borrel nodig!