|
Stadsarchief Mechelen, Schepenregisters, SR 114, f° 24 v° - 25 r°.
9 februari 1497
Deze tekst bevat heel wat schrappingen en aanpassingen, die toegevoegd zijn in de marge en tussen de regels.
Bovenaan p. 36 (f°33 v°): Anno domini m°cccc°xcvij° xxvj martij fuit pascha
<de scheydinge/ Henrics ende Hubrechts/ vander Nuwermoelen>
Vleminc, Vrients.
Heinrick{b} vander Nuwermoelen ter eender zyden ende Hubrecht{a}/ vander Nuwermoelen syn broeder ter ander zyden, wylen Mathys / vander Nuwermoelen ende Katheline Tucbacx syns wyfs kynderen, Ende/ hebben openbaerliken bekent ende geleden dat sy van allen ende {besunderen}/ alsulken erffeliken ende onberuerliken goeden, alsoe wel buyten als bynnen der/ voerscreven stad ende vryheyt van Mechelen, als den selven Heinrick ende Hubrecht/ vander Nuwermoelen, byder doot van wylen meester Heinrick Tucbacx,/ priester, haeren ouden oem, toecomen gebleven ende verstorven zyn, mynlic ende/ eendrachtelic met malcanderen, gedeylt ende gescheyden {syn} inder manieren/ ende vuegen, hier naer verclaert.
Alsoe dat uut crachte vander selver deylingen/ ende scheydingen, de voirscreven {Hubrecht}van vander Nuwermoelen voer syn gedeelte,/ paert ende porcie der selver goeden, hebben, houden, besitten ende gebruyken sal,/ de parcheelen vanden goeden metten gronde {ende} haeren toebehoerten hier naer/ volgende.
- Ierst tderdendeel van eender hoeven metten huysen, schueren, stallen,/ hove, wynnende lande, bemptden, bosschen, eeuselen, vorrelen ende allen/ anderen haeren toebehoerten, tot Berssele gelegen, in alder vuegen ende manieren/ alsoe de voerscreven wylen meester Heinrick die te besitten plach,
- Item tderdendeel/ van drie bosschen gelegen oic aldaer ende inden Scrieck,
- Item het tderdendeel/ van eenen bossche gelegen tot Bersele, geheeten de Myle,
- Ende het tderdendeel/ van eenen sack Rogs, op { Gielis } vander Voort goeden tot Heyst gelegen/
Ende de voergenoemde {Henrick}, sal uut crachte vander selver scheydingen ende/ deylingen voer syn gedeelte, paert ende porcie, hebben, houden, besitten ende/ gebruyken de parcheelen vanden goeden metten gronde ende haeren toebehoirten/ hier naer bescreven.
- Ierst het tderdendeel van eenen huyse inde Augustyn/strate, gelegen, tusschen Meester Jacop Muet erve aen deen zyde, ende Heinrick/ Neefs erve aen dander zyde,
- Item het tderdendeel van sessentwintich stuvers/ erffelic, op der kynderen van wylen Janne vander Moelen huys, gelegen/ byde Heymeisbrugge , tusschen Philips Caluwaerts erve aen deen zyde, ende der/ voerscreven kynderen vander Moelen ander erve aen dander zyde,
- Item het tderdendeel/ van eenen bossche gelegen tot Heyst aende Heyde,
Ende om dat des voergenoemden/ {Hubrechts} deel, paert ende porcie beter is dan des voerscreven {Henrics} deel, paert/ ende porcie, soe heeft de voergenoemde <<Hubrecht>> den selven {Henricke} bewesen ende/ gegeven de erffelike goeden met haeren toebehoerten hem byder doot van/ synen voerscreven vader ende moeder verstorven ende gebleven {hier naer bescreven}.
- Inden iersten sestien/ scellinge grooten Brabants erffelicx op Jans van Gheele diemen heet Wynx/ goeden, tot Heyst gelegen.
- Item eenen bempt gelegen aldaer geheeten Vernyen bempt/
- Item twee bosschen gelegen oick aldaer, daer af deen geheeten is Dleerken/ ende dander Blauverwers bosch,
- Item de helft van eenen bossche, gelegen aldaer,/ geheeten den Bogaert,
- Item het vierendeel van eenen bossche, gelegen aldaer,/ geheeten tHoefken,
- Item noch twee veertelen rogs erffelicx op de goeden Matheus/ Gheens toebehoerende,
- Ende noch anderhalf veertel rogs, erfpachts, op de goeden/ Heinrick de Ketelere toebehoerende,
ixa februarij solvit henricus
Stadsarchief Mechelen, Schepenregisters, SR 109, f°193v°
17 februari 1497
F° 190: Anno xcvijo
Hoots, Cale.
Heinrick vander Nuwermoelen, wylen Mathys vander Nuwermoelen soon aen / deen zyde, Peter ende Rommond Tucbake, wylen Rommond Tucbaks kynderen, aen dander / zyde, ende Lysbeth Scaerlaken wylen Heinrix Scaerlaken, ende Lysbetten Tucbake / syns wyfs dochter, met Jan Wouters haeren man, aende derde zyde, hebben / voer ons vut haeren vryen wille bekent, dat sy alle de erffelike goeden / met haeren toebehoerten, bynnen ende buyten der voerscreven stad ende vryheyt van / Mechelen gelegen, die henlieden byder doot van wylen heeren Henricken / Tucbake, priester, haeren oem {gebleven toecomen ende verstorven syn} mynliken gescheyden ende gedeylt hebben / inder vuegen ende manieren, hier naer volgende ende verclaert,
Alsoe dat byder crachte / van dier deylingen ende scheydingen, de voergenoemde Heinrick vander Nuwermoelen / voer syn deel ende paert der voerscreven goeden, hebben houden ende besitten sal,
- Eenen / bosch gelegen tot Heyst opte Heyde,
- Item een cleyn bosch, geheeten tHoefken gelegen / aldaer ten Bossche, {daer jaerlix vutgaen ?seven? stufers}
- Item een cleyn bosch, geheeten de / Myle, onder Beersel gelegen
- Item twee cleyn bosschen, gelegen oic onder Beersele / byde hoeve {heeren Gielis Mennens priester toehoerende }, te wetene deen van dien tegen die hoeve over ende dander achter / aen de beemden
- Item eenen bosch, gelegen inden Scryeck aenden Draeyboom {geheeten de / Reehage}
- Item / twee cleyne bosschen, geheeten den Meswech ende Beversluys, gelegen aldaer / inde Scryeckstrate, daer jaerlix vutgaen achtien penninge Loevens,
- ende {daertoe} sessentwich / stuvers ende een oort erffelic chys op een huys, met sinen toebehoerten, den kinderen / {van wilen Janne vander Nuwermoelen} toehoerende byde Heynmeysbrugge gelegen.
Item dat / de voergenoemde Peter ende Rommond Tucbake, voer haer paert ende deel der voerscreven goeden / byder crachte vander voerscreven scheydingen ende deylingen hebben houden ende besitten / zelen:
- vyftien Ryns gulden jaerlicx ende erffelix chijs {opte voergenoemde} hoeve, met / alle haeren toebehoerten, tot Beerssele gelegen {den voerscreven} heeren Gielis Mennens priester / toehoerende,
- ende oic drie Ryns gulden jaerlix ende erffelic chijs, die de / voergenoemde Lysbeth Scaerlaken sculdich sal syn, den voergenoemde Peteren ende Rommonden / ende haeren erfgenamen alle jaere ten eeuwigen dagen te geven ende betalen / van ende vut haeren huyse met synre toebehoerten hier naer bescreven, alsoe / haer dat te deele gevallen is, die sij ende haere nacomelingen altijt / zelen moegen quiten {met} sestien Ryns gulden, elken van ?dien? guldenen/
Ende dat de voergenoemde Lysbeth Scaerlaken, by crachte vander voerscreven deylingen / ende scheydingen oic hebben houden ende besitten sal voir haer paert ende / deel der voerscreven goeden
- tvoergenoemde huys met allen sinen toebehoerten / inde Augustijnstrate gelegen, alsoe de voergenoemde heere Henrick Tucbake haer oude / oem dat aldaer besat, daer jaerlix vutgaet eenen capuyn ende sesse penninge / Loevens, / op alsulken last, dat sy daer vut jaerlix gilden ende betallen sal / den voerscreven Peteren ende Rommonden Tucbake, ende haeren voerscreven erffgenamen / haer voerscreven drie Ryns gulden des voerscreven chijs, tot dat sij die quyt gelyc voir, <behoudelic haerer / voerscreven moeder / daer inne haerer / ?rechten? / alsoe lange als sij / sal leven.> <Ende oic opten / last van Lijsbetten / vander straten / des voers(creven) / wylen heeren / Henricx maerten / na vutwysen / van sinen testamente.>
{In desen it(em) oic ondersproken, ostmen in toecomenden tijde bevonde meer chijs / gaende vut eenich vanden voerscreven goeden dan boven verhaelt staet, dat / zelen de voergenoemde partien malcander helpen gilden ende gelijc dragen sonder / wederseggen}
Welke scheydinge ende deylinge der voerscreven goeden, hebben de voergenoemde / Heinrick, Peter ende Rommond Tubake, ende oic {de voergenoemde} Lysbeth Scaerlaken / metten voerscreven Jan Wouters haeren man gelooft voer hen, haer hoir, ende / nacomelingen, te houden altyt vast omverbrekelic ende van goeder weerden / ende daer tegens nemmermeer te doen, te seggen, oft te comen in gheender manieren
xvija februarij
Stadsarchief Mechelen, Schepenregisters, SR 114, f° 50v°
5 juli 1497
p. 36: Anno Dnj M°CCCC°xcvij° xxvj martij fuit Pascha
<d executeurs ?/ Henrick Tucbake>
Item (= Hoots, Vleminck).
Peter ende Rommond Tucback, wylen Rommond Tucback kynderen, Heinrick / vander Nuwermoelen, in zinen ende Hubrechts sijns brueders namen absent ende buyte/ lants wesende, die hy in hem verving, ende Jan Wouters inden name van Lijsbet[h]/ Tucback {?siner ?wive?} ende Lijsbeth Schaerlakens syns wyfs {moeders} namen, die hy in hen verving, / hebben openbaerlic voer ons bekent dat heeren Cornelis van Culixrorde, diemen / heet Wynants, ende Lodewyck Martens, priesteren, executeurs vanden testamende / ende uutersten wille van wylen meesteren Heinrick Tucback, oic priester, hen wel/ gepayt, gecontenteert ende te vreden gestelt hebben van allen den legaten/ den voirgeseyde quijtschilderen met sinen testamente gegeven, gemact ende/ gelaten. Van welken legaten ende oic van alle tgene dat sij den voerscreven execut[euren]/ in eeniger manieren uut saken van dien souden moegen heysschen hebbe[n], / de voirgeseyde partijen quijtgescouden, los, vry ende ledich den voerscreven heeren Lodew[yck]/ Martens tot sinen ende des voerscreven heeren Cornelis zijns medeexecuteurs behoef/ ende allen anderen dies quitancie behoeven geheelic ende al.
Ut supra tS
Antwerpen, Schepenregister 116, f°133v°-134r°.
3 december 1499
Hont/Heyden
Hubrecht vander Nuwermoelen Mathijs sone wijlen, geseten / tot Reymerswale, gaf terve Heinricke vander Nuwermoelen, zijnen / brueder, tot Mechelen sit geseten, tderdendeel ende alle zijn recht van / eender hoeven metten huysen, schueren, stalle, hove, wynnenden lande / beempden, bosschen, eeusselen, vorrelen ende allen anderen hueren toebehoerten, / gelegen tot Berssele, in alsulcker vuegen ende manieren alsoe wijlen meester ende heere Henrick Tubbacx, priester, huer oude oem, die te besitten plach; item tderdendeel / van drie bosschen, gelegen oic aldaer ende inden Scrieck; item tderdendeel van eenen / bossche, gelegen tot Berssele, geheten de Myle; ende tderdendeel van eenen sack rogx / erflic, diemen heffende is op Gielis vander Vorst goeden tot Heyst gelegen, gelijc hem / die vanden voirgeseyden meesteren ende heeren Henricke Tubbacx, zijnen ouden oem, bleven, / verstorven ende tegens den voirgeseyden Henricke, zijnen brueder, inder scheydingen ende / deylingen tusschen hen gemaect, te deele bevallen zijn { ??? }, tsiaers erflic omme / vive ponden oude grote Brabants prout communiter, dandis natalis, ende van natalis proximo over een / jair dierste rente dairaf te gevene voerdane, soe geloofde hij die; te waerne / op alsulcken commer ende chijs als van daghe vander aflivicheyt des voirgeseyden wijlen / meester ende heeren Henricx { ?? } dair sculdich was vore uutgainde ende anders nyet. Ende / dien voircommer ende voirchijs geloofde de voirscreven Henrick vander Nuwermoelen, / pro se et suis, van natalis proximo als hij de voirgeseyde / derdendeelen vanden parcheelen van goeden voirscreven aenveerden sal, voirdane / eeuwelic duerende te geldene ende te betalene sonder mindernisse etcetera, ende / oic sonder etcetera. Salvo quod ipse aut sui quitabunt ad placitum te met eenen ponde / grote erflic dair af te male ende nyet min mair meer, si placet, ende altijt / elcken penninck met sesthien penningen ende met verschenender renten. / Pro certitudine obligavit se et sua quecumque donec totum dequitatum fuerit et non diutius.
iija die decembris
|