Historische documenten uit diverse archieven die met het oude Land van Heyst te maken hebben.
27-02-2026
Hendrik Tucbak, koopman verblijvende te Great Yarmouth (Engeland), bedenkt de Kerk van Hallaar in zijn testament. 1398.
York (GBR), Borthwick Institute for Archives, York Medieval Probate Index, ProbReg 3, f°4r
31 juli 1398
<Testamentum Henrici Tutbak de Eboraco>
In dei nomine Amen. Ego Henricus Tutbak, de Eboraco, marcator, in bona vivens memoria, decimo / die mensis julii, anno domini millesimo trecentesimo nonogesimo octavo, condo testamentum meum ac ultimam / voluntatem meam in hunc modum. In primis comendo animam meam Deo omnipotenti, Beate Marie vir-/gini et omnibus sanctis, et corpus meum ad sepiliendum inter fratres ordinis Beate Marie genitricis dei de / monte Carmel ville Magne Jernemuth. Item lego summo altari sancti Nicholayi Magne / Jernemuth xl. denarios. Item lego cuilibet ordini fratrum in dicta Jernemuth xl denarios ad orandum pro anima mea. Item / lego omnia mea catalla et mercimonia existencia in Magna Jernemuth distribuenda pauperibus ad oran-/dum pro anima mea, per manus Thome Stonehull executoris mei et per visum Roberti Cobald de / Magna Jernemuth. Item lego conventui fratrum mendicantium de villa Eboraci provincie Anglicane / xl denarios. Item lego ecclesie Beate Marie de Harelere in Brabantia vj solidos viij denarios. Item remitto Dionisio / Tutbaki fratri meo carnali omnia et singula que michi debet ex debito. Item lego eidem Dionisio omnia / bona que de meis ?habuerit? tempore recessus mei in manibus suis. Item lego Dionisio fratri meo antedicto / xx libras sterlingorum existentes Eboraci. Item lego alii fratri meo carnali existenti in partibus transmarinis / <Computatum est> xx libras sterlingorum recipiendas de bonis meis existentibus Eboraciet in diversis partibus Anglieet in diversis / partibus transmarinis. Item lego Thome Stonehull unum epitogium meum principalem. Item lego cuilibet / executorum meorum administranci bona mea iuxta formam testamenti mei xx solidos. Residuum vero omnium aliorum bo-/norum, cuiuscumque generis sint vel ubicunque fuerint, cum omnibuset singulis debitis meis lego in / disposicionem executorum meorum vel eorum executorum pro anima mea distribuenda et animabus quibus / teneor, in missis celebrandiset aliis piis ecclesie usibus ita ut plene et fideliter persolvant omnia / et singula debita mea et disponant pro me et anima mea prout melius viderint Deo placere / et anime mee prodesse. Huius autem testamenti mei meos facio et ordino executores videlicet Godfridum / Uppestall de Eboraco, Dionisium Tutbakem fratrem carnale, Johannem Ffanharsgatem, Willelmum Scorburgh, / Thomam Stonehull, et Robertum Cobaldem supervisorem de Jernemuth ad exequendum dictum / testamentum meumet perficiendum in forma juris. In cuius rei testimonium huic presenti testamento meo sigi-/llum meum apposui. Datum apud Magnam Jernemuth die et anno domini supradictis./ <Probatio eiusdem> Probatum fuit presens testamentum perultimo die mensis julii anno domini supradictoet concessa administratio Dionisio / Tutbaki fratri meo [sic] carnali, potestatem administrationem huius concedendi ceteris executoribus in eodem / testamento nominatis cum petierint seu aliquis eorum petierit personaliter ?reservante? in forma ?constituta legati?.
Vertaling
Testament van Hendrik Tu<>bak van York
In Gods naam, Amen.
Ik, Hendrik Tu<>bak, van York, koopman, bij mijn volle verstand, leg, op de tiende juli van het jaar o. H. 1398, volgenderwijze mijn testament en laatste wilsbeschikking vast.
Vooreerst vertrouw ik mijn ziel toe aan de almachtige God, aan de heilige maagd Maria en aan alle heiligen, en mijn lichaam ter begraving bij de broeders van de orde van de heilige Maria moeder Gods van de Carmel van de stad Great Yarmouth.
Ook laat ik aan het hoogaltaar van de Heilige Nicolaas van Great Yarmouth 40 penny.
Ook laat ik aan een willekeurige broederorde in gezegd Yarmouth 40 penny, om te bidden voor mijn ziel.
Ook bestem ik al mijn roerende bezittingen en handelswaar die zich in Great Yarmouth bevinden, om, door Thomas Stonehull, mijn testamentuitvoerder, en onder toezicht van Robert Cobald van Great Yarmouth, uitgedeeld te worden aan de armen om te bidden voor mijn ziel.
Ook laat ik aan het klooster van de bedelbroeders van de stad York, van de Anglicaanse provincie, 40 penny.
Ook laat in aan de kerk van de heilige Maria van Harelere in Brabant 6 shilling en 8 penny.
Ook scheld ik Denis Tu<>bak, mijn lijfelijke broer, alles tot het laatste kwijt wat hij mij aan schulden moet.
Ook laat ik die Denis alle goederen die hij van mij in handen heeft op het moment van mijn overlijden.
Ook laat ik aan Denis mijn broer voornoemd 20 pond Sterling die in York zijn.
(In de linkermarge:) Er is een rekeningstaat.
Ook laat ik aan mijn andere lijfelijke broer, die in de overzeese gebieden verblijft, 20 pond Sterling, te nemen van mijn bezittingen te York en in verschillende gebieden van Engeland en in verschillende gebieden overzee.
Ook laat ik aan Thomas Stonehull één – mijn beste – overkleed.
Ook laat ik aan diegene van mijn testamentuitvoerders die mijn zaken conform de beschikkingen van mijn testament afhandelt, 20 shilling.
Het restant van al mijn bezittingen, van welke aard ook, en waar ze zich ook zouden bevinden, stel ik, evenals al mijn schulden, ter beschikking van mijn testamentuitvoerders of van hun testamentuitvoerders, om ten behoeve van mijn ziel en van de zielen waarvoor ik moet instaan, te verdelen in het celebreren van missen en in andere vrome kerkelijke werken, op zulke manier dat zij volledig en getrouw alle en elke schuld inlossen en alles regelen voor mij en voor mijn ziel zoals zij denken dat het best is om God te behagen en mijn ziel te dienen.
Tot uitvoeders van dit mijn testament maak ik en stel ik aan Godfried Uppestall van York, Denis Tu<>bake mijn lijfelijke broer, Johannes Ffanharsgat, William Scorburgh, Thomas Stonehull, en Robert Cobald, toezichthouder, van Yarmouth, om gezegd testament uit te voeren en af te handelen volgens recht.
En tot getuigenis daarvan heb ik aan dit testament mijn zegel gehecht. Gegeven te Great Yarmouth op hogergezegde dag en jaar o.H..
(In de linkermarge:) Goedkeuring hiervan.
Dit testament werd goedgekeurd op de voorlaatste dag van de maand juli in hogergezegd jaar o.H.; en de administratie werd toegewezen aan Denis Tu<>bak, “mijn lijfelijke broer”; ?met het voorbehoud? van de administratie toe te wijzen aan de overige in dit testament genoemde uitvoerders, mochten zij, of één van hen, hierom in persoon verzoeken, ?conform de beschikkingen van het legaat?.
======================
De broers en andere families met de naam Tucbak(e) zijn besproken door: Meg Twycross, “Some Aliens in York and their Overseas Connections: up to c. 1470”, Leeds Studies in English, n.s. 29 (1998), 359-80 (raadpleegbaar op het www : https://digital.library.leeds.ac.uk/360/1/LSE_1998_pp359-380_Twycross_article.pdf).
Johannes tSerger, pastoor van Heist, en Rumoldus Bau, testamentuitvoerders van Zigerus de Novo Lapide, rekenen af met de collector van de pauselijke kamer. 1385.
Stadsarchief Mechelen, Schepenregisters, SR 8, f°3v
Woensdag voor 15 juli 1385
<Executores testamenti quondam / domini Zigeri de Novo / Lapide> Aed Loenh Dominus Jacobus Dardani, collector camere apostolice, recepit a domino Johanne / tSerger, curato de Heiste, et Rumoldo Bau, tamquam executoribus testamenti quondam domini / Zigeri de Novo Lapide, prepositi Machliniensis, .xxvij. libras grossorum Flandrensium, / et hec de fructibus {anni preteriti} prepositure et canonicatus Machliniensium ac personatus de Heiste. / De quibus xxvij libris dictorum grossorum dictus dominus Jacobus dedit domino Egidio / Zabbach .ij. libras dictorum grossorum occasione personatus predicti. Quarta ante / divisionem apostolorum.
? ? Heer Jacob Dardani, collector van de Apostolische Kamer, ontving van heer Jan tSerger, pastoor van Heist, en Rombout Bau, als testamentuitvoerders van wijlen Zeger vanden Nuwensteen, proost van Mechelen, 27 pond Vlaamse groten, en wel van de opbrangst van het verlopen jaar van de proostdij en een kanunnikaat van Mechelen en het personaat van Heist. Van deze 28 pond groten voornoemd gaf heer Jacob voornoemd aan heer Egidius Zabbach 2 pond groten voornoemd omwille van voornoemd personaat. Op woensdag voor de scheiding der apostelen.
Jan de Poertere, Wouter vander Beke ende Jan Lauwers, geseten te Heyst, Wouter vander Oest, / geseten tAntwerpen aen dOude Voerdt int Peertshoot ende Henric vander Straten, geseten / te Mortsele, debent, elc voere al, meester Janne van Meerhout, [aut] latori, xvj pondgroten/ brabants<<, als vander thienden van de>>
<Wyngerde/Elst>
Meester Jan van Meerhout, persoon te Heyst, verhuerde Janne den Poertere, Woutere / vander Beke ende Janne Lauwers, te Heyst geseten, alle syn thienden, erven, chijs[en] / ende offeranden te Heyst voorscreven, alsoe verre als die den personaetscap [voirscreven]/ toebehoerende syn, utegenomen de Houtthiende, dat hij die te hemwaert beh[out],/ te hebbene van Sinte Jans dage Baptisten in mid[zomere] / ingaende, ende vj jaere lanc daerna geduerende, elcx jaers omme xvj pond groten, prout [?] / communiter, dandas mediatim Natalis oft te Lichtmisse ombegrepen te zine, et mediatim te Pa[scha] / oft te Sinxenen ombegrepen te zine. Condicione dat zij gheemande opgaende hout / opt voorscreven erve staende en selen moegen houwen, maer alle stroncboemen / selen zij moegen stroncken thaeren tijde, ende voerdane doen alle dat goede / late sculdich sijn van doene na costume vanden lande. Unde obligaverunt se ipsos/ et sua ende elc voere al. Ende waert dat zij telken paydage voerscreven ni[et]/ en voldaden, soe quamen mede voere ons Wouter vander Oest aen dOude Voerdt / int Peertshoot, ende Henric vander Straten te Mortsele geseten, ende geloefden/ als principale sculderen dat selve te betalene ten voorscreven dagen. Un[de] obligaverunt se ipsos et sua ende/ elc voere al. ?Cum relevacione.?
Her Jan Renault, als procureerder van meester Janne vander Bruggen, verhuerde / Janne van Mechelen alle de vruchten vander provenden ende kerken / van Heyst, den voerscreven meester Janne toebehoerende, van Johannis Baptiste / proximo drien jaere lanc daerna, elx jaers omme vijftich gouden / Vranxe cronen, goet ende custbaer, ad valorem prout der {stad} wisselere {van antwer[pen]} die al / van tijde te tijde prijsen sal weert sijnde, dandas mediatim in nat[alis] / et mediatim in johannis baptiste, te leveren tAntwerpen ter stede etcetera. Unde / obligavit se ipsum et sua etcetera.
De broers Jannes en Willem van Meerhout, resp. persoon van Heist en kapelaan van Hallaar, verhuren via hun vader Sulpicius, kanunnik te Antwerpen, hun bedieningen aan Jan de Kegeleer, priester. 1434.
Stadsarchief Antwerpen, Schepenregisters, Sr21, f°304r en 304v
18 januari 1434
<[Wild]e / [Colib]rant>
Her Sulpicius van Meerhout, canonick in Onser Vrouwen kerke tAntwerpen, / als procureur van Jannes van Merhout, quem in se suscepit, verhuerde / van des selfs Jannes wegen, heren Janne den Kegelere, priester, / {dat} personaetscap van Heyst mit allen zijnre toebehoirten, / van Johannis Baptiste proxime sesse jaere lanck geduerende {etcetera} ende niet langere, / elcx jaers omme lx gulden peters, voer datum sbriefs gemunt ende / geslagen, of xxv. lelye Dornixsche cromstert, alsoe nu dagelix / gemeynlic bynnen Antwerpen in borsen gaen, over elken peter gerekent, / dandos elx jaers, mediatim in Natalis {vel Purificationis etceteraet mediatim te Paesschen / vel te Sinxenen daer naer, ombegrepen van etcetera}, ende bynnen Antwerpen te leveren ter / stede daer de voirscreven Jannes van Merhout oft zijn procurateur / van sinen wegen liefste hebben zoelen, zonder hoeren cost. Unde se et sua. {Ende waert dat zake dat den vooirgenoemde Jannes oft zinen procurateur aen den voirgenoemden / heren Janne oft aen de voirscreven betalinge hier af yet ontbrake, ende de / voirscreven Jannes oft sim voirscreven procurateur bynnen achte dagen nae elken vorscrevenen / termijn niet betaelt en worden, soe quanp mede voer ons Jan van Ranst, / Arts zone was, ende geloifde dat te voldoene als zijn proper scult cum se et suis, } / cum relevatione. Condicione: waert dat zeker dat / de voirscreven Jannes tvoirscreven personaetscap bynnen den tide vanden / voirgenoemden vj jaeren verwisselde oft permuteerde, / dat nochtan de voirgenoemde ?here? getonsten daer ane hebben ende / behouden {zoude}; ende storve de voirscreven Jannes hier en tusschen, soe / soude de voirscreven getonsten te niente zijn ende van geenre werden, ende de voirscreven her Jan soude altijt gestaen / te betalene niet verloepenen pachte nae davenant vanden / verzetenen tide. Voert geloifde de voirscreven her Sulpicius op hem ende tsine den / voirgenoemden Jannes in dien te hebbene dat hij dese voirscrevene vorwerden ende pachtingen consenteren / zal ende van werden houden, zonder argelist. xviij januarii. ?
==============================
Her Sulpicius van Meerhout, canonic in Onser Vrouwen kerke / tAntwerpen, als procurateur van meester Willem van Meerhou[t] / quem in se suscepit, verhuerde van des selfs meester Willems / weghen heren Janne den Kegelere, priester, de vruchten ende op/comingen van eenre capelryen, gelegen inder kerken van Herlaer / voer den Heyligen Cruyce, van Sinte Jansmisse Baptisten proxime / .vj. jaer lanc geduerende etcetera ende niet langer, elx jaers/ omme xxv gulden peters goed ende custbaer, voer datum / sbriefs ghemunt ende geslagen, oft xxv. lelye dornixsche/ cromsterte alsoe nu dagelix gemeynlic bynnen/ Antwerpen in borssen gaen over elken voirscreven peter gerekent,/ dandos mediatim in Natalis vel Purificationis etcetera ombegrepen / et mediatim ad Pascha vel te Sinxenen etcetera ombegrepen, in / Antwerpen te leveren, etcetera. Condicione dat de voirscreven her Jan / de voirscreven capelrye de voirscreven getonsten lanck, wel ende / loflic sal doen bedienen oft selve bedienen, alsoe datter / gheen clachten af en comen, ende zonder cost, last oft schade/ vanden voirgenomden meester Willem, mer de selve meester Wille[m] / sal betalen ende schuldich sim te betalen de absenci?is?. Unde se [et] / sua. Gebrake aen hem oft aen de betalinghen yet, alsoe [dat] / de voirscreven meester Willem oft zijn procurateur bynnen .viij. dag[hen] / na elken voirscreven termijn van betalingen niet betaelt en wo[rden],/ soe quam mede voer ons Jan van Ranst Arts zone, e[nde] / geloifde dat te voldoene als zijn proper schult, cumse et s[uis]. / Cum relevatione. Condicione als vanden personaetscap van Hey[st]/ in folio precedente. xviij januarii 1434 ?
Jacob, graaf van Salm en heer van Rotselaar en Vorselaar, verkoopt de Oude Tiende van Heist aan Roelof Roelofs. 1461.
Stadsarchief Leuven, Schepenbankregisters, SAL 8132, f°212r - 213r.
24 maart 1461
212r° Item joncher Jacop, greve van Salmen, heere tot Rotselair etcetera, / alse vercoepere in deen zijde, ende Roeloff Roelofs als coep<<er>>e in / dander zijde, in presentien der scepnen van Loevenen ghestaen, heeft / ghekint de voirscreven {joncher} Jacop den voirscrevenen Roelove vercocht hebbende, ende / heeft ghekint de voirscreven Roelof teghen den selven jonchere Jacoppen / ghecocht te hebbene, de Oude Thiende van Heyste met allen hueren / rechten ende toebehoirten, die de heere wijlen van Rotselair zaliger / ghedachten te besittene plach, voir eenen zekeren prijs ende op zeker / vurwerden cum condicione begrepen in eender cedullen dair af de teneur / hier nae volght van woorde te woorde etcetera. Dits de maniere vander / comenscap hier nae bescreven, tusschen jonchere Jacoppe, grave van / Salmen, in deen zijde, ende Roelove Roelof in dander zijde, ghedaen / ende gheschiet als vander Ouder Thienden van Heyst. Inden / yersten, dat de voirscreven greve heeft vercocht den voirscreven Roelove / de Oude Thiende van Heyst, met allen hueren rechten ende toebehoirten, /de welke wijlen heere van Rotsselair aldaer te houden plach, ende die / vrouwe van Salmen ende de voirscreven greve, huer zone, alnoch houdende / sijn, omme hondert ende xxviij Rinsscher gulden, te xx stuvers, oft de weerde / dair af in anderen goeden gelde, voir welke somme de voirscreven thiende / opden tijt van nu verpacht steet, eenen termijn van ix jairen, dair / af de twee termijnen sijn overleden. // Item de voirscreven greve metter voirscreven vrouwen sijnre moeder, die alsoe / hij seegt inde voirscreven thiende steckt, zullen den voirscreven Roelove / vander voirscreven thienden behoirlijke vesticheyt doen, voir onsen genedich heere / als heere van Mechelen, oft zinen stedehoudere ende mannen van leene, / dair af de voirscreven thiende als voir een vol leen te leene ghehouden / wordt. Ende de greve metter vrouwen, zullen vander guedinghen geloven / ghenoech te doene, ende die voir een ombecommeert leen te waranderene / voir de manne van leene, ende de voirscreven joncher voir scepenen van loevenen./ //Item de voirscreven guedinghe ghedaen sijnde, dat de voirscreven greve bij hem / selven, oft den ghenen dair aen de ghelufte vander pechtinghen ghedaen es, / den voirscreven Roelove de vesticheyt dair af nae recht overgheven sal, alsoe / dat de selve roeloff, den voirscreven termijne duerende die betalinghe vander / selver pechtinghen vallende, nae sijnre guedinghen voirscreven heffene ende / ghecrighen moghe. 212v° Item die voirscreven greve sal oic overgheven den voirscreven Roelove alle / brieve ende andere behoeften, die hij heeft oft weet der voirscreven thienden / aenclevende, dair mede de heere wijlen van Rotselair tot der selver / thienden comen mach sijn. Item voir de voirscreven thiende, inder weerden als voere erfflick, sal de voirscreven / Roeloff den voirscreven greve, nae voldoen vander voirscreven vesticheyt, betalen / voir elken penninck, xx ghelijke penninghe, oft de weerde van / dien als voere, oft afdoen aen ennighe dair ane de voirscreven greve / dat oft hem ghelieft bewijsen sal te doene, / hier inne bijden voirscreven Roelove ondersproken dat hij inde betalinghe / gheven sall moghen lx gulden noblen wegende stuck .v. Ynghelsche / oft twee oude croenen van ii½ Ynghelschen, de ij croenen voir / eenen nobel gherekent ende elken nobel oft ii croenen voir lvj stuvers / gherekent. Item inder selver betalinghen gheven, in alderhanden {ouden} goudenen penninghen / ter sommen vander weerden van neghentich noble, den nobel tot / lvj stuvers gherekent, behoudelijken, oft men dat gout wisselde / om andere penninghe, ende de wisselinghe meer coste dan ij noble, /dat surplus sal Roeloff betalen. Item noch bij Roelove ondersproken dat de voirscreven greve den voirscreven / Roelove goede vaste ende zekere vesticheyt doen sal. Oft soe ghebuerde, dat / die voirscreven thiende van naederscape ontqueten wordde, dat in dien ghevalle / de selve Roeloff hebben ende heffen sall hondert ende xxviij Rinssche / gulden te xx stuvers, behoudelijken oft Roelof voir der quijtinghen yet vander / thienden ghehaven hadde, dat dat ten afslaghe {comen} sal inde hondert / ende xxviij Rinssche gulden voirscreven. / Item noch ondersproken bij Roelove voirscreven, dat hem die voirscreven guedinghe / ghedaen sal wordden sonder sinen cost van hergheweede, mannen rechte / oft ennighen anderen costen oft rechten, hoedanich die waeren, ende oic coste / van brieven. Item es oic vurwerde, dat dese coemanscap toeganck nempt, evenverre / de leenheere consenteren wille dat Roelof voirscreven vander voirscreven thienden met / testamente sal moghen disponeren, ende dat greeren ende van dien consente / ende aggreeringhen mencie maken inde principale brieve, oft dat mijn / joncher als nu den selven Roelove betalen sal alsoe vele als cost een hergheweede. 213r° Item dat Roelof negheen gelt gheven en sal het en sij dat hem / alle vesticheiden, vurwerden ende onderspreken voirgheruert voldaen sijn, / met gaders tghene des hem hier ten bezorghe soude moghen dienen, / al waert alsoe dat dat hier niet bij expresse ghespecificeert en waere. / Item al eest alsoe dat de gheheele betalinghe valt tot Liechtmisse, / soe pleeghmen nochtan dat te ii malen te heffene te wetene half / te Liechtmisse ende half te Sinxenen, soe ondersprect Roeloff / voirscreven dat hij de helicht heffen sall te Sinxenen naistcomende die / tot dan ombetaelt uutsteet. Welke pointen, vurwerden, condicien / ende onderspreken voirscreven de voirscreven joncher Jacop ter eenre, ende de / voirscreven Roelof ter andere zijden, ghelooft hebben elck den anderen te / voldoene ende te volvuerene, alsoe dat elken van hen ghenoech / sal moghen wesen. Coram Roelants, Hoeven. Martii xxiiij.
Stadsarchief Leuven, Schepenbankregisters, SAL 8132, f°248r.
12 mei 1461
Item Johannes de Tsestich, dictus Tielmans, mareschalcus, promisit Radulpho / Roeloff, dicto opden Kerchoff, centum et xxviij florenos Renenses aureos, bonos / et legales, te xx stuvers, mediatim ad Penthecostes proxime et mediatim ad Nativitatis / Beate Marie Virginis deinde sequens persolvendos, assecutum. Coram Meersberghen, Hoeven. Maij xij
Item Radulphus predictus recognovit se per dictum Johannem fore solutum de medietate summe predicte.
Item es den voirscreven schoutbrief bekint tot deser meyninghen: waert tsake dat / de Oude Thiende van Heist die de voirscreven Roeloff teghen jonchere Jacoppe, / greve van Salme, heere van Rotsselair, ghecocht heeft, den selven Roelove / van naderscape ontqueten wordde, dat hem dan de voirscreven Jan van Tsestich / de voirscreven hondert xxviij rinssche gulden voirscreven betalen sal, behoudelijken dat / den selven Janne van Tsestich dair inne ten afslaghe comen sall tghene des / de voirscreven Roeloff vander voirscreven thienden bynnen den voirscreven tijden / ghehaven ende ghebuert sal hebben. Mair oft hem de voirscreven thiende / van naderscapen niet {en} ontqueten en wordde, dat dan de voirscreven Jan vander / selver gheluften van hondert ende xxviij rinssche gulden onghehouden sijn sall. / Coram eisdem.
Stadsarchief Leuven, Schepenbankregisters, SAL 7357, f°7r.
1 juli 1463
Item Rombout Sanders, drossete, ende Johannes opden Berch, rentmeester / des Lants van Rotselair, in yegenwordicheiden der scepnen van / Lovenen gestaen, hebben gelooft ongesundert ende onverscheiden / Roelofve Roelofs: oft men bevonde tusschen dit ende Vastenavont / naestcomende dat de Thiende van Heyst met huerer toebehoerten, / die de vorscreven Roelof teghen den waelgeborne jonchren Jacope, greve / te Salmen, onlanx gecocht heeft, verbonden waere, oft gehouden mocht / zijn met rechte, inde ix vierdelen corens der maten van Mechelen, / jairlix pachts erflijc, die de kercmeesters ende heyligheestmeesters / van Heyst opde vorscreven thiende eysschende zijn, dat zij dair tusschen / dit ende bamesse dair na volghende, den selven Roelofve de vorscreven ix / veerdelen corens afdoen zullen oft den selven roelofve als dan / weder keren ende restitueren die xc ryns gulden te xx stuvers tstuc die / hij vanden cope der vorscreven thienden onder hebbende den vorscreven ii personen / geloveren opden dach van heden tot des vorscreven jonchren behoef als / voir de volbetalinghe vanden selven cope opgeleeght ende betaelt / heeft. Ende Vastenavont overleden zijnde op dat bevonden / waere bijden mannen vanden hove oft hueren hoede dat de vorscreven / thiende inde vorscreven ix vierdelen corens niet gehouden en / waere soe sullen de vorscreven geloveren van deser gelooften vry / ende ontslagen sijn. Mair de vorscreven Roelof sal vanden selven / ix vierdelen corens ende allen anderen gebreken die hij vynden / mochte aenden vorscreven zijnen coop, staen op zijn beloop van / rechte vander gelooften van warscape die hem de vorscreven greve / van Salmen gedaen heeft. Item sal hem de selve Greve van / Salmen oic generael waerscap geloven onder zijnen zeghel, />zoe hij voir heere ende manne gedaen heeft, ende es gevorwert / dat de vorscreven gelovers van wegen mijns joncheren vorscreven bynnen / Vastenavonde naestcomende hem altijt bereet zullen moeten / gheven als zij des van des vorscreven Roelofs weghen sullen worden / vermaent om de vorscreven sake van ix vierdelen corens gevolght / ende geeindt te worden dair ende alsoe dat behoeren sal. Presentibus / Kersmakere, Langrode. Julii prima
Jan, heer van Rotselaar (en Vorselaar), verhuurt de Oude Tiende van Heyst, die hij zelf te leen houdt van de Heer van Heyst. 1410
Stadsarchief Leuven, schepenbankregisters, SAL 7711, fo 410 v
19 mei 1410
Item joncher Jan here van Rotselair, in jegewordicheiden der scepenenetcetera, / heeft gegeven ende bekent dat hi gegeven heeft Henrike vander Paelt, van / Haeght, ende Laureyce van Haeght, van Werchter, dOude Thiende / van Heyst, gelijc de vorscreven joncher Jan de vorscreven thiende bynnen den / dorpe van Heyst houdende es, te houden ende te hebben van Sente / Jans misse Baptisten naest comende tot enen termine van acht jaren / lang, deen nae dander daer nae sonder middel volghende, dats tewee de / twee yerste jare op hondert ende sessendertich guldenen Hollansche / ende dander sess leste jare vanden vorscreven termine op hondert ende vijftich / Hollansche gulden, van goude goit ende gheve, of de werde daer af in / anderen goeden guldenen gelde, deen helicht te Groetvastelavont ende / dander helicht te Chinxenen, te betalen {den vorscreven joncher Janne, Janne den Ridder sinen rentmeester / ende Henrike vanderHeyden sinen drossate, ocht den enen,} alle jare den vorscreven termine duerende / ende telken termine als vervolghde schout. Ende oec vorwarde: soe ware / de vorscreven Henric vander Paelt ende Laureyns bynnen den vorscreven termine / inden vorscreven thiende enighe scade name van gemeynen orloghe of / van tempeeste, dat de vorscreven joncher Jan den vorscreven Henricke ende Laureyce / daer af rastoer doen sal ende sculdich es te doene, gelijc ander heren hoeren / pachteners ende thiendeners aldaer boven ende beneden / van geliken saken doen selen. Pynnoc, Johanne Borchoven. Maij xix.
Tekst die in het origineel geschrapt werd, geven we niet weer. Oplossingen van afkortingen staan schuingedrukt. De transcripties zijn verder zo getrouw mogelijk: [xxx] duiden de op een foto of door het inbinden niet zichtbare, of beschadigde tekstgedeelten aan. Verder:
?xxx? onzekere lezing
??? woord of letters die ik niet kan ontcijferen.
<<xxx>>verbetering van een duidelijke schrijffout
{xxx} tekst die boven of onder de schrijfregel werd toegevoegd
Jannes van Driele, librarier, oppidanus, mechticht Anna Vrancx, zijn[en] / wittigen wive, omme meesteren Ghijsbrechte Servacij, prochi[aen] / van Heyst, te goedene, te vestigene ende te ervene, met scepenen / brieven oft anderssins soe dat behooren sal, in een hoeve met / allen hueren toebehoorten, geheeten tGoet ter Schueren, gelegen / onder Heyst voirscreven, die zij hem vercocht heeft, welcken vercoop hij, / Jannes, ratificeert, approveert ende laudeert; de pennin[ge] / vanden selve vercoope tontfangene, quitantie dair af te / gevene ende verleydene ende alle tghene, gelovende; consenteren[de]/ der selver zijnen wive dairtoe eenen vreemden momboir / gegeven te worden metten rechte. /
Sub Sigillo oppidi xij die Julij /
Idem mechticht de voirscrevene Anna, zijn wijf, omme quecumque ex suprascriptis bon[is],/ ubicumque locorum sita, in al oft in deele te vercoopene, te verthijdene / ende uuttegane, den coopere oft coopers dair inne te goedene, / te vestigen ende te ervene met scepenen brieven oft anderssins, / alsoe na der bancken rechten dair de selve goeden gelegen zijn, / behooren sal; de penninghe dairaf comende tontfane, / quitantie dairaf te verlijdene ende alle tghene etcetera, gelovende consent[ ]. /
Sub sigillo et die quibus supra /
Zie Theo Heremans, Toponymie van Heist-op-den-Berg, Booischot en Hallaar, thesis Leuven, 1960, nr. 1399: de Schuerenhoeve gelegen aan het Langveld.
Anna Vrancx duidt de parochiepriester van Bouwel aan als haar gevolmachtigde om haar hoeve te Heist en een beemd te Sint-Pietersrode te beheren.
Anna Vrancx Godeveerts dochter wijlen, met Janne van Driele, librarier,/ eius marito et tutore, oppidana, mechticht {sine revocatione} heren Vrancke Thielens, priester ende prochiaen / tot Bouwele, omme te regeren, te bewarene, te verhuerene ende te verpachtene / huer hoeve metten lande ende alle datter toebehoort, geheeten dHoff / ter Schueren, gelegen onder Heyst; item noch hueren beemd cum pertinentiis, geheeten / den Eexteren Beemdt, gelegen tSinte Peters Roeye onder Loevene; de zelve / hoeve metten lande ende den voerscreven beemdt metten toebehoorten in al oft / in deele te vercoepene, te verthijdene ende uut te gane; den cooper oft / cooperen daer inne te goedene, te vestene oft tervene, met brieven oft anderssins, alsoe na der bancken rechte dair de goede gelegen sijn, behooren sal; de penningen / dair af comende te ontfangene, quytantien te ghevene ende te verlijdene. Ende / al tgene, gelovende. Salvo ???.