Naar de inhoud

'een heel jaar maart?'

schrijfvloer 02 ~ afgerond, klaar
akke.beakke.be

Berichten van 1 februari 2019 tot 28 februari 2019

252. oudste uitvinding

de OUDSTE uitvinding?

Vuur maken, daar heb ik efkes aan gedacht, ttz, LM had daaraan gedacht.  
Vuur maken gaat al heel lang mee. Maar ik vraag me af of vuur maken een uitvinding is.
Misschien is het een ontdekking. Een bijverschijnsel toen ergens vonken in droog gras vielen.
Et voilà, er was hanteerbaar vuur.  
Of een bijverschijnsel toen men met een stokje ergens een gaatje probeerde in te draaien.
Daar kwam toen hitte van en men had ook vuur.

Wat eigenlijk het verschil is tussen een uitvinding en een ontdekking zal ik eens gaan opzoeken zie. Wacht efkes hé.
http://www.encyclo.nl/begrip/uitvinding , http://synoniemen.net/index.php?zoekterm=ontdekking 

Kermille, de twee begrippen overlappen mekaar voor een deel. 
Maar gevoelsmatig zou ik toch denken dat een ontdekking
iets te maken heeft met hetgeen al bestond, iets dat al aanwezig was in de natuur. 
En een uitvinding komt puur uit de menselijke koker. De natuur wordt daar bewerkt tot cultuur.

Zo is vuur hanteerbaar krijgen volgens mij een ontdekking. 
Het wiel is een uitvinding, want eer het ding functioneert gaat daar serieus wat denkwerk aan vooraf.
En de hefboom zit daar ergens tussenin, dat is misschien gewoon een vinding.

Het oudste werktuig is volgens mij de hefboom, die vinding is nog in veel ouder dan het wiel
en de toepassingen zijn er vandaag nog altijd.

                         

Waarom denk ik dat de hefboom ouder is dan het wiel.

Omdat voor de hefboom alle onderdelen zichtbaar voorhanden lagen :
een stok en de kleine steen als steunpunt. Meer was dat niet.
Wie er aan dacht de stok tot bij de kleine steen te brengen had een hefboom om de last los te wrikken.

Het wiel vraagt wat meer denkwerk.
Een rollende boomstam zou men denkbeeldig wel in schijven kunnen opdelen,
die dan wielen zouden worden, maar dan moet er nog een as komen én ook een systeem dat kon dienen als lagers. 
En hoe krijgt men die boomstam in schijven? Nee ..., zo is het wiel er niet gekomen.

En nu denk ik ineens aan de bijl en de speer of de harpoen.

                            Afbeeldingsresultaat voor http://nearwesthomeschoolers.org/how-to-make-a-stone-age-axe/ 

De eerste mens die een puntige steen aan tak verbond, vergrootte daarmee zijn slagkracht en

maakte het zo mogelijk meer arbeid te leveren, gewoon omdat er minder fysieke kracht nodig was.
Of nee, ik zal het toch maar op de hefboom houden.  

m – EZW-02/2014, herwerkt - https://nl.wikipedia.org/wiki/Lager_(mechanica)#Geschiedenis_en_ontwikkeling , http://nearwesthomeschoolers.org/how-to-make-a-stone-age-axe/

Geschreven door maart om 02:37 Reageer op dit bericht

251. in die kringen

in het kader van de poëzieweek waag ik mij aan een werk van eigen merk :

Melancholie
in kringen waar men houdt van dat soort dingen

            Ik ben een melanchool, soms ween ik voor de jool.
        Dat staat goed hoor, in die kringen waar men houdt van dat soort dingen. 
        Wat sentiment, een zakdoekje, soms ook nog een dagboekje. 
        Geen felheid of emotie, daarvan heeft men geen notie. 

        Men kijkt, men mijmt, men zucht, den blik al naar de lucht. 
        En daar men met distinctie schreit is ’t geen ordinair gebleit. 
        Geen ogen rood of snottebel om kommer of om kwel, 
        geen gesnuit ofte trompet, men houdt het er zeer net. 

        Men plengt diskreet een traan, en dat wordt gracieus gedaan. 
        Men houdt het er beschaafd en zo wordt de ziel gelaafd. 
        Er zijn geen neuzen die snuiten, geen tranen die tuiten. 
        De tranen strélen er ’t gelaat. Ja, u weet wel hoe dat gaat 
        in die kringen, waar men houdt van dit soort dingen.


m - 04/2017

Geschreven door maart om 02:32 Reageer op dit bericht

250. vrucht = fruit

“de vrucht uws buiks” heette het in de bijbel


'k Had er nog geen sikkepit verstand van maar ik hoorde wel dat ik geen pitten van appelen
mocht opknabbelen "want dan groeit er een boom in uwen buik!"
En appelpitten vond ik juist heel lekker, die amandelsmaak vond ik fijn.
Pitten eten zou dus vruchten in de buik geven? Eigenlijk vond ik dat een plezierige gedachte.

In het weesgegroet heette het de vrucht van uw lichaam,
in de bijbel stond de vrucht uws buiks en
in het Frans was het le fruit de vos entrailles. Entrailles zijn darmen, zei mijn pocketwoordenboekje.

In het middelbaar kregen we in de scheikundeles iets te horen over cyanide en op slag
vond ik de amandelsmaak niet meer lekker of interessant.
En ondertussen wisten we ook iets meer over 'uws buiks' ook.

Het werd ook  'ontvangen in liefde' genoemd,
want passie en aanverwante toestanden werden toen doodgezwegen in het onderwijs.

En elders ook natuurlijk. Elders ook.

Zo gingen de jaren voorbij
en een jong mens exploreert. Dat is de praktijk.
En evolueert naar maturiteit. Dat is een theorie.
En rondom zich begeeft iedereen zich aan het ouderschap en alzo wordt men tante.

En dan is daar dat uniek moment, die merkwaardige gewaarwording,
dat zonderling gevoel, dat helder inzicht wanneer men beseft dat
de nieuwgeboren vrucht des buiks niet lijkt op de papa en ook niet op de mama
maar wis en waarachtig op een stuk fruit. Dus toch? Vrucht = Fruit? 

                             kiwi-baby-head-1  

 m – HiH-02/2016, herwerkt - 

Geschreven door maart om 03:45 1 reactie Reageer op dit bericht

249. zinvol doel zijn

Denk er wat meer aan
dat ook jijzelf een zinvol doel bent om naar te streven.
 van P²

In '90 was ik voor LM een doel, een streefdoel.
Of hij in mij iets zinvols gezien had -al was het maar iets zinnigs- weet ik nog altijd niet,
maar ik weet wel wat ik in hem gezien had.
En zo hobbelen wij al 28 jaar samen voort.

Enfin, ik was op een bepaald moment het centrum van zijn doen en denken, van zijn wereld,
want meneer was verliefd. Acute tunnelvisie, wil dat zeggen.
Hij had op dat ogenblik maar één doel, dat was bij mij zijn, met mij praten, mij horen,
naar mij luisteren -alhoewel ik dat laatste betwijfel-, mij zien, mij het hof maken en natuurlijk mij in zijn bed krijgen.

Zeer vleiend vond ik dat alles, alleen … ik ben geen nóbel doel,
ik verwachtte namelijk iets terug : gevoel voor humor, om te beginnen.
En loyauteit. Dus niet enkel trouw, maar dat titske meer.
En zo nog een paar dingen die ze niet meekrijgen op school. Ze hebben het van in de kool. Of niet. 
Want niet elk speelkameraadje is partner-materiaal, zoveel had ik intussen wel bijgeleerd.

Toen we dan eindelijk samenwoonden kwam hij me tijdens het koken
vertellen wat hij die dag allemaal gelezen en bestudeerd had
en welke politieke kwiet nu weer …
dat terwijl men er het hoofd moet bijhouden, bij het dirigeren van de kokerij.

Het is er later en sinds zijn pensionering niet op gebeterd. Integendeel.
's Avonds komen de politiek en sociale kwesties mee naar de keuken,
terwijl hij een ganse dag de tijd gehad heeft om die zaken ter sprake te brengen.

Maar blijkbaar moeten de dingen eerst bezinken,
en pas 's avonds zijn de reflecties klaar om vrijgegeven te worden aan de buitenwereld, in casu ikke.

Wanneer deze buitenwereld zich dan naar de keuken begeeft,
volgt hij haar naar die keuken, ook al loopt hij er soms danig in de weg.
Hij moet zijn ei kwijt. Hij heeft een klankbord voor zijn gedachten nodig. 
'k Zal dan wel een zinnig aanspreekpunt zijn, veronderstel ik.
hij heeft niet genoeg aan mijn gezelschap, hij zoekt mijn nabijheid op.

Waarschijnlijk ben ik voor hem dan efkes een zinvol doel,
al voel ik mezelf op zo'n moment eerder het beschikbaar doelwit. 
Dat is mijn manier om die situatie te bekijken hé.

m – HiH-12/2015 - bijgewerkt

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

248. één jaar later

In memoriam Menno Wigman: 'Had je maar nooit een gedicht gezien'
Knack-journalist Piet Piryns neemt afscheid van zijn vriend Menno Wigman. Uit Knack van 07/02/18

Hij was de dichter van de grote droefenis: lijdend aan ongeneeslijke romantic agony en aan 'een diarree van liefdes'.
Oud geboren en veel te jong gestorven, zoals van gedoemde dichters verwacht wordt. 

                                          
                                           Menno Wigman © De Beeldunie

                                           Menno Wigman (1966-2018) Hij gedijde niet bij daglicht.

'Met afstand de beste dichter van zijn generatie', noemden collega's als
Gerrit Komrij, Luuk Gruwez en Ingmar Heytze hem.
Vorige week overleed in Amsterdam op 51-jarige leeftijd de Nederlandse dichter Menno Wigman.
Groot nieuws was dat in Vlaanderen blijkbaar niet:
De Morgen wijdde er geen letter aan,

De Standaard deed het af met een berichtje van welgeteld 98 woorden.
Dat zegt iets over de toenemende culturele verwijdering tussen Vlaanderen en Nederland, en
het bevestigt misschien ook de twijfel die Menno Wigman uitte in een van zijn vroege gedichten:

                   'Dit wordt een droef gedicht. Ik weet niet goed
                   waarom ik dit geheim ophoest, maar sinds een maand
                   of drie geloof ik meer en meer dat poëzie
                   geen vorm van naastenliefde is. Eerder een ziekte
                   die je met een handvol hopeloze idioten deelt.'

Porno, snackbars en wildplassers -
het waren geen voor de hand liggende onderwerpen voor lyriek.

Een lachebekje is hij nooit geweest. Hij dichtte 'met de moed der wanhoop' - een kind van de punkgeneratie.
Zijn bundel Mijn naam is Legioen zou later een motto van Johnny Rotten meekrijgen:
'Fuck this and fuck that/ Fuck it all and fuck the fucking brat.'

Dat punk en poëzie konden samengaan had hij al vroeg in de gaten,
toen hij op de middelbare school hoorde dat Charles Baudelaire in 1852 zijn haar al groen verfde.
Hij werd drummer in een paar bandjes en richtte het eenmanstijdschrift Nachtschade op,
'cahiers voor decadente literatuur', waarin hij ook zijn eerste gedichten publiceerde.
Die stonden nog helemaal in de zwart-romantische traditie van Baudelaire en Rainer Maria Rilke.
De punk sloot daar goed bij aan. In Amsterdamse schrijverscafés was de jonge, gekwelde dandy
een graag geziene verschijning met zijn jarenvijftigkuif, zwarte maatpakken en altijd goed gepoetste schoenen.

Hij was de dertig al voorbij toen in 1997 zijn debuutbundel ‘'s Zomers stinken alle steden’ verscheen
bij een echte uitgeverij. Het was een bundel die meteen opviel door zijn dwarse, onmodieuze toonzetting.
Hier trad een dichter aan van klassieke allure, die meer met J. Slauerhoff en Martinus Nijhoff op had
dan met het postmodernistische anything goes van zijn tijdgenoten.
Critici loofden zijn virtuoze, in die jaren ongebruikelijke vormvastheid.
Soepele volzinnen, jambische verzen met veel verdoezeld binnenrijm: 'De la musique avant toute chose'.

Maar hoe klassiek van vorm ook, zijn gedichten vertolkten evenzogoed een hedendaags, urbaan levensgevoel.
Porno, snackbars, wildplassers, zakkenrollers, lege winkelstraten, jeugdvandalisme -
het zijn niet de meest voor de hand liggende onderwerpen voor lyriek.
Wigman bleek de dichter van de desillusie:

                   'En dwars
                   door alles heen de onpeilbare verveling
                   van een dinsdag, het licht doet pijn,
                   de regen zeikt, er kruipen auto’s langs
                   en dat zal alles zijn.'

Onze wegen kruisten elkaar kort na de millenniumwisseling, tijdens de door Behoud de Begeerte
georganiseerde poëzietournee Koningsblauw ter nagedachtenis van Herman de Coninck.
Menno las er gedichten, ik was de spreekstalmeester van dienst.
Het was vriendschap op het eerste gezicht - 'een weerzien met iemand die je nooit eerder hebt ontmoet'.

In een aantal opzichten deed Menno mij ook wel denken aan Herman de Coninck,
al stond die toch wat opgewekter in het leven.
Maar net als Herman leefde Menno gulzig en gedijde hij niet bij daglicht,
net als Herman ademde hij poëzie en had hij de pest aan poëticale moeilijkdoenerij.
We voerden lange nachtelijke gesprekken over zijn lievelingsdichters - Rilke en Baudelaire natuurlijk,
maar ook Maurice Gilliams, Leonard Nolens, J.C. Bloem - en over het zonderlinge gegeven
dat mensen wel bereid zijn te betalen voor een poëziefestival waar ze dichters als wilde dieren kunnen gadeslaan,
maar geen cent willen neerleggen voor een dichtbundel. Menno kon zich daar behoorlijk over opwinden.

Net als Herman de Coninck leefde Menno gulzig en gedijde hij niet bij daglicht,
net als Herman ademde hij poëzie en had hij de pest aan poëticale moeilijkdoenerij

Toch liet hij zich overhalen om vanaf 2005 mijn co-presentator te worden op de jaarlijkse Nacht van de Poëzie in Utrecht.
En we trokken samen op bedevaart naar de gevangenis in Mons, waar hij per se de cel wilde zien
waarin Paul Verlaine van 1873 tot 1875 opgesloten zat,
nadat hij in Brussel met zijn dronken kop zijn vriend Arthur Rimbaud had neergeschoten.
Menno had een grote fascinatie voor misdaad en gevangenissen.
Als kind, vertelde hij mij toen, was het altijd zijn droom geweest om gevangenisbibliothecaris te worden.

In de winter van 2013 waren we samen op Schiermonnikoog voor een driedaags schrijversfestival.
We praatten er over de doorstart van de Nacht van de Poëzie,
waar Ester Naomi Perquin voortaan als copresentator zijn plaats zou innemen.
Menno was intussen stadsdichter van Amsterdam geworden, leed aan chronische slapeloosheid
en was zwaarmoediger dan ooit. Zijn drukke bezigheden als stadsdichter hadden hem gesloopt en
de schoonheid van de Waddeneilanden was niet echt aan hem besteed.
Sterker nog: ze vervulde hem met weerzin. (cfr Bomans?)
Hij mocht graag herinneren aan de boutade van Willem Kloos:
'Natuur is mooi, maar je moet er wel wat te drinken bij hebben.'

In 2015 begon hij zich steeds vaker af te vragen of het allemaal wel de moeite waard was geweest,
al die doorwaakte nachten met veel drank, drugs en ongelukkige liefdes.
Van de kort op elkaar volgende zelfmoorden van generatiegenoten-dichters Rogi Wieg,
Joost Zwagerman en Wim Brands werd hij ook niet vrolijker.
Hij raakte ervan overtuigd dat de roofbouw die hij op zijn lichaam pleegde 'in naam van de poëzie'
zijn leven had verpest. In wat zijn laatste en alom bejubelde bundel zou worden, Slordig met geluk,
citeerde hij instemmend Slauerhoff: 'Had je maar nooit een gedicht gezien'.
De bundel bevatte een aantal gedichten die hij schreef nadat hij in 2014
met een mysterieuze hartkwaal op de intensive care was terechtgekomen:

                   'Twee weken in mijn eigen graf gekeken,
                   zo diep dat ik het grondwater zag staan -
                   mijn borstkas blafte, o, ik ging eraan.'

'Ik denk weleens dat mijn gedichten meer weten dan ik', zei hij in een interview met de Volkskrant in 2016.
'Het was spelen met zwart vuur, achteraf. Ik heb het leven bijna uit mijn handen laten glippen.
Maar er komen ook vast weer betere tijden, het kan nog.'

Het kon niet meer. Vorige week werd Menno Wigman opnieuw in het ziekenhuis opgenomen
met een dubbele longontsteking. Hij overleed op 1 februari in zijn slaap na een hartfalen. Hij is 51 geworden.

                   Afscheid van mijn lichaam
                   Waarom, mijn lichaam, was je mij zo weinig waard?
                   Waarom bleef ik zo koppig tronen in mijn hoofd
                   en woonde ik mezelf zo hevig uit?

                   O ja, ik hield van wijn, van zwaar doorrookte feesten,
                   lucide katers en oneindig gulle lakens.
                   Zo leefde ik verlicht mijn tijd aan stukken.

                   Nu lig ik op een zaal, mijn hart, die logge spier,
                   verlaat me, laf als een gedicht laat het me staan
                   en voor het eind van deze avond zakt de dood
                   mijn longen in.

                   De zon was mij niet opgevallen als hij niet steeds onderging.
                   Geen lucht, geen flonkering, geen hoop.
                   Waarom, mijn lichaam, heb ik nooit in je geloofd?

                   Uit Slordig met geluk, 2016

Piet Piryns,  Knack 07/02/2018

 

Geschreven door maart om 04:09 Reageer op dit bericht

247. Lieve Joris

te gast bij Wim Helsen, Lieve Joris met Ithaka van K.P. Kaváfis


            Houd altijd Ithaka in je gedachten. 
        Daar aan te komen dat is je bestemming. 
        Maar overhaast de reis volstrekt niet. 
        Beter dat die vele jaren duren zal, 
        en dat je, oud al, landen zult op het eiland, 
        rijk met alles wat je onderweg hebt gewonnen, 
        niet verwachtend dat Ithaka je rijkdom geven zal.

        Ithaka gaf je de mooie reis.
        Zonder dat eiland was je niet op weg gegaan.
        Verder heeft het je niets meer te geven.

        En als je het armelijk vindt, Ithaka misleidde je niet. 
        Zo wijs als je bent geworden, met zoveel ervaring, 
        Zul je al begrepen hebben wat Ithaka’s betekenen.

 Afbeeldingsresultaat voor Lieve Joris      

De knop voor de ondertiteling staat rechts onderaan, de =-knop.
Joris in gesprek met Helsen,
https://www.vrt.be/vrtnu/a-z/winteruur/4/winteruur-s4a49/ 
12min07
 

Over Lieve Joris: https://nl.wikipedia.org/wiki/Lieve_Joris  
Over K.P. Kavafis : https://nl.wikipedia.org/wiki/Konstant%C3%ADnos_Kav%C3%A1fis 

Geschreven door maart om 04:08 Reageer op dit bericht

Meer van 'een heel jaar maart?'

↑ Terug naar de berichten