Naar de inhoud

'een heel jaar maart?'

schrijfvloer 02 ~ afgerond, klaar
akke.beakke.be

Archief

585. wapens aan tafel

met wapens aan tafel ~ een verhaal uit 1984, het pre-LM tijdperk 

Behalve ooit bij een schietkraam op de kermis ben ik nooit met wapens in aanraking gekomen.
Eén keer heb ik een alarmpistool van dichtbij gezien
en ik dacht dat het een echt wapen was, 'k wist geeneens dat het niét echt was. 
Het dichtste dat ik bij echte wapens geweest ben was aan boord van een gastanker, in Venezuela.

Ik moest de vier Venezolaanse watchmen lunch serveren aan tafel, om 11h20.
Die gastjes -piepjonge militairen- bewaakten met hun vieren het schip, half-automatisch geweer op de arm.
Het zal 1983 geweest zijn, of 1984, en ik weet niet welk politiek regime er toen in Venezuela  was.

We lagen tamelijk ver het binnenland in, ergens op de Orinoco,
ver van de bewoonde wereld, en we laadden ammonia bij een onooglijke terminal
met daarnaast nog onooglijker barakken voor hun werknemers.

Dat zo ver het binnenland in een gastanker moest bewaakt & verdedigd worden vond ik toen vreemd.
Verdedigd tegen wie of wat … Tegen de libellen? 
Orinoco libellen, mooie diertjes maar het waren er heel veel, té veel.

     foto : https://www.pixoto.com/images-photography/animals/insects-and-spiders/dragonfly-orinoco-river-106636312

En dat die militairkes alle vier tegelijk en gewapend kwamen eten vond ik nog veel vreemder.
Wie bewaakte ondertussen de voorpiek, de achterpiek, de gangway en de brug
tegen die duizenden libellen? Niemand. De vier posten waren onbemand.
Heet dat niet een bres in het bewakingssysteem … wat een macho-gedoe heel die bewakingsshow.

Enfin, ze waren om 11h15 met veel vertoon & decibels de mess binnengekomen,
met hun werkschoenen recht van deck op de beige linoleum.
Ze hadden zich zonder vragen neergepladijsd en ik kon ze nog eerst van plaats doen veranderen
want ze hadden als hooligans zomaar de tafel van de mecaniciens ingepalmd. Zoiets kan natuurlijk niet.
Ze zouden eten aan het linker uiteinde van de grote tafel, de gastentafel,
zoals dat voor hen voorzien was. Dus vroeg ik hen aan dié tafel plaats te nemen.
Wat ze met gezucht en met tegenzin deden.
De toon was gezet.

En toen plaatsten ze elk hun geweer naast zich tegen de tafel, tussen hen in.
Dat kon niet, tussen die stoelen moest ik kunnen staan om te serveren.
De geweren stonden in de weg.
Dus : geweren aan de kleerhaken bij de deur, uit mijn weg.
Dat wilden ze niet, de geweren moesten naast hen blijven staan, securidad!
(Jaja securidad, tegen de libélulas zeker …)

Ik deed teken naar de kleerhaken bij de deur, wapens afgeven in de vestiaire,
geweren aan de haken of anders 'no comida', op een toon alsof ik het voor het zeggen had aan boord.
'No comida?' deden ze, dan zouden ze wel eens naar de commandante gaan.
'Commandante?', dat is maar een woord.
Ik nam de telefoon en begon een nummer te draaien, het nummer van de keuken.
Want ik kon onmogelijk rechtstreeks de kaptein bellen, dan zou ik mijn chef passeren …

'k Leg de wapen-situatie uit aan chef LD,
en dat ik bang was van die halfautomatische dingen,
en dat de watchmen allevier tegelijk aan tafel waren. Gewapend.

"Stuur ze maar naar Den Ouwe," antwoordde chef LD. "Allevier".

Ondertussen werd er aan de tafel zenuwachtig overlegd, fluisterend, alsof ik Spaans verstond.
Ik legde de hoorn neer. Ik deed teken en zei dat ze alle quatro naar arriba mochten gaan,
naar el commandante. Rápidamente.
Jamaar! Zo'n moeilijke jongens waren zij nu ook weer niet hoor!
Ineens was het No Problema! En met krampachtig-vergoelijkende grimassen
haalden ze elk de lader uit hun wapen, legden die voor hun bord, en deden dan wat lacherig.
Maar de geweren werden weer schuin tegen de tafelrand gezet en
ze stonden nog evenzeer in mijn weg.

"Bueno," zei ik genadig en serveerde zo goed mogelijk de soep.
Toen ik met de schotels voor het hoofdgerecht binnenkwam
hadden die iele mannekes de soepterrine leeggegeten
en stonden de broodmandjes van de andere tafels bij hen op tafel, zo goed als leeg.
Ik dacht dat ik iets kreeg.
Niet om de soep, soep is er altijd genoeg,
daarom had ik de terrine ook op tafel laten staan, maar om het stokbrood.

Hoe moest ik bij de 2de service, om 12h, aan 'mijn' mannen uitleggen
dat er niet genoeg stokbrood meer was voor bij de soep?

De vier leken verbaasd dat er nog een hoofdgerecht volgde.
Ik zette de schotels op het dressoir, bracht de broodmandjes in veiligheid en ruimde de soepborden af.

Bij het serveren van het hoofdgerecht
schopte ik per abuus & met een knal de eerste twee geweren omver.
Nu ze ongeladen waren dierf ik dat per abuus wel.
En ik excuseerde me natuurlijk.
En omdat er duidelijk nog eten te krijgen was
excuseerden zij zich ook voor dat wapengekletter.
De twee mannen aan de overkant van de tafel legden hun geweren al opzij, nog voor ik bij hen was.

Uiteindelijk zag het er zo uit :
de vier mannen zaten aan het ene uiteinde van de lange tafel,
de vier laders lagen tussen hen in, en
de vier geweren lagen op de andere helft van de tafel.
Al die olierommel bovenop een wit tafelkleed!

Om 11h50 hoorde ik de deur van de traphal gaan. Klokvast.
Dat was kaptein PE die naar de keuken ging voor zijn dagelijks overleg en praatje met chef LD.
Klokvast, er zijn nog zekerheden in deze wereld.

Kaptein PE (in haven altijd in full uniform)
komt langs de deur van de mess, ziet die ijzerwinkel op tafel liggen, en kijkt lichtjes vragend naar mij.
Ik doe discreet teken dat ik het ook niet weet,
waarom er aan deck geen enkele bewakingspost bemand is.
En dat ik er niet kan aan doen dat die rommel op een wit tafelkleed ligt.

Van uit de deur bekijkt kaptein PE die mannen. Zwijgend.
Traag en één voor één bekijkt hij ze. Nog steeds zwijgend.
1 stilte zegt soms meer dan 1000 woorden.

Toen zei hun hoofdman iets en ze stonden recht, namen hun wapengerei
en wrongen zich onderdanig langs kaptein PE naar buiten.
Die zette ook geen stap teveel opzij hé, van theatraal gedoe kende hij alles.

Ene van die gasten had in zijn haast zijn lader op tafel laten liggen.
De man werd door kaptein PE terug geroepen, terug geblaft eigenlijk : "Hombre! …"
Hombre kon zich weer naar binnen wringen, lader nemen en terug naar buiten wringen.
Staart tussen de poten.
Ziezo, de 1ste service was afgelopen.
Ze waren zelfs hun appel vergeten mee te nemen. En in de tropen is appel een lekkernij.

Voor het avondeten aten ze in de dutymess (de werkmess).
Dat leek me logisch ja, met werkbotinnen komt men niet in de mess, dan eet men in 'den duty'.
En naar ik gehoord had kwamen ze om beurten eten.
Dat leek me ook logisch ja, als er moet bewaakt worden, moet er bewaakt worden.
Zelfs tegen libélulas.

m - EZW-08/2013, HiH 10/2014, 07/2016 – herzien 

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

------ het wit scherm

aangestaard door het wit blad 

In de moderne tijd heet het 'aangestaard door het wit scherm',
wanneer de inspiratie het efkes laat afweten.   
Dat wit scherm vind ik zo erg niet. Ik zie het niet echt want
tijdens het typen hou ik mijn ogen op het klavier omdat ik niet kan blindtypen. 

En op het klavier is het veel erger gesteld dan op het scherm, geloof mij.
Daar word ik met stil verwijt aangekeken door 26 zwarte lettertoetsen.
Ze zien me vandaag efkes niet graag. En de leestekens doen mee natuurlijk. Zo zijn ze.
Leestekens zijn al even rap beledigd als letters, dat is algemeen geweten. 

De cijfertoetsen en de functietoetsen staan erbij, kijken ernaar,
en grinniken en grijnzen en smalen. Als ze konden zouden ze nog dat merengue danske doen ook. 
- Ze weet met haar lieve lettertoetskes geen weg. Ha !
- Ze zit in de knoei. Ha !
- Ze weet niks te typen. Ha !
- Z' is ni goe bezig hé …   Dat laatste komt van de numlocktoets.

Die die toets doet al jaren hautain omdat ik nog altijd de cijfertoetsen bovenaan gebruik. 

En mijn arme letters zwijgen, verongelijkt en ook nukkig omdat ik
niks onderneem tegen de hooligans op het klavier.
Ze zwijgen, ze durven niet anders met het toetsengeweld rondom hen.

Een wit scherm? Erg?
Een 100-tal zwarte knoppen die balorig doen, dát is pas erg.

m - HiH-06/2015,02/2017, bijgewerkt  

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

584. klasgenoten

de wondere glimlach

Sinds hun eerste schooldag zaten ze in dezelfde klas. Dat was nu twaalf jaar.
Dat was twee keer zo lang als zijn ouders getrouwd geweest waren.

Ze trokken al twee jaar samen op eer hij haar mee uit dierf vragen.
Een afspraakje heette dat toen nog. Hij werd 18.
Hij wou geen drukke fuif om zijn verjaardag te vieren, hij wou een etentje met haar.
Met alles er op en er aan, in een restaurant met witte tafellakens en kaarsen.
Daarvoor had hij gespaard.
Ze waren vroeg. Ze waren de enige gasten. Zijn hart klopte in zijn keel.

- Waarom? vroeg ze, terwijl ze rond keek.
- Waarom wat? vroeg hij.
- Waarom een etentje op uw verjaardag? Dit etentje?
- Omdat ik al van mijn tiende verliefd ben op u, zuchtte hij.

Het was er uit voor hij het wist. Domweg. Dom, gruwelijk dom.
Dat had hij anders gepland, dat had anders gemoeten!
Zijn tenen verkrampten en hij wenste dat hij elders was.
Hij bleef onbeweeglijk zitten, versteend.

- Ja, zei ze.

Nu gaat ze weg, dacht hij. Ze gaat weg en ze komt nooit meer terug.
Maar ze bleef zitten.
Hij keek op.

- Ja, zei ze nog eens.
- Ja? deed hij warrig.
- Ja, ik wil met u trouwen, zei ze ernstig.

En toen kwam op zijn gezicht een aarzelende, voorzichtige glimlach
die hem mooi maakte als een engel.
Het was de wonderlijkste glimlach die ze ooit gezien had.

Acht jaar later zag ze opnieuw die wondere glimlach,
toen hij hun boreling in zijn armen hield.

m, naar een gegeven van RF - HiH-07/2016, bijgewerkt -

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

583. computerstoel

de computerstoel in zijn recuperatie-gedaanten

Onze eerste computerstoel in 1992 was zo'n klein blauw zwenkgevalletje.
Eigenlijk was het een stoeltje voor een tienerkamer. En op een dag heeft het luchtpompje het begeven,
het stoeltje was niet meer in de hoogte verstelbaar. Het bleef in de laagste stand staan.
Eigenlijk was het een miskoop, want het stoeltje was gewoon veel te licht voor volwassenen.
En uit protest ging het kapot. Maar ik wou het niet kwijt.
Daar werd LM ongedurig van.
Hij ziet gewoon wat er staat (in dit geval een kapotte stoel)
niet wat het moet worden (een voetenbankje op wieltjes).

'k Heb de rugleuning en het verbindingsstuk er afgevezen
en toen hadden we een lage tabouret. Op wieltjes. Op zwenkwieltjes! 

Een tijd later zag ik bij de verzekeringsagent dat zo'n lage tabouret op wieltjes
gebruikt werd om zittend in de laagste archiefkasten te kunnen werken.
Om de jongste bediende niet met de mappen over de vloer te laten rondkruipen,
was dit laag wielstoeltje een elegante oplossing. 

Ik deed LM teken dat mijn tabouret-idee nog niet zo gek was,
dat er nog mensen waren die voor kapotte stoelen een tweede leven konden bedenken.
En dat het te zot was om zo’n onderstel met zwenkwieltjes naar het containerpark te brengen. 

- Jaja, maar thuis hebben we geen archiefkasten …
- Nee, maar we hebben wel lage kasten en lage schabben.
- Daar kunnen we in zonder tabouret!
- Wacht maar. Wacht maar af … 

Veel later (2005?) heb ik gelijkaardige dingen gezien aan boord van een schip.

Daar was zelfs de zit van het onderstel gehaald en op de vlakke plaat die dan rest
had men een houten kist gemonteerd. Zo had men materiaalbakken op wieltjes.
Wanneer het pirrewitje in gebruik is, kan men niet voor elk wizzewasje de palettransporter van stal halen newaar.
Vandaar de drie materiaalbakken op wieltjes. 

Opgetogen, zeg maar triomfantelijk, zong ik lof over die materiaalbakken met hun onderstel op vijf zwenkwielen,
en dat het te zot om zo'n onderstel weg te doen terwijl er nog zoveel mogelijke toepassingen … 

- Jaja, 't is al goed hé! 

Enige dagen later zag ik LM achter zo'n shipsmade materiaalkarretje naar voren gaan,
samen met de aspirant. Ze hadden het model een upgrading gegeven.
Achteraan stond een T-model stuurstang aan de bak, en vooraan was een trektouw voorzien,
helemaal met de apenvuist en al. (de bol aan het einde van het touw, gemaakt door de matrozen)

                                 Afbeeldingsresultaat voor monkey fist 

Nog een paar dagen later was de houten bak geschilderd.

En zo hadden de drie materiaalbakken op zwenkwieltjes, door de stuurstang
een eerste upgrade gekregen door de mannen van Het Machien,
waarna er door de mannen van Deck verder aan gewerkt werd in de vrije uren.  
De rijdende materiaal bakken waren de dada van de matrozen geworden,
want Filippijnen zijn enorm goed in mooi maken.
En in lapmiddelen ook, 'voorlopige' oplossingen, daar zijn ze ook goed in, maar dat is een ander hoofdstuk. 

- Ze zijn er iets moois van aan het maken hoor, zei LM.
Tja, hij had hun creativiteit op gang gebracht met een stuurstangetje en een trektouw.
En toen kwamen zij op dreef met kleuren en tekeningen. Na een aantal dagen
zagen de bakken er uit als
riksja's. Jammer dat ik er geen foto's van heb. 

De drie materiaalkarretjes bleven eigendom van deck.
De mensen van 't Machien mochten de karretjes gebruiken wanneer er werk was aan de deck machinery,
maar ze mochten de karretjes niét mee naar beneden nemen. De karretjes bleven geparkeerd in de decklocker.
Daarin was de bootsman formeel. Voet bij stuk. Been stijf. 

Veel later ... 

Begin juli 2012 ging LM door zijn knie, finaal. Het gebeurde aan boord van een schip.
En nu heeft hij een beetje een stijf been, ondanks de knieprothese en al wat er op volgde. 

Mijn idioot laag tabouretje op zwenkwieltjes dient sindsdien
om zijn knie op te laten rusten tijdens het TV-kijken, en op te zitten tijdens
het de diepvriezer uit kuisen,
de onderste schabben in de bureaukasten op ruimen,
de onderste draden van de droogtoren leeg maken,
en om in huis nog een aantal jobkes te kunnen blijven doen. 
Hurkend of knielend gaat het niet meer. Zittend dan maar, op dat laag tabouretje met zwenkwieltjes.
Op een mooi groot kussen met afhangende tippen. 

Die wieltjes hebben de afgelopen jaren tamelijk wat kilometers afgelegd hier in huis.

m – EZW-11/2013, HiH? - https://nl.wikipedia.org/wiki/Apenvuist ,

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

------ een 'kiebel'

omdat het ‘kiebelde’

De snotneus was twee en zeer zelfredzaam ook al dribbelde hij nog. 
- Geef eens een kus, zei de mama. 

Kus, dacht hij. Kus!
Zijn snuiteke verhelderde en onmiddellijk dribbelde hij mijn kant uit.
Ik was gevleid door zoveel bereidwilligheid, blijkbaar inspireer ik vertrouwen,
klein grut voelt zoiets aan newaar …. Deze en andere glorieuze gedachten verblijdden mijn hart.

Met zijn twee handjes nam hij de mijne. Ô, wat was ik gecharmeerd,
hij kon zelfs niet wachten tot ik hem op de schoot genomen had.
Ik zou zowaar een handkus krijgen … Wat een schatje!

En toen grondig, in twee bewegingen, veegde hij aan mijn hand zijn neusje af.
Daar ging mijn zelfbeeld.
Hij had een 'kiebel' in zijn neus en die moest weg, meer was dat niet, zei de Oma.

De mama keek wat gegeneerd en kwam met een zakdoekje.
De Oma stelde haar gerust en zei dat maart daar wel tegen kon.
En ik zat te schudden van het lachen, met al mijn glorieuze gedachten …

Op dat ogenblik kwamen Opa en zijn tweede echtgenote binnen.
Niet echt oma-materiaal, die echtgenote. Te jong ook.

De dribbelaar zag een andere hand binnen bereik en ik wou de kleine tegenhouden.
Er kwam een knipoog van de mama dus liet ik hem gaan,
jawel, neusje afvegen.
Er volgde een gilletje.
Haar hand was niet bestand tegen snotneusjes. 

m - HiH-12/2016, herzien - 'kiebel' © SK 

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

582. zorgzaamheid

In verband met zorgzaamheid wordt mijn scherm overspoeld met afbeeldingen en tekeningen.
Onzinnige, op het randje af rommel maar ook zinnige, als kleine filosofietjes.

Zorgzaamheid hoort ook bij menselijk gedrag.
Ik herinner me een zinnetje uit de geschiedenislesjes in de lagere school,
over het Steentijdperk : "en zij begroeven hun doden".

Dat kon ik toen niet plaatsen.
Want, tja, wat zou men anders doen met doden dan ze begraven? Dacht ik toen.
Later pas werd een en ander duidelijk, bredere context en zo.
In afwachting was het begraven van de doden een maatstaf voor menselijkheid ofte menselijk gedrag.

Vandaag zorgzaamheid dus.

Niet de hormonaal gestuurde zorgzaamheid van ouders die maakt dat we als kind
de leeftijd van de zelfredzaamheid halen, maar de haast groothartige zorgzaamheid.

Vorige winter hadden LM en ik op een morgen een meningsverschil over iets dat waarschijnlijk
een bijzaak was maar kapitale afmetingen had aangenomen. 'k Denk dat het over het avondmenu ging.
LM maakte zich klaar om boodschappen te gaan doen
en toen hij de deur achter zich dichttrok waren we er nog niet aan uit.
Ik dacht : lastig manneke, klein kind, de frisse kou zal u helpen nadenken !
De bel ging. Ik dacht : hier, meneer is zijn sleutels vergeten ook nog.


- m, als ge buiten moet zijn, wees voorzichtig want dat ligt hier spiegelglad.
- Waar? Niet op de rijbaan, ze hebben vannacht gestrooid.
- Hier, op het tuinpad, en op de oprit. Glad.

Daar werd ik op slag stil van. Zijn zorgzaamheid had het overgenomen van zijn 'grootste gelijk'.
Aan zijn bekommerde toon hoorde ik dat hij zelf niet besefte hoe grootmoedig hij was op dat moment.

- Kom dan misschien terug naar boven als het daar zo gevaarlijk is.
  Die boodschappen kunnen straks nog, wanneer het boeltje gesmolten is.
- Jaa …, misschien is dat beter.

Natúúrlijk is dat beter, dacht ik, maar dat zei ik niet,
men laat de grootmoedige in zijn waardigheid.

m – HiH-02/2017, bijgewerkt - wat we dan gegeten hebben die avond weet ik niet meer

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

581. lidgeld

een wimpel om te werven

banner --> banier, vaandel ~ wimpel 

'k Heb het woord banner opgezocht. Omdat ik zo vaagweg het idee had
dat er een Nederlands woord voor bestaat. Ja dus : wimpel.
En als ik iets gevonden heb op het Net,
dan apporteer ik dat braafjes, want zo zit dit mens ineen.

Wikipedia vraagt om de zoveel tijd een vrijwillige bijdrage,
om reclame-vrij, dus ongesponserd en vrij van verplichtingen te kunnen blijven werken.
Toen ik die melding voor de eerste keer zag verschijnen dacht ik, tja
vrij onderzoek en zo … onafhankelijkheid heeft zijn prijs.

Alleen, ik heb geen betaalsysteem op mijn laptop omdat ik dyscalculie heb.
Het komt er op neer dat ik mezelf niet kan betrouwen met cijfers.
Jaartallen gaat nog, meestal, en datums ook.
Maar met lange cijfergegevens loopt het regelmatig mis.
Ik kan nog geen telefoonnummer foutloos overnemen. Laat staan een rekeningnummer.
En storten op de verkeerde rekening, dat ben ik niet van plan, nooit geweest.
Daarom heb ik geen betaalsysteem. LM doet mijn betalingen. 

Dat vind ik een prima regeling, maar feitelijk mag ik me te pletter doneren,
LM ontvangt de bedankmailtjes. Dat is oké hoor, dat is niet erg.
Alleen blijven ze míj dan porren dat ik wel eens over de brug zou mogen komen, als veelvuldig gebruiker.
En ik kan hen niet verwittigen dat ik al lang gestort heb via LM.
Telkens het equivalent van een krantenabonnement, want ik raadpleeg Wikipedia nogal vaak. 

Nu zat ik te rekenen, ik ben sinds 2003 bij SenNet.
De eerste paar maanden op de chat, toen nog maar 1 chatroom groot,
en later bij een mailgroep gedurende 10 jaar, later een andere.
En nu hier in september twee jaar.

Alles bijeen ben ik ongeveer dagelijks op SenNet te gast. 

Want men is te gast op SenNet hé, er werd nog geen lidgeld gevraagd.
Terwijl heel de infrastructuur toch serieus wat geld moet kosten.
Elke maand moeten er facturen betaald worden. De beveiliging alleen al …

Hoog tijd om eens een bloemetje mee te brengen voor de gastheer,
ook al zijn er reclame-inkomsten.  
Zouden die dan niet meer volstaan? Écht niet? 

Als ik mijn verblijf bij SenNet reken aan 1€ per dag,
ongeveer zoals een e-krantenabonnement, dan kom ik aan 365 x 16 =
5840 dagen à 1€ per dag, dat is 5840 €. Eh, dat heb ik vandaag niet in huis liggen.
En zelfs met een serieuze seniorenkorting van 50%, blijft het 2920 €. 

'k Wist niet dat ik zo'n dure hobby had. 

m – HiH-07/2015, cijfers bijgewerkt 07/2019

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

------ hondenluik

alles onder controle

Een jonge moeder gaat voor het eerst na vele, vele maanden een dagje weg.
Een welverdiend uitje, zou men denken.
Even ontspannen met de vriendinnen, onder volwassenen,
heel eventjes weg van het gebrabbel, de luiers en de reflux. 

Ze kan het toch niet laten naar huis te bellen en
overstelpt de (dure) professionele oppas (van een erkend agentschap)
met zoveel controlevragen dat het ongeveer beledigend wordt : 

- Tot hoe laat heeft hij geslapen?
- Hij hééft toch geslapen?
- Heeft hij goed gegeten?
- Ge hébt hem toch eten gegeven?
- En hij heeft alles opgegeten?
- Hebt ge zijn luier ververst?
- Heeft hij geweend?
- Zou ik niet beter naar huis komen?
- Ge hebt hem toch dat broekje aangedaan dat ik gereed gelegd heb?
- Hij heeft het toch niet te warm?
- Geeft ge hem toch genoeg drinken?
- Misschien zou ik toch best naar huis komen …

De oppas blijft geduldig en professioneel en beantwoordt alle vragen,
de soms zelfs beledigende vragen van de jonge moeder.   
En ondertussen kijkt ze glimlachend naar dit:

                              Via Flickr/archibaldjude 

'Ga eens de wereld verkennen, klein bazeke, vandaag kan het eventjes.'

m - EZW-07/2014, bijgewerkt - https://www.rover.com/blog/dog-doors/#  

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

580. niet vals spelen

op de fiets bij Pit

Toen ik nog jong kind was en rot vertroeteld werd  -niet verwend, wel vertroeteld-  
reed mijn grootvader Pit regelmatig met mij van Borgerhout naar Brasschaat,
naar het Peerdsbos. Op de fiets.
Hij liet me kiezen tussen 't Peerdbos in Brasschaat en 't Rivierenhof in Deurne.

En ik koos telkens voor 't Peerdsbos, naar men zei.
Waarschijnlijk omdat ik Peerdsbos gemakkelijker uitgesproken kreeg dan Ri-vie-ren-hof.
Volgens mijn Ma reed die brave mens dan telkens met mij naar 't Peerdsbos in Brasschaat.
Het resultaat was wel dat Pit een aantal kilometer verder te trappen had.
Het was dan zo'n 20km, heen en terug.

't Rivierenhof in Deurne was maar 4 km heen en terug,
misschien zelfs minder, gewoon de Turnhoutse Baan volgen.
Toen was dat nog vlot te doen, op de Turnhoutse Baan fietsen met een jong kind erbij.
Hij had met mij evengoed naar 't Rivierenhof kunnen rijden
en me wijsmaken dat dit het Peerdsbos was, maar dat deed hij niet.
't Moest zjust zijn. Vals spelen, dat doet men niet, muzikant zijnde.

Ik zat vooraan op de stang, op een rood zadeltje met twee voetsteuntjes, eentje aan elke kant.
Telkens wanneer hij dat rood zadeltje monteerde stond ik te kijken op het wonder.
Dat zadeltje veranderde de fiets van een groot zwart gedrocht in iets dat getemd was,
iets waarop ik mee kon.
Dat zadeltje maakte ook dat de wereld er plots anders ging uitzien. Groter. Weidser.

Misschien hebt ge ons ooit zien langsrijden,
een grootvader die aan het pronkfietsen was met
zijn kleindochter die de wereld verkende.

Maar misschien ook niet. Waarschijnlijk niet.

m – HiH-05/2015, bijgewerkt

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

579. chouchou

koosnaampjes aan boord

Toen LM & ik mekaar een tijdje kenden noemde ik hem Poopy.
Omdat hij zo'n strakke achtersteven had.
Zoals het schip waarop we mekaar leren kennen hebben. 

Mijn cent viel vrij vlug dat men zo'n naampje best niet in het openbaar gebruikt en
in het openbaar werden dus geen troetelnamen meer gebruikt.
Eerst nog wel verkleinnaampjes, maar dat klopte niet.
Ik hou niet van een verkleinnaampje voor mezelf
en LM is te groot van gestalte voor een diminutief.
Troetelnaampjes en verkleinnaampjes raakten in onbruik.
Vooral in de buitenwereld, en in de buitenlandse situaties en omstandigheden. 

Eerst en vooral aan boord, zijn mannen zouden te hard lachen als ze aan tafel
troetelnaampjes hoorden en ze zouden zeer waarschijnlijk
de naampjes achter zijn rug beginnen gebruiken.
Zo'n situatie kon het schip niet hebben, de werksituatie aldaar is een tamelijk strak hiërarchisch systeem.

        De rederijen werkten toen al met lagere bemanning uit Aziatische goedkope loonlanden,
        ontwikkelingslanden zeg maar, en daar zaten bij momenten flink wat marginalen tussen. 
        Door hun aantal voerden ze bij momenten de boventoon. 
        Dat is in orde gekomen. Op verschillende manieren. 
        En nu, een twintig jaar later, herhaalde zich die geschiedenis, 
        omdat de rederij qua lagere bemanning aan het overstappen was 
        van Filipijnen, die zich ondertussen (prima) aangepast hadden 
        naar Bulgaren, die goedkoper zijn. 

        Alle integratiewerk kon herbegonnen worden.

        Waar de Filipijnen ooit een clan vormden aan boord, waren Bulgaren een maffia,
        waarschijnlijk al van vóór de aanmonstering. Dit terzijde.

Dus LM & ik hadden onze koosnaampjes afgeschaft, toen in '92.

In '96, aan boord van de M/T J. deed de echtgenote van de Chef Mécanicien een reis mee.
Toen heette die graad nog Chef Mécanicien ofte HWTK, Hoofdwerktuigkundige, de rechtstreekse baas van LM.
Later werd de voertaal aan boord Engels, en die functie heette vanaf dan Chief Engineer.

Zij noemde haar man, de Chef, iemand met dezelfde graad als de Captain, 
consequent 'chou' en bij momenten 'chouchou'.
Na drie dagen was chouchou zijn bijnaam en alle Filipijnen wisten wat het wou zeggen.
Dat ze daardoor dag-in-dag-uit het gezag van iemand met vier strepen ondermijnde, zag ze niet in. 

En Neptunus weet dat we geprobeerd hebben het haar duidelijk te maken,
de capt, LM en ik, dat ze haar man beter bij zijn voornaam zou noemen
dat ze naar haar Chou in het openbaar beter niet Chouchou kon noemen, en
dat ze dat zeker niet door de alleyways moest gillen à la Castafiore. Tevergeefs.  

                     La Castafiore monte sur scène à l’opéra

Vond de Chef dat zelf ook? Dat weet ik niet.
Die had denkelijk andere prioriteiten met zijn Castafiore.

Het resultaat was wel dat een hoop volk het over Chouchou had, wanneer de opperbaas bedoeld werd.
Dit lijkt misschien anekdotisch,
maar het mens had met haar zelfgenoegzaam gedoe wel een bres in de hiërarchie geslagen.

Wanneer men meevaart als scheepsgezel, dus niet als bemanningslid, heeft men zich te plooien.
Ik heb de twee situaties ervaren.
In de 13 jaar als bemanningslid had ik niks te zeggen, maar ik had wel iets te piepen,
binnen het sociaal weefsel in de huishouding van een 20 à 25-tal mensen.
In de 17 jaar als scheepsgezel, had ik niks meer te zeggen en zéker niks te piepen.
Men bestaat enkel nog via de graad van de echtgenoot. En dat had Castafiore niet door.
Door haar gedoe maakte ze van hen beiden een mikpunt. En dat kan niet.
Men maakt van een Chief Engineer geen mikpunt.

m - EZW-07/2012, HiH-07/2016 – bijgewerkt -

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van 'een heel jaar maart?'

↑ Terug naar de berichten