Dorpsleven: Bezzen, pruimtabak en snuif
Mathilde 64 jaar:
Leren op school gebeurde met vraag en antwoord. Zo bijvoorbeeld:
'Hoeveel inwoners telt ons dorp?' Voor mijn toekomstige man van hetzelfde dorp was het juiste antwoord: 'Ruim 900'. . Ik was enkele jaren jonger en ons antwoord was: ' Bijna 1000'.
Het woord 'ruim' heeft een enorme indruk op mijn man nagelaten. 'Bijna’ vond ik ook zo'n indrukwekkend woord. Beide woorden klonken wel mooi en geleerd.
In mijn dorp was er een sfeer van verbondenheid. De beste illustratie daarvan was het 'bezzen': (buurten) in de zomerse dagen. De mensen, eigenlijk de mannen, kwamen 's avonds bij elkaar zitten buurten ergens tegen een gevel van een huis. Ze zaten op hun hukken, op de grond of de verharde stoep als die er was, sommigen hadden hun stoel bij.
Zo was dit aan ons huis. Ze babbelden over alles en nog wat. De dorpspolitiek werd er uiteen gedaan en alle nieuwtjes van het dorp kwamen er te berde. Ze vertelden de belevenissen van de dag. Eens de TV de huiskamer is binnengekomen, is dat soort buurten verdwenen met het gevolg dat er een aardig stukje spontaan sociaal contact verloren is gegaan.
In ons dorp snoven sommige oudere vrouwen. Dit verminderde heel sterk omdat de jongere vrouwen dit maar vies vonden. Door de snuif liep je er vaak bij met een bruine neus.
Mannen pruimden vaak: ze kauwden op speciaal geprepareerde tabak, de pruimtabak. Geregeld spiekten ze dan een straal bruin sap uit. Als kind vonden we dit vies. Wat nog viezer was dat ze de sjiek spaarden door ze te plakken op een kale plek op hun hoofd.
We hadden op het dorp een pastoor die tijdens de mis vaak begon te snuiven. Ze noemden hem dan ook Pastoor Snuif.






