Grootouders
Het was de laatste keer dat ik naar het feest van de grootouders kon gaan. Ik wou dit niet missen en de kleinzoon van de derde kleuterklas stond erop.
Mevrouw de directeur loopt de scène op.Ze verwelkomt iedereen en het geluid valt uit. Lichte paniek. Het herstellen duurt en blijft duren. Een nieuwe installatie moet komen. De pauze met koffie en koekjes wordt een uur naar voren verschoven om het wachten draaglijk te maken. De kleutertjes die al verkleed in de gangen en op het toneel stonden, worden vakkundig weggevoerd. Je ziet duidelijk dat de grootouders het erg vinden voor de school en voor de kleuters. Na een uurtje kan alles beginnen.
Wat ik hoor en zie vergelijk ik geregeld met vroeger. Herinneringen komen op. Ja, vroeger waren er in mijn kleuterschool geen feestjes voor de grootouders. We leerden versjes en liedjes die we moesten voordragen.
De nummertjes dragen duidelijk de sporen van de creativiteit van de juffen en vooral van de televisie. Het geheel heet dan ook de tv-show. Eerst met Nijntje, dan de wereld van K3, die van Bob de Bouwer, de Smurfen en Kabouter Flop. Je merkt hoe groot de invloed is van de televisieprogramma’s.
Na de voorstelling kunnen we de kleinkinderen in hun klasje ophalen. Nog een dansje, een liedje en een cadeautje: een kleurtekening en een bokaal met smurfenmoes. En dan met de kleinzoon een hamburger gaan eten met friet.
Ik besef dat het de laatste keer dat ik op een grootouderfeest was.
Mijn kleinzoon heeft gelijk als hij zegt dat ik al heel, heel oud ben.



