Nieuwe parochie

De kapelaan had er nu twee jaren opzitten in zijn eerste parochie.De verhouding met de zeer conservatieve en scrupuleuze pastoor was niet zo best. Met de vernieuwingen van het tweede Vaticaans-Concilie werd die verhouding er niet beter op.
De pastoor was een fel tegenstander van het gebruik van de volkstaal in de liturgie en ook het met het gezicht naar het volk de H.Mis doen kon niet op zijn steun rekenen. Echter, het bisdom onder aanvoering van de bisschop gaf aan dat alle vernieuwingen op korte termijn moesten worden ingevoerd.
De kapelaan stond er zo goed als alleen voor, wel met steun van een aantal parochianen.
Het bisdom had het verzoek tot overplaatsing ontvangen en zou binnenkort reageren.
Ongeveer twee maanden na zijn verzoek kreeg de kapelaan van het bisdom een benoemingsbrief waarin stond, dat hij per augustus moest beginnen in een stad dicht tegen de Belgische grens aan.
Een dag later werd hij telefonisch benaderd door een collega,
een jaar jonger dan de kapelaan, die hem welkom heette in de parochie. Zij zouden samen werken. Omdat de kapelaan een jaar eerder priester was gewijd, was hij eerste kapelaan en plaatsvervanger van de pastoor. Dus niet alleen een overplaatsing maar ook een soort promotie.
De pastoor van zijn nieuwe parochie was een oud-bedrijfsaalmoezenier en een groot voorstander van de vernieuwingen.
Begin augustus trok de kapelaan naar zijn nieuwe parochie, maakte kennis met de pastoor en de huishoudster, een vlotte jonge vrouw met de nodige humor.
Beter had hij het niet kunnen treffen.
Onderling werden de taken verdeeld, waarbij de kapelaan als eerste kapelaan taken kreeg die meer op ouderen gericht waren. Zijn collega had vooral te maken met het jeugdwerk in de parochie. Wel kreeg de kapelaan de zorg voor het godsdienst- onderwijs op de middelbare school in de stad.
Zondags waren er drie diensten maar van het houden van een lof in de middag was geen sprake. Ook aan veertigurengebeden deed men hier niet. De pastoor en de collega van de kapelaan liepen in een grijs pak met stropdas en zij keken dan ook op van de priesterboord van de kapelaan. Maar die was na een dag ook vervangen door een stropdas.
Na twee weken was het net of de kapelaan al jaren aanwezig was in de parochie. Een onderling goede sfeer, veel collegialiteit en respect voor de zorg van de huishoudster, die trouwens altijd aan tafel mee at met de geestelijken.
Hier zou de kapelaan zijn draai wel vinden.
In deze parochie maakte de kapelaan ook dingen mee die de moeite van het vertellen waard zijn. De parochie had enkele kilometers van de stad een bij-parochie, waar op zon-en feestdagen ook een dienst werd gehouden. Als eerste kapelaan was hij de pastoor van deze bij-parochie. Daar was ook een kleuterschool, die de kapelaan te bezoeken had.
Kortom genoeg te beleven, ook bijzondere gebeurtenissen!!!



















